Vals bewijs dat heel echt lijkt

Heb je wel eens een top-5 lijst gemaakt van je ergste angsten? Hoewel dit voor iedereen anders is, zien we de volgende angsten vaak hoog op de lijst staan: geconfronteerd worden met een terminale ziekte; verlies van inkomen; een natuurramp zoals een aardbeving of overstroming; verlaten worden door die speciale liefdespartner waar je je zo afhankelijk van voelt… niet voor niets is een oud-Hollands gezegde: “Een mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest, doch in zijn tijd nooit komen zal.” Bovendien bewijzen vele persoonlijke ontwikkeltrainingen dat we heus niet zo hulpeloos zijn als we soms denken. We kunnen veel doen om te voorkómen dat de zorgen en angsten in ons leven werkelijkheid worden.

Een cursus in wonderen bespreekt het thema ‘angst’ op diepere niveaus. Om te beginnen vertelt Jezus ons dat er slechts twee basisemoties zijn: angst en liefde (T13.V.I). Jezus doelt hier natuurlijk op inhoud. Er bestaan veel verschillende vormen van emotie, maar qua inhoud bestaan er maar twee, waarvan er maar één werkelijk is. Direct bij de inleiding van het Tekstboek vertelt Jezus ons: “Het tegendeel van liefde is angst, maar wat alomvattend is kent geen tegendeel.” (T-In.1:8). Aanvankelijk lijkt dat moeilijk te slikken. Onze angsten voelen tenslotte bijzonder echt! In hoofdstuk 13 van het Tekstboek verklaart Jezus verder: “Je hebt slechts twee emoties: een die jij gemaakt hebt [angst] en een die jou gegeven is [liefde]” (T13.V.10:1). In Een cursus in wonderen verwijst het werkwoord ‘maken’ vrijwel altijd naar illusies in de droomwereld van tijd en ruimte. Aangezien deze hele materiële wereld een verdediging van het ego tegen liefde is, bestaat ze volledig uit angst. Juist omdat angst zo echt voelt, helpt de Cursus ons onze angsten ongedaan te laten maken door ons denken te veranderen, onder leiding van de Heilige Geest, de Stem namens Liefde. Goed nieuws, maar intussen voelt de angst nog steeds heel echt aan… dus wat nu?

Om angst ongedaan te maken, moet ik eerst goed begrijpen waarom ik zo angstig ben, en waar die angst precies over gaat. Dit proces lijkt op het afpellen van de lagen van een ui. Naarmate ik de Cursus langer beoefen, ga ik inzien dat mijn angsten over een terminale ziekte, over verlies van inkomen, of verlaten worden, slechts schaduwen zijn van een veel diepere angst. Onder de oppervlakte van mijn bewustzijn blijkt een ware heksenketel met schuld te borrelen: schuldgevoel over mijn overtuiging dat ik mijn Schepper heb afgewezen en verlaten omdat ik zo graag een leven los van Hem wil. Het ego is letterlijk de gedachte van afscheiding van Eenheid. De ‘oerzonde’ van het afwijzen van ‘onvoorwaardelijke Liefde’ (een treffend synoniem voor ‘God’) moet wel leiden tot verschrikkelijke schuld — het is het meest vreselijke wat we ons kunnen voorstellen. Geen wonder dat deze schuld leidt tot angst voor vergelding door de wraakzuchtige Schepper, die volledig gerechtvaardigd is mij te straffen. Dat is een behoorlijk angstwekkende situatie waarin ik mezelf ervaar…!

De meesten van ons beseffen niet hoeveel tijd wij in ons leven besteden om bepaalde autoriteitsfiguren tevreden te houden, in de angstige hoop dat straf (pijn) ons bespaard blijft. Velen van ons lijden jarenlang volstrekt onnodig, puur om te ‘bewijzen’ dat zij medelijden verdienen en geen straf, omdat ze zichzelf al aan het straffen zijn. Daarnaast zijn we enorm vaardig in het vingerwijzen naar alle ‘kwaad’ buiten ons, wederom om te kunnen ‘bewijzen’ dat anderen zondig zijn en ik onschuldig. Ik ben overduidelijk slechts slachtoffer van krachten waar ik geen invloed op heb, dus anderen zouden gestraft moeten worden; ik heb recht op mijn plekje in de Hemel. Al deze voorbeelden illustreren slechts de dynamiek van projectie: ik voel me schuldig over het afwijzen van God, maar aangezien ik de schuld daarover te pijnlijk vind om onder ogen te zien, projecteer ik die weg uit mijn denkgeest, en zie ik alle zonde en afwijzing buiten mij (ook in God), waar ik vervolgens zo bang voor word. In vergelijking daarmee stellen mijn angsten over ziekte of geld helemaal niets voor.

