Het lichaam liefdevol gebruiken

Veel studenten van Een cursus in wonderen ervaren nogal wat spanning over hoe ze hun eigen lichaam zien. De zesde herhaling in het werkboek (lessen 201-220) vraagt ons tenslotte om twintig dagen achter elkaar te herhalen: “Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf wat ik ben, zo schiep God mij.” Passages zoals “Ik heb me vergist toen ik dacht dat ik los van God leefde, als een afzonderlijk wezen dat zich in afzondering bewoog, aan niets gebonden, en gehuisvest in een lichaam.” (WdII.223.1) lijken het lichaam niet bepaald welgezind. In plaats daarvan spoort Jezus ons aan om te kiezen voor “…de geest, en heel de Hemel buigt zich om je ogen aan te raken en je heilig zicht te zegenen, opdat je de wereld van het vlees niet meer zou zien behalve om te genezen, te troosten en te zegenen.” (T31.VI.1:8). In Een cursus in wonderen brengt Jezus ieders ambivalentie over het lichaam vol in het bewustzijn, en dat kan bij tijd en wijle als pijnlijk worden ervaren.

Hieruit volgt echter niet dat het lichaam slecht zou zijn, of dat we het zoveel mogelijk zouden moeten negeren. Integendeel; als je de citaten hierboven zorgvuldig tot je neemt, wordt het duidelijk dat Jezus ons uitnodigt om het lichaam te gebruiken om te genezen, te troosten en te zegenen. In hoofdstuk 18 lezen we de volgende zeer belangrijke passage: “Het lichaam werd niet door liefde gemaakt. Toch veroordeelt de liefde het niet en kan ze het liefdevol gebruiken, omdat ze respect heeft voor wat de Zoon van God heeft gemaakt en dit aanwendt om hem van illusies te verlossen.” (T18.VI.4:7). Deze cruciale uitspraak is wat Een cursus in wonderen onderscheidt van de meeste wereldse religies en zelfs van de meeste spiritualiteiten, waarin de zondigheid (of juist heiligheid) van het lichaam voorop staat. Jezus ziet dat anders. Het gaat niet om wat voor kenmerk van het lichaam dan ook (daar alles in de materiële wereld illusoir is); het gaat om het doel dat richting geeft aan wat we met het lichaam doen. Dit doel is altijd één van de volgende twee opties: ofwel om te verwonden, of te genezen; ofwel om aan te vallen, ofwel om lief te hebben; ofwel een wonder, ofwel moord. Zolang wij nog geloven in tijd en ruimte te leven, kunnen we het lichaam inderdaad uitstekend benutten: om te genezen, te troosten en te zegenen.

De praktische betekenis van zo’n verandering van gedachten kan enorm zijn. Velen zijn bijvoorbeeld extreem onzeker over de aantrekkelijkheid van hun eigen lichaam. Voor sommigen wordt dat een allesoverheersende dagelijkse obsessie. De commerciële glamour-wereld heeft hele generaties gehersenspoeld over wanneer je er enigszins acceptabel uitziet. Vrouwen mogen vrijwel geen vet hebben, en mannen zien er het liefst uit als Tarzan. Dergelijke gekmakende conditionering versterkt slechts de vreemde overtuiging dat om gelukkig te kunnen zijn in dit leven, je de kenmerken van het lichaam moet optimaliseren (en daaraan vooral veel geld uitgeven natuurlijk). Hoe tragisch! Pas als ik Jezus’ troostende woorden in het citaat uit hoofdstuk 18 lees, kan ik inzien dat de visuele aantrekkelijkheid van het lichaam er volstrekt niet toe doet. Misschien voldoe ik niet aan de standaard van de magazines, maar ik kan mijn lichaam nog steeds gebruiken om te genezen, te troosten en te zegenen. Dat geeft mijn leven betekenis. Ik hoef niet eens mijn ego te overstijgen om dit te kunnen doen. De keuze om iemand ergens te helpen kan ik altijd maken, hoe onbeduidend de hulp ook lijkt. In het Handboek voor leraren lezen we: “Zelfs op het niveau van de meest terloopse ontmoeting is het mogelijk dat twee mensen hun afzonderlijke belangen uit het oog verliezen, al was het maar voor een moment. Dat moment zal volstaan. Verlossing is gekomen.” (H3.2:6). Ik geloof nog steeds dat ik in een lichaam besta, maar ik koos er op dat moment voor dat lichaam liefdevol te gebruiken.

