Blog

In gevangenschap geboren

Al rond 500 voor Christus publiceerde de Griekse filosoof Plato zijn Allegorie van de grot in zijn monumentale werk De Staat.  Een allegorie kan een handige vorm zijn om iemand zich gewaar te laten worden van een pijnlijk aspect in zijn leven dat werd ontkend en verdrongen juist omdat het onder ogen zien ervan te pijnlijk zou zijn. Voor Plato was zijn Allegorie van de grot niet alleen een manier om mensen eraan te herinneren dat zij onbewust kiezen voor een leven in verdoving (Plato zegt ‘onwetendheid’), terwijl echt geluk wordt bereikt door te kiezen voor kennis van ‘het Goede’; deze allegorie was voor Plato ook een uitlaatklep voor zijn diepe frustratie over de moord op zijn leraar Socrates, die om het leven was gebracht juist omdat hij diezelfde ongemakkelijke boodschap over het belang van ‘mindfulness’ had verkondigd.

In de Allegorie van de grot, die Plato presenteert als een dialoog tussen Plato’s broer Glaucon en zijn mentor Socrates, lezen we over een groep gevangenen die al hun hele leven aan de nek, handen en voeten zijn vastgeketend in een grot. Hun zicht is een grijze muur; ze kunnen niet om zich heen kijken, laat staan zich omdraaien. Vanuit de ingang van de grot achter ze werpt het zonlicht schaduwen op de muur van de reizigers op de weg die langs de grot loopt. Voor de geketende gevangenen zijn de vluchtige schaduwen de enige werkelijkheid die ze kunnen waarnemen. Ze menen zelfs dat de geluiden van de langstrekkende kooplieden worden voortgebracht door de schaduwen op de muur. Elk van hen is geboren in deze gevangenis in de grot. Ze ervaren het echter niet als een gevangenis; integendeel, ze ervaren het als thuis, hun hele wereld. Ze weten niets van enige vorm van leven buiten hun grot.

Echter, op een gegeven moment raken de ketenen van één van de gevangenen los (de wet van Murphy werkt tenslotte overal en altijd). Deze gevangene (die uiteraard model staat voor de filosoof Socrates zelf) begint verwonderd om zich heen te kijken. Aanvankelijk wordt zijn zicht verblind door het zonlicht bij de ingang, en hij deinst terug. Maar uiteindelijk wint zijn nieuwsgierigheid het van zijn angst voor het onbekende, en zodra zijn ogen enigszins gewend zijn aan het daglicht, begint hij langzaam de buitenwereld te verkennen. Stel je voor hoe zijn aanvankelijke verbijstering omslaat in vreugde zodra hij leert dat het leven buiten de grot zoveel beter is! Hij voelt zich een gezegend man en wordt vervuld van medelijden met zijn lotgenoten in de grot. Hij besluit om ze de blijde tijding van het licht van de wereld te brengen, zodat zij in zijn vreugde kunnen delen.

De mensen in de grot zijn echter helemaal niet blij met de boodschap van onze filosoof. Zij merken dat hij door het daglicht vrijwel niets meer kan onderscheiden in de grot, en zij beredeneren dat de buitenwereld alleen maar tot pijn zal leiden. Ze besluiten unaniem dat het niet verstandig zou zijn om ook zo’n reis te gaan ondernemen, want dat kan alleen maar in rampspoed eindigen. En het wordt nog erger: ze zweren om iedereen om te brengen die ook maar zou proberen om ze over te halen hun grot te verlaten. En dat is natuurlijk precies wat er met Socrates is gebeurd. Dit is de reden dat “een profeet nooit welkom is in zijn eigen stad”: zijn boodschap brengt mensen teveel uit hun ‘comfort zone’, wat alleen maar leidt tot vlijmscherpe weerstand.

Jezus staat voor dezelfde uitdaging om onze slapende denkgeesten te overtuigen van zijn milde boodschap van vrede in Een cursus in wonderen. In hoofdstuk 20 van het Tekstboek verwijst hij zelfs expliciet naar Plato’s allegorie om zijn punt duidelijk te maken: “Gevangenen die jarenlang in zware ketenen lagen, uitgehongerd en uitgemergeld, zwak en uitgeput, en wier ogen zo lang in het donker neergeslagen waren geweest dat zij zich het licht niet meer herinneren, springen niet op van vreugde op het moment dat ze worden bevrijd. Het kost hun een tijdje om te begrijpen wat vrijheid is.” (T-20.III.9). In zekere zin lijkt Jezus erg op deze Griekse filosoof die de boodschap van het licht verkondigt aan gevangenen die hun hele leven alleen maar duisternis hebben gekend. Als je Een cursus in wonderen al een tijdje bestudeert zal het je zijn opgevallen hoe oneindig geduldig Jezus is in het steeds opnieuw naar voren brengen van zijn blijde tijding. Niet éénmaal scheldt hij zijn studenten uit omdat ze steeds maar de domme keuze maken om verdoofd te blijven in de duisternis. Want elke goede therapeut weet heel goed dat je nooit iemands verdedigingsmechanismen moet afpakken.

Als je in de gevangenis wordt geboren, hou je van de gevangenis, omdat dat alles is wat je kent. Als je ooit de film “The Shawshank redemption” (nog steeds nummer één op IMDB’s Top 250 films) hebt gezien, zul je je realiseren hoe waar dit is. Brooks Hatlen was een man die het grootste deel van zijn leven in de gevangenis had doorgebracht. In 1954 werd hij op 72-jarige leeftijd vrijgelaten. Hij ontmoette een wereld die drastisch was veranderd sinds zijn jeugd.  Hoewel hij zijn best deed, kwam hij tot de conclusie dat hij niet meer in staat was zich aan te passen aan een samenleving die hij nooit had gekend, en hij pleegde zelfmoord. Toen zijn medegevangenen zijn afscheidsbrief onder ogen kregen, zeiden ze tegen elkaar: “Hij had in de gevangenis moeten sterven.” Aan de andere kant zette deze gebeurtenis de hoofdpersoon ertoe om serieus werk te maken van zijn eigen ontsnapping, terug naar de vrije wereld, wat uiteindelijk ook lukte.

In Een cursus in wonderen legt Jezus ons uit dat wij allemaal (schijnbaar) in de gevangenis zijn geboren die we de wereld noemen. We doen alleen onze uiterste best de wereld niet als gevangenis te ervaren. Ondanks alle ellende en strijd die we op het journaal zien, zijn we intiem verliefd op onze materiële wereld. Bovendien zijn we er van overtuigd dat dit alles is wat we hebben, wat deels de vurige geestdrift verklaart van alles wat we roepen over ‘een duurzame toekomst voor onze planeet’. Wanneer Jezus ons als volgt onderwijst: “ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf wat ik ben, zo schiep God mij” (WdI.201), dan kunnen we ons daar eigenlijk geen voorstelling bij maken, omdat het compleet vormloos is, wat voor ons het onbekende is. En net zoals de wereld buiten de grot volstrekt onbekend was voor de gevangenen, is de gedachte om alles wat wij kennen in te ruilen voor iets volstrekt onbekends, simpelweg te angstaanjagend. En dus klampen we ons vast aan onze wereldse uiterlijkheden, net zoals de gevangenen in de grot besloten dat het te gevaarlijk zou zijn om de grot te verlaten.

