Wij maken de tijd

Eén van de dingen die aan Een cursus in wonderen als spiritueel leerplan zo moeilijk te begrijpen zijn, is zijn visie op de volstrekt illusoire aard van tijd, ruimte en waarneming. Het voelt gewoon niet logisch om te lezen dat iedereen met wie je praat, samenwoont en werkt volstrekt denkbeeldig zijn omdat tijd, ruimte en zintuigen illusoir zijn. Toen acteur Jim Carrey een aantal jaar geleden in een interview zei dat hij niet meer in afgescheiden persoonlijkheden gelooft, werd hij cynisch uitgelachen. Hij kreeg veel reacties in de trant van ‘iemand die niet meer gelooft wat zijn ogen zien, heeft overduidelijk zijn verstand verloren’, zoals op veel YouTube reactievideo’s te zien was.

Wij zijn er allemaal van overtuigd dat de tijd vanzelf verstrijkt, ongeacht wat wij denken, zeggen of doen; van onze eerste ademtocht tot onze laatste en daarna. Zolang wij onszelf ervaren in een lichaam, worden onze gedachten en handelingen geleid door wat wij in de tijd waarnemen. Zelfs als toegewijde studenten van Een cursus in wonderen twijfelen we er vaak aan of we in dit leven wel genoeg tijd hebben om van bereidheid naar meesterschap te gaan als het gaat om het aanvaarden van de Verzoening. Het is dan ook erg intrigerend om in hoofdstuk 7 van het Tekstboek te lezen: “Je denkt misschien dat dit [het totale vertrouwen dat ontstaat uit meesterschap] inhoudt dat er een enorme hoeveelheid tijd nodig is tussen gereedheid en meesterschap, maar laat me je eraan herinneren dat tijd en ruimte onder mijn beheer staan.” (T2.VII.7:9). Wat bedoelt Jezus?

Jezus bedoelt in elk geval niet dat hij onze handel en wandel van ergens hoog in de Hemel in de gaten houdt en ons eraan herinnert dat hij dat met een knip van z’n vingers kan beëindigen (als hij al vingers zou hebben). Dat zou volstrekt tegengesteld zijn aan zijn liefdesboodschap dat wij allemaal Christus zijn, hemzelf en jou en mij incluis. Jezus zegt daarover in het hoofdstuk ervoor: “Er is niets aan mij wat jij niet kunt bereiken. Ik heb niets wat niet van God afkomstig is. Het huidige verschil tussen ons is dat ik niets ánders heb.” (T1.II.4:10-12). Jezus onderwijst ons dat tijd, in tegenstelling tot wat wij geloven, niet lineair verloopt: tijd verloopt holografisch, wat betekent dat het geheel van de tijd vervat is in elk deel ervan, in elk geval qua inhoud. Jezus zegt het zo: “Elke dag, en iedere minuut van elke dag, en elk ogenblik dat iedere minuut bevat, herbeleef je slechts het ene ogenblik waarop de tijd van verschrikking de plaats van de liefde innam.” (T26.V.13:1). We vertellen Jezus dus voortdurend om op te rotten, zodat het ego ons een toekomst kan voorschotelen die op het verleden lijkt, waarmee het logisch lijkt dat de tijd lineair verloopt, beginnend met de Oerknal zo’n 14 miljard jaar geleden.

Aangezien Jezus stelt dat hij en jij en ik in essentie gelijkwaardige broeders zijn, die allemaal dezelfde juist-gerichte denkgeest van Christus bevatten, zegt hij daarmee impliciet dat wij ook de tijd zouden kunnen beheersen, hoe absurd dat ook mag klinken. Op sommige plekken is hij haar zelfs tamelijk expliciet over: “Elke keer dat je [vergeving] oefent, komt het bewustzijn daarvan op zijn minst een beetje dichterbij; menigmaal wordt duizend jaar of meer bespaard. De minuten die jij geeft, worden vele malen vermenigvuldigd, want het wonder bedient zich wel van tijd, maar is er niet aan onderhevig.” (WdI.97.3:2). En uit het Handboek voor leraren, over de “Leraren van God”, dat wil zeggen iedereen die ervoor kiest Jezus’ leerplan te volgen: “Hun functie is tijd te besparen. […] En ieder bespaart naar wereldse maatstaven gemeten wel duizend jaar tijd.” (H1.2:11,13).

