Het vreugdevolle Laatste Oordeel

In de Bijbel wordt het Laatste Oordeel gebracht als een angstwekkend gebeuren, waarin God de ‘goede’ zielen scheidt van de ‘slechte’. Zowat iedereen vreest dit concept, zelfs degenen die zichzelf niet als religieus beschouwen. Je kunt jezelf intellectueel wel vertellen dat er waarschijnlijk geen God is en dus geen Laatste Oordeel, maar diep van binnen zijn we allemaal onzeker over wat met ons gebeurt nadat we sterven, hoezeer we dat ook buiten het bewustzijn proberen te houden. In het denksysteem van het ego is angst voor een onvermijdelijke bestraffing nooit ver weg.

Hoe anders is dan het beeld van het Laatste Oordeel dat Jezus schetst in Een cursus in wonderen! Het Laatste Oordeel zal beslist plaatsvinden, maar alleen in die zin dat het letterlijk het laatste oordeel zal zijn… door de schijnbaar slapende Zoon van God zelf. Zoals Jezus al vrij vroeg in het Tekstboek zegt: “Het Laatste Oordeel wordt algemeen gezien als een handeling die door God voltrokken wordt. In werkelijkheid zal ze met mijn hulp door mijn broeders worden voltrokken. Het is een definitieve genezing […] Het Laatste Oordeel kan een proces van juiste waardebepaling worden genoemd. Het betekent eenvoudig dat eenieder uiteindelijk zal gaan begrijpen wat waarde heeft en wat niet.” (T2.VIII.3:1). Dit verwijst naar het onderscheid tussen dualiteit (d.w.z., tijd, ruimte, en waarneming) en nondualiteit (waarin uitsluitend God=Liefde bestaat). Het Laatste Oordeel verwelkomt de Wederkomst van de Zoon van God terug naar nondualiteit, wat het einde van het universum betekent: het einde van tijd en ruimte, en het einde van alle illusies van afscheiding. Het Laatste Oordeel betekent dat de Zoon van God beseft dat “[…] wat nooit waar was nu niet waar is, en dat nooit zal zijn. Het onmogelijke is niet gebeurd, en kan geen gevolgen hebben. En dat is alles.” (T31.1:1).

Het Laatste Oordeel door de Zoon van God is derhalve een verklaring van bevrijding van illusies. Het betekent dat we aanvaarden dat we ons hebben vergist in ons nietig, dwaas idee over onze wens om ons af te scheiden van onze Schepper, daarmee een universum van tijd en ruimte makend waarin we kunnen fantaseren over individuele macht. Het doet denken aan de volgende passage: “Wat als je inzag dat deze wereld een hallucinatie is? En wat als je werkelijk begreep dat jij haar hebt bedacht? Wat als je besefte dat degenen die erin lijken rond te lopen om te zondigen en te sterven, aan te vallen en te moorden en zichzelf te vernietigen, totaal onwerkelijk zijn? Zou je vertrouwen kunnen hebben in hetgeen je ziet, als je dit aanvaardde? En zou je het dan zien? Hallucinaties verdwijnen als ze worden gezien als wat ze zijn. Dit is de genezing en de remedie.” (T20.VIII.7:3). Het Laatste Oordeel betekent dat de Zoon van God inziet dat perceptie louter illusie is, en dat de aanname dat we gelukkiger kunnen zijn zonder God een pijnlijke vergissing is (hoewel geen zonde, want zonde is onmogelijk). Het Laatste Oordeel is ook het blije besef dat er iets veel, veel beters is, wat het erfgoed is van de Zoon: eeuwige vrede, Thuis in Zijn Schepper.