Jezus kent zijn studenten goed, en daarom besteedt hij zoveel pagina’s aan pogingen om ons te overtuigen van de aard van onjuist gericht denken, en hoeveel pijn wij onszelf daarmee bezorgen. Daarom benadrukte Kenneth Wapnick herhaaldelijk dat Een cursus in wonderen niet primair over liefde gaat. De Cursus is een leerplan in het ontkennen van onze ontkenning van Liefde. We zullen het niet aandurven om Jezus’ uitgereikte hand te pakken zolang wij ons niet ten diepste de aard van de grot realiseren waarin wij onszelf gevangen houden, en waarvan we nog steeds zoveel houden. Nogmaals, Jezus weet dat dit acceptatieproces tijd kost. Om dit nog eens te herhalen: “Gevangenen die jarenlang in zware ketenen lagen, uitgehongerd en uitgemergeld, zwak en uitgeput, en wier ogen zo lang in het donker neergeslagen waren geweest dat zij zich het licht niet meer herinneren, springen niet op van vreugde op het moment dat ze worden bevrijd. Het kost hun een tijdje om te begrijpen wat vrijheid is.” (T20.III.9)

Om in de vrijheid van het licht te stappen, volstaat het om Otto Scharmers principe van “Loslaten, toelaten” toe te passen. Dat wil zeggen: loslaten van onze koppige overtuiging dat wij zelf wel weten waar het doel van ons leven en dat van de wereld over gaat, en steeds vaker Jezus / De Heilige Geest toelaten als gids van onze gedachten, louter door onze veroordeling van alles buiten ons op te geven. In hoofdstuk 20 vervolgt Jezus: “Verstevig je greep en sla je ogen op naar je sterke metgezel, in wie de betekenis van jouw vrijheid schuilt. Hij leek naast jou gekruisigd. En toch is zijn heiligheid onaangetast en volmaakt gebleven, en met hem aan je zijde zul je heden met hem het Paradijs betreden en de vrede van God kennen. […] Dit is het doel dat jou gegeven werd. Denk niet dat jouw vergeving van je broeder enkel jullie tweeën dient. Want heel de nieuwe wereld rust in de handen van elk tweetal dat hier om te rusten binnengaat. En terwijl zij rusten beschijnt het gelaat van Christus hen, en ze herinneren zich de wetten van God, en vergeten daarbij al het overige en hunkeren er slechts naar dat Zijn wetten in henzelf en in al hun broeders volmaakt worden vervuld. Denk jij, wanneer dit is bereikt, dat je zonder hen zult rusten? Jij kunt evenmin een van hen buiten laten staan als ik jou zou kunnen achterlaten, en een deel van mijzelf vergeten.” (T20.III.19; IV.7).

Laten we ons ter afsluiting dit bekende Cursuscitaat nog eens herinneren: “Het geheim van verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet.” (T27.VIII.10). Eenieder die in alle eerlijkheid heeft besloten om een spiritueel pad te bewandelen gaat zich realiseren dat een leven in een grot niet alleen niet aantrekkelijk is, maar zelfs dat het een gevangenis is die we willens en wetens kozen en kiezen… en dat ons buiten de grot ons een veel beter leven wacht. Ook realiseren zij zich dat het even duurt voordat we aan het licht kunnen wennen. En toch is er geen grotere vreugde dan het uiteindelijk ervaren (met ons geestesoog, de psychologie van visie) hoe we het licht van de werkelijke wereld kunnen ervaren, met een Gids wiens leiding niet kan falen. Onze taak bestaat er slechts uit om ons diepgewortelde verlangen te voelen om duisternis (veroordeling) los te laten en het licht (het wonder) toe te laten, door het beoefenen van onvoorwaardelijke vergeving.

— Jan-Willem van Aalst, maart 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/03/04/born-in-prison/)

Advertenties

De vrede van God omarmen

Voor de meesten van ons geldt dat onze dagen zich kenmerken door de vele problemen die voortdurend ons pad kruisen. Als je er echt over nadenkt, gaat er geen uur voorbij zonder dat we ons ergens zorgen over maken. Er is altijd nóg wel iets dat aandacht vereist of aangepakt moet worden. Als mensen wordt gevraagd wat het diepst gekoesterde doel in hun leven is, dan volgen vaak antwoorden zoals “Als ik nou maar eens gemoedsrust zou kunnen vinden… me niet de hele tijd zorgen hoeven maken… gewoon… vrede vanbinnen.” En vervolgens lezen we in Een cursus in wonderen dat “er geen vrede is dan de vrede van God.” (WdI.200). Jezus maakt ons zelfs duidelijk dat zijn gehele leerplan gaat over het bereiken van blijvende innerlijke vrede: “Kennis is niet de motivering om deze cursus te leren. Vrede is dat.” (T8.I.1). Pas wanneer ik echt de tekst bestudeer en de lessen uit het werkboek probeer toe te passen, begin ik me te beseffen wat het van mij vraagt om werkelijk die “vrede die alle verstand te boven gaat” (Filippenzen 4:7) te omarmen.

De kern van het besef van wat het betekent om werkelijk voor de vrede van God te kiezen, wordt mooi samengevat in werkboek 185, genaamd “Ik verlang de vrede van God”. Direct aan het begin zegt Jezus: “Deze woorden uitspreken is niets. Maar deze woorden menen is alles.” (WdI.185.1). Voor het ego is dat nogal pijnlijk, beledigend zelfs. En toch hoeven we niet heel diep in onze denkgeest te duiken om ons te realiseren hoe waar deze uitspraak is. Kijk maar eens hoe vaak je een moment hebt waarin dit of dat je niet bevalt. Een verwaarloosbare ergernis; een lichte irritatie. Je zult zeggen dat zoiets begrijpelijke dagelijkse emoties zijn die gewoon bij het leven horen. En toch is zelfs de kleinste frustratie uiteindelijk een verklaring dat je de dingen anders wilt. Je wilt dat het gaat zoals jij wilt. Je wilt kortom niet toegeven dat Jezus misschien toch gelijk heeft als hij zegt: “Wil je liever gelijk hebben of gelukkig zijn?” (T29.VII.1). Want beide kan niet. Het duurt even voordat je beseft – en aanvaardt – dat “een lichte krimp van ergernis niets anders is dan een sluier over intense woede.” (WdI.21.2). Het vraagt bescheidenheid om te aanvaarden dat ik het inderdaad niet echt meen wanneer ik mezelf vertel dat ik de vrede van God verlang.

En toch verzekert Jezus ons in werkboekles 200 dat “…Vrede de brug is waarover ieder gaan zal om de wereld achter zich te laten. […] Alleen God is zeker en Hij zal onze voetstappen leiden. Hij zal Zijn Zoon in nood niet in de steek laten, noch hem voor eeuwig laten ronddolen ver van zijn thuis. De Vader roept; de Zoon zal gehoor geven.” (WdI.200.9:4). Maar als ik steeds tegen de muur loop in mijn mislukte pogingen om veroordelende emoties achter me te laten, hoe pak ik dat dan aan? Hoe kom ik van het zeggen dat ik vrede van God wil naar het werkelijk menen dat ik de vrede van God wil? Mezelf martelen met zonde, schuld en angst gaat natuurlijk niet werken. Ook een leven als monnik in een berggrot gaat niet werken. Dus hoe ziet dat ‘pad naar de vrede van God’ er uit?

De eerste stap is om gewoon eerlijk te beseffen dat alle speciale afgoden die ik najaag en plezier aan beleef in mijn leven, uiteindelijk niet werken. Daar vallen ook mijn carrière, mijn hobbies, mijn reizen, bezit, en speciale relaties onder. Ik mag soms momenten van extase ervaren, maar vroeg of laat komt er een vorm van ellende bij kijken. Niets blijft. Korte pleziertjes zijn een belabberde vervanging voor blijvende innerlijke vrede. In deze eerste stap kom ik er langzaam achter dat vrede nooit volgt uit het najagen van dingen buiten mijzelf.  “Zoek niet buiten jezelf. Want dat is tot mislukken gedoemd, en je zult tranen storten elke keer dat een afgod valt.”, zo lezen we in (T29.VII.1). Daar kunnen we het echter niet bij laten, want het besef dat niets in deze wereld van blijvende aard is leidt alleen maar tot diepe depressie, en dat is zéker niet de weg naar vrede. Sterker, juist omdat we ons wel realiseren dat alles uiteindelijk wegvalt, zoeken we ons heil in allerlei afleidingen en verdovingen zoals koffie, alcohol, suiker, drugs en andere zinloze zelf-saboterende bezigheden. Dus er is een volgende stap nodig.