Echter, zodra we denken dat we hier serieus mee aan het werken zijn, heeft Jezus een nieuwe verrassing voor ons in petto: deze geprojecteerde angst over de afscheiding is nog niets vergeleken met de angst die daaronder ligt. “Je zou zelfs zonder angst naar de donkerste hoeksteen van het ego kunnen kijken, als je niet geloofde dat je, zonder het ego, iets in jezelf zou vinden waar je nog banger voor bent. Je bent niet werkelijk bang voor de kruisiging. Je echte doodsangst betreft de verlossing.” (T13.III.1:9-11). Over deze uitspraak gaan op z’n minst de wenkbrauwen omhoog. Dit lijkt tenslotte volstrekt ridicuul. Dus ik zou er doodsbenauwd voor zijn om te horen dat mijn Schepper mij tot in de eeuwigheid liefheeft? Maar Jezus vervolgt: “Als je niet zou geloven dat je wrede wens om de Zoon van God te doden jou van de liefde zou verlossen, zou jij bereid zijn zelfs daarnaar te kijken. Want die wens heeft de afscheiding veroorzaakt, en jij hebt die beschermd omdat je niet wilt dat de afscheiding wordt geheeld.” (T13.III.2:4-5)

Ho, wacht even. Wat bedoelt Jezus met “Ik wil niet dat de afscheiding wordt geheeld”? Zijn niet al mijn inspanningen als een goede Cursusstudent er juist op gericht om de afscheiding ongedaan te maken, door ijverig mijn niet-vergevende gedachten gade te slaan, en vervolgens niet meer voor afscheiding te kiezen? Het antwoord: nee, niet zolang ik mijzelf en iedereen om me heen nog steeds zie als duidelijk onderscheidbare individuen. Hierom is het zo belangrijk om de nondualistische metafysica van Een cursus in wonderen enigszins te begrijpen. Het citaat hierboven betekent eigenlijk: “Je beschermt de afscheiding omdat je niet wilt dat jouw individualiteit eindigt.” Onze angst voor de verlossing is de angst voor Eenheid, oftewel een staat zonder individualiteit. Hoe spiritueel gevorderd ik ook inmiddels misschien ben, uiteindelijk beschouw ik mezelf nog steeds als een lichaam, los van al het andere leven. Zolang jij en ik er nog voor kiezen om over de tijd en de ruimte te dromen, betekent het concept “Een Eenheid als één verbonden” helemaal niets (T25.I.7). Ik geloof eerder dat ik in het niets zou verdwijnen als ik mijn individualiteit zou opgeven. Voor het ego is dat de hel, maar in waarheid is het de Hemel. Dus, nogmaals: wat nu?

De boodschap van Jezus’ leerplan is niet om het lichaam af te doen door zelfmoord te plegen. Zelf-aanval leidt immers alleen maar tot meer schuld, waarmee het ongedaan maken van tijd en ruimte alleen maar langer duurt (je zult nog een extra keer moeten reïncarneren alvorens je werkelijk de “betere weg” kiest). Als ik serieus ben over mijn doel om blijvende innerlijke vrede te ervaren, zal ik mijn denkgeest moeten trainen om de lagen van angst ongedaan te maken. Hiervoor moet ik de metafysische grondslag van nondualiteit aanvaarden. Ik hoef niet alle metafysische principes grondig te begrijpen (dat is vrijwel onmogelijk voor onze lineair geprogrammeerde hersenen), maar ik zou in elk geval de bereidwilligheid moeten tonen om te aanvaarden dat er iets veel beters is dan individualiteit. Twee citaten die daarbij misschien behulpzaam zijn: “Er moet vooral worden opgemerkt dat God slechts één Zoon heeft. Als al Zijn scheppingen Zijn Zonen zijn, moet elk een integraal deel van het gehele Zoonschap uitmaken. Het Zoonschap in zijn Eenheid overstijgt de som van zijn delen.” (T2.VII.6:1). En uit het werkboek: “Wij zijn de schepping, wij de Zonen van God.  We lijken elk apart te zijn en ons niet bewust van onze eeuwige eenheid met Hem. Maar achter al onze twijfels, voorbij al onze angsten is nog altijd zekerheid. Want liefde blijft bij al haar Gedachten, terwijl haar zekerheid de hunne is.  De Godsherinnering is in onze heilige denkgeest, die zijn eenheid en verbondenheid met zijn Schepper kent.” (WdII.4:1-5). Slechter nieuws dat dit kan het ego zich niet voorstellen.

