Vaarwel titanische God

Wat associeer jij met het woord “God”? Aangezien onze hersenen in beelden denken, is het haast onvermijdelijk één of ander beeld voor je te zien. En meestal heeft dat beeld iets menselijks. Duizenden jaren lang is God afgebeeld als een soort gigantische, almachtige koning die alles wat in het universum gebeurt gadeslaat en beoordeelt. De Franse filosoof Voltaire merkte ooit op: “God schiep de mens naar zijn evenbeeld, en de mens bedankte God door hetzelfde met Hem te doen.” Zelfs als je niet over God in termen van iets menselijks denkt, zie je nog steeds een beeld, bijvoorbeeld een bol van licht. In Een cursus in wonderen vertelt Jezus ons dat wij “niet eens aan God kunnen denken zonder een lichaam, of in een of andere vorm die we denken te herkennen” (T18.VIII.1:7).

Deze drang om iets buiten ons te willen visualiseren is juist het probleem, zou Jezus zeggen. Door een beeld te willen maken van God, proberen we Hem naar de volstrekt denkbeeldige wereld van tijd en ruimte om ons heen te brengen. Dat is niet de weg om God te bereiken. De metafysische grondslag van Een cursus in wonderen is dat nondualiteit (“niet-twee”) de enige werkelijkheid is. Alles wat wij in tijd en ruimte menen waar te nemen is een illusie. Het is de illusie van de slapende Zoon van God  met als doel om te kunnen schuilen voor een ingebeelde wraakzuchtige Schepper, die ons wil straffen omdat wij Hem hebben verlaten (de oerzonde). Zeker, ook in Een cursus in wonderen wordt God vaak beschreven als een Iemand die “eenzaam is zonder Zijn kinderen” (T2.III.5:11), die ons de Heilige Geest stuurt om ons terug naar Huis te leiden (T5.II.2:5), en die zelfs traanbuizen heeft omdat hij kennelijk “weent over het offer van zijn kinderen” (T5.VII.4:5).

Maar zoals Kenneth Wapnick herhaaldelijk toelichtte, moet je dit zien in de context van de pedagogische wijsheid van Jezus, die zijn studenten aanspreekt op het niveau waar zij denken te zijn, dat wil zeggen: in een wereld van tijd en ruimte. Om ons te motiveren moet Jezus de taal gebruiken die wij nu kunnen begrijpen en waarderen. Naarmate we vorderen met de Cursus, zullen we steeds beter beseffen wat werkelijk waar is: “Een wonder, wil het zijn maximale effect sorteren, moet worden uitgedrukt in een taal die de ontvanger zonder angst kan verstaan. Dit betekent niet noodzakelijkerwijs dat dit het hoogste niveau van communicatie is waartoe hij in staat is. Het betekent echter wel dat dit het hoogste niveau van communicatie is waartoe hij nu in staat is.” (T2.IV.5:3). En dus gebruikt Jezus symbolen en metaforen die wij met ons huidige niveau van denken kunnen bevatten. Het zou echter een vergissing zijn om die symbolen als de letterlijke waarheid te zien, louter omdat ons dat de afgelopen tweeduizend jaar zo is verteld.

Dus wat is God eigenlijk, en waarom zouden we een wraakzuchtig beeld van onze Schepper maken terwijl we zijn Liefde zo graag willen? Om in te gaan op de eerste vraag: in Een cursus in wonderen worden we uitgenodigd om een volstrekt ander beeld van ons zelf te aanvaarden. Samengevat is deze boodschap: “God is louter Liefde, en dus ben ik dat ook” (Wd1.171-180). In hoofdstuk 28 lezen we: “Deze wereld was lang geleden al voorbij. De gedachten die haar hebben gemaakt, zijn niet meer in de denkgeest die ze gedacht heeft en een tijdje liefhad.” (T28.I.1:6). Hoewel onze hersenen niet in staat zijn zich iets zonder vorm of concept in te beelden, is dat wel precies wat Jezus bedoelt: jij en ik zijn een holografisch deel van dezelfde pure geest die eeuwig en onveranderlijk in God huist. God is letterlijk liefde, en uitsluitend liefde. De wereld waarin jij en ik betekenisvolle activiteiten proberen te vinden zoals het redden van het klimaat is slechts een na-ijlend beeld (Ken Wapnick zegt “afterimage”) van de tijd-ruimte droom die feitelijk al voorbij is. Zodra wij onze ware Identiteit als geest van pure Liefde omarmen, zal deze hele droomwereld van tijd en ruimte simpelweg verdwijnen in de eeuwigheid, zonder een spoor achter te laten, omdat ze nooit in werkelijkheid heeft bestaan.

