Waarom takelt het lichaam af?

Iedereen beschouwt het ogenschijnlijk onvermijdelijke verval en de dood van het fysieke lichaam als één van de onwrikbare waarheden van het leven. Veel godsdiensten zien het als Gods bestraffing voor onze kardinale zonde van ongehoorzaamheid. Wetenschappers zijn er nog steeds niet uit waarom entropie (verval) onvermijdelijk lijkt. Waarom takelt het lichaam eigenlijk af?

In tegenstelling tot wat de meeste religies voor honderden, soms duizenden jaren onderwijzen, stelt Een cursus in wonderen dat God het lichaam niet heeft geschapen (T22.5:5); sterker nog, dat Gods niets van materie heeft geschapen, omdat God louter Liefde creëert (zie bijv. WdI.173). Het lichaam is een misleidende hallucinatiepoging van het ego om op zichzelf te kunnen zijn. Het ervaren van het lichaam ‘bewijst’ dat de afscheiding van God daadwerkelijk is gelukt. Maar als het ego het lichaam heeft verzonnen om aan God te ‘bewijzen’ dat het heel goed los van Hem kan staan, waarom zou het dan een lichaam maken dat aftakelt en sterft? Als het ego stelt dat het over God kan triomferen, zou het dan niet veel overtuigender zijn om een lichaam te maken dat eeuwig leeft? Waarom het verval?

Om hier een plausibel antwoord op te vinden, zouden we eerst nog wat beter moeten kijken naar waarom het ego het lichaam verzon. In het ontologische moment van afscheiding (wat in de kwantumfysica een kwantummogelijkheid heet, in dit geval de mogelijkheid van het afscheiden van God) ‘vertelde’ het ego de schijnbaar slapende Zoon van God direct dat God Zijn Zoon vanzelfsprekend streng zou straffen voor zo’n zondige daad. Het gevolg: schuldgevoel en doodsangst! Gelukkig, zo adviseert het ego, is er een manier om deze straf te ontlopen, namelijk: verstoppen in een schier oneindige hoeveelheid versplinterde fragmentjes. Deze ‘oplossing’ van vrijwel eindeloze verdere afscheiding is natuurlijk de enige ‘oplossing’ die het ego kan aandragen, want het ego is het idee van afscheiding. De schijnbaar slapende Zoon, die overspoeld is met schuld en met doodsangst de straf al ziet aankomen, luistert naar het ego en besluit tot de Oerknal. Vanaf dat moment lijken tijd en ruimte te bestaan. Miljarden ‘lichamen’ lijken zich te verspreiden in de leegte.

Het eerste doel van het ego – schuilen voor Liefde, de staat van Eenheid – is nu behaald. Omdat de Zoon ervoor koos het advies van het ego op te volgen, is Eenheid nu uit het bewustzijn van de schijnbaar slapende Zoon van God gewist. De Zoon van God is er nu rotsvast van overtuigd dat hij een lichaam is. Hoewel er een vaag gevoel van ambivalentie over het lichaam is, beschouwt hij het nochtans als zijn identiteit en zijn veiligheid. In Een cursus in wonderen beschrijft Jezus het lichaam in iets andere termen: “Het lichaam is een nietig hekje rond een klein deel van een glorierijk en compleet idee. Het trekt een cirkel, oneindig klein, rond een minuscuul segment van de Hemel dat zich van het geheel heeft afgesplitst, en het verkondigt dat jouw koninkrijk daarbinnen ligt, waar God geen toegang vindt.” (T18.VIII.2:5). Als je je eigen lichaam beschouwt ten opzichte van de kosmos, dan klopt dat wel ongeveer.

