Recept voor innerlijke vrede

Het valt veel lezers van Een cursus in wonderen de eerste leesrondes op dat elk hoofdstuk in het Tekstboek min of meer hetzelfde lijkt te zeggen. Naarmate je langer werkt met de Cursus, wordt het duidelijk dat Jezus inderdaad in elk hoofdstuk inhoudelijk steeds dezelfde boodschap heeft. Hij zegt het alleen telkens iets anders, en hij varieert met de thema’s zoals in een symfonie gebeurt. Herhaling is tenslotte de essentie van leren. Eén bijzonder lieflijke samenvatting van de boodschap van de Cursus zien we in lessen 281 tot en met 284. De titels van deze lessen gaan als volgt: (281) “Niets kan mij pijn doen behalve mijn gedachten”; (282) “Ik zal vandaag niet bang voor liefde zijn”; dit kan ik veilig doen, want (283) “Mijn ware Identiteit woont in U”, wat betekent (284) “Ik kan kiezen alle gedachten die pijn doen te veranderen.” Dit is een recept voor innerlijke vrede; een recept dat je altijd kunt toepassen, ongeacht de situatie of gebeurtenis. Hoe werken die vier stappen? Hoe leiden ze tot innerlijke vrede?

Hoewel de eerste les, “Niets kan mij pijn doen behalve mijn gedachten”, een kernprincipe is in veel spiritualiteiten, lijkt dit allerminst het geval te zijn zolang ik mezelf nog als lichaam ervaar in een bedreigende wereld. Want ja, ik kan zomaar levenslang in een rolstoel belanden als een auto mij schept. Daarom begint Jezus deze les met een gebed dat ons laat herinneren dat wij geen lichaam zijn: “Wanneer ik denk dat ik op enigerlei wijze ben gekwetst, komt dat doordat ik ben vergeten wie ik ben en dat ik ben zoals U mij hebt geschapen” (Wd2.281.1:2). Dit ‘kwetsuur’ kan fysiek of geestelijk zijn, inclusief scheldpartijen en aanvalsgedachten. Als iemand mij opzettelijk beledigt, dan is het aan mij, en uitsluitend aan mij, om te besluiten of die aanval wel of niet mijn humeur beïnvloedt. Denk hier ook weer eens aan werkboekles 34: “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.” Die uitspraak is waar omdat jij en ik puur geest zijn, nog steeds veilig Thuis in God. Alle pijn die ik ervaar, in mezelf of buiten mezelf, is uiteindelijk een projectie van mijn dwaze wens om los van God te zijn en te bewijzen dat dat is gelukt. Een groot deel van Een cursus in wonderen gaat over het leren inzien van dat principe, om ons vervolgens uit te nodigen de “betere manier” te kiezen, zoals Bill Thetford tegen Helen Schucman zei, wat het begin inluidde van het optekenen van de Cursus in 1965.

Door voor deze ‘betere manier’ te kiezen zullen we ons uiteindelijk realiseren dat de nondualistische Liefde van God niet betekent dat we zonder ego in het niets zullen verdwijnen; integendeel: zonder het ego zijn we in eeuwige vrede. Daarom spoort Jezus ons aan in les 282 om “Vandaag niet bang te zijn voor liefde”. In hoofdstuk 13 van het Tekstboek legt Jezus uit dat we misschien bang zijn voor pijn en de dood (hij symboliseert dat met de term ‘jezelf kruisigen’), maar die angst is niets vergeleken met onze angst voor Gods Liefde: “Je bent niet werkelijk bang voor de kruisiging. Je echte doodsangst betreft de verlossing.” (T13.III.1:10-11). Iets verderop verklaart Jezus waarom dat zo is: “Je meent in Gods Tegenwoordigheid hulpeloos te zijn, en jij wilt jezelf van Zijn Liefde verlossen omdat je denkt dat die jou tot niets vermalen zou. Je bent bang dat ze jou van jezelf weg zou vagen en jou nietig zou maken. […] Jij denkt dat je een wereld hebt gemaakt die God zou willen vernietigen, en dat je door Hem lief te hebben, wat je doet, die wereld weg zou werpen, wat je ook zou doen. […] En juist dit jaagt jou angst aan.” (T13.III.4:1-3;5). In Een cursus in wonderen ontmaskert Jezus deze ego-verdediging tegen Gods Liefde, en hij laat ons tegen onszelf zeggen: “God is louter Liefde, en dus ben ik dat ook” (Wp1.171-180).