De tweede stap is wat Een cursus in wonderen tot een waarlijk unieke eigentijdse spiritualiteit maakt: de notie dat hoewel wij ons ervaren als deel van de wereld, wij uiteindelijk niet van deze wereld zijn. Zolang we nog geloven dat wij afgescheiden lichamen zijn die in een onvoorspelbare wereld van tijd en ruimte leven, zullen we onvermijdelijk onze veiligheid buiten onszelf zoeken. De werkelijk verbijsterende boodschap van Jezus in de Cursus is de kwantumfysische notie dat tijd en ruimte uiteindelijk volledig denkbeeldig zijn. Alles wat onze zintuigen ons vertellen nemen we voor waar aan juist omdat we het waarnemen. Maar dit alles is louter een geprojecteerde angstige wens die we als ‘waarheid’ hebben aangemerkt – “Projectie maakt waarneming” (T21.in.1). Alle moeite die we ons dus getroosten om de wereld een beetje beter te maken leidt uiteindelijk tot niets: “Het heeft geen zin te proberen de wereld te veranderen. Ze is niet te veranderen, omdat ze slechts een gevolg is.” (WdI.23.2). Maar, voegt Jezus er gelijk aan toe: “Maar het heeft zeker zin je gedachten over de wereld te veranderen. Hiermee verander jij de oorzaak. Het gevolg zal dan vanzelf veranderen.”

Jezus vervolgt: “Je ziet de wereld die jij gemaakt hebt, maar je ziet jezelf niet als de maker van het beeld. Je kunt niet van de wereld worden verlost, maar je kunt wel aan haar oorzaak ontsnappen. Dit is de betekenis van verlossing, want waar blijft de wereld die jij ziet als haar oorzaak is verdwenen?” (WDI.23.4). Dit ‘veranderen van gedachten’ zoals hier bedoeld heet, je raadt het al: vergeving. Door in alle eerlijkheid al het ‘kwaad’ dat ik buiten mijzelf waarneem te vergeven, begin ik me te beseffen dat ik uiteindelijk slechts mezelf vergeef voor het maken van al die malle illusies die ik zo graag wilde zien, om mezelf ervan te overtuigen dat ik inderdaad los kan zijn van Eenheid, van mijn Bron, van mijn Schepper. Dus, samenvattend: het werkelijk aanvaarden van de vrede van God vraagt allereerst van mij dat ik aanvaard dat vrede niet buiten mijzelf gevonden kan worden; en ten tweede, dat ik aanvaard dat ik de dromer van de waakdroom ben. In deze dromer is vrede al aanwezig. Ik heb alleen nog de keuze te maken om te ontwaken. Dit lukt alleen met de hulp van de Heilige Geest, de Stem namens Liefde. In deze droom kan ik ervoor kiezen om mijn waarneming te laten leiden door de Heilige Geest. Vanuit deze nieuwe waarneming, die volgt uit mijn keuze voor het wonder, leidt de Heilige Geest mij omhoog op de ladder van de Verzoening naar de werkelijke wereld, de poort naar mijn Thuis, de onveranderlijke vrede van God.

Klinkt prachtig, nietwaar? Toch weten jij en ik echt wel dat we heus niet de volgende ochtend wakker worden en zeggen: “Ik wil de vrede van God en dit keer meen ik het echt!” Natuurlijk menen we het nog niet echt. Om zijn studenten te helpen dit eerlijke niveau van zelf-vergeving dagelijks toe te passen, gaf Jezus ons de aanvulling “Het lied van het Gebed”. Lees het (nog) eens. Niet alleen helpt dit pareltje je om je niet mislukt te voelen omdat je maar geen voortgang lijkt te boeken; het legt je ook uit, stap voor stap, hoe je die ladder van Verzoening bestijgt. Dankzij het trouw in de praktijk brengen van de inzichten in deze aanvulling begin ik me te beseffen dat gebed niets te maken heeft met het vragen om specifieke gunsten. Gebed gaat over het steeds meer vanzelf laten stromen van de natuurlijke communicatie tussen mijn denkgeest en God, door steeds vaker de Heilige Geest (de Stem namens Liefde) te aanvaarden als de gids van mijn gedachten. De wereld, hoe denkbeeldig ook, wordt een lesruimte waarin ik mijzelf mag laten leiden om een gelukkige leerling te worden op weg naar de werkelijke wereld, die vrij is van onjuiste waarneming.

De Oerknal was niet het begin van het leven; het was het begin van een zotte droom, die in werkelijkheid nooit is gebeurd. En hoewel wetenschappers nog niet weten hoe het universum zal eindigen, verzekert Jezus ons dat het zal eindigen in gelach (H14.5). Iedereen komt gegarandeerd Thuis, allen als één. Goed, misschien nog niet in dit (denkbeeldige) leven, maar gegarandeerd in een volgend (denkbeeldig) leven. Welke garantie dan deze zou meer troost kunnen bieden?

— Jan-Willem van Aalst, februari 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/02/25/accepting-the-peace-of-god/)

Iedere aanval is zelf-aanval

In het vorige blog “Een ongemakkelijk leerplan” zagen we dat veel studenten de kern van Jezus’ leerplan van Een cursus in wonderen niet doorgronden, omdat ze de neiging hebben alleen de lieflijke passages te lezen, en de meer huiveringwekkende passages over de aard van het ego en onjuist gericht denken over te slaan. Maar er zijn ook veel studenten die zich ontmoedigd of gedeprimeerd voelen zodra ze zich beseffen hoezeer ze gehecht zijn hun eigen individuele kleine zelf, hoe illusoir dat ook mag zijn. Telkens als ik het contrast ervaar tussen enerzijds mijn wens om iedereen en alles de hele tijd te vergeven, en anderzijds mijn voortdurende afwijzing van van alles om me heen, lijkt het een onmogelijke opgave om ook maar één sport op de ladder van de Verzoening te klimmen, laat staan om voor eens en voor altijd de keuze voor Liefde te maken.

De sleutel in zo’n schijnbaar uitzichtloze denkstaat is om je de metafysica van het nondualisme te herinneren die de kern vormt van Jezus’ leerplan. Telkens als ik denk dat ik mijn ego nooit ongedaan zal kunnen maken, ben ik blijkbaar vergeten dat ik niet een hulpeloos slachtoffer in een wrede wereld ben: ik ben de dromer van de droom van tijd, ruimte, en waarneming. Ik ben blijkbaar weer in de valkuil gestapt van de koppige overtuiging dat ik een afgescheiden lichaam ben; onzeker, eenzaam, en in voortdurende angst dat de dood elk moment kan toeslaan en mij daarmee voorgoed zal uitwissen. Een belangrijk ingrediënt in Jezus’ denkgeest-training komt neer op het zo vaak als mogelijk herinneren van de waarheid van mijn Zelf als de schijnbaar slapende Zoon van God. Er zijn geen anderen daarbuiten, want er is in werkelijkheid geen wereld. Er is geen toekomst om benauwd voor te zijn, want de tijd is al voorbij; we “zien mentaal opnieuw wat is voorbijgegaan” (WdI.158.4). Elk moment “herbeleven we slechts dat ene ogenblik waarop de tijd van verschrikking de plaats van de liefde innam” (dat wil zeggen, de wens om afgescheiden te zijn van eenheid) (T26.V.13:1).

