Blog

Waar de schoen wringt

Ondermeer in Hoofdstuk 22 van het Tekstboek van Een cursus in wonderen nodigt Jezus ons uit om na te denken over de aard van de heilige relatie, en hoeveel beter wij ons zouden voelen als we daar vaker voor zouden kiezen. In een heilige relatie zie je jezelf en de ander als volmaakt compleet, en alle geloof in verschillen ongedaan gemaakt. Je herkent de essentie van jullie beiden, en dus verbind je je met de ander in jullie gezamenlijke Identiteit als Christus, de Zoon van God. Dit is de uitweg uit de ego-hel. Klinkt zweverig? Jezus verzekert ons: “Van alle boodschappen die jij ontvangen maar niet begrepen hebt, is alleen deze cursus toegankelijk voor je begrip en kan ook worden begrepen. Dit is jouw taal” (T-22.I.6:1-2). Nou, dat voelt niet altijd zo! Hoe zit dat?

Jezus vervolgt: “Zo wordt in iedere heilige relatie opnieuw het vermogen geboren om te communiceren in plaats van zich af te scheiden. Maar een heilige relatie, zelf zo kort geleden uit een onheilige herboren, en toch veel ouder dan de oude illusie die ze vervangen heeft, is in haar wedergeboorte nu als een baby. Toch is het in dit kindje dat jouw visie jou wordt teruggegeven, en het zal de taal spreken die jij begrijpen kunt. Het wordt niet gevoed door dat ‘iets anders’, dat jij dacht dat je was [d.w.z., een ego in een afgescheiden, sterfelijk lichaam]. (T-22.I.7:1-4). De keuze om van elke ontmoeting, elke interactie een heilige relatie te maken brengt onnoemelijk veel meer rust in je leven. Er zijn immers geen verschillende belangen meer. Jezus vraagt ons dan ook vreugdevol: “Wil jij niet dat dit heilige huis ook het jouwe is? Hier is geen ellende, maar louter vreugde” (T-22.II.12:9-10).

Maar dan komt het: “Al wat je hoeft te doen om hier in stilte met Christus te verblijven, is Zijn visie delen” (T-22.II.13:1). Oei. Zoals Kenneth Wapnick altijd graag Shakespeare citeert, in dit geval uit Hamlets beroemde monoloog: “Ai, dáár wringt het ‘m” (H.III,i). We willen immers onze ‘essentiële gelijkheid’ best delen met onze geliefden, met mede-Cursusstudenten of andere spiritueel geïnteresseerden, maar niet met die politicus, die collega, die manager, die publieksfiguur, die agressieve automobilist, ga zo maar door. Cursusstudenten weten best dat dergelijke afwijzingen niets van doen hebben met die betreffende personen maar alleen met hun eigen verdrongen projectie van hun waanidee van hun afwijzing van God… maar dat op zich is kennelijk nog niet genoeg om er toch een heilige relatie van te maken, en zo innerlijke vrede te vinden.

In hetzelfde Hoofdstuk 22 zegt Jezus hierover: “In een onheilige relatie wordt eenieder van waarde geacht omdat hij de zonde van de ander lijkt te rechtvaardigen. Ieder ziet iets in de ander wat hem aanzet om tegen zijn wil te zondigen. En zo belast hij de ander met zijn zonden, en wordt tot hem aangetrokken om zijn zonden in stand te houden. En zo moet het voor ieder wel onmogelijk worden zichzelf als de oorzaak van zonde te zien door zijn verlangen dat de zonde werkelijkheid is” [d.w.z., we willen zo graag onze eigen individualiteit in stand houden, hoe zondig die ook is] (T-22.III.9:3-6). Wij houden onszelf kortom graag gevangen in onze eigen zintuiglijke perceptie, zodat wij onszelf als uniek individu kunnen blijven ervaren. Dat al onze relaties daarmee onheilig blijven doet wel pijn, maar nog niet zoveel pijn als het vooruitzicht van het ‘uitgegumd worden’ en de eventuele straf die ons te wachten staat als we onze Schepper weer onder ogen zien.

De uitweg uit deze zotte, maar hardnekkige illusie? Kom los uit je zintuigen! Oefen met het onderscheiden van vorm (d.w.z. wat de zintuigen waarnemen, ervaren) en inhoud (de onzichtbare essentie achter alle vormen). Enige tijd geleden heb ik bij MIC een lezing verzorgd over het “rode” en “witte” lichtje dat je per definitie kiest in iedereen die je ontmoet. Dat is de inhoud die je kiest zodra je vorm ziet. Zodra je iemand ontmoet (lopend, fietsend of in de auto, het maakt niet uit) heb je in een fractie van een seconde al een onheilige of heilige relatie gekozen: een rood of wit lichtje. Het lijkt alsof je zintuigelijke indrukken van die persoon (uiterlijk of gedrag) daar aanleiding toe geven, maar de keuze voor het type relatie (heilig of onheilig) maak je helemaal zelf. En die keuze is te veranderen, en zou je ook moeten veranderen als je meer innerlijke vrede in je leven wilt ervaren.

In Hoofdstuk 22 vat Jezus dit kernpunt mooi samen: “Laat de vorm van zijn vergissingen jou niet weghouden van hem wiens heiligheid de jouwe is. Laat de visie van zijn heiligheid, waarvan het zicht jou je vergeving zou tonen, je niet worden onthouden door wat de ogen van het lichaam kunnen zien. Laat je bewustzijn van je broeder niet worden belemmerd door jouw waarneming van zijn zonden en zijn lichaam. Wat is er in hem aanwezig dat jij wilt aanvallen, behalve wat jij in verband brengt met zijn lichaam, dat naar jouw overtuiging zondigen kan? Achter zijn vergissingen staan zijn heiligheid en jouw verlossing. Je hebt hem zijn heiligheid niet gegeven, maar je hebt wel geprobeerd jouw zonden in hem te zien om jezelf te redden. En toch: zijn heiligheid is jouw vergeving. Kun jij verlost worden door hem zondig te maken wiens heiligheid jouw verlossing betekent?” (T-22.III.8).

Ja, mensen begaan vergissingen. Politici manipuleren burgers en zetten aan tot oorlogen. Ja, veel zakelijke mensen handelen uit hebzucht. Ja, mensen zijn niet altijd hoffelijk in het verkeer. Ja, mensen reageren hun stress of frustratie soms af op anderen. Ja, veel mensen kiezen er nog voor om in slaap te blijven en gedachteloos te consumeren. Ja, mensen worden wel eens boos om iets waar jij echt niets aan kon doen. We maken het allemaal elke dag mee. Zie dit niet als ‘ellende’ in je leven, maar als gelegenheden die jou worden aangeboden om te oefenen met het kiezen voor een heilige relatie: te oefenen met het zien van de inhoud achter de vorm. Kies ervoor om in ieder ander (zónder uitzondering!) het witte licht te zien dat jullie beider essentie is. Laat je reactie op de betreffende situatie vervolgens over aan de Heilige Geest. En je zult tot je verbazing merken hoeveel vrediger je dagen worden en hoeveel zaken ineens meer lijken te gaan ‘stromen’. Veel inspiratie gewenst!

— Jan-Willem van Aalst, augustus 2022

Boos!