Hoewel Jezus de uitdrukking “duizend jaar” natuurlijk vooral poëtisch en metaforisch bedoelt, vertelt hij ons twee belangrijke dingen. Ten eerste zouden we geen enkele stress moeten hebben over onze twijfel of we in dit leven wel voldoende snel Verlossing zouden kunnen bereiken. Hoewel Jezus in de Cursus geen duidelijk standpunt inneemt over reïncarnatie, impliceert hij op meerdere plekken dat jij en ik hier niet voor het eerst zijn, en dat er nog vele levens zullen volgen. In Een leven geen geluk (Absence from felicity) lezen we zelfs over de scene dat Helen in de buurt van haar eigen graf kwam van zo’n 2000 jaar geleden (lees dat boek!). Zodra ze de neiging voelt daar heen te gaan, krijgt ze overduidelijk van Jezus te horen: “Nee. Laat de doden de doden begraven.”

Ten tweede zegt Jezus duidelijk dat het volledig aan ons is om te bepalen wanneer wij de Verzoening willen aanvaarden. Telkens als het ons lukt om voor vergeving te kiezen, heft het wonder de noodzaak op voor meer tijd om te leren het ego ongedaan te maken, en dus om tijd en ruimte ongedaan te maken. Zoals Jezus zegt in hoofdstuk 4 van het Tekstboek: “De enige boodschap van de kruisiging is dat je het kruis overwinnen kunt. Tot dat moment staat het jou vrij jezelf te kruisigen zo vaak je maar wilt.” (T4.In.3:8-9). En uit de inleiding van het Tekstboek: “Vrije wil betekent niet dat jij het leerplan kunt vaststellen. Het betekent alleen dat je kunt kiezen wat je op een gegeven moment wilt doen.” (T-In.1:4). Het is daarom niet de vraag of wij zullen ontwaken uit tijd en ruimte (dat zullen we allemaal doen); het gaat erom wanneer wij ervoor kiezen te ontwaken. “In deze wereld is de enige resterende vrijheid de vrijheid van keuze: steeds tussen twee keuzen of twee stemmen.” (VvT-1.7:1).

Nu kunnen we beter begrijpen waarom Jezus ons eraan herinnert dat “tijd en ruimte onder mijn beheer staan.”. Jij en ik kunnen onze behoefte aan meer tijd transformeren (via vergeving) naar liefde, maar dat kunnen we niet zonder Jezus’ hulp: “Vertrouw niet op je goede voornemens. Die zijn niet genoeg.”  (T18.IV.2:1-2). Het opheffen van tijd vergt van ons dat wij toegeven dat wij, als afgescheiden ego, het over werkelijk alles bij het verkeerde eind hadden, inclusief ons kennelijke bestaan in de tijd, en dat Jezus gelijk heeft als hij zegt dat wij nu al veilig Thuis zijn in het Hart van God, zonder individuele persoonlijkheid. Nogmaals, zolang wij nog geloven dat wij ons lichaam zijn in de wereld die we waarnemen, bezorgt Jezus’ boodschap ons angstzweet en weigeren we die te aanvaarden. Totdat de pijn, ellende en alle mislukking ons teveel wordt en wij uitroepen dat er een betere manier moet zijn. Pas als wij de vredige gevolgen van ware vergeving ervaren, zijn we echt bezig met het oefenen van onze bereidwilligheid de Verzoening te aanvaarden. Jezus onderwijst ons in de Cursus dat telkens als het ons lukt om voor het wonder van vergeving te kiezen, wij de noodzaak voor meer tijd opheffen, soms wel duizend jaar: “Het doel van de tijd is jou de gelegenheid te geven te leren de tijd constructief te gebruiken. […] De tijd zal ophouden wanneer hij niet langer van nut is om het leerproces te vergemakkelijken.” (TI.1:15).

“Wat betekent honderd jaar voor Hen [het gelaat van Christus en de Godsherinnering], of duizend, of tienduizenden?” (T26.IX.4:1). Zodra ik waarlijk het pad van de vreugde van Christus kies, wordt tijd volstrekt irrelevant, behalve om de behoefte aan nog meer tijd op te heffen, met Jezus’ hulp. Probeer dagelijks met dat uiterst waardevolle inzicht te oefenen, in de meest triviale situaties. Als ik bijvoorbeeld bij de supermarkt merk dat de rij voor de kassa mij irriteert, zou ik me kunnen realiseren dat ik een waardevolle vergevingsles voorgeschoteld krijg. Tijd is van geen belang! Dus als student van Een cursus in wonderen, dat wil zeggen als een Leraar van God, hoef ik geen zorgen te hebben dat ik de top van de ladder van de Verzoening niet in dit leven zal bereiken. Jij en ik zijn hier al vaak geweest en we zullen hier nog terugkomen. Uiteindelijk zullen jij en ik de Verzoening aanvaarden. Het is slechts de mate van onze bereidheid om ons denken te laten leiden door Jezus en de Heilige Geest die bepaalt hoe lang we erover doen om tot die aanvaarding te komen. Vraag jezelf dus regelmatig: “Hoe lang wil ik nog in de hel van tijd leven? Zou ik vandaag niet liever kiezen voor de tijdloze hulp van Jezus (of de Heilige Geest)?”

