Waarheid hoor je in stilte

Als er één ding is dat de digitalisering van de afgelopen dertig jaar ons heeft gebracht, dan is het wel meer onrust in de denkgeest. De wereld is een dorp geworden: elke vorm van aanval waar ook ter wereld staat binnen een uur op ons scherm. We laten ons gretig bombarderen met indrukken. Deze keuze om aandacht te blijven geven aan dit bombardement is doelbewust, omdat het zo heerlijk het ego-doel dient van afleiding: het ego beseft dat zodra we naar binnen keren en daar de onschuld, de liefde en het licht in onszelf en in al onze broeders zien, het gedaan is met de afscheiding… maar ook met onze gekoesterde individuele speciaalheid. En dat is te eng. Daarom blijven we onszelf koppig druk maken over van alles en nog wat op ons kleine bolletje genaamd de aarde, dat als een nietig zandkorreltje met duizelingwekkende snelheid door ons zelfbedachte universum tolt. Het is goed om ons dat af ten toe te bedenken!

Studenten van Een cursus in wonderen zijn mensen die zich gewaar zijn geworden van het inherente conflict in hun denkgeest: enerzijds de wens om zichzelf te identificeren als afgescheiden ego, om zelf voor god te kunnen blijven spelen in een eigen persoonlijkheid in tijd en ruimte, hoe illusoir ook; en anderzijds het brandende verlangen naar de Eenheidsliefde van God, die we zowel hebben als zijn, zonder enige vorm van afscheiding, buiten tijd en ruimte. We beseffen wel dat deze conflicterende denksystemen niet beide naast elkaar kunnen bestaan en dat vroeg of laat een definitieve keuze nodig is, maar intussen blijven we de denkgeest voeden met ruis die ons afleidt van de stilte waarin het maken van die fundamentele keuze ineens volstrekt logisch en helder wordt.

Jezus nodigt ons daarom met regelmaat uit om te oefenen met het aandachtig ervaren van stilte: “De Godsherinnering komt tot een denkgeest in rust” (T23.1.1:1). Laten we eens kijken naar werkboekles 125, waarin Jezus ons uitnodigt om in stilte Gods Woord te ontvangen: “Laat deze dag er een zijn van stilheid en van rustig luisteren. Je Vader wil dat je Zijn Woord [Liefde] hoort vandaag. Hij roept jou toe vanuit de diepten van je denkgeest waar Hij vertoeft. Hoor Hem vandaag” (Wd1-125.1:1-4). In Hoofdstuk 21 herinnert Jezus ons op poëtische wijze aan hoe wij Zijn Woord al eerder hebben ervaren: “Luister, – misschien vang je wel een vleugje op van een aloude toestand, niet geheel vergeten; vaag, wellicht, en toch niet helemaal onbekend, zoals een lied waarvan de naam allang vergeten is en waarvan jij je de omstandigheden waarin je het hoorde niet meer heugen kan. Niet het hele lied is jou bijgebleven, maar slechts een zweem van een melodie, niet gebonden aan een persoon, een plaats of iets bepaalds. […] Je zou het je kunnen herinneren, maar je bent bang, omdat je gelooft dat je de wereld die je sedertdien hebt geleerd, verliezen zou. En toch weet je dat niets in de wereld die jij hebt geleerd, jou ook maar half zo lief is als dit. Luister, en kijk of jij je een aloud lied herinnert dat je zo lang geleden kende, en dat jou dierbaarder was dan enige melodie die jij jezelf sindsdien hebt leren koesteren” (T21-6:1;7:2-5).

Deze oer-ervaring is niet iets wat we kunnen of moeten verdienen door opoffering. Wij, als Zoon van God, zijn vrij om hier elk moment voor te kiezen: “Gods plan is eenvoudig dit: de Zoon van God is vrij zichzelf te verlossen, omdat hem het Woord van God gegeven is als zijn Gids, voor eeuwig in zijn denkgeest en aan zijn zijde om hem met zekerheid naar zijn Vaders huis te leiden, krachtens zijn eigen wil, eeuwig vrij zoals die van God. Hij wordt niet door dwang geleid, alleen door liefde. Hij wordt niet geoordeeld, maar alleen geheiligd. In stilheid zullen we vandaag Gods Stem horen, zonder inmenging van onze kleine gedachten, zonder onze persoonlijke verlangens, en zonder enige beoordeling van Zijn heilig Woord. We zullen onszelf niet oordelen vandaag, want wat wij zijn, kan niet worden geoordeeld. We houden ons afzijdig van elk oordeel dat de wereld over de Zoon van God heeft geveld. Ze kent hem niet. Vandaag zullen wij niet naar de wereld luisteren, maar in stilte wachten op Gods Woord” (Wd1-125.2:2-3:5).