Telkens wanneer je boosheid voelt (of het nu om je wederhelft gaat, je kinderen, je ouders, je collega, je leidinggevende, de kassière, die automobilist, die politicus, het weer, de beurs, noem maar op), meen je per definitie dat die terecht en gerechtvaardigd is. Zelfs als je ziet dat die ander (of het weer of de beurs) er niets aan kan doen, voel je nog steeds boosheid omdat je leven niet verloopt zoals jij vindt (eigenlijk: eist) dat het zou moeten lopen. Wanneer je bemerkt dat dit komt omdat je zélf iets fout deed of vergat, word je boos op jezelf en denk je nog steeds dat dat terecht is.

Breng jij weleens een dag door zonder boos te worden op iemand of over een situatie of gebeurtenis? Bedenk daarbij dat ook een lichte zweem van ergernis feitelijk hetzelfde is als uitgeleefde woede (zie bijv. W-pI.21.2:5). De vorm verschilt aanzienlijk, maar de inhoud erachter is dezelfde. Maar waar gaat die inhoud eigenlijk precies over? Waarom worden we zo vaak boos, terwijl we diep vanbinnen wel weten dat we daar doorgaans niets mee bereiken?

In Een cursus in wonderen heeft het oordeelloos aankijken van je eigen boosheid een behoorlijk centrale plek. Dat komt omdat boosheid in feite gelijkstaat aan veroordeling. Vergeving van veroordeling is hét kernbegrip van de Cursus, en dus valt er veel te lezen over boosheid, specifiek over waarom we er voor kiezen om boos te worden. En dat kan erg behulpzaam zijn, als je jezelf afvraagt waarom je jezelf toch steeds weer boos blijft maken om zaken die achteraf gezien helemaal niet zo serieus waren, of waar je toch geen invloed op hebt.

Boosheid gaat altijd over een relatie die je met iets of iemand hebt geconstrueerd in je denken. Echter, één van de grootste eye-openers die Een cursus in wonderen ons verschaft is dat elke relatie die we hebben louter een weerspiegeling (of projectie) is van onze relatie met God. Zonder uitzondering. In die zin hebben jij en ik in het leven maar één relatie: die met onze Schepper. Alle boosheid is feitelijk ons protest tegen God: Gods Liefde is niet genoeg; “het” moet anders zijn dan het is.

Studenten van Een cursus in wonderen leren dat het ego is ontsproten uit de illusoire ontologische oer-gedachte (“kwantum-mogelijkheid”) dat het zijn van Gods Creatie niet voldoende is; we willen zelf god zijn. Het enorme schuldgevoel achter deze “zondige” gedachte, en de bijkomende angst voor bestraffing daarvoor, vormen de basisenergie achter alle boosheid. Het is de keuze om nog steeds als denkgeest voor onjuist gericht denken te kiezen in plaats van voor Liefde. Boosheid is: koppig volhouden dat Jezus, als Stem namens ons ware Zelf (dat louter Liefde is), ongelijk heeft en ikzelf gelijk. Vandaar dat Jezus ons allen met milde humor betitelt als “een angstig muisje dat een aanval op het universum wil doen” (T-22.V.4:3).

Zolang je nog gelooft dat dit lichaam en dit leven alles is wat je hebt en bent, is er geen werkelijke uitweg uit boosheid. Niet alleen zullen er in dit leven altijd personen, situaties en gebeurtenissen zijn die je van streek maken — we richten ons leven zelfs zo in dat dit onvermijdelijk zal blijven gebeuren… alleen maar om steeds opnieuw naar onszelf te kunnen ‘bewijzen’ dat we werkelijk afgescheiden zijn van onze Schepper, dat het ons werkelijk is gelukt. Alles wat “mis” is bewijst immers dat we los zijn van de perfectie van God?

Voor Cursusstudenten wordt de uitweg uit boosheid dan ook clip en klaar: zie in dat de afscheiding een zot verhaal is met geen enkele basis in de realiteit. Geef toe dat je de keuze voor boosheid louter en alleen in stand houdt om de illusie van afgescheidenheid als lichaam te kunnen voortzetten. Herinner jezelf eraan dat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden en dat God slechts één ‘Zoon’ heeft, namelijk alles wat leeft, en dat God jou liefheeft. God is niet boos. Al je boosheid is dus uiteindelijk op jezelf gericht! Oftewel: als ik beschuldigend een vinger wijs, wijzen er drie naar mezelf. En ik zal de prijs van mijn aanval zelf betalen.

De valkuil is dat veel Cursusstudenten zich alsnog schuldig voelen, omdat ze merken dat ze ondanks dit inzicht nog steeds met regelmaat boos worden. Dat leidt tot gevoelens van falen en ontoereikendheid. Je zou dit echter ook kunnen zien als een aangeboden gelegenheid tot verdere spirituele groei: telkens wanneer je boosheid voelt, maar daar bovenuit kunt stijgen voordat je het helemaal uitleeft, train je de keuzemaker in je denkgeest om een betere keuze te maken. Voel je dus niet schuldig, maar dankbaar voor je aanvaarding van Jezus’ leerplan.

Totale verlichting gebeurt in het algemeen niet in een weekendje; dit vergt vele jaren van geduldige oefening. Telkens wanneer het je lukt om je boosheid te bemerken en tóch te kiezen voor de Stem namens Liefde, groeit je motivatie om Jezus’ leerplan werkelijk te gaan doorleven en ervaren, niet alleen maar er over te lezen. Zoals de inleiding van het Werkboek stelt: “Jou wordt slechts gevraagd de ideeën toe te passen zoals je opgedragen wordt. Er wordt je helemaal niet gevraagd ze te beoordelen. Er wordt je alleen gevraagd ze te gebruiken. Juist het gebruik ervan zal ze betekenis voor je laten krijgen en je tonen dat ze waar zijn.” (W-In.8:3-5).

— Jan-Willem van Aalst, juli 2022

Jezelf niet meer pijnigen

In Een cursus in wonderen lezen we dat niets buiten onszelf inherent de macht heeft ons pijn te doen. Wanneer we pijn ervaren, fysiek of psychisch, betekent dat simpelweg dat we ervoor hebben gekozen iets buiten onszelf de macht te geven onze innerlijke vrede te verstoren. Ook leren we dat alles wat we als “buiten onszelf” ervaren, feitelijk projecties zijn van innerlijke schuldgedachten die we diep, diep hebben weggestopt omdat we ze niet durven aankijken. Zo lijkt alle kwaad altijd buiten onszelf te zijn, wat zelfbedrog is. Verlossing is dan ook gelegen in het kalm en oordeelloos leren aankijken van alle duisternis in de eigen denkgeest, en vervolgens zelfvergeving toe te passen.

Echter, juist omdát we veel van die duisternis uit ons bewustzijn hebben verbannen, helpt het om de ‘pijnigende projecties’ te vergeven die we nog als iets buiten onszelf ervaren. Dat is de kern van Jezus’ uitspraak: “Heb uw naaste lief zoals uzelve”. Immers, mijn interpretatie van ‘mijn naaste’ weerspiegelt slechts hoe ik mijn innerlijke zelf zie. Juist daarom heeft iedereen die je op een dag ontmoet dezelfde spirituele boodschap voor je: word je bewust van hoe je diegene interpreteert, en zie daarin de spiegel van de staat van je eigen bewustzijn. Het vervolgens bewust kiezen voor een vriendelijke, liefdevolle houding is een geschenk aan de ‘ander’ en dus aan jezelf.