In werkboek lessen 196 t/m 198 wil Jezus juist die troostende boodschap binnen laten komen. De titels zijn: “Ik kan alleen mijzelf maar kruisigen”, “Ik kan alleen maar mijn eigen dankbaarheid oogsten”, en “Alleen mijn veroordeling verwondt me.” Dit alles verwijst duidelijk naar de waanzin van projectie, de grondslag van de materiële wereld van waarneming. “Veroordeel en je wordt tot gevangene gemaakt. Vergeef en je wordt bevrijd. Dat is de wet die de waarneming regeert”, zo lezen we in (WdI.198.2). In de tekst lezen we soortgelijke boodschappen over het terugdraaien van projectie: “Bevrijd je broeders uit de slavernij van hun illusies door hun de illusies te vergeven die jij in hen waarneemt. Zo zul je leren dat jij vergeven bent, want jij bent het die aan hen illusies hebt gegeven.” (T16.VII.9:2). Hoe zou het ook anders kunnen zijn, als er in waarheid niemand buiten mijzelf bestaat, niemand die werkelijk afgescheiden is van mij?

Probeer bij alle beroering en tegenslagen in je leven jezelf eraan te herinneren dat deze materiële droom waarin we lijken te leven, niet de werkelijkheid is. Het is een droom over illusies. We gebruiken die illusies om nieuwe illusies te maken, puur om ons afgescheiden te houden van Eenheid, om het “nietig, dwaas idee” dat nooit plaatsvond in stand te kunnen houden. De enige illusie die alle andere ongedaan kan maken heet vergeving, oftewel het opgeven van veroordeling. “Vergeving vaagt alle andere dromen weg, en hoewel ze zelf een droom is, kweekt ze geen nieuwe. Alle illusies behalve deze ene vermenigvuldigen zich onvermijdelijk duizendmaal. Maar hier eindigen illusies. Vergeving is het eind van dromen, omdat ze een droom over ontwaken is. Ze is niet zelf de waarheid. Maar ze wijst naar waar de waarheid moet zijn en geeft de richting aan met de zekerheid van God Zelf. Ze is een droom waarin de Zoon van God tot zijn Zelf en tot zijn Vader ontwaakt, en weet dat Zij één zijn.” (WdI.198.3). Allemaal leuk en aardig, maar jij en ik besteden desalniettemin 99% van onze tijd aan het opzettelijk vasthouden aan onze eigen zelfzuchtige kleine belangen. We moeten tenslotte eten, werken, slapen, en ons leven hier leiden, toch? Oeps, ik was mijn werkelijkheid als geest weer vergeten. Auw, het is zelfs nog erger: ik koos ervoor mijn werkelijkheid te vergeten. Hoe kom ik ooit voorbij dat conflict?

De oplossing om het conflict te beëindigen tussen enerzijds het willen vergeven en anderzijds het willen blijven haten en afwijzen, hoeft niet moeilijk te zijn. Jezus zegt zelfs herhaaldelijk dat zijn boodschap heel simpel is. Het is het dagelijks toepassen ervan wat moeilijk is. De oplossing is deze: als mijn veroordelingen alleen mijzelf verwonden, dan moet ik leren om gewaar te worden van mijn veroordelingen, van moment tot moment. Ieder moment dat ik dat merk, kan ik ervoor kiezen de observerende keuzemaker in mijn denkgeest aan te zetten. Ik kan er voor kiezen om louter te kijken naar de gedachte die ik zojuist koos. Punt. Dat is in feite de keuze voor de Heilige Geest. Vervolgens kan ik ervoor kiezen om de gedachte los te laten, omdat ik mij — tot mijn opluchting — realiseer dat ik niet een lichaam ben in een materiële wereld. Ik kan mijn veroordelende gedachte loslaten en zo ruimte maken voor de impuls van liefde. Probeer maar eens een poosje te oefenen met het stuur van je gedachten over te geven aan de Heilige Geest. Telkens als het je lukt deze gedachtestappen te volgen voel je je direct een stuk beter. Het is de kern van vergeving.

Het fysieke lijf, hoe denkbeeldig ook, kan ons bij deze oefening uitstekend helpen. Overweeg maar eens de samenstelling van de chemie in je bloedbaan bij verschillende soorten gedachten. Telkens als je totale vrede of blijdschap ervaart, sturen je hersenen grote hoeveelheden serotonine, melatonine en dopamine in je bloedbaan, waarmee je het zelfherstellend vermogen van je lichaam flink stimuleert. Wanneer je echter vooral wrok of woede voelt, sturen je hersenen grote hoeveelheden adrenaline en cortisol in je bloedbaan, wat het goed functioneren van je lichaamscellen juist sterk hindert. De vermoede relatie tussen langdurige zware stress en kankercellen heeft hier hoogstwaarschijnlijk mee te maken. Kortom: zelfs op het fysieke niveau komt aanval (veroordeling) altijd neer op zelf-aanval. De vraag, als altijd, is: wat wil je?

Als je verwacht op deze manier in korte tijd verlicht te raken, staat je een stapel teleurstellingen te wachten gedurende de dag, want zo snel gaat het niet: we zijn nog te gehecht aan het ego. Bedenk dat geduld één van de tien karakteristieken van Gods leraren is. Dit geduld moet gepaard gaan met “een overvloed aan bereidwilligheid” (H17-8) om je denkgeest te blijven trainen in het kiezen voor vergeving, door alle veroordeling achter je te laten. En als je voor de zoveelste keer op de dag merkt dat je weer van alles afwijst, wees dan blij: je begint je in elk geval steeds bewuster te worden van wat je doet. Dat maakt de weg vrij om steeds sneller voor vergeving te kiezen. Je zult je een stuk beter voelen telkens als je je herinnert dat jij dit slechts jezelf aandoet (T27.VIII.10). Het is een “vriendelijke daad jegens jezelf om Zijn Stem te horen en de eenvoudige lessen te leren die Hij onderwijzen wil, in plaats van Zijn woorden te proberen te verwerpen, om die van jou in de plaats te stellen van die van Hem”. (WdI.198-5)

— Jan-Willem van Aalst, februari 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/02/18/attack-is-always-self-attack/)

Een ongemakkelijk leerplan

Mijn uitgever merkte recentelijk op dat het eigenlijk verbazingwekkend is dat Een cursus in wonderen wereldwijd al meer dan drie miljoen keer over de toonbank is gegaan, want het bevat een boodschap die de wereld helemaal niet wil horen. Kenneth Wapnick heeft ooit in een workshop opgemerkt dat vanuit het ego bezien, Een cursus in wonderen een waar horror-verhaal is, en beslist niet geschikt als bijvoorbeeld een verjaardagscadeau. Waarom is het een horror-verhaal? Omdat Jezus ons telkens weer vertelt, op vele verschillende manieren, dat niet alleen het ego een leugen is, een hallucinatie die op geen enkele manier werkelijkheid is, maar dat zelfs mijn eigen persoonlijkheid, mijn individualiteit een leugen is! Niemand houdt ervan een boek te lezen dat op volstrekt consistente wijze tot de conclusie komt dat jij en ik simpelweg niet bestaan als individu.