Het is natuurlijk niet zo dat God er slechts voor kiest zich tot ons te richten wanneer wij voor stilte kiezen. Gods Eenheidsliefde is er de hele tijd voor ons. Het is aan ons, als keuzemaker, om er bewust voor te kiezen die Stem te prefereren boven het gekakel van het ego. Jezus vat dit als volgt samen: “Welk antwoord dat de Heilige Geest geeft kan jou bereiken, wanneer het je speciaalheid is waarnaar je luistert, die de vragen stelt én het antwoord geeft? Dit nietig antwoord, onhoorbaar in de melodie die eeuwig van God naar jou toestroomt in liefdevolle lof om wat jij bent, is het enige waarnaar jij luistert. En deze machtige lof- en liefdeszang om wat jij bent lijkt tegenover haar ‘imposantheid’ stil en onvernomen. Je spitst je oren om haar onhoorbare stem te horen, maar intussen is de Roep van God Zelf voor jou onhoorbaar” (T24.II.4:3-6).

Gegeven onze koppige keuze voor onze speciaalheid, hoe zou de keuzemaker de verleiding kunnen weerstaan om voortdurend voor de speciale liefde van het ego te kiezen boven de speciaalloze (excuses voor de ongemakkelijke term) liefde van God? In dezelfde werkboekles 125 adviseert Jezus ons: “Geef vandaag driemaal, op tijden die het meest voor stilte zijn geschikt, tien minuten die uitgezonderd worden van het luisteren naar de wereld, en verkies in plaats daarvan rustig en kalm te luisteren naar het Woord van God. Hij spreekt van nader dan je hart tot jou. Zijn Stem is dichterbij dan je hand. Zijn Liefde is alles wat jij bent en wat Hij is: hetzelfde als jij, en jij hetzelfde als Hij. Het is jouw stem waarnaar je luistert wanneer Hij tot jou spreekt. Het is jouw woord dat Hij spreekt. Het is het Woord van vrijheid en vrede, van eenheid van wil en doel, zonder enige afgescheidenheid of onenigheid in de ene Denkgeest van Vader en van Zoon. Luister in stilte naar je Zelf vandaag, en laat Hij jou vertellen dat God Zijn Zoon nooit verlaten heeft, en jij nooit je Zelf” (T125.7;8).

Dit is een oefening om niet alleen bij werkboekles 125 te doen, maar élke dag. Merk op hoe snel je ego bezwaren verzint: “Wat, drie keer per dag tien minuten? Dat is te veel. Dat is niet te organiseren. Ik heb teveel te doen!” Enzovoorts. In werkelijkheid zijn drie meditatiepauzes per dag natuurlijk prima in te plannen. En de tien minuten zouden ook niet moeten verworden tot een genadeloos ritueel met een verplichte tijdsduur: één moment van waarlijk gemeende concentratie op Gods Woord [Liefde] kan je meer opleveren dan een halfuur met gesloten ogen zitten vanuit een gevoel van ‘moeten’ of ‘opoffering’ (zie H-16.4:1.4-6). Jezus ziet graag dat wij zijn adviezen willen oefenen vanuit intrinsieke motivatie; vanuit het bewuste besef dat ons brandende verlangen naar de Liefde van God ons altijd meer zal opleveren dan het speciale geblaat van het ego met doelen die uiteindelijk nergens toe leiden. En in dat besef heeft de keuzemaker de juiste keuze al gemaakt. Door regelmatig dagelijks stilte te ervaren brengen we onze eigen verlossing vele jaren dichterbij, hoe illusoir de tijd zelf ook is. En dan merken we tot onze vreugde dat het digitale bombardement van indrukken ook veel minder vat op ons heeft, omdat we steeds die vredige stilte van onze Werkelijkheid hebben om contact mee te houden. Fijne meditaties gewenst!

— Jan-Willem van Aalst, februari 2022

Dagelijks oefenen

Een klassieke bekende grap over muziek, meestal toegeschreven aan violist Jascha Heifetz, gaat over een toerist die hem beleefd vraagt: “Kunt u mij vertellen hoe ik in Carnegie Hall kom?” Waarop Heifetz met een volkomen strak gezicht antwoordt: “Oefenen, oefenen, oefenen!” Als we, analoog hieraan, de innerlijke vrede willen ervaren die Een cursus in wonderen ons belooft, dan zullen we de werkboeklessen moeten oefenen, oefenen, oefenen, want “… Een ongetrainde denkgeest kan niets tot stand brengen. Het is het doel van dit Werkboek je denkgeest te trainen om te denken volgens de richting die het Tekstboek aangeeft.” (WdI.In.1). Dit zal leiden tot “...een andere waarneming van alles en iedereen in deze wereld“. Deze Cursus is iets heel anders dan een gemiddeld schoolpracticum; het doel is niets minder dan een complete omkering van alle waarneming, en het opnieuw inregelen (of ongedaan maken) van de manier waarop de denkgeest tot nu toe opereert.