Intellectueel kunnen we zo’n redenatie misschien tot op zekere hoogte volgen, zeker als je je verdiept in spiritualiteit of kwantumfysica. Tegelijkertijd is dat onze ergste angst: als individu volledig te verdwijnen. “Je meent in Gods Tegenwoordigheid hulpeloos te zijn, en jij wilt jezelf van Zijn Liefde verlossen omdat je denkt dat die jou tot niets vermalen zou. Je bent bang dat ze jou van jezelf weg zou vagen en jou nietig zou maken, omdat je gelooft dat grootheid in verzet besloten ligt, en aanval allure heeft. Jij denkt dat je een wereld hebt gemaakt die God zou willen vernietigen, en dat je door Hem lief te hebben, wat je doet, die wereld weg zou werpen, wat je ook zou doen. […] En juist dit jaagt jou angst aan.” (T13.III.4) Ik weet dat ik deze alinea vaak citeer, en ik denk dat die niet vaak genoeg herhaald kan worden. Dit is precies het besef dat het ego koortsachtig probeert te verbergen voor de denkgeest, want dit luidt het einde van het ego zelf in, waar we ons nog zo innig mee identificeren.

Het ego-deel van onze denkgeest schreeuwt natuurlijk dat een staat van pure geest buiten tijd en ruimte belachelijk is. En we zouden nooit de sluwe hatelijkheid van het ego moeten onderschatten. Het ego redeneert ongeveer als volgt: “Is het niet simpelweg dom om voortdurend de pijn te blijven ontkennen die je buiten jezelf en in jezelf bemerkt? Je kunt naïef verzwelgen in lieflijke scènes van gelukzaligheid, maar uiteindelijk takel je af — net alles alles om je heen — en zul je sterven. Maar vóórdat dat gebeurt zul je veel eenzaamheid ervaren, en twijfels, zorgen en angsten, hoezeer je ook probeert je hoofd in het zand te stoppen. En die ‘God’ van je gaat je hier niet helpen. Hij zal over je oordelen zodra je sterft, maar verwacht beslist geen verlossing van hem. Ha!” En inderdaad, zolang wij ons nog als ons lichaam zien, lijkt deze beschrijving van het leven aardig te kloppen. Pas als we de innerlijke vrede van onze uitingen van liefde bewust ervaren (d.w.z, ‘wonderen’), zullen we steeds iets meer gaan beseffen dat wij niet een lichaam zijn. Jij en ik zijn één geest. “God is louter liefde, en dus ben ik dat ook.”

Probeer de last van alle kleine zorgen in je leven steeds wat meer achter je te laten. Het maakt niet uit als je autorit vertraging oploopt door file. Het maakt niet uit dat mensen je oneerlijk lijken te behandelen. Het maakt niet uit als de beurs instort. Het maakt niet uit als je partner je verlaat. Het maakt niet uit dat je lichaam aftakelt en sterft. Waarschijnlijk hebben jij en ik al honderden, misschien wel duizenden levens (‘incarnaties’) hier meegemaakt met dergelijke ervaringen. Voor je verlossing maakt dit allemaal niet uit. Wat uitmaakt is vergeving – van je broeder, en dus uiteindelijk van jezelf, omdat alles om je heen feitelijk slechts een projectie is van iets dat we in onszelf hebben onderdrukt. Besef dat je jezelf waarneemt in deze wereld, maar dat je niet van deze wereld bent. Leer te vergeven waar je voorheen steeds veroordeelde. Word een gelukkige leerling van de Heilige Geest, en je zult de weerspiegeling van Gods Liefde in deze wereld ervaren. “De leraren van God hebben vertrouwen in de wereld, omdat ze hebben geleerd dat die niet wordt geregeerd door wetten die de wereld heeft ontworpen. Ze wordt geregeerd door een kracht die in hen maar niet van hen is.” (H4.I.1:4). Dit is de kracht van Liefde ( = God = nondualiteit), ons werkelijke Thuis, hoewel wij dit besef uit ons bewustzijn hebben verbannen.