Een aandachtige studie van wat Een cursus in wonderen over het Laatste Oordeel zegt zou alle angst voor dat concept moeten doen verdwijnen. En toch, hoewel we het misschien intellectueel kunnen aanvaarden… zolang we nog geloven dat we van dag tot dag leven, werken en ademen in tijd en ruimte, zijn we er nog niet klaar voor om dat ook daadwerkelijk te manifesteren. Jezus weet dit heel goed, en stelt ons gerust: “[…] We zijn vooralsnog niet erop voorbereid [nondualiteit] met vreugde te verwelkomen. Zolang er nog één denkgeest bezeten blijft door kwade dromen, is het idee van een hel werkelijk. Het doel van Gods leraren is de denkgeest van hen die in slaap zijn te doen ontwaken, en daar de visie van Christus’ gelaat te zien om in de plaats te komen van wat zij dromen. Het idee van moord wordt vervangen door zegening. Het oordelen wordt afgelegd en aan Hem [d.w.z., de Heilige Geest] gegeven wiens functie oordelen is. En in Zijn Laatste Oordeel wordt de waarheid over de heilige Zoon van God hersteld. […] En allen die hij eerder heeft proberen te kruisigen, worden samen met hem opgewekt, aan zijn zijde, wanneer hij zich samen met hen voorbereidt op de ontmoeting met zijn God.” (H28.6).

De bovenstaande passage is overigens door veel Cursusstudenten begrepen als dat ze het Woord zouden moeten gaan verkondigen, om zoveel mogelijk zielen te bekeren tot de boodschap van de Cursus. Dit is wat Kenneth Wapnick betitelde als “de vergissing tot werkelijkheid maken“. Waarom? Omdat een dergelijke drang inhoudt dat je tijd en ruimte als heel echt beschouwt, en dat dingen alsnog slecht zouden kunnen aflopen als niemand iets onderneemt. Deze focus op het externe werkt niet, omdat het probleem intern is, dat wil zeggen, in de denkgeest. Deze goedbedoelende mensen zouden sectie 12 in het Handboek voor leraren nog eens kunnen lezen: die herinnert ons eraan dat het aantal leraren dat nodig is om de wereld te redden één is, namelijk: jezelf. Zoals Ken Wapnick uitlegt: “Het gaat er niet om het Woord de wereld in te brengen. Je aanvaardt het Woord in jezelf.” Uiteindelijk is er helemaal niemand daarbuiten. Wij zijn allen een integraal deel van de ene Zoon van God. Dus als jij, als dromende Zoon van God, je denkgeest transformeert naar een heilig ogenblik — buiten tijd en ruimte — dan volstaat dat. Verlossing is gekomen.

Hoewel jij en ik dat in theorie op elk moment zouden kunnen doen, ervaren we dit allemaal als een bijzonder traag leerproces. Dit komt vooral door de schijnbaar enorme omvang van de consequenties van deze keuze: want ja, zonder oordeel heeft de wereld geen oorzaak meer, en dus geen bestaansrecht. Of, preciezer gezegd: mijn lichaam en mijn individualiteit hebben geen oorzaak en geen bestaansrecht meer. Zoals Jezus toelicht: “Zonder oorzaak en nu zonder functie in de visie van Christus verglijdt [de wereld] eenvoudig in het niets. […] Lichamen zijn nu onbruikbaar en zullen dan ook oplossen in het niets, want de Zoon van God is onbegrensd. […]” (Wd2.10.2:3,6). Uh, dat betekent dat ik (als persoonlijkheid) zal oplossen in het niets. Denk daar eens een minuutje over na. Slik eens, en adem diep in. Ben ik er al klaar voor om, zonder aarzeling, te aanvaarden dat daarin mijn verlossing gelegen is? Als jij en ik heel eerlijk zijn, dan is het antwoord: “Nee!” Geen wonder dat we wat mildheid nodig hebben. Veroordeling voedt het doorgaan van de tijd, wat we nodig hebben zolang we ons als speciaal zelf willen blijven ervaren.