Jezus is zich zeer bewust van onze weerstand. Ondermeer in hoofdstuk 8 van het tekstboek richt hij zich tot ons: “Ik kan je […] onderwijzen, maar alleen jij kunt kiezen of je luistert naar wat ik onderwijs. Hoe kan het ook anders, als Gods Koninkrijk vrijheid betekent?” (T8-IV.6:5). Dat soort snedige opmerkingen doen denken aan het onderricht van Jiddu Krishnamurti, een van ’s werelds echt grote nondualistische spirituele leraren (zie bijvoorbeeld zijn boek “Innerlijke vrijheid”). Ook Ken Wapnick verwees met regelmaat naar hem. Krishnamurti stond bekend om zijn vaak herhaald verzoek om alsjeblieft aandachtig te zijn. “Luisteren jullie naar wat ik hier zeg? Nee, kennelijk niet.” Dat was niet om zijn publiek te schofferen of te kleineren. Hij probeerde ze eenvoudigweg te laten inzien dat er een wereld van verschil is tussen het luisteren vanuit een ego-denkstaat, en het luisteren van uit een observator-denkstaat.

Een cursus in wonderen mag dan ruim drie miljoen keer verkocht zijn, maar er wandelen zeer zeker geen drie miljoen cursusstudenten op de aardbol rond. Helen Schucman heeft ooit zelf gezegd dat deze cursus waarschijnlijk voor “slechts een handjevol mensen” is, dat wil zeggen: degenen die werkelijk bereid zijn om de “donkere nacht van de ziel” te ondergaan, oftewel het punt bereiken dat ze inzien en aanvaarden dat alles wat ze ooit over zichzelf en de wereld dachten een vergissing was, en Jezus steeds gelijk had. De meeste mensen die Een cursus in wonderen kopen komen er niet echt aan toe om de tekst te bestuderen, laat staan het werkelijk beoefenen van de werkboeklessen zoals Jezus dat bedoelt. In plaats daarvan lezen we liever lieflijke uitspraken, zoals: “Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf wat ik ben, zo schiep God mij.” (WdI.208.1); “Onderwijs louter liefde, want dat is wat jij bent.” (T6.I.13); “Door elkaar te gedenken, gedenken wij God.” (T8.IV.7:6); “Uw genade is mij gegeven. [….] Ik ben de Zoon die U liefhebt.” (WdI.168.6). Dergelijke affirmaties klinken heerlijk als je ze oppervlakkig leest, maar we missen het besef van de consequenties van Jezus’ boodschap, als we de tekst niet bestuderen en de oefeningen niet doen.

Studenten die echt doorpakken in het werkelijk willen begrijpen van Jezus’ nondualistische boodschap, doen dat veelal alleen omdat ze ergens de roep van Liefde bemerken, hoe vaag ook, temidden van het gebabbel dat het ego ons serveert om de illusie van individualiteit hoog te kunnen houden. Die studenten beginnen te beseffen dat de prijs voor autonomie en individualiteit (de afscheiding van Eenheid) neerkomt op een voortdurende staat van “onzekerheid, eenzaamheid en constante angst” (T31.VIII.7:1). Omdat de afscheiding van Eenheid onvermijdelijk gepaard gaat met een onderdrukt schuldgevoel (nu) over de oerzonde (in het verleden) en de angst voor Gods vergelding (in de toekomst), blijven we steeds op zoek naar ellende die door anderen veroorzaakt wordt, om maar tegen God te kunnen zeggen dat “ja, ik ben afgescheiden, maar dat was niet mijn schuld – het kwaad is daar, buiten mij, en ik in mijn onschuld zou toegelaten moeten worden tot de Hemel – als een individu.” De nooit aflatende strijd en worstelingen in de wereld, of het nu binnen een gezin speelt of op wereldniveau, zijn slechts verschillende vormen van ditzelfde mechanisme van ontkenning en projectie: anderen zijn slecht; ik ben onschuldig. Daarom hebben veel mensen zo’n belabberd zelfbeeld: de slechtheid die ze in anderen zien doet ze onbewust denken aan de slechtheid in henzelf (vanwege de afscheiding van Eenheid).

Pas zodra we inzien dat er een betere weg moet zijn, om nog eens de hartekreet van Bill Thetford aan Helen Schucman te herhalen, vlak voor het optekenen van de Cursus begon in 1965, gaan we werkelijk het geweldige alternatief zien dat Jezus ons biedt, en waarom we dat nog steeds weigeren te aanvaarden. Jezus beschrijft dit prachtig in Hoofdstuk 13: “Onder het donkere fundament van het ego ligt de Godsherinnering, en juist hiervoor ben je werkelijk bang. Want door deze herinnering zou jij terstond je eigen plaats hervinden, en juist deze plaats heb je proberen te verlaten. Je angst voor aanval is niets vergeleken bij je angst voor liefde. Als je niet zou geloven dat je wrede wens om de Zoon van God te doden jou van de liefde zou verlossen, zou jij bereid zijn zelfs daarnaar te kijken. Want die wens heeft de afscheiding veroorzaakt, en jij hebt die beschermd omdat je niet wilt dat de afscheiding wordt genezen. Je beseft dat door de donkere wolk weg te nemen die haar aan het oog onttrekt, jouw liefde voor je Vader jou ertoe zou aanzetten Zijn Roep te beantwoorden en met een vreugdesprong de Hemel binnen te gaan. Jij gelooft dat aanval verlossing is omdat die jou hiervan zou weerhouden. Want dieper nog dan het fundament van het ego, en veel sterker dan dat ooit zal zijn, brandt jouw intense liefde voor God, en die van Hem voor jou.” (T13.III.2) Het werkelijk aanvaarden van deze intense brandende liefde betekent letterlijk de verdwijning van het universum. Geen wonder dat we in weerstand, ontkenning en projectie blijven hangen!

In Een cursus in wonderen legt Jezus dus de kern van de waanzin van de ego-denkgeest bloot: als ik werkelijk eerlijk ben over wat mij het meest na aan het hart ligt, dan is dat het intense verlangen om collectief terug te keren naar onze staat als Gods Ene Zoon. Ons diepste afgrijzen echter is de consequentie daarvan: het uitzicht op de dood, dat wil zeggen het einde van mijn diep gekoesterde individuele persoonlijkheid. En dus ben ik elke dag bezig om aan mijzelf en anderen om mij heen te bewijzen dat verlossing betekent: met persoonlijke zaken bezig zijn, in plaats van te luisteren naar Jezus die uitlegt dat individualiteit letterlijk gelijkstaat aan de hel. Daarom merkte Bill Thetford bij het helpen van Helen bij het optekenen op dat hij typte “You and your bother” (“Jij en je gedoe”) in plaats van “You and your brother” (“Jij en je broeder”). Jezus’ boodschap is voor het ego een erg ongemakkelijk leerplan. Je kunt tientallen jaren lieflijke zinnen uit de Cursus opdreunen zonder Jezus’ boodschap te leren. Het werkelijk doen van Een cursus in wonderen betekent eerst en vooral dat we gaan inzien hoe groot onze weerstand tegen deze boodschap wel niet is, om vervolgens ons denken opnieuw te richten, en wel op het fundament van “onze intens brandende liefde voor God”, de enige werkelijke realiteit. Dus Krishnamurti’s oproep aan zijn publiek was werkelijk diepgaand: weet je zeker dat je beseft wat dit ongemakkelijke leerplan echt betekent? Ben je echt bereid om aandacht te hebben voor de betekenis van de uitspraak: “Ik ben vrij, want ik blijf wat ik ben; zo schiep God mij”…?