Door je keuze om liefdevol te reageren vertel je de ander (en dus jezelf) dat elke interpretatie van afgescheidenheid niet waar is, ongeacht de vorm. Je vertelt de ander (en dus jezelf) dat alles wat leeft niet schuldig is en de dood verdient, maar juist altijd al onschuldig was, onschuldig is en onschuldig zal zijn. Je vertelt de ander (en dus jezelf) dat wij Scheppingen van eeuwige Liefde zijn, en dat de dood niet bestaat: “Broeder, er is geen dood. En dit leer je wanneer jij niets anders wenst dan je broeder te laten zien dat hij jou geen leed berokkend heeft. Hij denkt dat jouw bloed aan zijn handen kleeft, en dus is hij veroordeeld. Toch is het jou gegeven hem door jouw genezing te laten zien dat zijn schuld slechts het spinsel is van een zinloze droom.’ (T27.II.6:5-11).

Telkens als je merkt dat je van streek raakt, door wat dan ook, besef dan dat je weer een oefenmoment krijgt aangeboden om de situatie en/of de persoon anders te bezien, namelijk zoals de Heilige Geest (de Stem namens Liefde) die zou interpreteren. Wat de ogen van het lichaam zien hoeven we beslist niet te ontkennen, maar de interpretatie van die beelden is een keuze die wij, en alléén wijzelf bepalen. Deze keuze hangt altijd af van de vraag wat het doel van je interpretatiekeuze is: wil je nog wat langer ‘genieten’ van de individualiteit van afgescheidenheid, of wil je de vrede van God? Wat wil je: gelijk of geluk? (T29.VII.1:9). De grote frustratie is dat we allebei willen, als individueel ego. Op de vraag “Wat ben ik?” is echter maar één correct antwoord: geest. Het helpt dan ook om regelmatig te mediteren op het idee dat jij niet een lichaam, maar een perfecte zonnestraal bent van de Zon die God heet, zoals we lezen in Hoofdstuk 30 van het Tekstboek:

“Voorbij alle afgoden ligt de Gedachte die God van jou bewaart. Volkomen onberoerd door het tumult en de verschrikkingen van de wereld, de dromen van geboorte en dood die hier worden gedroomd, en de ontelbare vormen die de angst aannemen kan, blijft de Gedachte die God van jou bewaart, volstrekt onverstoord, precies zoals ze altijd is geweest. Omgeven door een stilheid zo totaal dat geen krijgsgedruis haar in de verste verte nadert, rust ze in zekerheid en in volmaakte vrede. Hier wordt jouw enige werkelijkheid veilig bewaard, volkomen onbewust van heel de wereld die afgoden aanbidt en God niet kent. In de volmaakte zekerheid van haar onveranderlijkheid en van haar rust in haar eeuwige thuis, heeft de Gedachte die God van jou bewaart nooit de Denkgeest verlaten van haar Schepper die zij kent, zoals haar Schepper weet van haar bestaan.” (T30.III.10).

Kies er dus voor jezelf niet langer te pijnigen. Ontken je ervaringen in deze droomwereld niet, maar leer jouw interpretatie ervan rustig ‘boven het slagveld’ te bezien. Je kunt op dat moment, vanuit Les 34 “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien”, beseffen dat alle omstandigheden, gebeurtenissen en ontmoetingen behulpzaam kunnen zijn voor je ontwaken, als je ervoor kiest de gids van Liefde, die er altijd is, te volgen. En dit dan duizend keer per dag. Jaar in, jaar uit. Misschien wel in meerdere levens. Het maakt niet uit. Verlossing wacht op verwelkoming, niet op de tijd (T13-VII.9:7). Prettige oefendag gewenst!

— Jan-Willem van Aalst, juli 2022

Lessen uit het hiernamaals

In deze blogpost zou ik de lezer van harte willen uitnodigen om een uurtje te besteden aan het zeer inspirerende relaas van de “nabij-de-dood ervaring” van Nancy Rynes, waar ik de Nederlandse ondertiteling van heb verzorgd. Sowieso vind ik vrijwel alle video-interviews die Anthony Chene publiceert over de ultieme vraag “Wat ben ik?” dubbel en dwars de moeite waard.

In dit interview (juni 2022) vertelt Nancy over haar auto-ongeluk in 2014 en haar ervaringen aan “de andere kant” terwijl ze een poosje klinisch dood is geweest. Naast de vele herkenbare elementen die vaak in dergelijke ervaringen terugkomen (een wereld van licht; onvoorwaardelijke liefde; een levensfilm) heeft Nancy een aantal boodschappen of lessen meegekregen die, zo vermoed ik, ook voor Cursusstudenten interessant zijn om te overdenken, zoals:

  1. Wat er in het draaiboek van jouw huidige leven gebeurt, daar heb je al mee ingestemd vóór je geboorte (/incarnatie). Je bent in die zin altijd veilig;
  2. Ook de lichtwereld waarin je terechtkomt na je fysieke overgang is nog niet de ultieme realiteit. Het is een soort ‘wachtruimte’ waarin je kunt bijkomen en opladen en je incarnatie zult evalueren. De ultieme werkelijkheid wordt uiteindelijk gekend (niet waargenomen) zonder enige vorm.
  3. Wat wij in elke incarnatie primair te doen hebben is het opruimen van elke duistere plek in het denken, of wat Cursusstudenten kennen als ‘het aanvaarden van de Verzoening’. Of, zoals Kenneth Wapnick het puntig en praktisch samenvat: “Wees vriendelijk”.

Een nabij-de-dood ervaring schijnt veel vaker voor te komen dan vaak wordt gedacht: onderzoekers komen inmiddels uit op schattingen van 3 à 4 procent van de bevolking, wat in Nederland toch al snel zo’n 600.000 gevallen zou opleveren. En het aantal groeit, nu we medisch steeds beter in staat zijn om in kritische situaties een mensenleven te ‘redden’. Ook in de commentaren op de betreffende YouTube pagina wemelt het van reacties van mensen die Nancy’s ervaring herkennen. Hier is dan het interview:

Wellicht moet je “ondertiteling” nog even expliciet aanzetten. Veel inspiratie gewenst!

Jan-Willem van Aalst, juni 2022

Redenen voor vreugde

Maak je zo vaak je kunt geen zorgen
over gisteren, vandaag of morgen.
Vergeet die drukkende zware last:
Een gelukkig eind van alle dingen staat al vast.
Alle gebeurtenissen en ontmoetingen zijn behulpzaam
Je bent waardig, liefdevol en bekwaam.

Op het ogenblik dat het ego leek te ontstaan
Op dat moment was het al tenietgedaan.
Jij en ik zijn pure geest, voor eeuwig veilig
En voor God is elke broeder net zo heilig.
Tijd is nergens, een immense goocheltoer
Jouw leven, daar sta jij nu van aan het roer.

