In Godsnaam

De uitroep boven is meestal een schreeuw uit frustratie of woede over een bepaalde persoon. Het is bepaald geen subtiele poging iemand te overtuigen z’n gedrag te wijzigen. Gezien vanuit Een Cursus in Wonderen krijgt dit taalgebruik beslist een andere betekenis. Hoewel de meeste mensen aan ‘Jezus’ denken telkens als ze “Christus” lezen, in ECIW verwijst de term ‘Christus’ naar al het leven bij elkaar, jou en mij incluis, en zelfs de meest vreselijke moordenaar. Christus is de slapende Zoon van God, het gezamenlijke Zoonschap, voor eeuwig schuldeloos en voor eeuwig veilig. Jij en ik die onszelf als individuen ervaren, hallucineren slechts over fragmentatie en afscheiding in een droom van tijd en ruimte. Een Cursus in Wonderen is tot ons gekomen in dit psychologisch geavanceerde tijdperk, als een pleidooi vanuit Jezus om oprecht te kijken naar deze wereld van gedachten, die we onze eigen individuele persoonlijkheid noemen. Jezus nodigt ons uit om illusies te doorzien voor wat ze zijn, en over onvoorwaardelijke vergeving te leren als de enige functie in ons leven. Het is een leergang in gedachtetraining, met blijvende innerlijke vrede als diens onvermijdelijke uitkomst door het aanvaarden van de Verzoening..

In het denksysteem van Een Cursus in Wonderen is “In Godsnaam” gelijkwaardig met “voor je eigen goed”, wat betekent “voor blijvend geluk, je eigen net zo goed als dat van ieder ander”. Dit is Jezus’ oproep aan ons in ieder hoofdstuk van het tekstboek, en elke les in het werkboek, evenals het handboek voor leraren. Het kan nuttig zijn dit in gedachten te houden elke keer dat je een ander hoofdstuk of les leest waarin Jezus je niets minder dan een totale omkering van je gehele denksysteem vraagt, nog afgezien van het opgeven van zelfs je individualiteit! In les 133 lezen we dat we niets dat niet blijvend is waarde zouden moeten toekennen (W-pI.133.6), wat zo ongeveer alles insluit dat ons dagelijks bezig houdt. Veel ECIW lezers hebben het gevoel dat Jezus een te groot offer van ons verlangt. Wat we geloven, onze verlangens, plannen, en hartstochten lijken wenselijker te zijn dan een of ander vage belofte dat dit alles opgeven ons beter zal doen voelen. En dus lezen we een beetje over spiritualiteit zo nu en dan, maar blijven lekker op de automatische piloot leven. Tot de pijn te veel wordt. Uiteindelijk zul je het punt bereiken waar leegheid zo ondragelijk wordt dat je uitroept “Er moet een betere weg zijn!”. Door in Een Cursus in Wonderen te lezen, begin je enkele sleutelbegrippen te heroverwegen die je zo’n lange tijd aan het dromen gehouden hebben. Hier zijn er een paar:

Als Jezus ons oproept “in Godsnaam” (voor je eigen bestwil), begin dan het idee te overwegen dat je je leven niet op de autopiloot moet leven. Je hebt een koninkrijk te regeren, dat je denkgeest genoemd wordt (W-pI.236,1). Je bent volledig tot respons in staat. En dat betekent, dat je actief kunt kiezen hoe je in welke situatie dan ook wilt reageren. Elke keer dat je merkt uit balans te raken, kun je beseffen dat je “in deze situatie vrede zou kunnen zien in plaats van wat ik er nu in zie” (W-pI.-34.6). Waarna je nimmer meer totaal gedachteloos in je leven hoeft te zijn. Alles wat nodig is te doen, is beginnen te kijken naar je eigen oordelen en jezelf af te vragen “gaat dit me vrede bezorgen?” Zodra je dit vaker oefent zul je vaststellen dat de lijst van zaken die je vroeger in verwarring brachten, maar die je nu een glimlach bezorgen, steeds langer wordt. Wat een vreugde!

In Godsnaam (voor het geluk van allen, het jouwe incluis), word je bewust van de universele wet die zegt: “zoals je zaait, zo zal je oogsten”. Met oordeel en aanval reageren op een als zodanig ervaren aanslag zal uitlopen op meer oordeel en aanval, wat tienduizenden jaren menselijke geschiedenis duidelijk illustreren. Wil je liefde? Geef het! Hoe meer liefde je in je gedachten en daden investeert, des te meer liefde zal in je leven terugstromen. Toegegeven, meestal komt dat niet van de mensen of op ogenblikken waarvan je het verwacht, maar op een of andere manier of weg komt het tienvoudig naar je terug! Gezien vanuit ECIW is dit overduidelijk, omdat er niemand anders is: er is slechts één Zoon van God, en we delen ook nog eens hetzelfde ego. Je kan alleen aan jezelf geven (W-pI.108). En dat is de reden dat er slechts één nodig is om deze wereld te redden: jij.