Seks is ook zo’n thema dat veel spirituele aspiranten erg ongemakkelijk doet voelen. Is seks tenslotte niet het schoolvoorbeeld van het verheerlijken van het lichaam? De meeste spirituele scholen onderwijzen dat seksuele activiteit niet echt helpt om verlichting te bereiken. Ook Een cursus in wonderen lijkt ons te onderwijzen dat de speciale (lichamelijke) relatie feitelijk een kannibalistisch ritueel is met als doel om uit de ander te graaien wat we in onszelf lijken te missen om vervulling te ervaren. We houden onszelf compleet voor de gek wanneer we “seks” gelijkstellen aan “liefhebben”. Seks is primair ego-gedreven. Dat betekent echter niet dat liefhebben, als in het verbinden van denkgeesten, niet mogelijk is bij seks. “Bedenk dat liefde inhoud is, en geen vorm, van welke soort ook. De speciale relatie is een ritueel van de vorm, dat erop aanstuurt de vorm te verheffen zodat die ten koste van de inhoud de plaats van God in kan nemen. De vorm heeft geen betekenis en zal die ook nooit hebben.” (T16.V.12). Het gaat er dus om je niet langer schuldig te voelen over de vorm van het ritueel (seks, in dit geval) maar je louter te richten op de inhoud ervan, wat idealiter neerkomt op het doel van ware liefde, de verbintenis van twee schijnbaar afgescheiden denkgeesten, waarmee de afscheiding ongedaan gemaakt wordt. Dus zelfs bij seks kan de focus verschuiven van het lichaam (de vorm) naar de denkgeest (de inhoud), zonder schuld of onzekerheid. Pfoe!

Waarom zou de aantrekkelijkheid van het lichaam überhaupt van belang zijn? Mijn lichaam floreert in de eerste twintig jaren van mijn leven… daarna zal ik moeten omgaan met vijftig tot zeventig jaar van verval, wat onontkoombaar eindigt in de dood. Wetenschappers staan misschien op het punt om de levensduur van het lichaam aanmerkelijk te kunnen verlengen, maar met welk doel? Misschien slagen we er in meer jaren te leven, maar levert ons dat meer levensgeluk op? Diep vanbinnen beseffen we best dat dit niet zo zal zijn. Als je bovendien uitgaat van het oosterse concept van reïncarnatie, dan bewonen wij — als geest — vele, vele lichamen in de loop van de eeuwen. Het gaat er dus niet om een lichaam zo krachtig of aantrekkelijk mogelijk te maken, maar te leren hoe we de cyclus van reïncarnatie kunnen beëindigen. In zijn boek “Jouw onsterfelijke werkelijkheid” beschrijft auteur Gary Renard in niet mis te verstane beeldspraak een visioen waarin zijn leraren Pursah en Arten hem meenamen op een visuele reis waarin hij in zeer snelle opeenvolging alle lichamen ziet die hij ooit heeft gehad. Zeer ontluisterend! Gary heeft zelfs een audioboek gepubliceerd (in het Engels), getiteld: “Het einde van reïncarnatie”, waarin hij uitlegt dat onze koppige drang om te blijven proberen autonomie te ervaren in een lichaam — leven na leven — uiteindelijk vergeefs is. Pas als je dankbaar “ontslag neemt als je eigen leraar” (T12.V.8) en de Heilige Geest toestaat je gedachten te laten leiden, leer je hoe je alle duisternis in je denkgeest vergeeft en naar Huis terugkeert, buiten tijd en ruimte, “waar God wil dat wij zijn” (T31.VIII.12).

Kortom: voel je niet langer onzeker, schuldig of gedeprimeerd over je lichaam. Het gaat niet om hoe je tegen je lichaam aankijkt; het gaat om het doel waartoe je je lichaam inzet. Kenneth Wapnick sprak vaak over het onderscheid tussen de voorgrond en achtergrond van de focus van onze denkgeest. De commerciële marketing heeft ons voortdurend geleerd om de (interpretatie van de) visuele waarneming op de voorgrond te zetten, en zaken van de denkgeest naar de achtergrond te laten vervagen. Jezus in Een cursus in wonderen nodigt ons uit om dat compleet om te draaien: plaats de denkgeest op de voorgrond, en plaats zintuiglijke waarneming in tijd en ruimte naar de achtergrond. Ik zie en ervaar het lichaam nog steeds, maar in de achtergrond. Mijn focus richt zich vooral op het doel van liefhebben. Daarmee verschuift de focus van de keuze voor het verheerlijken van het lichaam naar de keuze om de Heilige Geest toe te staan het lichaam te gebruiken om te genezen, te troosten en te zegenen, oftewel: het einde van de afscheiding. Zo krijgt het lichaam waarlijk een heilig doel. Dat is iets wat jij en ik op elk moment van de dag zouden kunnen doen. Waarom eigenlijk niet gewoon hier en nu?

— Jan-Willem van Aalst, maart 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/03/25/using-the-body-lovingly/)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s