Bij je conceptie heb je gewillig ingestemd
Met deze incarnatie, doelgericht en ongeremd;
Nogmaals los van God proberen te leven
Ook al is het vol van pijn, en duurt het steeds maar even.
Toch ruimt elke incarnatie wat duisternis weer op
En groei je door tot aan je spirituele top.

Waarom zou je op de Hemel wachten?
Het is Zijn Liefde waar we allemaal naar smachten.
Weerspiegel hier dan ook elke dag
Zijn Licht met jouw talent, dat je uiten mag.
Wees stil, vergeef, en voel in dankbaarheid:
Jij en ik zijn één — alle angst raken we dan kwijt.

Een droom is en blijft toch slechts een droom;
Kies voor Liefde, onbaatzuchtig, zonder schroom.
En weet: mijn Schepper is mijn Thuis, ik ben Zijn Kind,
Bij Hem ben ik nu al, veilig en bemind.
Ik ben niet een lichaam, ik ben vrij
Want ik blijf zoals ik ben, zó schiep God mij.

— Jan-Willem van Aalst, juni 2022

Rechtstreeks uit de hemel

Deze week overleed de Griekse componist Evangelos Papathanassiou, bij het grote publiek bekend onder zijn artiestennaam Vangelis, op 79-jarige leeftijd. Ik besteed een blogpost aan hem omdat ik geen andere componist in onze tijd ken wiens werken zó innig uitnodigen tot het omarmen van de werkelijke innerlijke vrede die niet van deze wereld is. Van Mozart werd wel gezegd dat zijn muziek rechtstreeks uit de hemel kwam, en na 35 jaar verdieping in Vangelis’ werk, durf ik te stellen dat dat voor hem ook geldt.

Op het eerste gezicht klinkt dat misschien gek. Vangelis staat immers vooral bekend als schrijver van simpele synthesizer-melodietjes die, al dan niet aangevuld met een koor, her en der in films zijn gebruikt. De meeste mensen zijn wel bekend met zijn muziek in “Chariots of fire” (1981), “Blade runner” (1982), en de Columbusfilm “1492: Conquest of paradise” (1992). Maar om dat nou gelijk te stellen aan Mozart? Het gaat mij dan ook juist niet om zijn bij het grote publiek bekende werken, maar om de werken die slechts weinigen kennen, om allerlei redenen. Wie de moeite neemt de moeilijk verkrijgbare uitgaven van Vangelis te bemachtigen, wacht een ware schatkist aan diepe spirituele ervaringen.

Een basisuitgangspunt in alles wat Vangelis deed was spontaniteit. Hij heeft het notenschrift nooit geleerd en geloofde niet in muziektheorie. Hij omschreef zichzelf als “een kanaal waarlangs muziek ontstaat uit de chaos van ruis”. Hij meende dat men niet zou moeten proberen zoiets bewust te sturen; het zou simpelweg spontaan moeten plaatsvinden vanuit inspiratie. In de jaren tachtig ontwikkelde hij een techniek om nieuwe muziek zoveel mogelijk in één keer spontaan in te spelen, als een soort organist die met handen en voeten een hele symfonie imiteert, alleen dan met een modern palet aan geluidsklanken (hoewel hij altijd beweerde nooit computerprogramma’s te gebruiken).

Zo claimt hij dat zijn 2001 album “Mythodea”, een ode aan de NASA Mars-missie, in een uur is gecomponeerd: toen het gevoel van inspiratie zich eenmaal aandiende, is hij gaan zitten en is vanuit spontaniteit gaan spelen, met de opnameband aan. Een uur later was het klaar. Ook menige begeleidende muziek bij de meer dan 20 (natuur)documentaires kwam op dezelfde manier in korte tijd vanuit spontaniteit tot stand. Veel van deze muziek is echter moeilijk verkrijgbaar, juist door het gebrek aan commercieel gehalte.

Blijvende innerlijke vrede komt voort uit het kiezen voor Liefde die niet van deze wereld is, omdat wij zelf – als geest – in essentie niet van deze wereld zijn. Juist in de zintuiglijke vorm die we muziek noemen kan de werkelijke aard van onze eeuwige staat in de Hemel zich in onze denkgeesten weerspiegelen. In Een cursus in wonderen omschrijft Jezus dat als volgt: “Luister — misschien vang je wel een vleugje op van een aloude toestand, niet geheel vergeten; vaag, wellicht, en toch niet helemaal onbekend, zoals een lied waarvan de naam allang vergeten is en waarvan jij je de omstandigheden waarin je het hoorde totaal niet meer heugen kan. Niet het hele lied is jou bijgebleven, maar slechts een zweem van een melodie, niet gebonden aan een persoon, een plaats of iets bepaalds. Maar jij herinnert je, alleen al aan dit fragmentje, hoe lieflijk het lied was, hoe wonderschoon de omgeving waarin jij het hoorde, en hoezeer jij degenen liefhad die daar aanwezig waren en daar luisterden met jou” (T21.I.6).

Deze herinnering aan onze Hemelse staat wordt door menigeen gehoord in, bijvoorbeeld, Mozart’s “Requiem”; in Beethoven’s “Missa Solemnis” (de topfavoriet van Kenneth Wapnick); in Brahms’ “Ein deutsches requiem”, in Fauré’s “Requiem”, in Schuberts onvoltooide achtste symfonie, en in Mendelssohn’s “Psalm 42”. Deze kwaliteit ervaar ik ook in Vangelis’ moeilijk verkrijgbare werken als “Foros Timis Ston Greko” (1995), “El Greco soundtrack” (2007), “Ignacio” (1975) en in delen van “The Bounty” (1984). Wanneer je je denken toestaat zich totaal te verliezen in deze muziek, ervaar je de goddelijke bron die zich spontaan via dit Griekse kanaal heeft gemanifesteerd, vanuit een inspiratie die niet van deze wereld is.

Klinkt misschien overdreven? Neem vandaag eens een uur de tijd om, desnoods via YouTube, zijn hemels geïnspireerde “Foros Timis Ston Greko” te beluisteren. En daarna zijn El Greco soundtrack. Zonder oordeel vooraf. Laat je wegvoeren uit deze droomwereld van tijd en ruimte. Wat tot jou komt benadert de muziek die mensen ervaren gedurende een nabij-de-dood-ervaring. Het kernwoord ervan is, denk ik, troost. Het is dezelfde troost die Jezus ons biedt in zijn verzekering dat deze droomwereld niet onze ware realiteit is, en dat aan gene zijde ons ware erfgoed op ons wacht, dat wij in werkelijkheid nooit hebben verlaten. De ervaring daarvan wacht slechts op onze keuze voor het totaal aanvaarden van de Verzoening. En dat is mijns inziens precies waar de topwerken van Vangelis toe uitnodigen: het wederom kiezen voor de Hemel. Deze muziek brengt troost en vrede, en inspireert ons om het pad dat Jezus ons onthult in Een cursus in wonderen werkelijk te gaan doorleven.