In Godsnaam (voor je eigen en ieders geluk), denk nu na over welke soort gedachten je zou willen kiezen voor de rest van je dagen op deze planeet. Aan het eind van je aardse leven zullen je bezittingen en verworvenheden (of het ontbreken ervan) niet belangrijk zijn. Wat belangrijk zal zijn, is hoeveel liefde je jezelf toegestaan hebt tot uitdrukking te brengen. Hoe zou je herinnerd willen worden? Het moment om plannen te maken voor de volgende twintig jaar van je leven is nu, niet twintig jaar later. Om een Leraar van God te zijn, is het niet eens nodig in God te geloven, maar het vereist beslist dat je vergeving zonder uitzondering verkiest boven veroordeling. Kan dat een moeilijke keuze om te maken zijn, in Godsnaam?

Welnu…, in de praktijk: ja, het is drommels moeilijk elke waarde die je erop na houdt te heroverwegen en om je volledige goed geconditioneerde denksysteem om te keren. Dus, hoe doen we dat? Beslist niet door jezelf te bevechten (T-30.II.1). Eén praktisch antwoord is dermate simpel dat het velen van ons ontgaat. De sleutel is namelijk je te realiseren dat je niets hoeft te doen. Je hoeft alleen maar je bereidwilligheid te oefenen je denkgeest te laten veranderen voor jezelf. In les 132 lezen we (W-pI.132.15): “Rust dan alleen maar, alert, maar zonder inspanning, en laat in stilte je denken zo worden veranderd dat deze wereld wordt bevrijd, samen met jou. Je hoeft niet te merken dat er genezing optreedt bij vele broeders in verre delen van de wereld, alsook bij hen die jij dichtbij je ziet, wanneer jij deze gedachten uitzendt om deze wereld te zegenen.”

Stilheid doet het ego-denksysteem verstommen, daarbij plaats makend voor de Heilige Geest (je ware intuïtie) om gehoord te worden. Dit is de stem die jou gegarandeerd naar blijvende innerlijke vrede leidt. Neem zo nu en dan tijd om van je drukdoenerij afstand te nemen, om stil te zijn. Rust en stilte in praktijk brengen is een vaardigheid die velen van ons in deze hectische maatschappij vergeten zijn, maar feitelijk is het de meest waardevolle tijd die je ooit doorbrengt. Dus, in Godsnaam, blijf je ervaring met stilheid verdiepen – het is de sleutel om je denkgeest op zachtaardige wijze te transformeren, voor je eigen bestwil…

© Jan-Willem van Aalst, juli 2016 (vertaling: Robert J Visser)

Advertenties

Het spijt me dat ik besta

In een onlangs gehouden therapiesessie met familie-opstelling, waarin ik één van de representanten was, vatte de dame in kwestie dat wat ze in de kern over zichzelf voelde, samen als “Het spijt me dat ik besta”. Direct nadat ze dit zei, kon je letterlijk de pijn en de herkenning voelen die door de hele groep heen trok. Ze gaf weliswaar toe dat er ook nog een ander klein stemmetje was dat zei “Het is zo fijn dat ik besta”, maar die stem kon de depressieve kernovertuiging dat haar komst in deze wereld een zonde was, nooit helemaal uitwissen.

Als ze met Een Cursus in Wonderen vertrouwd geweest was, zou ze ogenblikkelijk geweten hebben wat er aan de hand was. Het raakt de kern van de existentiële schuld die wij allemaal ervaren over het feit dat we God, onze Schepper, klaarblijkelijk afgewezen hebben. Jij en ik projecteren deze schuld effectief naar buiten, op deze wereld, zodat we haar uit de gewaarwording kunnen wissen, en ons voor God kunnen verstoppen, én voor onze denkgeest. Op het ontologische moment waarin de Zoon van God het concept van afscheiding (‘het kleine dwaze idee’) overwoog, en hallucineerde dat het warempel gelukt was, overstroomde ondraaglijke schuld de denkgeest. Wij, de slapende Zoon van God, ontstaken naar ‘t schijnt de Oerknal, daarmee een droom van tijd en ruimte in gang zettend, om op die manier ons als het ware te kunnen verstoppen voor de vermeende wraakzuchtige vergelding door God, en daarmee alle andere opgesplitste delen blijvend te demonstreren dat voortdurende afscheiding in tijd en ruimte bewijst dat jij en ik bestaan.