Een begrijpelijke maar verkeerde verdediging die we vaak kiezen is het afdoen van Jezus’ notie van het Laatste Oordeel als onhaalbaar: “Dus het Laatste Oordeel is wanneer de allerlaatste slapende Zoon van God aanvaardt dat alleen Eenheidsliefde waarde heeft? Wauw, dat gaat nog heeeel lang duren. Dit kunnen we net zo goed vergeten; laten we nog een glaasje wijn nemen.” We zouden echter de metafysica van de Cursus nooit te ver achter ons moeten laten. Voor onze hersenen lijkt de tijd lineair te verlopen, maar tijd is in werkelijkheid holografisch, wat betekent dat het geheel is vervat in elk deeltje, hoe klein ook. Alles in de tijd gebeurt nu. Elke liefdevolle gedachte vibreert nu in elke denkgeest in het universum. Er is slechts één leraar nodig om de wereld te redden, omdat er slechts één denkgeest is, omdat er slechts één Zoon is. Dat is waarom Jezus herhaaldelijk benadrukt dat we ons er niet op zouden moeten richten om te proberen de wereld te veranderen, aangezien de wereld slechts een gevolg is van de denkgeest. Het enige wat we hebben te ‘doen’ is naar binnen kijken naar de duisternis die we verkiezen feitelijk het oorspronkelijke ontologische oordeel dat we gelukkiger zullen zijn afgescheiden van God en dan het magere succes daarvan inzien, om vervolgens opnieuw te kiezen voor Liefde.

De keuze om niet meer te veroordelen lost dus het autoriteitsprobleem op, waarvan Jezus zegt dat dat in feite het enige probleem is dat we hebben (T11.In.2:3). Het opgeven van veroordeling betekent in blijdschap aanvaarden dat Jezus gelijk heeft, en dat wij ons hebben vergist – in alles. Niet dat we zondig zijn geweest, maar we hebben ons wel danig vergist (T10.V.6:1). Het opgeven van veroordeling betekent dat we bereid zijn een stapje terug te doen, om de denkgeest te laten leiden door Jezus / De Heilige Geest, in het vertrouwen dat alleen zij weten wat ons werkelijk gelukkig zal maken. Zoals Jezus concludeert in zijn werkboek essay 10 over het Laatste Oordeel: “Jij die geloofde dat het Laatste Oordeel van God de wereld samen met jou zou veroordelen tot de hel, aanvaard  […] Gods eindoordeel: ‘Jij bent nog altijd Mijn heilige Zoon, voor immer onschuldig, eeuwig liefdevol en eeuwig geliefd, even onbegrensd als jouw Schepper, totaal onveranderlijk en voor altijd zuiver. Ontwaak daarom en keer terug tot Mij. Ik ben jouw Vader en jij bent Mijn Zoon.’” (Wd2.10.3:1,5).

Het kan erg behulpzaam zijn om dat in het achterhoofd te houden zodra je jezelf van streek voelt, of angstig, of depressief. De volgende keer dat je merkt dat je je niet meer vredig voelt, om wat voor reden ook, probeer dan de film van je leven even te pauzeren. Observeer jezelf, en zeg zoiets als: “Ah, daar ga ik weer. Lekker veroordelen. Ik doe dat omdat het ego zo mijn speciale individuele zelf in stand houdt. Maar hoe belangrijk is dat eigenlijk? Maakt het werkelijk uit? Wat in de wereld is eigenlijk werkelijk belangrijk? Hoe ik de wereld zie weerspiegelt mijn eigen denkgeest, die ik kennelijk veroordeel. Hm, dat is geen vrede. En geen vrede betekent pijn ervaren. Ik wil geen pijn. Wat wil ik: gelijk of geluk? Koppig volhouden dat ik gelijk heb, heeft me nog nooit werkelijk gelukkig gemaakt. Hmm, ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien, door een stapje terug te doen en de Heilige Geest te vragen, via mijn intuïtie, wat ik het beste kan denken, zeggen of doen. Dat is niet zwak, dat is gewoon eerlijk. Waarom zou ik dat niet nu proberen?”