— Jan-Willem van Aalst, mei 2022

Zegen mij, Zoon van God

Om blijvende innerlijke vrede te leren ervaren, worden we in Een cursus in wonderen door Jezus uitgenodigd om ervoor te kiezen al onze medemensen anders te bezien. De reden hiervoor is dat iedereen op interpretatieniveau een spiegel is van hoe ik heimelijk over mezelf denk. Hierbij gaat het nooit om wat een ander doet qua gedrag, maar altijd over mijn eigen interpretatie daarvan. En dus vraagt Jezus ons in deze illusoire waakdroom van tijd en ruimte, zolang wij nog geloven daarin te bestaan: “Droom zacht over je zondeloze broeder, die zich met jou in heilige schuldeloosheid verenigt. En uit deze droom zal de Heer der Hemelen Zelf Zijn geliefde Zoon doen ontwaken. Droom van jouw broeders vriendelijkheden, in plaats van op zijn vergissingen te broeden. Kies zijn zorgzaamheid uit om van te dromen, in plaats van de keren te tellen dat hij jou heeft pijn gedaan. Vergeef hem zijn illusies en wees hem dankbaar voor al de hulpvaardigheid die hij heeft betoond. En schuif zijn vele gaven niet weg omdat hij in jouw dromen niet volmaakt is” (T27.VII.15:1-6).

In deze waakdroom valt het niet te ontkennen dat mensen vreselijke dingen doen. Toch draagt eenieder, hoezeer die ook verdwaald lijkt te zijn in het duistere labyrinth van de ego-droom, hetzelfde licht van onschuld in zich, en dát is zijn/haar ware Realiteit. De manier, nogmaals, om de innerlijke vrede te vinden waar we zo naar verlangen, is om datzelfde licht van onschuld in je eigen gewaarzijn weer aan te zetten, want alleen dát is je ware Realiteit. Aangezien onze interpretatie van anderen louter onze betekenisgeving van onze eigen-waarde weerspiegelt, loont het dus om steeds wat vaker alert te zijn op hoe je al je ontmoetingen en gebeurtenissen interpreteert. In het Werkboek zien we dan ook herhaaldelijk oefeningen waarin we gevraagd worden om te werken aan onze interpretatie van iemand die we niet mogen.

Probeer vandaag bijvoorbeeld les 161 eens te oefenen, waarin Jezus ons stap voor stap meeneemt: “Kies [in gedachten] één broeder uit, als symbool voor alle anderen, en vraag hem om verlossing. Zie hem eerst zo duidelijk als je kunt, in dezelfde vorm als die je gewend bent. Zie zijn gezicht, zijn handen en voeten, zijn kleding. Kijk hoe hij glimlacht, en zie de vertrouwde gebaren die hij zo regelmatig maakt. Denk dan hieraan: wat je nu ziet, verbergt voor jou de aanblik van iemand die jou al je zonden kan vergeven, wiens heilige handen de spijkers kunnen verwijderen die de jouwe doorboren, en die de doornenkroon kan wegnemen die jij op je bloedende hoofd hebt geplaatst. Vraag hem het volgende, zodat hij jou kan bevrijden:
Geef me jouw zegen, heilige Zoon van God. Ik wil je met de ogen van Christus aanschouwen, en mijn volmaakte zondeloosheid in jou zien.
En Hij op Wie jij een beroep doet, zal antwoorden. Want Hij zal de Stem namens God in jou horen, en antwoorden in jouw stem” (W161.11:1-12:1). Het maakt in principe niet uit wie je voor deze oefening kiest: een politicus, een manager, een ouder, een collega, een TV-persoonlijkheid… het gaat, nogmaals, puur om je eigen interpretatie ervan.

Aan zijn studenten, die langzaamaan leren de illusie van de waakdroom van tijd, ruimte en zintuigen te doorzien, en leren het Licht te ervaren dat daarachter eeuwig en onveranderlijk schijnt (en wat wij zijn), zegt Jezus: “Jij beschikt nu over de visie om dwars door alle illusies heen te zien. Het is je gegeven geen doornen, geen vreemden en geen blokkades voor de vrede te zien. De angst voor God betekent nu niets meer voor jou. Wie is er immers bang om naar illusies te kijken, als hij weet dat zijn verlosser [d.w.z., de broeder uit onze oefening] naast hem staat? Met hem is jouw visie de grootste macht geworden die God Zelf kan geven om illusies ongedaan te maken” (T20-II.7:1-5). En mocht je toch nog dat kleine dreinerige stemmetje horen dat ons vertelt dat wij dat niet waardig zijn, herinner je dan Jezus’ verzekering uit Hoofdstuk 26: “Bedenk hoe heilig jij moet zijn door wie de Stem namens God jouw broeder liefdevol toeroept, opdat je in hem de Stem mag wekken die jouw roep beantwoordt! En bedenk hoe heilig hij moet zijn wanneer in hem jouw eigen verlossing sluimert, met zijn vrijheid verbonden! Hoezeer jij ook wenst dat hij veroordeeld is, God is in hem” (T26.IX.1:1-3).

God is niet ver. God huist in jou, in mij, en in al het leven dat we om ons heen ervaren in onze waakdroom. Herinner je Werkboekles 23, waarin Jezus ons eraan herinnert dat wij ons kunnen bevrijden uit deze droomwereld door alle aanvalgedachten op te geven. Juist daarom moeten we dergelijke dachten leren observeren, en dat doe je door te kijken naar jouw interpretatie van je broeder. Ter afsluiting de prachtige levensles van Jezus uit Hoofdstuk 20: “Hier is je verlosser en je vriend, door jouw visie van de kruisiging bevrijd, en vrij om jou nu te leiden naar waar hij wil zijn. Hij zal jou niet verlaten, noch de verlosser in zijn pijn de rug toekeren. En blijmoedig zullen jij en je broeder samen de weg van de onschuld gaan, zingend wanneer jullie de open deur van de Hemel zien en het thuis herkennen dat jullie geroepen heeft. Geef jouw broeder met vreugde de vrijheid en de kracht om jou daarheen te leiden. En verschijn voor zijn heilig altaar waar de kracht en vrijheid wachten, om het heldere bewustzijn dat jou naar huis leidt te geven en te ontvangen. De lamp is in jou ontstoken voor je broeder. En door de handen die deze aan hem gegeven hebben, zul jij voorbij de angst naar de liefde worden geleid” (T20.II.11). Veel inspiratie gewenst vandaag!

— Jan-Willem van Aalst, mei 2022

De verwelkomde les

Hoe vaak op een dag kom jij nog dingen, gebeurtenissen of mensen tegen die jou niet bevallen? Studenten van Een cursus in wonderen hebben geleerd dat de vorm en intensiteit van de afkeur er niet toe doen: een “lichte krimp van ergernis” is dezelfde energie als “intense woede” (W-d1.21.2:5); alleen de uiterlijke expressie verschilt. Lastiger is het om te beseffen — boven het slagveld van de emotie — dat iedere ergernis over iets buiten mijzelf een teken is dat ik mezelf nog veroordeel. Elke Cursusstudent wordt immers gepokt en gemazeld in het begrip projectie: alles wat ik diep in mezelf niet onder ogen wil zien, projecteer ik naar buiten en zie ik in een ander. Dus alles wat ik als ‘verkeerd’ beschouw zie ik niet in mij, maar in de gebeurtenis of de persoon die mij niet bevalt. Dat is projectie, en dat is onszelf voor de gek houden.