De meeste goedbedoelende professionele psychotherapeuten zullen waarschijnlijk proberen het zelfbeeld van hun patiënten te verbeteren. Ze zullen hun patiënten uitnodigen hun eigenwaarde nogmaals te heroverwegen en hun bijzondere talenten te onderzoeken. Ze zullen pogen de denkgeest van hun patiënt te ‘herstellen’ door het tellen van hun speciale zegeningen in het leven, in plaats van op depressieve gedachten te blijven hangen. De patiënt ondersteunt dit maar al te graag, omdat zij/hij dringend een meer welwillend concept van zichzelf nodig heeft, zonder de vermeende identiteit van zichzelf te moeten opgeven. In Een Cursus in Wonderen legt Jezus uit, in het bijzonder in het pamflet “Psychotherapie”, dat dergelijke therapeuten de fout begaan te geloven dat zij de leiding hebben in het therapeutische proces en daarom verantwoordelijk zijn voor het eindresultaat. (P-2.VII.4:4). Dit gaat niet lukken, omdat de vergissingen van de patiënt nu de mislukkingen van de therapeut worden. Jezus merkt op dat de aardse psychotherapie methode weinig tot niets onderricht over de werkelijke principes van genezing – in tegendeel, ze onderwijst je hoe je genezing onmogelijk maakt. Waarom is dat zo?

Als iemand de noodzaak voelt een ander te genezen (of door die ander genezen te worden), trappen beiden steeds weer in de ego-val van afscheiding. Genezing gebeurt zodra òf de therapeut òf de patiënt in begint te zien dat het enige probleem ‘niet-vergeven’ is. Genezing is niets anders dan het onderkennen van gezamenlijke belangen, en het vergeven van alle gedachten die iets anders rondbazuinen. Genezing begint zodra tenminste één van hen onze gedeelde Identiteit als zuivere geest begint te onderkennen. Zoals Jezus zegt in (P-2.VII.1): “Wie is nu de therapeut, en wie de patiënt? Uiteindelijk is iedereen beide. Hij die genezing behoeft, dient anderen te genezen. Geneesheer, genees uzelf. Wie anders valt er te genezen? En wie anders heeft genezing nodig? Elke patiënt die bij een therapeut komt biedt hem de gelegenheid zichzelf te genezen. […] God heeft geen weet van afscheiding. Het enige wat Hij weet is dat Hij één Zoon heeft. Zijn kennis wordt weerspiegeld in de ideale patiënt-therapeutrelatie.”

Dus, wat moet een psychotherapeut nu dan doen? De patiënt alleen maar voorhouden dat “Welnu, als ik eerlijk ben, bestaan jij en ik eigenlijk helemaal niet, en liefde kan in deze wereld niet gevonden worden”, gaat geen grote hulp zijn, hoezeer het de waarheid ook mag zijn. In tegendeel; waarschijnlijk gaat het alleen maar het gevoel van depressie versterken in de patiënt, wellicht leidend naar gedachten over zelfdoding. Maar lees werkboekles 129, “Voorbij deze wereld is een wereld die ik verlang”. We zullen alleen dan gemotiveerd worden een betere keuze te maken als we een beter alternatief zien! Lessen als deze illustreren het belang de metafysische grondslag van Een Cursus in Wonderen tot op zekere hoogte te vatten. In deze les verwijst Jezus naar de werkelijke wereld, wat natuurlijk geen andere fysieke wereld betekent, maar slechts een verandering in de waarneming van onze wereld van tijd en ruimte waarin wij geloven als een individu te bestaan. Door de werkelijke wereld, of juist gericht denken te kiezen wordt het einde van alle andere illusies ingeluid, en daarmee van alle ziekte (P-2.VI.5).