Dit is vaak een geweldig recept om de denkgeest snel terug te krijgen in de staat van innerlijke vrede. En als het je vandaag niet lukt om weer vredig te worden, dan kun je er in elk geval blij om zijn dat je je nu realiseert hoe de denkgeest werkt. Je kunt het dan morgen nog eens proberen. Uiteindelijk kan niemand hierin blijvend falen, aangezien het Laatste Oordeel van de Zoon van God al heeft plaatsgevonden: we kijken eenvoudigweg terug op een reis die al voorbij is gegaan (Wd1.158.4:5). Het ligt in onze macht om te besluiten hoe lang we er nog over willen doen om dat laatste moment opnieuw te bereiken. Zoals Jezus zegt: “Vrees het Laatste Oordeel niet, maar verwelkom het en wacht niet, want de tijd van het ego is ‘geleend’ van jouw eeuwigheid.” (T9.IV.9:2). En, heel puntig: “De bedoeling van tijd is enkel en alleen jou ‘de tijd te geven’ om tot dit [laatste] oordeel te komen.” (T2.VIII.5:8). Het ligt, nogmaals, in onze macht om de tijd te gebruiken voor elk doel dat we er aan willen geven. Een uitstekende reden om goedgemutst te zijn!

— Jan-Willem van Aalst, augustus 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/08/19/the-joyful-last-judgment/)

Van angst naar rede

Een cursus in wonderen definieert het ego als de gedachte dat ik blijvend geluk zou kunnen vinden als een speciaal individu, volstrekt los van de Eenheidsliefde (die we gewoonlijk ‘God’ noemen) die mij heeft geschapen. De metafysica van de Cursus stelt dat dit in werkelijkheid niet mogelijk is, omdat ‘Eenheid’ nu eenmaal betekent dat er niets anders is, maar mijn denkgeest heeft de vrijheid om een droom van tijd en ruimte in te beelden, waarin ik deze afgescheiden ego-staat lijk te ervaren. Deze hallucinatie-droom kan echter alleen in stand worden gehouden door voortdurend te ‘bewijzen’ dat deze daadwerkelijk verschilt van de Eenheidsliefde die we afwezen; en dus is niets hier blijvend; niets is ooit perfect.

Het ego voelt bovendien aan dat de Zoon (d.w.z., al het leven samen), die willens en wetens ervoor koos deze droomwereld in een imperfect universum te dromen, van gedachten zou kunnen veranderen en opnieuw voor Eenheidsliefde kiezen, wat de gehele droom van tijd en ruimte subiet zou beëindigen. Om dit te voorkómen, moet de denkgeest voortdurend gevoed worden met angst voor een ingebeelde wraakzuchtige God, die erop uit is ons te straffen omdat wij hem hebben afgewezen. Zolang we een lange lijst met beangstigende zaken hebben, zal de denkgeest geen gelegenheid nemen om eerlijk naar binnen te kijken, en daar de illusoire aard van de droomwereld van tijd en ruimte te doorzien. En dus lijkt er altijd iets te zijn om te vrezen in deze droomwereld. De vormen zijn oneindig: gemanipuleerd worden door hypocriete politici; een natuurramp; een burgeroorlog; een nieuw kwaadaardig virus.

Ongeacht de vorm van de dreiging, is de ego-boodschap altijd dezelfde: wees bang. Wees heel bang, want je leven kan op elk moment zomaar als een kaarsje uitgeblazen worden. En dit geloven alle schijnbaar afgescheiden zielen inderdaad, zoals we lezen in hoofdstuk 21 van de tekst: “De blinden raken aan hun wereld gewend door zich eraan aan te passen. Ze denken dat ze hun weg erin kennen. Ze hebben die geleerd, niet door vreugdevolle lessen, maar door de harde noodzaak van beperkingen die ze meenden niet te kunnen overwinnen. En doordat ze dit nog altijd geloven, zijn die lessen hun dierbaar en klampen zij zich eraan vast, omdat ze niet kunnen zien. Ze begrijpen niet dat die lessen hen blind houden. Dat geloven ze niet. En dus houden ze de wereld die ze hebben leren ‘zien’ in hun verbeelding vast, in de overtuiging dat hun keuze is: dit of niets. Ze haten de wereld die ze door pijn hebben leren kennen. En alles wat ze menen dat zich daarin bevindt, dient om hen eraan te herinneren dat ze incompleet zijn en bitterlijk misdeeld. En aldus bakenen zij hun leven en hun leefruimte af, en passen zich eraan aan zoals ze menen te moeten doen, bang om het weinige dat ze hebben te verliezen.” (T-21.I.4:1-5:1).