Ter afsluiting enkele ondubbelzinnige fragmenten uit Jezus’ ongemakkelijke leerplan: “Er moet vooral worden opgemerkt dat God slechts één Zoon heeft. Als al Zijn scheppingen Zijn Zonen zijn, moet elk een integraal deel van het gehele Zoonschap uitmaken. Het Zoonschap in zijn Eenheid overstijgt de som van zijn delen.” (T2.VII.6); “Wij zijn de schepping, wij de Zonen van God. We lijken elk apart te zijn en ons niet bewust van onze eeuwige eenheid met Hem. Maar achter al onze twijfels, voorbij al onze angsten is nog altijd zekerheid. Want liefde blijft bij al haar Gedachten, terwijl haar zekerheid de hunne is. De Godsherinnering is in onze heilige denkgeest, die zijn eenheid en verbondenheid met zijn Schepper kent.” (WdII.11.4:1-5).

— Jan-Willem van Aalst, februari 2017 (vertaling van: https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/02/11/an-inconvenient-teaching/ )

Heel letterlijk in jou

Verreweg de meeste mensen, zeker in de westerse wereld, beschouwen God als een antropomorf wezen, bewust of onbewust. Zelfs veel Cursusstudenten vinden het moeilijk om God, de Schepper van alle Leven, niet te zien als een wezen dat hen in tijd en ruimte volgt; een Autoriteit met een Plan; een “Vader” die op z’n best ons oproept om ons weer met Hem te verenigen in de denkgeest. Psychologisch gezien klampen we ons eigenlijk alleen vast aan ons eigen zelfzuchtige leventje om alle kwaad in de wereld aan anderen te kunnen toeschrijven, om zo aan God te ‘bewijzen’ dat wij onschuldig zijn. Maar tegelijkertijd zijn we toch doodsbang dat God ons uiteindelijk zal straffen voor de ‘oerzonde’ die wij begingen door Hem af te wijzen, vlak voor de oerknal.

In hoofdstuk 18 van het tekstboek wijst Jezus ons er op dat “Jij niet eens [kunt] denken aan God zonder een lichaam, of in één of andere vorm die je denkt te herkennen.” (T18.VIII.1:7). Dit komt omdat, zoals Kenneth Wapnick vaak benadrukte, jij en ik eenvoudigweg onszelf niet kunnen voorstellen zonder lichaam. In Een cursus in wonderen treedt Jezus zijn studenten tegemoet op het niveau waar zij zich bevinden. En dus schotelt Jezus ons passages voor waarin we lezen dat God eenzaam is zonder Zijn kinderen, en daar zelfs om huilt, alsof Hij traanbuizen zou hebben waaruit Hij tranen kan storten. Dergelijke beeldspraak is louter metaforisch bedoeld, omdat onze denkgeesten nu eenmaal iets van een vorm nodig hebben om iets mee te kunnen; we zijn tenslotte allemaal “nieuwelingen op het verlossingspad” (T17.V.9).

Ongeveer tien jaar geleden waren er op de grote buitenreclame masten langs de snelweg enorme borden met maar drie woorden: “God is liefde”. In plaats van dit te interpreteren als een oproep om je aandacht terug te brengen naar God als wezen, met als doel je eigen verlossing te bespoedigen, zou het kunnen helpen om het woord “is” te vervangen door een = teken: “God = Liefde”, en dus ook “Liefde = God”. God is tenslotte volledig buiten tijd en ruimte, totaal vormloos. Het kan dus behulpzaam zijn om onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde letterlijk als God te zien. En het ligt in ieders vermogen om ervoor te kiezen die onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde hier in tijd en ruimte te weerspiegelen — middels vergeving, door het kiezen van het wonder, een heilig ogenblik, los van de ongeveer 60.000 ego-gedachten die normaliter op een dag door de denkgeest gaan. Probeer daarom eens om “God” als synoniem te zien voor “Liefde”, net zoals we dat al doen met een begrip als “Eenheid”.

Zo lezen we in werkboekles 41 “God vergezelt me, waar ik ook ga”: “Het is heel goed mogelijk God te bereiken. In feite is het heel makkelijk, omdat dit de allernatuurlijkste zaak ter wereld is. Je zou zelfs kunnen zeggen dat dit het enige natuurlijke ter wereld is. De weg zal zich voor jou openen als je gelooft dat het mogelijk is.” (WdI.41.8:1-4). Hoewel dit onzinnig lijkt als je aan God denkt als een wezen, wordt het heel natuurlijk als je voor het woord “God” het woord “Liefde” leest, als in onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde. Die liefde kan zich weerspiegelen in jouw handelen in de wereld. Uiteraard blijft het ego verleidingen voorschotelen — en dat gebeurt vaak al na een paar seconden oefenen — maar het is iedereen gegeven om onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde in ons leven te weerspiegelen. Daarom wijst Jezus ons er graag op dat “De Heilige Geest [d.w.z., de Stem namens Liefde] is in heel letterlijke zin in jou” (T5.II.3:7). Iedereen heeft het vermogen om te kiezen voor die onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde, ook al doen we dat het leeuwendeel van de tijd niet. Als Liefde heel letterlijk in mij en jou zit, dan is God ook letterlijk in jou en mij (dat wil zeggen, in de denkgeest, niet letterlijk in het lichaam).

Dit geldt net zo goed voor het ego, dat wil zeggen de gedachte van aanval, afscheiding en individualiteit. Hoewel er miljarden verschillende strijdende ego’s lijken te bestaan, is het mechanisme in elk van deze schijnbaar afgescheiden ego’s precies hetzelfde: proberen zelf god te zijn (een authentieke autoriteit in tijd en ruimte) in een bedreigende wereld waartegen verdediging voortdurend nodig is. Onze dichter Willem Kloos wordt voornamelijk nog herinnerd dank zij zijn strofe “Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten”. Dit verwoordt de ambitie van ieder schijnbaar afgescheiden ego. Helaas beschouwen velen het ego als één of andere formidabele vijand die op zichzelf denkt en handelt. Talloos zijn de mensen die hun ego bevechten in een nutteloze poging om het ego te overwinnen en uit te schakelen. Het kan moeilijk zijn om je te beseffen dat het ego niet een boosaardig wezen in zichzelf is, maar simpelweg een deel van de gespleten denkgeest waar we ooit voor kozen en nog steeds voor kiezen, omdat die keuze het voortbestaan van onze gekoesterde individualiteit bewerkstelligt. Dus net als in het geval van God zien we Jezus met regelmaat over het ego praten alsof het een los wezen is dat zelf handelt: “Ik heb over het ego gesproken alsof het een losstaand ding was dat zelfstandig opereert. Dit was nodig om jou ervan te overtuigen dat je het niet luchtig weg kunt wuiven…” (T4.VI.1:3).

Onze denkgeest is dus een slagveld. Zowel Liefde als ego bevinden zich heel letterlijk in onze denkgeest. Daarom benadrukt Jezus steeds opnieuw dat Een cursus in wonderen een leerplan is voor het trainen van de denkgeest. Pas wanneer we in staat zijn om de neutrale observator “aan te zetten” boven het slagveld (T23.V.1), kunnen we zien dat het ene deel van die gespleten denkgeest illusoir is, en het andere deel volkomen waar. God (= Liefde) is en blijft letterlijk in ons, hoe lang we ook proberen die liefde op een afstand te houden, terwijl het ego in het niets verdampt zodra we werkelijk voor Liefde kiezen. Het is geen wonder dat veel spiritualiteiten ons aanzetten om onszelf te observeren, om zo langzaamaan gewaar te worden van ons goddelijke of hogere Zelf.

Een cursus in wonderen is als spiritualiteit uniek in de wereld, in de zin dat die ons haarfijn uitlegt waarom we zoveel moeite stoppen in het niet kiezen voor liefde. En ook waar het antwoord dan wél te vinden is. Om het bekende citaat nog maar eens aan te halen: “Probeer […] niet de wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te veranderen.” (T21.in.1:7). Zolang je het licht van onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde buiten jezelf zoekt, hou je jezelf eigenlijk in het donker. Het Licht is heel letterlijk in jou, nu (zie bijv. WpI.188.1). Zo lezen we, wederom in hoofdstuk 18 van de tekst: “De Hemel is geen plaats, en evenmin een toestand. Het is louter een gewaarzijn van volmaakte Eenheid, en het weten dat er niets anders is; niets buiten deze Eenheid, en niets anders daarbinnen.” (T18.VI.1:5-6).