Vanuit een juist denkende gemoedstoestand, ontstaan uit onvoorwaardelijke vergeving, neem ik mijzelf in de werkelijke wereld nog steeds waar als een individu, maar tevens vereend met al mijn broeders omdat dat de wil van God is, én de waarheid. Al mijn handelen in de tijd-illusie dient er alleen maar toe de behoefte aan meer tijd overbodig te maken. Nu het me gelukt is me te realiseren dat mijn wezen geen lichaam maar zuivere geest is, mag ik waarachtig dankbaar zijn me te realiseren dat ik überhaupt niet werkelijk besta, als een individu. Iedere verstoring weerspiegelt mijn angst dat ik niet één ben met mijn Schepper. Iedere keer dat ik erin slaag waarachtig te vergeven wat me van streek schijnt te maken, wordt me de vanzelfsprekendheid van gedeelde Identiteit nog duidelijker, precies als de ervaring van innerlijke vrede dat doet. En het is de ervaring die motivatie aanvuurt. Wij ervaren de weerschijn van de Hemel op momenten dat we oefenen stil te luisteren: “Wees stil en weet dat Ik God ben”(T-4.In.2).

Dus, hoe kan het therapeutische proces effectiever opgezet worden? De therapeut begint met naar zijn eigen zelfoordeel te kijken, en nodigt de patiënt uit hetzelfde te doen. Beiden worden uitgenodigd te leren kijken en te luisteren. Beiden kunnen zo leren in de ander waar te nemen wat zij bij zichzelf nog niet vergeven hebben (P-2.VI.6). Door het (zelf)oordeel los te laten, wordt de Heilige Geest binnen genodigd. Hij zal het therapeutische proces op de best mogelijke manier richting geven, zodra we ons toestaan Hem te horen. Een wonder is binnen getreden waar daarvoor oordeel en afscheiding heersten. En het zachtaardig vergeven van het kleine zelf maakte dit mogelijk.

© Jan-Willem van Aalst, juli 2016 (vertaling: Robert J Visser)

Je bent al ver gekomen, lieverd

Een Cursus in Wonderen is een trainingsprogramma voor jouw denkgeest met als doel jouw complete denksysteem om te keren. In hoofdstuk 24 van het tekstboek lezen we: “Om deze cursus te leren dien je bereid te zijn iedere waarde die jij er op na houdt in twijfel te trekken. Niet één kan er verborgen en in het duister gehouden worden, of het zal je leerproces in gevaar brengen.” (T-24.In.2). De motivatie ECIW te leren ligt besloten in het besef dat hier niets werkt. Niets blijft. Individualiteit, het idee dat we totaal gescheiden van onze Schepper kunnen bestaan, was een onnozele vergissing. Het verbaast dan ook niet dat het accepteren van Jezus’ boodschap in Een Cursus in Wonderen heel wat weerstand oproept, omdat we gevraagd worden toe te staan ons dierbare ego totaal ongedaan te laten maken. We worden gevraagd om oprecht naar die weerstand te kijken, zonder oordeel, en dan bereid te zijn “opnieuw te kiezen”. Het werkboek richt zich op het faciliteren van het proces om intellectueel begrip naar deugdelijke ervaring om te zetten. Vele, zo niet de meeste studenten ervaren op een zeker moment teleurstelling over hun klaarblijkelijk gebrek aan voortgang in het accepteren en toepassen van Jezus zijn boodschap. “Na al mijn ijverig studeren in de Cursus en het in praktijk brengen ervan, waarom ontgaat vrede me nog steeds?”, verzuchten we.

Meer dan eens echter herinnert Jezus ons eraan dat we werkelijk geen flauw idee hebben over onze vooruitgang in zijn lesprogramma. In het tekstboek lezen we (T-18.V.1.5): “… jij kunt het onderscheid niet maken tussen vooruitgang en achteruitgang. Sommige van je grootste vorderingen heb jij als mislukking aangemerkt, terwijl je sommige van je diepste inzinkingen als succes hebt bestempeld.” En ook in werkboek les 123 lezen we een soortgelijke herinnering, op een wat bemoedigender manier (W-pI.123.1): ”Laten we dankbaar zijn vandaag. We zijn op lichtere en makkelijker wegen terechtgekomen. Omkeren is het laatste waaraan we denken, en er is geen onverbiddelijke weerstand tegen de waarheid. Er rest nog enige weifeling, enkele geringe bezwaren en een lichte aarzeling, maar je kunt met recht dankbaar zijn voor wat je gewonnen hebt, want dat is veel meer dan jij beseft.” Dat is nu juist het punt hier. Enkel omdat we de hele tijd nog geen onwankelbare innerlijke vrede ervaren, betekent niet dat we überhaupt nog niet veel gedaan hebben in Jezus z’n leerproces. We neigen ertoe alleen te zien wat we nog niet bereikt hebben, in plaats van, veel beter, de blik te richten op wat we wel hebben bereikt.