Zolang ik nog geloof dat ik een kwetsbaar lichaam ben, zal geen enkel redelijk argument in staat zijn mijn angst te verhelpen dat mijn leven ‘op elk moment als een kaarsje uitgeblazen kan worden’. Het maakt niet uit dat het sterftepercentage van het nieuwe virus nog steeds vergelijkbaar is met het sterftepercentage van andere griepvirussen waar we ons nauwelijks druk om maken. Het maakt niet uit dat economen zeggen dat de gevolgen van een ‘lock-down’ van de samenleving misschien wel veel erger zijn dan simpelweg het sterftepercentage te aanvaarden en door te gaan met handelen en leven. Het maakt niet uit als integrale gezondheidscoaches de formidabele kracht van ons immuunsysteem benadrukken. Angst houdt onze notie als uniek, speciaal afgescheiden individueel lichaam in stand, en dus kiest de denkgeest ervoor om bijna in paniek te blijven: “Zie je wel? Daar is het bewijs! Ik kan aangevallen en gedood worden door een virus; iets dat ik niet eens kan zien. De afscheiding van God heeft daadwerkelijk plaatsgevonden!”

Een cursus in wonderen berispt ons niet omdat we nog steeds spirituele beginners zijn, en Jezus vertelt ons nergens dat we alles wat we waarnemen koppig zouden moeten ontkennen. Het lichaam is niet slecht; het is neutraal, en als zodanig zouden we daar gewoon goed voor moeten zorgen. Al in hoofdstuk 2 van het Tekstboek zegt Jezus expliciet dat het gebruik van ‘magie’ (de Cursusterm voor alles wat stoffelijk is, medicijnen incluis) ten behoeve van het lichaam niet zondig is (T2.IV.4:4-10). Dus als je hoofdpijn hebt, neem dan vooral een aspirientje! In het licht van een virusdreiging is het altijd een goed idee om lifestyle medicine te beoefenen: eet voedzame voeding; zorg voor voldoende beweging; slaap goed, en raak minder snel in de stress. En dat laatste aspect is natuurlijk de sleutel. Ik ervaar alleen maar stress door bepaalde overtuigingen over wat mis zou kunnen gaan en hoe mij dat zou kunnen raken; dat is, hoe dat mijn lichaam zou kunnen raken. En het is ontegenzeggelijk waar dat het lichaam door vele zaken geraakt kan worden die buiten mijn invloedssfeer liggen.

Nogmaals, de enige uitweg uit deze misère en angst is het veranderen van je denkgeest over wat de wereld is en wat ik zelf ben. In het werkboek lezen we: “De wereld werd gemaakt als een aanval op God. Ze symboliseert angst. En wat is angst anders dan de afwezigheid van liefde? De wereld was aldus bedoeld als een plaats waar God niet binnen kon gaan en waar Zijn Zoon van Hem gescheiden kon zijn.” (Wd2.3.2:1-4). Werkboekles 97 stelt duidelijk: “Ik ben geest”. Zou een virus inderdaad mijn lichaam overwinnen omdat ik nog teveel angst heb, dan zal ik onvermijdelijk opnieuw reïncarneren in een lichaam, zo vaak als ik nodig heb om eindelijk de ‘les van liefde’ (Hoofdstuk 6) te leren dat Gods Zoon één is, niet in staat om een universum van tijd en ruimte tot werkelijkheid te maken.