— Jan-Willem van Aalst, september 2017 (vertaling van: https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/09/30/we-control-time/)

  • Nu beschikbaar bij uitgeverij Inner Peace Publications: Jan-Willems vertaling van Kenneth Wapnicks “De boodschap van Een cursus in wonderen“, deel I: “Allen zijn geroepen”, deel II: “Weinigen verkiezen te luisteren.” €39,95 boek; €19,95 e-book.

Leef zonder spijt

Vrijwel iedereen heeft wel eens mensen ontmoet die alleen nog maar cynisch lijken te kunnen zijn over zo’n beetje alles in de wereld. Veel van dergelijke ongelukkige mensen lijken behoorlijk verbitterd te zijn geworden over wat ze ooit van het leven hadden verwacht. Ze vinden dat ze oneerlijk zijn behandeld door een reeks externe factoren; hetzij door mensen, hetzij door het lot. Dat weerspiegelt natuurlijk hun onbewuste overtuiging dat ze oneerlijk zijn behandeld door God, die blijkbaar niet onder de indruk was van alles wat ze probeerden, laat staan van hun bestaan. Ze kijken met spijt terug op hun leven en zouden, terugblikkend, allerlei dingen anders hebben willen doen. Maar ja, gefaald is gefaald, en het verleden kan niet worden uitgewist. Toch?

Spijt lijkt te gaan over de hoop om meer geluk te vinden als de aanpak maar anders was geweest; maar eigenlijk komt dit er op neer dat ze zouden willen proberen een betere droomwereld te maken, wat vanuit Jezus’ perspectief in Een cursus in wonderen een hopeloze zaak is. Een klaagzang zoals “Als ik dit of dat nou maar anders had gedaan, dan zou mijn leven zoveel beter zijn…” is een ego-truc om de denkgeest gericht te houden op zoeken, zoeken en nooit vinden, waarmee het eigen bestaan wordt gegarandeerd. Dergelijk denken houdt de denkgeest weg van een eerlijke evaluatie van de hele situatie van de wereld en onze kennelijke rol daarin, om vervolgens weer voor de eeuwige Liefde van God te kiezen.

Als jij en ik eerlijk onze denkgeest zouden afspeuren op enig moment van de dag, dan zouden we ongetwijfeld ontdekken dat meer dan 90% van onze gedachten over de toekomst of het verleden gaan. Hoewel het in deze droomwereld waarin we nog steeds rotsvast menen te leven zeker nodig is om plannen voor de toekomst te maken op basis van wat we in het verleden hebben geleerd, zouden we ervoor kunnen kiezen steeds iets meer tijd in het nu door te brengen. We zouden een stapje terug kunnen doen en de Heilige Geest eerlijk om hulp vragen over wat te doen (en wat niet), waarheen te gaan (en waarheen niet), en wat we zouden moeten zeggen en denken (en wat niet). Werkelijk meer geluk in je leven ervaren vraagt van ons een gedisciplineerde focus op wondergericht denken, steeds iets vaker.

Wondergerichtheid is meer dan een vaak herhaalde affirmatie dat wij onze focus zouden moeten richten op (de Stem namens) Liefde in het huidige hier en nu, hoe waardevol die houding in zichzelf ook is. We zouden ons steeds beter moeten leren herinneren wie en wat wij zijn en wat deze wereld is. Een cursus in wonderen staat vol met inspirerende passages die hier licht op werpen, bijvoorbeeld: “Al je moeilijkheden komen voort uit het feit dat jij jezelf, jouw broeder en God niet herkent. […] De Bijbel zegt je jezelf te kennen, of zeker te zijn. Zekerheid komt altijd van God.” (T3.III.2:1;5:1-2). “Het wonder stelt vast dat je een droom droomt waarvan de inhoud niet waar is. Dit is een cruciale stap in het omgaan met illusies.” (T28.II.7:1-2). En uit het werkboek: “Een wonder is een correctie. Het schept niet, en het brengt in werkelijkheid allerminst verandering. Het slaat slechts verwoesting gade, en herinnert de denkgeest eraan dat wat die ziet onwaar is.” (Wd2.13:1-3). En, als laatste voorbeeld: “Wonderen […] staan in stralende stilte naast elke droom van pijn en lijden, van zonde en schuld. Ze zijn het alternatief voor de droom, de keuze om liever de dromer te zijn dan de actieve rol in het verzinnen van de droom te ontkennen.” (T28.II.12:1-3). Dit doet licht schijnen op wie en wat wij zijn en waar deze wereld over gaat. Pas met dat besef kunnen we waarlijk vergeving beoefenen.