Aanvaard de hulp van de Heilige Geest om je volledig gewaar te worden van dit armetierige surrogaat voor Liefde, en sta Hem toe je denkgeest te laten veranderen voor jouzelf. Liefde ( = God) zal zich melden in je denkgeest. Aan het einde van deze reis van ontwaken verzekert Jezus ons dat wij “Samen zullen verdwijnen in de Tegenwoordigheid achter de sluier, om niet verloren te zijn maar gevonden; om niet gezien te worden maar gekend.” (T19.IV-D.19:1). Neem vooral je tijd voor dit leerproces. Geduld is een belangrijke eigenschap van een leraar van God. In les 184 lezen we: “Het zou inderdaad vreemd zijn als jou gevraagd werd aan alle symbolen van de wereld voorbij te gaan en ze voor altijd te vergeten, en jou toch werd gevraagd een onderwijzende functie op je te nemen. Het is voor jou nodig de symbolen van de wereld een tijdje te gebruiken. Maar laat je er niet tevens door misleiden. Ze staan helemaal nergens voor, en tijdens je oefeningen is het deze gedachte die jou ervan zal bevrijden. Ze worden slechts middelen waardoor je kunt communiceren op een manier die de wereld begrijpen kan, maar waarvan jij inziet dat het niet de eenheid is waar ware communicatie kan worden gevonden.”

“Wat je dus nodig hebt, zijn elke dag tussenpozen waarin het leren-in-de-wereld een voorbijgaande fase wordt, een gevangenis vanwaaruit je het zonlicht ingaat en de duisternis vergeet. Hier begrijp jij het Woord, de Naam die God jou gegeven heeft, de ene Identiteit die alle dingen gemeen hebben, de ene erkenning van wat waar is. En stap dan terug in de duisternis, niet omdat je meent dat die werkelijkheid is, maar alleen om de onwerkelijkheid ervan te verkondigen in termen die nog steeds betekenis hebben in de wereld die door duisternis wordt beheerst. Gebruik alle onbeduidende namen en symbolen die de wereld van de duisternis kenschetsen. Maar aanvaard ze niet als jouw werkelijkheid. De Heilige Geest gebruikt ze allemaal, maar Hij vergeet niet dat de schepping één Naam heeft, één betekenis en één enkele Bron, die alle dingen in Zichzelf verenigt. Gebruik alle namen die de wereld aan ze geeft slechts voor het gemak, maar vergeet niet dat ze met jou de Naam van God delen. God heeft geen naam. En toch wordt Zijn Naam de definitieve les dat alle dingen één zijn, en met deze les eindigt elke vorm van leren.” (Wd1.184.9:1-12:1).

— Jan-Willem van Aalst, juni 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/06/24/goodbye-gargantuan-god/)

Recept voor innerlijke vrede

Het valt veel lezers van Een cursus in wonderen de eerste leesrondes op dat elk hoofdstuk in het Tekstboek min of meer hetzelfde lijkt te zeggen. Naarmate je langer werkt met de Cursus, wordt het duidelijk dat Jezus inderdaad in elk hoofdstuk inhoudelijk steeds dezelfde boodschap heeft. Hij zegt het alleen telkens iets anders, en hij varieert met de thema’s zoals in een symfonie gebeurt. Herhaling is tenslotte de essentie van leren. Eén bijzonder lieflijke samenvatting van de boodschap van de Cursus zien we in lessen 281 tot en met 284. De titels van deze lessen gaan als volgt: (281) “Niets kan mij pijn doen behalve mijn gedachten”; (282) “Ik zal vandaag niet bang voor liefde zijn”; dit kan ik veilig doen, want (283) “Mijn ware Identiteit woont in U”, wat betekent (284) “Ik kan kiezen alle gedachten die pijn doen te veranderen.” Dit is een recept voor innerlijke vrede; een recept dat je altijd kunt toepassen, ongeacht de situatie of gebeurtenis. Hoe werken die vier stappen? Hoe leiden ze tot innerlijke vrede?