Angst is altijd een slechte raadgever. De oplossing voor welke dreiging dan ook die op ons afkomt, zij het een manipulatieve manager, een overstroming, of een virus, is nooit om het angstniveau op te schroeven, maar altijd om angst te verminderen. Een cursus in wonderen helpt mij om mijn angst te verminderen door het verschil duidelijk te maken tussen wat waar is en wat niet waar is. Van angst naar rede. En als effectieve Cursusstudent preek ik niet naar mijn vrienden, familie en anderen dat ze zouden moeten stoppen met te geloven dat ze een lichaam zijn, en dat ze in werkelijkheid onkwetsbaar zijn. In tegendeel: effectieve Cursusstudenten ontmoeten anderen op het niveau waar zij zich bevinden. Zij keren dus eerst naar binnen en vragen de Heilige Geest wat te denken wat te zeggen. Hoogstwaarschijnlijk komt er iets in hen op wat die anderen kunnen begrijpen en waarderen. Bijvoorbeeld over het versterken van het immuunsysteem door voedzaam eten, voldoende beweging en een regelmatig slaapritme. Als het je lukt om volstrekt vriendelijk en liefdevol te blijven, kun je jezelf met recht een ‘Leraar van God’ noemen. Een fijne beoefening gewenst!

— Jan-Willem van Aalst, maart 2020 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2020/03/21/from-fear-to-reason/)

 

De motivatie voor verandering

In Een cursus in wonderen pleit Jezus er vaak voor om anderen niet te veroordelen. Enkele voorbeelden: “Als je wilt weten of je gebeden verhoord zijn, twijfel dan nooit aan een Zoon van God [d.w.z., een willekeurig mens]. Trek hem niet in twijfel en maak hem niet onzeker.” (T9.II.4:1); “Ik vertrouw mijn broeders [d.w.z, iedereen], zij zijn één met mij.” (WdI.181.6:5; WdI.rIV.201.1:1). Maar telkens als we het journaal zien blijkt dat toch moeilijker dan we dachten. Of we ons er nu bewust van zijn of niet, we hebben snel onze mening klaar over oneerlijke politici; over wéér een gruwelijke aanslag op onschuldige mensen door terroristen. Om dat niet meer te veroordelen lijkt een teken van zwakte, dat allerminst zal bijdragen aan een betere wereld. Dus wat bedoelt Jezus?

Jezus vraagt ons om vrede te leren door dat te onderwijzen. In de “Lessen van de liefde” (Hoofdstuk 6) bespreekt Jezus hoe de motivatie om iets te leren in het algemeen werkt. “[…] iedereen vereenzelvigt zichzelf met zijn denksysteem, en ieder denksysteem draait om wat jij denkt dat je bent. […] Alle goede leraren beseffen dat alleen een fundamentele verandering duurzaam zal zijn, maar ze beginnen niet op dat niveau. Het versterken van de motivatie om te veranderen is hun eerste en voornaamste doel. Het is bovendien hun laatste en definitieve. Het enige wat de leraar hoeft te doen om verandering te garanderen is in de leerling de motivatie om [de denkgeest] te veranderen verhogen.” (T6.V.B.1:9,10). Dus hoe motiveert Jezus zijn studenten, in het licht van alle ellende die we om ons heen ervaren?

De sleutel ligt in het antwoord op de fundamentele vraag: “Wat ben ik?” (W-dII.14). Zolang jij en ik nog steeds geloven dat wij een lichaam zijn waarmee wij een wereld ervaren, zullen onze gedachten zich onvermijdelijk richten op lichamen; of, algemener gezegd, op tijd, ruimte, en waarneming. Te geloven dat ik een lichaam ben, is een teken dat ik het ego-denksysteem van zonde, schuld en angst heb verkozen. Deze dynamiek lijkt inderdaad de wereld te beheersen. Het journaal schotelt ons voortdurend een uitermate beangstigende wereld voor, vol van mensen die schuldig zijn aan een heel scala aan zonden, en die eigenlijk voor de rechter zouden moeten worden gebracht. Kortom, zolang we nog mompelen: “Ik ben een lichaam, ik ben een lichaam”, zullen we de lessen van de liefde niet leren, omdat we niet gemotiveerd zijn om Jezus te geloven wanneer hij ons vraagt onze broeders niet meer te veroordelen.