In werkelijkheid is dit alles volstrekt illusoir, maar laten we het verloop van die illusie eens verder volgen, omdat iedereen die nog steeds op de psychologische automatische piloot leeft, dit nog steeds rotsvast als zijn realiteit beschouwt. Het ego moet ervoor zorgen dat de Zoon van God nooit van gedachten zal veranderen over de keuze voor het ego, want dat zou beslist het einde van zijn regering betekenen. Het ego zorgt er dus voor dat het lichaam voortdurend aandacht nodig heeft, zodat er geen ruimte is voor de herinnering aan Eenheid. Wat werkt er beter om de aandacht op het lichaam gevestigd te houden dat het lichaam behoeftig te maken? We moeten elke zoveel seconden ademen, en als we niet dagelijks drinken en eten, is het snel afgelopen met het lichaam. We moeten voortdurend alert zijn op onze voeding en lichaamsbeweging, willen we niet ten prooi vallen aan legers van bacteriën, virussen en parasieten. Voor de meeste ‘levende wezens’ geldt dat het lichaam zóveel aandacht opeist dat enige psychologische of spirituele visie totaal buiten scope blijft. En intussen glimlacht het ego.

Er is echter nog een andere, veel belangrijkere reden voor het ego om de vergankelijkheid van het lichaam te benadrukken. Een lichaam dat aftakelt en sterft is het ultieme ‘bewijs’ dat Eenheid een leugen is: de aanval en afscheiding van God zijn ontegenzeggelijk werkelijk gebeurd. God is verslagen; het ego heeft gewonnen. Onze lichamen vertellen ons in elk geval één ding overduidelijk: dat we anders zijn dan de Eenheid van God. We zijn op onszelf; het is gelukt! Overweeg dit citaat uit de Cursus: “…als zijn Eenheid nog steeds onaangetast was, wie zou dan kunnen aanvallen en wie zou aangevallen kunnen worden? Wie zou overwinnaar kunnen zijn? En wie diens prooi? Wie zou slachtoffer kunnen zijn? En wie de moordenaar? En als hij niet doodging, welk ‘bewijs’ is er dan dat Gods eeuwige Zoon kan worden vernietigd?” (Wd2.5.2:4). Aangezien het ego het idee van aanval en afscheiding is, kan het slechts voortdurend aanvallen en afscheiden, zelfs in de verzonnen wereld van tijd en ruimte. Daarom moeten lichamen wel aanvallen en worden aangevallen, met de dood tot gevolg, omdat het ego niet iets anders dan zichzelf kan zijn.

Nou, daar zijn we dan: we luisterden naar het verleidelijke gefluister van het ego om autonomie uit te proberen… om vervolgens te merken dat we in een afgescheiden lichaam leven dat op de tijdlijn van de kosmos maar heel eventjes leeft; we zijn als oplichtende vuurvliegjes in de nacht. Zou de schijnbaar slapende Zoon van God hier werkelijk content mee kunnen zijn? Natuurlijk niet! Als je goed naar de wereld kijkt, zie je dat slechts zeer weinig mensen zich in een staat bevinden die ook maar enigszins als ‘gelukkig’ kan worden omschreven. Maar ja, deze ellende is ontegenzeggelijk beter dan het morbide schuldgevoel en de doodsangst voor de verschrikkelijke woede van God over onze ‘oerzonde’ van onze aanval en afscheiding van Hem. Liever ervaar ik een bestaan als een soms pijnlijk individueel lichaam, dan de vernietiging onder ogen te zien die mij ongetwijfeld te wachten zou staan als ik terug zou keren naar de Schepper die ik heb afgewezen. Daarom onderwijst Jezus ons dat wij niet werkelijk angstig zijn voor de kruisiging (d.w.z, de dood); onze werkelijke angst betreft de verlossing (T13.III.1:10), dat wil zeggen het verdwijnen van onze individualiteit zodra we wederom voor Liefde (Eenheid) zouden kiezen. En dus aanvaarden we lichamelijk verval als onwrikbare waarheid. We zijn volstrekt waanzinnig, maar de waanzin lijkt in elk geval logisch in elkaar te zitten.