Hoewel de eerste les, “Niets kan mij pijn doen behalve mijn gedachten”, een kernprincipe is in veel spiritualiteiten, lijkt dit allerminst het geval te zijn zolang ik mezelf nog als lichaam ervaar in een bedreigende wereld. Want ja, ik kan zomaar levenslang in een rolstoel belanden als een auto mij schept. Daarom begint Jezus deze les met een gebed dat ons laat herinneren dat wij geen lichaam zijn: “Wanneer ik denk dat ik op enigerlei wijze ben gekwetst, komt dat doordat ik ben vergeten wie ik ben en dat ik ben zoals U mij hebt geschapen” (Wd2.281.1:2). Dit ‘kwetsuur’ kan fysiek of geestelijk zijn, inclusief scheldpartijen en aanvalsgedachten. Als iemand mij opzettelijk beledigt, dan is het aan mij, en uitsluitend aan mij, om te besluiten of die aanval wel of niet mijn humeur beïnvloedt. Denk hier ook weer eens aan werkboekles 34: “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.” Die uitspraak is waar omdat jij en ik puur geest zijn, nog steeds veilig Thuis in God. Alle pijn die ik ervaar, in mezelf of buiten mezelf, is uiteindelijk een projectie van mijn dwaze wens om los van God te zijn en te bewijzen dat dat is gelukt. Een groot deel van Een cursus in wonderen gaat over het leren inzien van dat principe, om ons vervolgens uit te nodigen de “betere manier” te kiezen, zoals Bill Thetford tegen Helen Schucman zei, wat het begin inluidde van het optekenen van de Cursus in 1965.

Door voor deze ‘betere manier’ te kiezen zullen we ons uiteindelijk realiseren dat de nondualistische Liefde van God niet betekent dat we zonder ego in het niets zullen verdwijnen; integendeel: zonder het ego zijn we in eeuwige vrede. Daarom spoort Jezus ons aan in les 282 om “Vandaag niet bang te zijn voor liefde”. In hoofdstuk 13 van het Tekstboek legt Jezus uit dat we misschien bang zijn voor pijn en de dood (hij symboliseert dat met de term ‘jezelf kruisigen’), maar die angst is niets vergeleken met onze angst voor Gods Liefde: “Je bent niet werkelijk bang voor de kruisiging. Je echte doodsangst betreft de verlossing.” (T13.III.1:10-11). Iets verderop verklaart Jezus waarom dat zo is: “Je meent in Gods Tegenwoordigheid hulpeloos te zijn, en jij wilt jezelf van Zijn Liefde verlossen omdat je denkt dat die jou tot niets vermalen zou. Je bent bang dat ze jou van jezelf weg zou vagen en jou nietig zou maken. […] Jij denkt dat je een wereld hebt gemaakt die God zou willen vernietigen, en dat je door Hem lief te hebben, wat je doet, die wereld weg zou werpen, wat je ook zou doen. […] En juist dit jaagt jou angst aan.” (T13.III.4:1-3;5). In Een cursus in wonderen ontmaskert Jezus deze ego-verdediging tegen Gods Liefde, en hij laat ons tegen onszelf zeggen: “God is louter Liefde, en dus ben ik dat ook” (Wp1.171-180).

Door de werkboeklessen toe te passen in mijn leven (d.w.z., vergevingslessen) kan ik de weerspiegeling van Gods Wet van Liefde in mijn aardse leven ervaren. Dit versterkt mijn overtuiging dat ik inderdaad niet een lichaam ben, maar puur geest: “Hij zal tot je spreken en je eraan herinneren dat jij geest bent, één met Hem en God, met je broeders en je Zelf. Luister naar Zijn verzekering, elke keer dat jij de woorden spreekt die Hij je vandaag geeft, en laat Hem je denkgeest vertellen dat ze waar zijn.” (Wd1.97.8:2). Dus juist door het ervaren van de weerspiegeling van Gods Liefde (door onze eigen vergeving), kunnen we les 283 aanvaarden die stelt: “Mijn ware Identiteit woont in U”. Jezus begint deze les wederom met een gebed: “Vader, ik heb een beeld van mezelf gemaakt [d.w.z., een afgescheiden lichaam] en dat noem ik de Zoon van God. Toch is de schepping zoals ze altijd is geweest, want Uw schepping is onveranderlijk. Laat me geen afgoden aanbidden. Ik [als geest] ben degene van wie mijn Vader houdt.” (Wp2.283:1). Met “afgoden” bedoelt Jezus zo ongeveer alles in tijd en ruimte waar we nog aan hechten, vooral het lichaam; en de “ik” van wie mijn Vader houdt is de Zoon van God – als geest, die we in onze droomwereld van tijd en ruimte als afgescheiden wezens ervaren, terwijl die feitelijk in geest allemaal als één verbonden zijn.