In Een cursus in wonderen behandelt Jezus het wonder en vergeving als min of meer synoniem: “Vergeven is het genezen van de waarneming van afgescheidenheid. Een juiste waarneming van jouw broeder is noodzakelijk, omdat denkgeesten ervoor gekozen hebben zichzelf als afgescheiden te zien. […] Maar Gods wonderen zijn even totaal als Zijn Gedachten, omdat ze Zijn Gedachten zijn.” (T3.V.9:1-2,7). Met andere woorden, het wonder heelt onze interpretatie van onze waarneming dat alles fout loopt door zaken waar we geen invloed op hebben. Mensen zijn niet “tegen” ons; we zijn als één met elkaar verbonden, en hoe ik een ander zie is uiteindelijk hoe ik mezelf zie: “Een wonder is een daad van een Zoon van God die alle valse goden terzijde heeft gelegd, en zijn broeders oproept hetzelfde te doen. Het is een daad van vertrouwen, want het is de erkenning dat zijn broeder het kan.” (T10.IV.7:1-2).

Spijt getuigt dus van onjuist-gericht denken, en dient geen ander doel dan het bestendigen van de ego-focus op de toekomst en het verleden, en dat die hetzelfde zullen zijn: zoeken, zoeken, maar niet vinden. Toen Kenneth Wapnick ooit in één van zijn workshops werd gevraagd of hij iets heel anders zou doen als hij de kans zou krijgen, antwoordde hij: “Nee, ik zou niet het kleinste dingetje anders hebben gedaan, want alles wat ik deed droeg op een bepaalde manier bij aan waar ik nu ben in mijn leven.” Zodra je leert om “ontslag te nemen als je eigen leraar” (T12.V.8:3), in het besef dat je “slecht werd onderwezen” (T28.I.7:1), leer je dat onder leiding van de Heilige Geest alles in dit leven een nuttige les is; falen wordt zo feitelijk onmogelijk. Spijt dient dus geen enkel doel, anders dan het springlevend houden van het ego. Wonderen, aan de andere kant, “vallen als helende druppels regen uit de Hemel op een droge en stoffige wereld, waar hongerende en dorstende schepsels komen sterven. Nu hebben ze water. Nu is de wereld groen. En overal schieten er tekenen van leven op, die laten zien dat wat geboren is nooit dood kan gaan, want wat leven bezit, bezit onsterfelijkheid.” (Wd2.13:5).

Dus telkens als je merkt dat je teleurgesteld bent over wat dan ook in het verleden, realiseer je dan dat alle spijt uitsluitend duisternis in de denkgeest is. Het doel ervan is om Jezus en de Heilige Geest ver weg te houden, maar het dient jou niet. Duisternis vraagt om vergeving, niet om verzwelging in spijt. Kies snel voor een wonder in plaats van moord (T23.IV.6:5), en bedenk weer dat “nu de dichtst mogelijke benadering van de eeuwigheid is die deze wereld biedt” (T13.IV.7:5), niet het verleden. Als je je depressieve gevoelens van een afstandje kunt observeren, en zonder vooringenomenheid de Heilige Geest durft te vragen wat te doen, zal dat zonder twijfel leiden tot de vreugdige vrede die jij en ik en iedereen altijd zou willen hebben. Jij en ik hebben beslist alle reden om te leven zonder enige spijt, want alles wat ooit gebeurde droeg bij aan waar we nu staan, in het besef dat elke situatie ons de mogelijkheid biedt om weer voor juist-gericht denken te kiezen; om het leven steeds vaker in handen te geven van de Heilige Geest, of wat ik ware intuïtie noem. Vergeving beoefenen maakt het verleden ongedaan, donker plekje na donker plekje. Uiteindelijk zul je merken dat er niets meer overblijft om nog spijt over te voelen.

— Jan-Willem van Aalst, september 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/09/24/live-with-no-regrets/)