Een aanzienlijk deel van Een cursus in wonderen richt zich er dan ook op om ons te doen realiseren dat het enige juiste antwoord op de vraag “Wat ben ik?” is dat jij en ik louter geest zijn; de ene Zoon van God, die in slaap leek te vallen en nu een droom lijkt te dromen over hoe het zou zijn om afgescheiden te zijn van God. Zie bijvoorbeeld werkboekles 139: “Er is geen conflict dat niet de ene, eenvoudige vraag behelst: ‘Wat ben ik?’ Maar wie anders zou deze vraag kunnen stellen dan iemand die geweigerd heeft zichzelf te herkennen? Alleen de weigering jezelf te accepteren kan de vraag oprecht doen lijken. Het enige wat door ieder levend wezen met zekerheid kan worden gekend, is wat het is. […] Jij bent jezelf. Daar bestaat geen twijfel over. En toch betwijfel je het. […] En juist voor deze ontkenning heb je Verzoening nodig. Je ontkenning heeft geen verandering gebracht in wat jij bent. Maar je hebt je denkgeest opgesplitst in wat de waarheid kent en wat die niet kent.” (WdI.139.4,5). De les van de Verzoening is: “Ik ben zoals God mij geschapen heeft“, dat wil zeggen: een uitbreiding van Liefde, als louter geest met als enige functie om diezelfde Liefde uit te breiden, zowel in de Hemel alsook op deze denkbeeldige aarde. In de wereld is niets blijvend, behalve oprechte liefde. Er is niemand die dit niet op de één of andere manier heeft ervaren, hoe onbestemd misschien ook.

De Heilige Geest is de Stem namens Liefde die in de denkgeest meekwam toen de Zoon van God in slaap leek te vallen in de ego-droom van tijd en ruimte. Jezus probeert ons te motiveren om steeds vaker te kiezen voor die Stem van de Heilige Geest. Deze stem zal nooit pleiten voor veroordeling. In les 151 lezen we: “Hij zal jou niet zeggen dat je broeder beoordeeld moet worden naar wat jouw ogen in hem zien, de mond van zijn lichaam tot jouw oren spreekt, of de aanraking van jouw vingers over hem vertelt. Hij schenkt geen aandacht aan zulke nietszeggende getuigen die slechts valse getuigenis afleggen over Gods Zoon. Hij merkt alleen op wat God liefheeft, en in het heilig licht van wat Hij ziet, vervliegen alle dromen van het ego over wat jij bent ten overstaan van de pracht die Hij aanschouwt. Laat Hem de Oordelaar zijn van wat jij bent, want Hij heeft zekerheid waarin geen plaats voor twijfel is, omdat ze berust op een Zekerheid zo groot dat twijfel voor Haar aangezicht alle betekenis verliest. Christus kan niet twijfelen aan Zichzelf. De Stem namens God kan Hem alleen maar eer betuigen en zich verheugen in Zijn volmaakte, eeuwigdurende zondeloosheid. Wie Hij geoordeeld heeft kan alleen maar lachen om schuld, en wil niet langer met het speelgoed van de zonde spelen; hij slaat geen acht op de getuigen van het lichaam ten overstaan van de verrukking om Christus’ heilige gelaat. En zo oordeelt Hij jou. Aanvaard Zijn Woord over wat jij bent, want Hij getuigt van de schoonheid van jouw schepping en van de Denkgeest wiens Gedachte jouw werkelijkheid schiep. Wat voor betekenis kan het lichaam hebben voor Hem die de heerlijkheid kent van de Vader en de Zoon? Wat voor fluisteringen van het ego kan Hij horen? Wat zou Hem ervan kunnen overtuigen dat jouw zonden werkelijkheid zijn? Laat Hem eveneens de Oordelaar zijn van alles wat er in deze wereld schijnbaar met jou gebeurt. Zijn lessen zullen maken dat jij de kloof tussen illusies en de waarheid overbruggen kunt.” (WdI.151.7-9).