Hoewel Jezus ons instrueert om niet meer dan één les per dag te proberen, moedigt hij ons wel aan om het werkboek elke dag te oefenen. Iedere musicus weet dat zoiets een absolute randvoorwaarde is voor meesterschap. Een paar dagen niet oefenen merk je gelijk in je voordracht. En het oefenen gaat zelden gelijk perfect; daarom juist is het een oefening. Jezus weet heel goed dat zijn studenten de werkboeklessen niet perfect zullen beoefenen. Er is geen Cursusstudent die niet vroeg of laat bemerkte hoe snel de les voor vandaag was vergeten; soms een paar uur, soms zelfs meerdere dagen. Een belangrijk doel van het werkboek is om ons bewust te maken van onze enorme weerstand tegen Jezus’ boodschap, en hoezeer we onze eigen individuele speciaalheid met speciale doelen en afgoden nog koesteren.

Aan de ene kant waarschuwt Jezus ons ervoor om niet te perfectionistisch te zijn in het oefenen (“Probeer het niet toe te passen op alles wat je ziet, want deze oefeningen moeten geen ritueel worden”, WdI.1.3:5). Aan de andere kant spoort hij ons wel aan om de bereidheid op te brengen om het idee van de dag toe te passen zoals beschreven (” … Sta jezelf niet toe uitzonderingen te maken in de toepassing van de ideeën die het werkboek bevat, en – wat je reacties op de ideeën ook mogen zijn – gebruik ze. […] Juist het gebruik ervan zal ze betekenis voor je laten krijgen en je tonen dat ze waar zijn.” (WdI.In.9;8). Dat betekent dat onze dagelijkse oefening een soort koorddansen is tussen een zekere ‘ijverige discipline’ om de instructies op te volgen, maar er geen dwangmatige verplichting van te maken.

Het is bekend dat veel studenten zich meer op het Werkboek richten dan op het Tekstboek. Deels komt dat omdat Jezus’ taalgebruik in het Werkboek veel meer ‘rechttoe-rechtaan’ is dat de vaak abstracte, moeilijk te volgen passages in het Tekstboek. Maar belangrijker is dat het Werkboek in het algemeen veel luchtiger overkomt dan de soms tamelijk donkere, pijnlijke of grimmige passages in het Tekstboek. Aantrekkelijke lestitels zoals “Ik ben het licht van de wereld” (61); “Ik heb recht op wonderen” (77), “Verlossing is mijn enige functie hier” (99), “Er schuilt geen wreedheid in God en evenmin in mij” (170), en “Liefde is de weg die in dankbaarheid ga” (195), kunnen de student maar al te makkelijk ‘verleiden’ om louter en alleen het vreugdevolle deel van het leerplan te zien. De dagelijkse focus wordt dan het uitsluitend zien van Gods Liefde in alles.

Dat is echter maar de helft van Jezus’ boodschap. Als je vervalt in ‘gelukssulligheid’ (Kenneth Wapnick noemde het blissninnyhood), betekent dit dat je denkt dat het ego gemakkelijk terzijde geschoven kan worden. Maar eenieder die het Tekstboek wat beter heeft bestudeerd is het ongetwijfeld opgevallen hoe vaak Jezus ons probeert te doen realiseren hoe enorm gehecht wij nog steeds zijn aan de ego-gedachten die we verkozen te maken. We associëren onze gehele identiteit en veiligheid met onze speciale ego-persoonlijkheid. Willen we ooit ruimschoots gemotiveerd raken om die conditionering om te draaien, dan zal Jezus overduidelijk moeten zijn over de vlijmscherpe aard van het ego. Zolang we ons nog niet volledig bewust zijn van de inherente pijn in de ego-wereld, kunnen we het Werkboek oefenen tot we een ons wegen… maar we zullen niet wezenlijk veranderen. Niet echt. De motivatie die nodig is voor de verandering die Jezus voorstaat bereik je pas als je de pijn in je leven echt zat bent. We moeten een werkelijke omslag maken. Een vaak aangehaald Cursuscitaat van Jezus is: “Je mag dan veel pijn kunnen verdragen, maar daaraan is een grens. Uiteindelijk begint iedereen in te zien, hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. Wanneer dit inzicht vastere grond krijgt, wordt het een keerpunt” (T2.III.3).