Door de werkboeklessen toe te passen in mijn leven (d.w.z., vergevingslessen) kan ik de weerspiegeling van Gods Wet van Liefde in mijn aardse leven ervaren. Dit versterkt mijn overtuiging dat ik inderdaad niet een lichaam ben, maar puur geest: “Hij zal tot je spreken en je eraan herinneren dat jij geest bent, één met Hem en God, met je broeders en je Zelf. Luister naar Zijn verzekering, elke keer dat jij de woorden spreekt die Hij je vandaag geeft, en laat Hem je denkgeest vertellen dat ze waar zijn.” (Wd1.97.8:2). Dus juist door het ervaren van de weerspiegeling van Gods Liefde (door onze eigen vergeving), kunnen we les 283 aanvaarden die stelt: “Mijn ware Identiteit woont in U”. Jezus begint deze les wederom met een gebed: “Vader, ik heb een beeld van mezelf gemaakt [d.w.z., een afgescheiden lichaam] en dat noem ik de Zoon van God. Toch is de schepping zoals ze altijd is geweest, want Uw schepping is onveranderlijk. Laat me geen afgoden aanbidden. Ik [als geest] ben degene van wie mijn Vader houdt.” (Wp2.283:1). Met “afgoden” bedoelt Jezus zo ongeveer alles in tijd en ruimte waar we nog aan hechten, vooral het lichaam; en de “ik” van wie mijn Vader houdt is de Zoon van God – als geest, die we in onze droomwereld van tijd en ruimte als afgescheiden wezens ervaren, terwijl die feitelijk in geest allemaal als één verbonden zijn.

Werkboekles 96 vertelt ons: “Als jij geest bent, kan het lichaam voor jouw werkelijkheid geen enkele betekenis hebben.” (Wd1.96.3:7). De bereidheid om dat geleidelijk aan te aanvaarden is randvoorwaardelijk om les 284 toe te kunnen passen: “Ik kan kiezen alle gedachten die pijn doen te veranderen.” Of, nogmaals werkboekles 34: “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.” Dit lijkt bepaald niet altijd het geval in een wereld waar we ziekte, hongersnood, armoede, oorlog en sterven overal om ons heen zien. Jezus merkt op dat we om dergelijke waarnemingen kunnen lachen (Wd1.187.6:4), niet uit leedvermaak, maar omdat dit alles slechts de dwaasheid weerspiegelt die we hebben bedacht om te ‘bewijzen’ dat de afscheiding van God (perfectie) daadwerkelijk is gelukt. Ik kan kiezen alle gedachten die pijn doen te veranderen omdat “Alles een les is die God mij graag ziet leren.” (Wd1.193). Als ik ervoor kies een ‘gelukkige leerling’ te zijn in de lesruimte van de liefde die de Heilige Geest mij biedt, dan zou ik inderdaad vrede in plaats van wreedheid kunnen zien.

Jezus weet natuurlijk best dat niemand deze schakelaar in de denkgeest in één keer omzet (hoewel dit in theorie wel zou kunnen). Direct verlicht raken is uiterst zeldzaam! Daarom troost Jezus ons in les 284 met de volgende woorden: “Dit is de waarheid, die eerst alleen wordt uitgesproken en dan veelvuldig herhaald [veel-veel-veelvuldig, zoals Ken Wapnick opmerkte], om vervolgens – onder veel voorbehoud – maar gedeeltelijk als waar te worden aanvaard. Om daarna steeds serieuzer te worden overwogen en uiteindelijk als de waarheid aangenomen.” (Wd2.284.1:5). Het mooie hieraan is dat zodra ik bereid ben de waarheid van deze vier lessen te aanvaarden, ik alles wat ik in mijn leven denk en ervaar als nuttige les kan zien in Jezus’ leerplan voor de terugkeer naar liefde. In het Handboek voor leraren merkt Jezus op dat “…het plan soms veranderingen zal vragen in wat uiterlijke omstandigheden lijken te zijn. Deze veranderingen zijn altijd behulpzaam.” (H.4.I.A.3). Vaak ervaren we dergelijke veranderingen helemaal niet als behulpzaam, maar als gelukkige leerling kan ik er voor kiezen mijn interpretatie te veranderen.

Welke reden heb ik dan nog om mij angstig, boos of depressief te voelen, wanneer ik mij realiseer dat (a) “Niets mij pijn kan doen behalve mijn gedachten”, (b) “Ik vandaag niet bang hoef te zijn voor Liefde”, want “Mijn ware Identiteit woont in God”; en daarom “Kan ik kiezen alle gedachten die pijn doen te veranderen.”? Telkens als je geneigd bent iets te veroordelen, doe dan snel een stapje terug en vraag jezelf: “Wie vergezelt mij?” Jezus raadt ons aan om onszelf deze vraag “duizend keer per dag” te stellen (Wd1.156.8). Telkens wanneer je innerlijke vrede mist, is dat een teken dat het ego je vergezelt, en dat je Jezus de deur uit hebt geduwd. Het je herinneren van deze vier lestitels kunnen je helpen om sneller van gedachten te veranderen en Jezus’ liefdevol uitgereikte hand wederom te nemen. Wees vandaag niet bang voor liefde! Aangezien jij en ik en iedereen in essentie dezelfde pure geest zijn, kunnen we inderdaad alleen onze eigen gedachten ons pijn bezorgen.

— Jan-Willem van Aalst, juni 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/06/17/a-recipe-for-inner-peace/)