— Jan-Willem van Aalst, januari 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/01/28/literally-within-you/)

Waanzin is een keuze

Eén van de bekendere humoristische uitspraken van musicus Frank Zappa (1940-1993) gaat over de essentie van het universum: “Sommige wetenschappers stellen dat waterstof de basisbouwsteen van de kosmos is, omdat het zoveel voorkomt. ik bestrijd dat. Mijn stelling is dat er meer dommigheid dan waterstof bestaat, en dat dommigheid de basisbouwsteen van de kosmos is.” Vanuit het oogpunt van Een cursus in wonderen bezien heeft hij zich waarschijnlijk nooit gerealiseerd hoe dicht hij met die uitspraak bij de waarheid zat. De oerknal was tenslotte het directe gevolg van de Zoon van God die een droom van afscheiding van God leek te hebben gekozen en vervolgens besloot zich in biljoenen fragmentjes te versplinteren, in een dwaze poging om zich voor God te verstoppen.

In de Cursus noemt Jezus het waanzin: “Noem het geen zonde maar waanzin, want dat was het en dat blijft het. Rust haar [de projectie die we de kosmos noemen] niet uit met schuld, want schuld veronderstelt dat ze in werkelijkheid tot stand werd gebracht.” (T18.I.6). Maar hoewel Frank Zappa regelmatig de draak stak met de dwaasheid in de wereld, was hij tamelijk pessimistisch over het uitzicht voor de mensheid. Hij realiseerde zich niet dat jij en ik geen hulpeloze figuren in een wrede werkelijkheid zijn. Wij zijn daarentegen de dromer van deze nachtmerrieachtige waakdroom. Het is een droom die, om ons er nog maar eens aan te herinneren, in werkelijkheid allang voorbij is, omdat die nooit werkelijk is gebeurd, omdat die in werkelijkheid nooit heeft kunnen gebeuren. Laten we eens kijken naar sommige manieren waarop deze waanzin zich manifesteert in deze waakdroom van tijd en ruimte die zo voelbaar echt lijkt.

Mijn lichaam wordt voortdurend gebombardeerd door bacteriën, virussen en parasieten. De wetenschap probeert die levensvormen te bestrijden, maar ze blijken heel goed in staat om die wetenschappelijke slimmigheid bij te houden, aangezien ze steeds sneller lijken te kunnen muteren. En bovendien: hoeveel aandacht jij en ook dagelijks besteden aan gezondheid en welzijn, vroeg of laat worden we toch een keer ziek. Het is een race die klaarblijkelijk nooit eindigt (en die we niet gaan winnen).

Hoeveel aandacht jij en ik ook proberen te besteden aan vriendelijkheid en liefde in ons leven, vroeg of laat raken we geïrriteerd, wijzen we mensen en situaties af, en wensen we dat dit of dat anders was. Gedurende een groot deel van de dag zijn onze denkgeesten helemaal niet zo vredig. En bovendien is Murphy nooit ver weg: alles dat mis kán gaan, zál vroeger of later mis gaan.

We verkiezen steeds politieke leiders die beloven in het belang van het volk te handelen, maar die uiteindelijk vooral naar grote multinationals luisteren. Het valt ons op dat slechts zeer weinig mensen in het algemene belang handelen: vrijwel iedereen denkt eerst en vooral aan zichzelf. Hmm, dat geldt eigenlijk ook voor jou en mij als we onze eigen projecties goed bekijken… auw!

Ah, en laten we vooral het klimaat niet vergeten, dat serieus in gevaar is. Miljoenen tonnen aan plastic afval bedreigen onze flora en fauna. Enorme hoeveelheden afval medicinale progesteron zorgen voor steeds meer misvormde vissen. In grote agglomeraties is de lucht nauwelijks meer te ademen. De klimaatopwarming is zeer waarschijnlijk goeddeels veroorzaakt door menselijke industriële activiteit. We zijn mogelijk al te laat om verscheidene graden opwarming van de aarde te voorkomen. Als de ijskappen smelten, zal de rijzende zeespiegel miljoenen doden eisen. Tenminste, als de planeet niet vóór die tijd door een meteoriet wordt getroffen waarbij 90% van al het leven omkomt.

Nog los van dit alles, hoe goed we ook proberen te zorgen voor ons leven en de planeet, gaan we vroeg of laat onvermijdelijk toch dood. We kunnen heel inventief proberen de levensduur van het lichaam te verlengen, maar de extra jaren zijn niet per se ook gelukkige extra jaren. Als ik bovendien mijn levensduur bekijk ten opzichte van de miljarden jaren die de aarde al bestaat, dan lijkt mijn leven op een kort glimpje van een vuurvlieg in de nacht. In het grote geheel van tijd en ruimte is mijn fysieke leven op aarde volstrekt insignificant.

Nogmaals, dit alles is wat Jezus waanzin noemt in Een cursus in wonderen. En we geloven er met z’n allen heilig in. Pas als we in alle eerlijkheid Jezus’ leerplan bestuderen en in praktijk brengen, gaan we ons (langzaam!) realiseren dat de uitweg uit deze waanzin niet is om de wereld de rug toe te keren (acetisme), noch om van het leven één groot feest te maken (omdat het toch allemaal denkbeeldig is), noch om de rest van ons leven pijnstillers te proberen. De truc om een eind te maken aan alle waanzin is  om juist heel actief in deze wereld te zijn, maar geleid door een andere Gids. Dat komt omdat de waanzin niet in de wereld op zich zit, maar in het denksysteem dat tot de wereld leidde: het ego, wat het idee is van aanval, afscheiding, verdediging, angst, pijn, en dood.

Velen van ons hebben wel een grootouder gehad die ons vertelde dat de beste weg uit een moeilijkheid is om er dwars doorheen te gaan. Op dezelfde manier pleit Jezus ervoor dat we leren te kijken naar het denksysteem dat we kozen, vanuit een liefdevolle vogelvlucht boven het slagveld, heel kalm, zonder veroordeling, zonder de pijn (fysiek of psychisch) te ontkennen die we ervaren; en ons dan simpelweg te realiseren waar we voor hebben gekozen. Vervolgens nodigt hij ons eenvoudigweg uit: “Broeder, maak opnieuw je keuze” (T31.VIII.3), waarmee hij bedoelt: waarom zou je er niet voor kiezen om je denkgeest en handelen in deze wereld te laten leiden door de Heilige Geest, de Stem namens Liefde. Je zult zoveel gelukkiger zijn.

Kenneth Wapnick heeft vele malen benadrukt dat niemand hoeft te denken dat dit een makkelijke keuze is. Het vraagt tenslotte om grenzeloos vertrouwen in de Liefde van God, waarin geen plaats is voor enige individualiteit. Dáág, lieve gekoesterde persoonlijkheid! Het ontwikkelen van vertrouwen in Liefde (H4.I.1) is een proces van vele stappen, hoofdstukken en eye-openers. Het heeft geen zin jezelf te pijnigen en jezelf in schuld onder te dompelen omdat jij zo’n rotsvast vertrouwen nog niet hebt bereikt. Dergelijke pijn kan het ego goed gebruiken om je te verleiden om alsnog te kiezen voor ascetisme, voortdurend feesten, of je denkgeest te verdoven — allemaal ideale afleidingen om het bestaan van het afgescheiden ego zeker te stellen.