De volgende keer dat we geneigd zijn om politici en terroristen te veroordelen (of onze echtgenoot, onze buur, onze familie, het maakt niet uit), zouden we ons kunnen realiseren dat we vorm beoordelen. Op dat moment heben we dus de vraag “Wat ben ik?” opnieuw verkeerd beantwoord met “Ik ben een lichaam”. In de wereld van vorm is het zinloos om te ontkennen dat er verschrikkelijke dingen gebeuren, die voor de rechter gebracht zouden moeten worden. Maar gezien vanuit inhoud, zijn onze waarnemingen altijd verkeerd, omdat ze voortkomen uit projectie van zaken in onze denkgeest die we nog weigeren onder ogen te zien. Om innerlijke vrede te vinden, zouden we ons moeten herinneren dat het enige juiste antwoord op de vraag: “Wat ben ik?” is dat jij en ik en iedereen om ons heen dezelfde ene onschuldige Zoon van God is. Zoals we lezen in hoofdstuk 9 over het corrigeren van vergissingen: “Hij is nog altijd juist, omdat hij een Zoon van God is. Zijn ego is altijd mis, wat het ook zegt of doet. Als jij op de fouten van je broeders ego wijst, moet je daar wel met het jouwe naar kijken, want de Heilige Geest neemt zijn vergissingen niet waar.” (T9.III.2).

De werkelijke motivatie voor verandering is het besef dat zolang ik anderen nog veroordeel om wat ik meen dat hun zonden zijn (en zo schuldgevoel versterk), ik mezelf in pijn hou, omdat ik slechts de illusie van mijn eigen waargenomen zonde projecteer. Ik zou daar ook in alle kalmte samen met Jezus (of de Heilige Geest) naar kunnen kijken, en mij realiseren dat er niets is gebeurd — “niet één noot in het lied van de Hemel werd gemist.” (T26.V.5:4). Sterker nog, de Heilige Geest kan van elke waargenomen ‘duisternis’ een les in vergeving maken. Dat is eigenlijk een geweldige leerschool. De volgende keer dat je een politicus domme dingen hoort zeggen, of wanneer je de verwoesting van terrorisme aanschouwt, vraag dan Jezus of de Heilige Geest om hulp bij het beantwoorden van de vraag: “Wat ben ik?”.

Dat wil niet zeggen dat criminelen niet voor de rechter zouden moeten worden gebracht. Maar dat is de illusoire droomwereld van vorm. Vanuit inhoud gezien zijn zij net zo goed een deel van de schijnbaar gespleten denkgeest van de Zoon van God als jij en ik. Alle mensen, inclusief politici, criminelen en terroristen zijn nog altijd holografische uitbreidingen van Gods Liefde, hoewel onze zintuigen dat zo niet waarnemen. Leer dat dergelijke pijnlijke waarneming niet nodig is, en dat we “in plaats hiervan vrede zouden kunnen zien” (WdI.34). “Wil je vrede, onderwijs vrede om vrede te leren” (T6.V.B). Zo motiveert Jezus ons om ons denken te veranderen: zoals ik over mijn broeder oordeel, zo oordeel ik over mezelf. Mensen om ons heen blijven veroordelen is de manier om pijn in onszelf te blijven voeden, en niemand wil in pijn blijven leven. En zo besluit Jezus: “Onderwijs louter liefde, want dat is wat jij bent.” (T6.I.13:1).

— Jan-Willem van Aalst, juli 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/07/15/the-motivation-for-change/)