Bedenk eens: 99 procent van alle mensen om je heen raken nog steeds van streek van de kleinste dingetjes zonder te weten waarom. Dat zou zelfs, als voorbeeld, alleen maar een afkeurende blik van wie dan ook kunnen zijn. In plaats van je rot te voelen door zo iets, besef je nu dat dit slechts een waarneming is, een interpretatie, die volgt uit een projectie van iets in jezelf dat je als onacceptabel beschouwt. Op z’n minst weet je nu dat mensen nooit van streek raken om de reden die ze denken. Natuurlijk raak je zelf gedurende de dag ook van streek om verschillende dingen, maar nu realiseer je je dat elke verstoring een opzettelijke keuze van het ego is om verschillen en afscheiding te beklemtonen. Je beseft nu dat je “vrede zou kunnen zien in plaats hiervan” (W-pI.34.). Terwijl de meeste mensen die je kent nog steeds “onzeker rondlopen, eenzaam en in constante angst” (T-31.VIII.7:1) in een wereld vol roofdieren die erop uit zijn jou te pakken te krijgen, zal jij je nimmer meer als een hulpeloos slachtoffer voelen in je leven. Je hebt de macht van onvoorwaardelijke vergeving ervaren. Je hebt de ervaring van ware kalmte geproefd, een zekerheid dat we allemaal de geliefde Zoon van God zijn. Je beseft dat alle resterende perikelen in je leven slechts lessen zijn die jij nog gemist hebt te leren, en die je opnieuw voorgeschoteld krijgt door de Heilige Geest, opdat je een betere keuze kunt maken.

Dus, in plaats van te blijven rondhangen bij je schijnbare gebrek aan voortgang, besteed wat tijd blij en dankbaar te zijn voor je vooruitgang tot nu toe, door je bereidheid Jezus zijn boodschap te horen. In diezelfde les 123 zegt Jezus: “Dank aan jou die gehoord hebt, want jij wordt de boodschapper die Zijn Stem met je meedraagt, en Die over heel deze wereld laat weerklinken. […] Hij zal jouw gaven zegenen door die met jou te delen. En zo nemen we ze toe in macht en in kracht, tot ze deze wereld vullen met blijdschap en met dankbaarheid.”(W-pI.123.6). Je hebt geen idee van het effect dat jouw oefenen kan hebben op mensen waar je mee werkt en mee leeft. Iedere keer dat jij er in slaagt vergeving te beoefenen, herinner jij iemand anders aan de mogelijkheid om net zo’n betere keuze te maken. Iedere keer dat je vergeeft nodig je iemand anders uit de juiste manier van denken te kiezen. Je hoeft niemand daar buiten te overtuigen noch te bekeren (want in waarheid is er niemand daar buiten; we zijn allen projecties van dezelfde ego-denkgeest).

Je hoeft waarachtig niets te doen om Jezus zijn leergang te leren. Blijf gewoon vast en zeker herinneren dat je één bent met God, veilig Thuis in de werkelijkheid. Blijf oprecht van boven het strijdtoneel kijken, naar al dat onjuiste denken dat je nog steeds schijnt te kiezen. Bij elke moeilijkheid, alle onrust, en elke verbijstering die je tegemoet treedt, roept Christus je, en zegt zachtjes, “Mijn broeder, kies opnieuw.” En in de wetenschap dat jij de Zoon van God bent die niet kan lijden, zul je een betere keuze maken. En wees niet terneergeslagen als je vreest dat je de top van de ladder naar de Verzoening niet in dit leven zult halen. Bedenk, tijd is sowieso een immense illusie. Hoeveel meer levens we nog nodig mochten hebben doet vanuit Jezus zijn standpunt gezien, niet ter zake. Zoals hij ons verzekert in les 124: “Je bent er misschien niet klaar voor om de winst vandaag in ontvangst te nemen. Toch zal die ergens eenmaal tot jou komen, en jij zult haar beslist herkennen wanneer ze met zekerheid in je denkgeest daagt.” (W-pI.124.9.2-3). In een persoonlijk aan Helen gerichte notitie, voegde hij toe: “Je zult geen moeite hebben het eindexamen te halen. Er tussen gemaakte opmerkingen moeten niet in de eindversie opgenomen worden.” (Een leven geen geluk, p.240). Dus, heb vertrouwen in je eigen voortgang, door de dagelijkse praktijk van zonder oordeel naar je ego kijken vol te houden, en heel voorzichtig de Heilige Geest zijn werk te laten doen, met behulp van onvoorwaardelijke vergeving.

Je bent echt al heel ver gekomen, schattebout!

© Jan-Willem van Aalst, juli 2016 (vertaling: Robert J Visser)