Op het spirituele niveau bekeken is alles wat mij hier lijkt te overkomen — en vooral hoe ik dat interpreteer en er op reageer — slechts een flauwe afspiegeling van mijn relatie met mijn Schepper, feitelijk de enige relatie die er is. Zo is bijvoorbeeld alles wat mij niet aan mijn ouders bevalt eigenlijk mijn aanklacht tegen God dat Hij geen goede Vader voor mij is. En alle moeite die ik heb met autoriteitsfiguren — zij het politici, managers, of een echtgenoot, noem maar op — weerspiegelen de moeite die mijn ego heeft met God als de ultieme autoriteit over al het leven. En zo komt alles wat mij niet bevalt op een dag in de kern neer op steeds dezelfde afwijzing: “Ik ben niet een Kind van God. God is voor mij niet genoeg. Ik ben liever een lichaam los van God, en alle kwaad zit niet in mij maar in de buitenwereld.”

In Een cursus in wonderen nodigt Jezus ons uit om alle dingen, gebeurtenissen en ontmoetingen op een andere manier te gaan interpreteren: als een les in zelfvergeving, in plaats van in de slachtofferrol of verdedigingsmodus te schieten. Al in Les 23 van het Werkboek onderwijst Jezus ons: “Ik kan ontsnappen aan de wereld die ik zie door aanvalgedachten op te geven”. Dan moet ik me wel eerst beseffen dat alle negativiteit die ik voel – van een lichte krimp tot intense woede – het gevolg zijn van mijn eigen aanvalgedachten. Ik kan niet iets opgeven waarvan ik me niet ten volste gewaar ben. We worden dus mild uitgenodigd om niet alleen onze projecties te doorzien, maar vervolgens ook om die terug te nemen, omdat alleen dàt de negativiteit oplost.

Zodra ik aanvaard dat de negativiteit die ik in de ander zag in feite mijn eigen geprojecteerde negativiteit is, kan ik er bewust voor kiezen om anders te gaan denken. Echter, als ik niet — vroeg of laat — óók doorzie dat de oerbron van al mijn negativiteit gelegen is in mijn relatie met mijn Schepper, dan kan ik mezelf blijven vergeven tot ik een ons weeg, maar zal de blijvende innerlijke vrede die ik zo vurig verlang toch op de één of andere manier ongrijpbaar blijven. Pas ik als ik mijn eigen keuze om mezelf als slechts een van God afgescheiden lichaam te identificeren met een milde glimlach kan observeren, om mij vervolgens weer te verbinden met mijn ware Identiteit als Geest van Liefde, pas dan komt verlossing werkelijk in zicht.

Het oefenen van dit proces van zelfvergeving vergt tijd. Het zodanig trainen van je denkgeest dat je elke gebeurtenis en ontmoeting louter ziet als liefdevolle les van de Heilige Geest om nog een keer zelfvergeving te beoefenen in plaats van afscheiding, betekent immers een totale omslag in je denken. Het betekent namelijk dat je de fundamentele vraag “Wat ben ik?” anders leert beantwoorden: ‘Ik zie nu dat ik en mijn broeder niet afgescheiden zijn. God heeft maar één Zoon, die Hij eeuwig onvoorwaardelijk lief heeft. En elke gebeurtenis en ontmoeting die mij lijken te overkomen kan ik zien als les om die waarheid weer een beetje steviger in mijn denkgeest te verankeren.’

Uiteindelijk zullen we het punt bereiken dat we inzien dat deze waarheid altijd al waar is geweest: alles in tijd en ruimte is een zot toneelspel dat niets met de Werkelijkheid van doen heeft. Ieder moment van de dag dat we tegen liefde interpreteren, doorleven we slechts nogmaals het ene ontologische moment waarop we voor duisternis (afgescheidenheid, ego) kozen. We verzonnen tijd en ruimte om die duisternis in stand te kunnen houden. De keuze voor de Heilige Geest is onze bereidheid om de duisternis in te ruilen voor gewaarzijn van het Licht dat ons nooit heeft verlaten, maar dat we een poosje probeerden te vergeten.

Verwelkom dus alles wat je lijkt te overkomen vandaag en al je dagen. Onthoud altijd Jezus’ behulpzame uitspraak uit het Handboek: “alle dingen, gebeurtenissen, ontmoetingen en omstandigheden zijn behulpzaam” (H-4.I.A.4:5). Ze zijn behulpzaam omdat wij vrij zijn alles te herinterpreteren als een les in zelfvergeving. En telkens wanneer we de les aanvaarden, komt onze ware Identiteit als de ene Zoon van God weer iets meer in het licht van ons gewaarzijn te staan. Is er iets mooiers denkbaar? Veel inspiratie gewenst in al je vergevingslessen!

— Jan-Willem van Aalst, april 2022

De gilmeter

Deze term is bedacht door Catherine Austin-Fitts, een voormalig lid van de Regering-Bush in de jaren negentig, en nu een strategisch adviseur over maatschappelijk welzijn. Wat mij betreft is dit een rake term voor een onrustbarend fenomeen dat langzaam maar gestaag steeds merkbaarder wordt, namelijk de angstzaaierij door de reguliere media. Ongeacht het onderwerp dat actueel is, of het nu een virus, een oorlog, of een geslachtsdiscussie is, de algemene trend is dat de consument voortdurend met hetzelfde standpunt wordt gebombardeerd, met de aandrang om het daar vooral mee eens te zijn, en iedereen die daar anders over denkt scherp af te wijzen. Het aanvallen van andersdenkenden wordt zelfs subtiel aangemoedigd, in elk geval verbaal. Hoewel dit fenomeen zich altijd al heeft voorgedaan in onze geschiedenis, begint het de laatste decennia wel erg pregnant te worden. Vooral de afgelopen jaren heeft dit een intensiteit bereikt die je gerust kunt samenvatten als ‘gegil’.

In Een cursus in wonderen wordt het werkwoord ‘gillen’ altijd geassocieerd met het ego. Enkele voorbeelden: “…de zelfbeschuldigende kreten van zondaars, buiten zichzelf van schuldgevoelens…” (Wd1.134.7:4); “…geprojecteerde angst […] briest in toorn, en klauwt in de lucht…” (Wd1.161.8:3-4), “[De niet-vergevende denkgeest] beziet de wereld met nietsziende ogen en schreeuwt het uit als hij zijn eigen projecties te hoop ziet lopen tegen zijn erbarmelijke parodie op het leven…” (Wd1.121.4:2), en, in een troostende vorm, in de meditatie die ons wordt aangeboden in les 49: “Ga aan alle schrille kreten en ziekelijke fantasieën voorbij die jouw werkelijke gedachten verhullen en je eeuwige verbinding met God versluieren” (Wd1.49.4:3). Dergelijke verwijzingen doen beslist denken aan de manier waarop de reguliere media momenteel probeert om eenieders aandacht nu gericht te houden op angst, zorgen, spanning, afscheiding en aanval.