Pas als je echt beseft dat het langzaam loslaten van je gekoesterde unieke persoonlijkheid de weg naar eeuwige vrede is, wordt de eerste step makkelijk: vragen aan die andere Gids wat te denken en wat te doen. Als je in stilte luistert, en dan wacht op een antwoord waarin geen dwang, angst of pijn te bespeuren is, weet je dat je goed op weg bent op de ladder die jou uit de hel van waanzin leidt. Dan realiseer je je, in opperste verbazing, dat de waanzin en dommigheid die we ooit als een gegeven hadden aangenomen, feitelijk bewuste keuzes zijn van de schijnbaar slapende Zoon van God, waar jij en ik een holografisch onderdeel van zijn. Alles om maar een eigen ikje te hebben, hoe pijnlijk ook! Die keuzes kunnen we liefdevol ongedaan laten maken… simpelweg door opnieuw te kiezen voor de Stem namens Liefde. Dat is de weg naar de verdwijning van het universum en het ons weer herinneren van Eenheid, het horen van de tijdloze roep van God, die Liefde is: “Vergeet alles, behalve Mijn onveranderlijke Liefde. Vergeet alles, behalve dat Ik hier ben.” (The Gifts of God / De Geschenken van God, p.128)

— Jan-Willem van Aalst, januari 2017. (Vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/01/21/stupidity-is-a-choice/)

Probeer een ander niet te veranderen

Menige huisarts krijgt patiënten tegenover zich die, na een uitgebreide diagnose en discussie over hun ziektesymptomen, uiteindelijk verzuchten: “Al dat gepraat… doe mij maar liever pillen.” Voor veel patiënten lijkt het inderdaad veel gemakkelijker om de symptomen te onderdrukken met pijnstillers en kalmeringsmiddelen, dan op zoek te gaan naar de diepere oorzaak van de fysieke of psychologische ongemakken. Iedere goede psycholoog zal je vertellen dat deze struisvogelstrategie, dat wil zeggen, je kop in het spreekwoordelijke zand steken, een ontkenningsmechanisme is dat niet zal werken. De symptomen, hoe lastig ze ook lijken, hebben tenslotte een nuttige boodschap voor de patiënt. Als de symptomen worden onderdrukt, zal die boodschap een andere manier vinden om zich te melden, vaak in een nog ernstiger vorm.

Studenten van Een cursus in wonderen realiseren zich echter maar al te goed dat het niet aan ons is om zo’n situatie en de keuzes die daarin worden gemaakt te beoordelen (eigenlijk: veroordelen). Het is tenslotte zo dat iedereen in deze wereld “onzeker, eenzaam, en in constante angst” ronddwaalt. (T31.VIII.7). Dat geldt net zo goed voor elke Cursusstudent, want anders zou die hier niet meer langer in tijd en ruimte blijven rondhangen. Ook jij en ik hebben vele “goede redenen” om zo nu en dan onjuist-gericht denken te verkiezen boven juist-gericht denken. Want ja, het bereiken van een staat van louter juist gericht denken (dat wil zeggen, de werkelijke wereld betreden) is een proces waar we misschien wel vele levens voor nodig hebben om te bereiken. Het past ons dus niet om patiënten om de oren te slaan met psychologische of spirituele principes over het ontwaken uit de droom van pijn. Dergelijk vingerwijzen betekent dat we wederom in de valkuil van aanval zouden stappen, wat het ego natuurlijk graag stimuleert.

Een andere reden om in dergelijke gevallen niet te oordelen (maar eigenlijk geldt dat voor alle gevallen) is dat het veroordelen van een patiënt zou neerkomen op het tot werkelijkheid maken van de vergissing, dat wil zeggen: de vergissing om te geloven dat de afscheiding van God werkelijk heeft plaatsgevonden. Als ik iemand als een wezen buiten mijzelf zie, met een denkgeest die overduidelijk losstaat van de mijne, dan ben ik de metafysica vergeten die zo fundamenteel is om de boodschap van Een cursus in wonderen te kunnen begrijpen. We zouden ons altijd moeten bedenken dat God slechts één Zoon heeft (WdI.99.7), die in slaap leek te vallen in de kwantummogelijkheid van het dromen over hoe het zou zijn om los van God te leven, in biljoenen versplinterde fragmentjes. Dus het waarnemen van afgescheiden lichamen is feitelijk het waarnemen van een schaduw van het ontologische ogenblik van afscheiding, dat in werkelijkheid gelukkig nooit gebeurd is omdat het nooit heeft kunnen gebeuren. Genezen betekent dus: ervoor kiezen mijn broeder, inclusief zijn geklaag over ziektesymptomen, te aanvaarden als mijn redder, in plaats van een verwarde ziel die bekeerd moet worden.

Een derde reden om niet te veroordelen wat er gebeurt is dat telkens wanner ik mij richt op het veranderen van een ander, ik hiermee eigenlijk mezelf afleid van het werk dat ik voor het helen van mijn eigen denkgeest te doen heb. Als ik niet eens mijn eigen denkgeest kan beheersen, wat overduidelijk zo is gezien mijn vele aanvalsgedachten, zou het dan niet een tikje arrogant zijn om te menen dat ik de denkgeest van een ander wel kan veranderen?  Het argument van sommige Cursusstudenten dat alle communicatie uiteindelijk invloed heeft op de ene denkgeest die we met z’n allen delen, haalt het punt uit z’n verband. Het is waar dat genezing te maken heeft met communicatie via de denkgeest, maar als ik de genezing van een zieke zoek in het proberen te veranderen van iemand die ik duidelijk als buiten mijzelf beschouw, dan stap ik wederom in de valkuil van de egodynamiek van afscheiding en veroordeling, terwijl ik naarstig probeer de toekomst voor de “ander” te verbeteren.

Doe dus geen poging om een ander te veranderen, hoe overtuigd je ook bent van je gelijk; hoe overtuigd je ook bent van de effectiviteit van jouw advies of methode om de pijn bij de ander te helen. “De enige verantwoordelijkheid van de wonderdoener is de Verzoening voor zichzelf te aanvaarden.“, vertelt Jezus ons tot drie keer toe (T2.V.5; T5.V.7:8; H7.3:2). Als je echt serieus overweegt om jezelf te ontslaan als je eigen leraar (omdat je slecht werd onderwezen, T12.V.8 en T28.I.7), dan zal de Heilige Geest je de lessen aanbieden die voor jou het meest geschikt zijn in deze lesruimte die de materiële wereld heet. Dus telkens wanneer je merkt dat een vriend of patiënt zijn kop in het zand steekt, beschouw dat dan als een herinnering voor jezelf dat iedereen hier onzeker, eenzaam en in voortdurende angst ronddwaalt.

Wees opmerkzaam op je neiging om een situatie te ‘fixen’. Observeer de drang, maar leef die niet uit. Kies er integendeel voor om een stapje terug te doen en het advies te vragen van de Heilige Geest, wat inhoudt: het onvoorwaardelijk loslaten van elke veroordeling. Bevestig nogmaals naar jezelf dat jij je denkgeest liever onderwezen wilt zien door de Leraar Die jou Thuis zal brengen, in plaats van de leraar die jou pijn zal blijven doen. Zoals we lezen in (T9.II.4:1): “Als je wilt weten of je gebeden verhoord zijn, twijfel dan nooit aan een Zoon van God.” Zijn geklaag mag misschien erg onredelijk linken, maar hij is nog altijd een Zoon van God, net zoals jijzelf. De keuze om een patiënt zo te bezien versterkt ook je besef dat die Identiteit ook de jouwe is. En dát is ware genezing.

— Jan-Willem van Aalst, januari 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/01/07/dont-try-to-change-others/)