Laten we eens een aansprekend voorbeeld bekijken uit Hoofdstuk 19; een voorbeeld dat zo uit een horrorverhaal had kunnen komen. Het illustreert Jezus’ manier om de kwaadaardigheid van het ego denksysteem duidelijk te maken; zijn ware aard, die we proberen te verbergen achter een masker van beschaving. Achter dat masker echter leeft iedereen op deze wereld onzeker, eenzaam, en in voortdurende angst: “De boodschappers van de angst worden door een schrikbewind afgericht, en ze beven wanneer hun meester ze oproept hem te dienen. Want angst is meedogenloos, zelfs voor zijn vrienden. Zijn boodschappers sluipen schuldbewust weg in hun hongerige zoektocht naar schuld, want hun meester hongert ze uit, laat ze verkleumen, en maakt ze vreselijk vals, en vergunt ze alleen zich tegoed te doen aan wat ze naar hem hebben teruggebracht. Geen flinter schuld ontsnapt aan hun hongerige ogen. En in hun bloeddorstig zoeken naar zonde storten zij zich op elk levend wezen dat ze zien, en slepen het schreeuwend voor hun meester, om te worden verslonden. […] Ze zullen je berichten brengen van botten, vel en vlees. Hun is geleerd naar het bederfelijke op zoek te gaan, en terug te keren met de strot vol bedorven en verrotte dingen. Voor hen zijn dergelijke dingen prachtig, want ze lijken hun knagende, razende honger te stillen. Want ze zijn uitzinnig van angstpijn, en willen de straf afwenden van hem die ze uitgezonden heeft door hem dat te bieden wat ze dierbaar is.” (T19.IV-A.12:3-7;13:2-5).

Als dat nog niet overtuigend genoeg is, probeer dan eens Hoofdstuk 23 over de wetten van de chaos. De manier waarop Jezus ons systematisch deze ‘wetten’ van de wereld van tijd en ruimte en perceptie voorschotelt, laat geen ruimte meer voor enige twijfel over de “doden of gedood worden”-mentaliteit van alles hier; misschien niet altijd fysiek, maar in elk geval psychologisch. Hoe hard je ook probeert om je masker van geluk op te houden, worsteling en teleurstelling zijn nooit ver weg. Jezus heeft een gelukkige leerling nodig, die én de illusoire aard van deze nachtmerrie doorziet, én de ‘gelukzalige’ waarheid van zijn ware Identiteit als Zoon van God aanvaardt (samen met zijn broeders en alle levensvormen); maar Jezus wil er ook voor zorgen dat deze gelukkige leerling de juiste motivatie heeft gevonden om werkelijk door te zetten. Wat denk je dat een leerling meer zal motiveren: (a) hem alleen maar vertellen dat er iets veel beters is dan zijn huidige waargenomen levenswijze; of (b) overduidelijk, maar tegelijkertijd in alle kalmte, de pijn die we voortdurend proberen te verdoven weer volledig in het bewustzijn te brengen, om hem [de leerling] vervolgens uit te nodigen om samen met hem [Jezus] de werkelijke wereld (de poort naar de Hemel) te bereiken?

Als je dit leerplan echt serieus wilt nemen, bestudeer dan het Tekstboek en de Handleiding voor leraren grondig, en oefen ijverig met de werkboeklessen. Oefenen, oefenen, oefenen! Het verschil met muzikale ijver is dat we Jezus’ lessen niet zonder hem zouden moeten proberen. We zouden de bereidheid moeten opbrengen om een stapje terug te doen en Jezus (of de Heilige Geest) uit te nodigen om ons te leiden in onze oefening. Ik genees mijn denkgeest niet; ik sta toe dat mijn denkgeest wordt genezen. Maar dat lukt alleen als ik elke dag die bereidheid wil opbrengen. Alleen dankzij een goed begrip van het Tekstboek kan ik inzien waarom dat zo verrot moeilijk is. Dankzij Jezus’ geduldige uitleg besef ik nu én hoe groot de onbewuste pijn van het ego eigenlijk is, én wat het gelukkige alternatief is. Alleen dan heb ik de juiste ‘mindset’ voor het beoefenen van de werkboeklessen. Natuurlijk zal ik de werkboeklessen nog steeds niet  ‘perfect’ doen, maar ik kan mezelf er altijd aan herinneren dat de uitkomst van Jezus’ leerplan al vast staat: “Het draaiboek is geschreven. Wannéér ervaring een eind komt maken aan jouw twijfelen staat vast. Want we zien de reis slechts vanaf het punt waarop ze eindigde en kijken erop terug, terwijl we ons inbeelden dat we haar nog eens maken; en we zien mentaal opnieuw wat is voorbijgegaan.” (WdI.158.4:2) Deze Cursus is een opleiding waar niemand voor kan zakken! Wie zou nog meer motivatie nodig hebben?

— Jan-Willem van Aalst, feb. 2022