Werkboekles 96 vertelt ons: “Als jij geest bent, kan het lichaam voor jouw werkelijkheid geen enkele betekenis hebben.” (Wd1.96.3:7). De bereidheid om dat geleidelijk aan te aanvaarden is randvoorwaardelijk om les 284 toe te kunnen passen: “Ik kan kiezen alle gedachten die pijn doen te veranderen.” Of, nogmaals werkboekles 34: “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien.” Dit lijkt bepaald niet altijd het geval in een wereld waar we ziekte, hongersnood, armoede, oorlog en sterven overal om ons heen zien. Jezus merkt op dat we om dergelijke waarnemingen kunnen lachen (Wd1.187.6:4), niet uit leedvermaak, maar omdat dit alles slechts de dwaasheid weerspiegelt die we hebben bedacht om te ‘bewijzen’ dat de afscheiding van God (perfectie) daadwerkelijk is gelukt. Ik kan kiezen alle gedachten die pijn doen te veranderen omdat “Alles een les is die God mij graag ziet leren.” (Wd1.193). Als ik ervoor kies een ‘gelukkige leerling’ te zijn in de lesruimte van de liefde die de Heilige Geest mij biedt, dan zou ik inderdaad vrede in plaats van wreedheid kunnen zien.

Jezus weet natuurlijk best dat niemand deze schakelaar in de denkgeest in één keer omzet (hoewel dit in theorie wel zou kunnen). Direct verlicht raken is uiterst zeldzaam! Daarom troost Jezus ons in les 284 met de volgende woorden: “Dit is de waarheid, die eerst alleen wordt uitgesproken en dan veelvuldig herhaald [veel-veel-veelvuldig, zoals Ken Wapnick opmerkte], om vervolgens – onder veel voorbehoud – maar gedeeltelijk als waar te worden aanvaard. Om daarna steeds serieuzer te worden overwogen en uiteindelijk als de waarheid aangenomen.” (Wd2.284.1:5). Het mooie hieraan is dat zodra ik bereid ben de waarheid van deze vier lessen te aanvaarden, ik alles wat ik in mijn leven denk en ervaar als nuttige les kan zien in Jezus’ leerplan voor de terugkeer naar liefde. In het Handboek voor leraren merkt Jezus op dat “…het plan soms veranderingen zal vragen in wat uiterlijke omstandigheden lijken te zijn. Deze veranderingen zijn altijd behulpzaam.” (H.4.I.A.3). Vaak ervaren we dergelijke veranderingen helemaal niet als behulpzaam, maar als gelukkige leerling kan ik er voor kiezen mijn interpretatie te veranderen.

Welke reden heb ik dan nog om mij angstig, boos of depressief te voelen, wanneer ik mij realiseer dat (a) “Niets mij pijn kan doen behalve mijn gedachten”, (b) “Ik vandaag niet bang hoef te zijn voor Liefde”, want “Mijn ware Identiteit woont in God”; en daarom “Kan ik kiezen alle gedachten die pijn doen te veranderen.”? Telkens als je geneigd bent iets te veroordelen, doe dan snel een stapje terug en vraag jezelf: “Wie vergezelt mij?” Jezus raadt ons aan om onszelf deze vraag “duizend keer per dag” te stellen (Wd1.156.8). Telkens wanneer je innerlijke vrede mist, is dat een teken dat het ego je vergezelt, en dat je Jezus de deur uit hebt geduwd. Het je herinneren van deze vier lestitels kunnen je helpen om sneller van gedachten te veranderen en Jezus’ liefdevol uitgereikte hand wederom te nemen. Wees vandaag niet bang voor liefde! Aangezien jij en ik en iedereen in essentie dezelfde pure geest zijn, kunnen we inderdaad alleen onze eigen gedachten ons pijn bezorgen.

— Jan-Willem van Aalst, juni 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/06/17/a-recipe-for-inner-peace/)