Deze gilstrategie is uiteraard doelbewust. Zodra je wat aandachtiger gaat kijken naar het bestuurlijk kader waarbinnen de mediabedrijven vandaag de dag moeten opereren, dan wordt het glashelder dat het voor hen tegenwoordig haast onmogelijk is geworden om ons nog op een onafhankelijke, objectieve manier te informeren. De meeste grote media-instituten zijn financieel gezien in handen van de grote corporaties en banken, die een steeds fermere grip op de keuzes van het overheidsbeleid krijgen; en wie betaalt bepaalt. De continuïteit van hun winst vereist een gehoorzame bevolking die gedwee doet wat zij zeggen. Het doel van het gegil is dus om de denkgeest zodanig in angst te houden dat er geen ruimte meer is voor serieuze herbezinning en tegenspraak tegen deze strategie van subtiele slavernij. Het doel is mindlessness, zodanig dat de keuzemaker nooit de gelegenheid zal nemen om een andere keuze te maken.

Dit is, kortom, simpelweg hetzelfde ego-spel dat zich al in de waakdroom afspeelt sinds het begin der tijden. Alleen wordt het de laatste jaren intensiever, net zoals alles de afgelopen eeuwen in een intensivering en versnelling lijkt te geraken. Vanuit het gezichtspunt van Een cursus in wonderen is er helemaal niets veranderd, aangezien de schijnbaar lineaire tijd slechts een illusie is met als enig doel om het ego intact te houden; alles in het verleden en de toekomst gebeurt nu. Het ego gebruikt de tijd om voortdurend dezelfde pseudo-vraag te kunnen stellen: “De wereld stelt maar één vraag. Het is de volgende: ‘Welke van deze illusies hier is waar?” (T27.IV.4:4-5). Merk bijvoorbeeld de analogie op met de huidige discussie over hoeveel geslachten er zijn. Jezus vervolgt: “Welke vorm de vraag ook aanneemt, haar doel blijft hetzelfde. Ze vraagt alleen om vast te stellen dat zonde werkelijk is, en antwoordt in de vorm van een voorkeur. […] Op die manier is al het vragen stellen in de wereld een vorm van propaganda voor haarzelf” (T27.IV.4:8-9; 5:3).

Zoals Catherine Austin-Fitts opmerkt, bestaat het beste antwoord op angstzaaierij niet uit aanval, aangezien dat alleen maar tot meer ego-denken [polarisatie, afscheiding] en doen leidt. Veel beter is het om het niet meer zo serieus te nemen. In een vergelijkbare gedachtengang nodigt Jezus ons uit om, temidden van al het ego-tumult, de observator boven het slagveld van waarneming aan te zetten (T23.IV). Daar kunnen we de zottigheid van het ego oordeelloos observeren, en ons tot de betere Gids in onze denkgeest richten: de Stem namens Liefde. Dit is feitelijk de reis terug van mindlessness naar mindfulness: “De Godsherinnering komt tot een denkgeest in rust. Ze kan niet komen waar conflicten zijn, want een denkgeest in oorlog met zichzelf herinnert zich eeuwige zachtmoedigheid niet. Oorlogsmiddelen zijn geen vredesmiddelen, en wat oorlogszuchtigen zich plegen te herinneren is niet liefde. […] Een conflict in jezelf moet wel betekenen dat je gelooft dat het ego bij machte is te zegevieren. Waarom zou jij je er anders mee vereenzelvigen?” (T23.I.1:1-6).

Deze krachtige en ontnuchterende passage doet de hete lucht in de opgeblazen ego-ballon volledig vervliegen. Ze toont de weg naar vrede. En zo kunnen we de wereld zien als lesruimte waarin we de keuze kunnen maken om de lessen van het ego te vergeten, en in plaats daarvan te gaan leren van de Heilige Geest: “Het ego heeft de wereld gemaakt zoals het die waarneemt, maar de Heilige Geest, die herinterpreteert wat het ego gemaakt heeft, ziet de wereld als een leermiddel om jou thuis te brengen” (T5.III.11:1). Met andere woorden, kies ervoor om angst en aanval niet te beantwoorden met angst en aanval. Vergeet nooit de universele wet die stelt dat zoals je zaait, je zult oogsten. Als je aanvalt, zul je worden aangevallen. Als je liefhebt, zul je bemind worden. Telkens wanneer iemand je innerlijke vrede lijkt te verstoren door de aandrang om het met één of andere ego-agenda eens te zijn, laat dan alle aanvalgedachten los. Zet de observator (keuzemaker) boven het slagveld aan, kijk oordeelloos naar je gedachten en emoties, en vraag dan de Heilige Geest wat te denken, zeggen, en doen.

Bedenk daarbij dat het heel wel mogelijk is om op een liefdevolle manier “Nee” te zeggen. Je hoeft het niet met waanzin eens te zijn als je daartoe wordt aangezet. Een weigering om daaraan gehoor te geven kan verdedigingloos, ja zelfs liefdevol zijn: het is tenslotte de Zoon van God die de Zoon van God beantwoordt. Verdedigingsloosheid werkt altijd: het is de strategie waarmee Gandhi heel India heeft bevrijd. Oefen derhalve vandaag vaak met de kernboodschap van de Cursus, zoals bijvoorbeeld geformuleerd in Hoofdstuk 25, over de Heilige Geest: “In Zijn waarneming van de wereld valt er niets te zien dat niet vergeving en de aanblik van volmaakte zondeloosheid rechtvaardigt. Er doet zich niets voor wat niet met onmiddellijke en totale vergeving wordt beantwoord. Er is niets wat ook maar een ogenblik blijft om de zondeloosheid te versluieren die onveranderd straalt achter de jammerlijke pogingen van speciaalheid om haar te bannen uit de denkgeest, waar ze zich bevinden moet, en in plaats daarvan het lichaam te doen oplichten” (T25.III.5:2-4).

De Cursus nodigt ons uit om al het schrille gegil van het ego te bezien als een vergevingsles voor onszelf. Kies er vandaag voor om je te verbinden met je diepste verlangen om totaal en onvoorwaardelijk alles en iedereen te vergeven, waarbij je volgt wat de Stem namens Liefde jou aandraagt, ook als dat een liefdevol “Nee” is. Dit is de weg terug naar de innerlijke vrede die voor iedereen altijd en overal beschikbaar is. Het de weg terug naar Huis. Fijne oefendagen gewenst!

Jan-Willem van Aalst, april 2022

Interpretatie leren observeren

Hoe bewust ben jij je van hoe jij je dag doorbrengt? Ben je vooral aan het reageren op wat je overkomt, of plan je de dag nauwgezet en is je aandacht steeds gericht op het volgen van je planning? Hoe reageer je van dag tot dag, van minuut tot minuut, op gebeurtenissen en omstandigheden die je als negatief of bedreigend interpreteert? Als je ’s avonds vlak voor het slapen gaan je dag evalueert, was jij dan de bestuurder van je leven, of heb je je laten leven door alles en iedereen om je heen?

Velen van ons zullen met een zucht concluderen dat het er op neerkomt dat hun leven geleefd wordt — veel meer dan ze eigenlijk zouden willen. Maar ja, hoe kan het ook anders, want je hebt tenslotte niet alles in de hand in het leven, toch? Er gebeuren nu eenmaal dingen die niet bepaald behulpzaam zijn in het vinden van geluk. Het leven kent nu eenmaal verplichtingen, en de enige zekerheden in het leven zijn de dood en belastingaanslagen. We beschouwen dit als de normale loop van het menselijke leven, en we doen jaar-in-jaar-uit ons best om niet aan het einde van het leven te hoeven concluderen dat van alle jongensdromen alleen het oud worden is gehaald, om Acda en De Munnik aan te halen.