Terwijl we Jezus’ leerplan doorlopen gaan we ons langzaam realiseren, zonder overspoeld te worden door schuld, hoe waar dergelijke uitspraken in feite zijn: “Jij hebt jouw hele krankzinnige geloofssysteem opgebouwd omdat je meent in Gods Tegenwoordigheid hulpeloos te zijn, en jij wilt jezelf van Zijn Liefde verlossen omdat je denkt dat die jou tot niets vermalen zou.  Je bent bang dat ze jou van jezelf weg zou vagen en jou nietig zou maken, omdat je gelooft dat grootheid in verzet besloten ligt, en aanval allure heeft. Jij denkt dat je een wereld hebt gemaakt die God zou willen vernietigen, en dat je door Hem lief te hebben, wat je doet, die wereld weg zou werpen, wat je ook zou doen. […] Waanzin kun je aanvaarden omdat jij die hebt gemaakt, maar liefde kun je niet aanvaarden, want die heb je niet gemaakt. Jij wilt liever een slaaf van de kruisiging zijn dan een verloste Zoon van God. […] Je bent meer bevreesd voor God dan voor het ego, en liefde kan niet binnengaan waar ze niet welkom is.” (T-13.III.4;5)

Juist omdat wij angst helemaal zelf hebben gemaakt, ligt het ook in onze macht om dit alles volledig ongedaan te maken, of beter: voor ons ongedaan te laten maken. Hoe? Je raadt het: vergeving, het centrale thema van Een cursus in wonderen. De sleutel heet vergeving – niet van wat ik denk dat anderen mij aandeden, maar van wat ze me niet hebben aangedaan, omdat alle kwaad buiten mij slechts een projectie is van mijn eigen niet-vergevende gedachten. Op dezelfde manier vergeef ik mijzelf (als denkgeest) voor wat ik niet heb gedaan, want de afscheiding heeft in werkelijkheid nooit plaatsgevonden, en tijd en ruimte zijn illusoir. In (T1.VI.5) lezen we: “Volmaakte liefde verdrijft angst. Als er angst bestaat, dan is er geen volmaakte liefde. Maar: Alleen volmaakte liefde bestaat. Als er angst is, brengt die een toestand teweeg die niet bestaat.

Het gaat er niet om dat we onze angstgevoelens ontkennen. Het gaat erom de werkboeklessen te oefenen om zo de denkgeest te trainen deze angstgevoelens anders te bezien. Jazeker kies ik er nog steeds voor om een droomwereld in tijd en ruimte te ervaren, maar ik kan dat vanuit juist-gericht denken doen, vanuit een houding van vergeving. Angst is eigenlijk niets meer dan ‘vals bewijs dat heel echt lijkt’. In de “Psychotherapie” aanvulling lezen we: “Niemand in deze wereld ontkomt aan angst, maar ieder kan de oorzaken daarvan opnieuw overdenken en die de juiste waarde leren verlenen. God heeft iedereen een Leraar gegeven, wiens wijsheid en hulp elke bijdrage die een aardse therapeut maar kan leveren, verre te boven gaan.” (P1.1:3). Door al mijn niet-vergevende gedachten zonder veroordeling te bezien en ze vervolgens vreugdevol aan Jezus (of de Heilige Geest) over te dragen, wordt de schuld die al deze angst voedt, eindelijk ongedaan gemaakt. En je zult merken dat zorgen over inkomen, ziekte, natuurrampen of persoonlijke afwijzing zachtjes naar de achtergrond verdwijnen, omdat het niet meer uitmaakt. Van belang is dat ik ervoor kan kiezen een gelukkige leerling van dit leerplan te zijn, wetend dat we in werkelijkheid toch al veilig Thuis zijn. De wereld van angst wordt een lesruimte in vergeving, waarin het ons gegeven is om wonderen hun werk te laten doen via jou en mij.

— Jan-Willem van Aalst, april 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/04/01/false-evidence-that-appears-real/)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s