In Een cursus in wonderen stelt Jezus dat deze manier van leven, dat wil zeggen “manier van denken over waar we wel en niet invloed op hebben”, een doelbewuste keuze is om zelfonderzoek naar wie en wat wij werkelijk zijn, vér weg van onszelf te houden. Zolang ik mij steeds kan laten afleiden door situaties, gebeurtenissen en personen om mij heen, blijft mijn aandacht gefixeerd op wat het ego mij graag vertelt wat ik ben: een uniek autonoom individu, helemaal op mezelf, los van God. Zeker kan ik voortdurend aangevallen worden (door mensen, crises, rampen of onzichtbare virussen) en zal ik onvermijdelijk sterven, maar ik kan mij tenminste ervaren als god van mijn eigen wereldje, en dat zal ik koste wat kost tegen de boze buitenwereld blijven verdedigen.

Werkelijk al onze noties over wat werkelijkheid is en wie jij en ik en iedereen ten diepste zijn worden in Een cursus in wonderen niet alleen ter discussie gesteld, maar zelfs volledig omgedraaid. Want wat lezen we over de werkelijkheid, als we aandachtig genoeg door het Tekstboek, het Werkboek en het Handboek voor leraren gaan? Al het leven is één; er is helemaal niets en niemand buiten mij. Sterker, tijd en ruimte zelf zijn slechts verzinsels om de werkelijkheid van nondualiteit ver van ons te kunnen houden: “De wereld was bedoeld als een plaats waar God niet binnen kon gaan en waar Zijn Zoon van Hem gescheiden kon zijn. Hier werd waarneming geboren…” (Wd2.3.2:4-5).

In eerste instantie klinkt dit gek. Waarom zouden we los van God willen bestaan? God is toch synoniem met liefde, en wij als zijn scheppingen toch ook? Waarom de drang om God ver weg te houden? Het antwoord doet het ego beven en schudden op zijn grondvesten: het weer volledig aanvaarden van onze ware Identiteit als Zoon van God betekent het einde van alle fragmentatie en individualiteit; het betekent het einde van het universum, van tijd en ruimte. Dat betekent dat we zullen moeten toegeven dat onze ‘aanval op God’ is mislukt, en daar zullen we ongetwijfeld zwaar voor moeten boeten. We vergeten daarbij dat Liefde per definitie nooit veroordeelt, maar dat komt goed uit: wederom hebben we een reden gevonden om niet naar binnen te kijken.

Zolang ik er onbewust (maar doelbewust) voor kies om als een stimulus-responsmachine door tijd en ruimte te gaan, ver van het gewaarzijn van mijn eigenlijke Identiteit, verkeer ik eigenlijk in een soort droom. En hoe werkelijk die ook lijkt voor de vijf zintuigen, het is een blijft een droom: “Al jouw tijd wordt doorgebracht met dromen. Je slaapdromen en je waakdromen hebben verschillende vormen, meer niet. Hun inhoud is dezelfde. Ze vormen jouw protest tegen de werkelijkheid, en jouw waanzinnige idee-fixe dat je die kunt veranderen. In je waakdromen neemt de speciale relatie een speciale plaats in. Ze is het middel waarmee jij probeert je slaapdromen uit te laten komen. […] En zolang jij meer waarde ziet in slapen dan in waken, zul je dat niet loslaten” (T18.II.5:12-20).

Zodra iemand dit eenmaal begint in te zien, volgt vaak een begrijpelijke neiging om al het materiële in het leven af te wijzen en zich van de wereld af te keren. Dit is een vergissing, omdat alles en iedereen in de wereld slechts als spiegel fungeert van de eigen staat van denken. Dat is de oorzaak van al je ellende, en die oorzaak is te veranderen. Bedenk nogmaals: er bestaan in werkelijkheid helemaal geen dingen en mensen buiten ons. Jezus nodigt ons uit om de wereld anders te leren bezien: als zinvolle lesruimte waarin we onze interpretaties van omstandigheden, gebeurtenissen en mensen gaan leren observeren, zonder er gelijk in weg te glijden. Oordeelloosheid oefenen noem ik dat. Dit is een uitstekende manier om zicht te krijgen op alle “duisternis” die je eerst als ‘buiten jezelf’ beschouwde, maar die in feite dus je eigen denken weerspiegelt! Dit inzicht is cruciaal, want hoe kun je jezelf genezen zolang je geen enkel zicht hebt op het duistere in je eigen denken?

Het populaire concept van ‘mindfulness’ gaat juist daarover: leer jezelf, dag na dag, minuut op minuut, bewust te worden van je gedachten en je interpretatie van je vijf zintuigen, zonder oordeel. Besef hoezeer je ervoor kiest om de Liefde van God (lees: het ‘nee’ zeggen tegen afgescheiden individualiteit) zo ver mogelijk bij je vandaan te houden. En glimlach dan om dat zotte ego. Neem de zinloze projectie terug. Het ego kan alleen machtig blijven zolang je het serieus neemt, en dus de waakdroom in stand houdt. Besef dat het opgeven van je unieke individuele zelf een bevrijding is, geen opoffering. Besef dat de waakdroom niet gevaarlijker kan zijn dan een nachtelijke droom. De waakdroom wordt je lesruimte om je weg terug naar Huis te vinden, waarbij je de Heilige Geest kiest als gids voor je gedachten. Zie ook les 23: “Ik kan ontsnappen aan de wereld die ik zie door aanvalgedachten op te geven” (Wd1.23).

Dit ‘overgeven’ van alle futiele controledwang in je leven aan wat de Heilige Geest op jouw pad brengt, kan aanvankelijk best eng lijken. Daar was de controledwang immers oorspronkelijk tegen verzonnen! Daarom is het beoefenen van mindfulness (inclusief meditatie) zo belangrijk. Neem dagelijks tijd om in stilte naar binnen te kijken. Voel de Liefde van je Schepper in de kern van je wezen. Daarmee begint alles wat je buiten jezelf nog zo serieus neemt, naar de achtergrond te verschuiven. Je begint je te beseffen dat jij een koninkrijk te regeren hebt, namelijk je eigen denken. En dat je tot nu toe niet zo’n vredelievende koning bent geweest… maar dat je daarin kunt veranderen.

Oefen dit maar eens met de beelden op het nieuws bijvoorbeeld. Bekijk aandachtig de lijst van ‘slechte’ zaken die je direct samenstelt bij wat je zintuigen waarnemen. Bekijk wat die interpretatie doet met je innerlijke vrede. Wie zijn de “bad guys” en “good guys”? Waar zie je alle slechtheid? Waar je je voorheen liet overspoelen door angst, boosheid en/of depressie, kun je die interpretatie nu ombuigen naar een liefdesles waarin je samen met de Heilige Geest oordeelloos kijkt naar die duisternis in je eigen denkgeest. Dan besef je dat er maar één iemand verantwoordelijk is voor elk gebrek aan vrede in je denkgeest, en dat ben jij zelf. “Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet” (T27.VIII.10:1). Onze vrijheid om hierin een andere keuze te maken is de essentie van het wonder waar de Cursus zijn titel aan ontleent. Veel inspiratie gewenst!

— Jan-Willem van Aalst, maart 2022