Dat zet pogingen van wetenschappers om te proberen onze levensduur te verdubbelen in een heel ander licht. Ongetwijfeld zal het ze uiteindelijk lukken om de levensduur van de lichaamscellen flink op te schroeven. Er zijn al laboratoriumexperimenten bekend met cellen van kippen die aantonen dat ze tot tien keer langer kunnen meegaan zolang er geen enkele vorm van stress is. Maar dat is gelijk het addertje onder het gras: een leven zonder stress is onmogelijk in de dualiteit, zolang er nog ook maar één flintertje schuldgevoel resteert betreffende de ervaren oerzonde en de gevolgen daarvan. En zodra we uiteindelijk werkelijk de Verzoening aanvaarden en de werkelijke wereld bereiken in ons bewustzijn, zonder schuld en angst, dan zullen we niet langer meer de voorkeur geven aan het lichaam als onze identificatie. Dus de notie van ‘eeuwig leven in tijd en ruimte’ is per definitie een fabeltje.

Mocht je op dit punt vooral walging voelen over je lichaam, wacht dan even. Jezus herinnert ons eraan in het vijfde essay van deel 2 van het werkboek (“Wat is het lichaam?”), dat alles afhangt van het doel waar iets voor is. Waar we voorheen het lichaam hebben gebruikt voor aanval, afscheiding, verval en dood, kunnen we “…het doel veranderen waaraan het lichaam zal gehoorzamen, door anders te gaan denken over waartoe het dient.” (WdII.5.3:5). Met andere woorden, we kunnen het lichaam ook gebruiken als middel waarmee de schijnbaar slapende Zoon van God zijn denkgeest kan transformeren naar juist-gericht denken. Hoe? “De Zoon van God reikt zijn broeder de hand om hem te helpen samen met hem de weg te gaan. Nu is het lichaam heilig. Nu dient het om de denkgeest te genezen, terwijl het gemaakt was om die te doden. Je zult je vereenzelvigen met dat waarvan jij denkt dat het jou veiligheid biedt. […] Liefde is jouw veiligheid. Angst bestaat niet. Vereenzelvig je met liefde en je bent veilig. […] Vereenzelvig je met liefde en vind jouw Zelf.” (WdII.5.4:3-8).

Uiteindelijk maakt het totaal niet uit dat het lichaam onvermijdelijk aftakelt en sterft. Dit hoort bij de droom die we hebben gekozen, om te proberen afscheiding te kunnen ervaren. Het is niet de waarheid: “niet één noot in het Lied van de Hemel werd gemist” (T26.V.5). Als we door het bestuderen en vooral beoefenen van een leerplan zoals Een cursus in wonderen ons weer met ons ware Zelf kunnen leren identificeren, zijn we uitstekend op weg om de innerlijke vrede weer te ervaren die onze bron is; de Vrede van de Schepper, die geen greintje wrok heeft over wat wij dachten Hem aangedaan te hebben. Wij zijn als de verloren zoon uit de bijbel: bang om weer naar Huis terug te keren. Leer om in mildheid je broeder te vergeven voor alle vergissingen die je in hem zag, en leer zo over de Liefde voor je Zelf en voor God. Dat is de ‘koninklijke weg’ naar blijvende innerlijke vrede.

— Jan-Willem van Aalst, mei 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/05/06/why-do-bodies-decay/)

 

Verkeerswoede als les

Wat is gewoonlijk jouw reactie als je wordt afgesneden op de snelweg? voor velen komt het neer op een combinatie van aanvankelijke schrik (want ja, het verkeer staat hoog op de lijst van doodsoorzaken) en vervolgens woede. Misschien merk je bij jezelf gedachten in de trant van: “Hoe durf je anderen zo in gevaar te brengen? Je eigen leven op het spel zetten is één ding, maar je hebt geen recht om het mijne in gevaar te brengen! Hork! Is een beetje fatsoen op de weg teveel gevraagd? Toon wat respect!” Kortom, de tirade richt zich in het algemeen volledig op de ‘dader’, totdat het adrenalineniveau weer een beetje wil zakken.

Weinigen realiseren zich dat je met dergelijke reacties, hoe begrijpelijk ook, eerst en vooral jezelf aanvalt, terwijl er bij de ‘dader’ helemaal niets verandert. Op fysiek niveau zou je er van staan te kijken hoeveel ‘giftige’ stoffen je hersenen je bloedbaan insturen door de schrik en woede. ‘Goed voor je lichaam zorgen’ gaat niet goed samen met regelmatig hoge niveaus van adrenaline en cortisol. Als je je volledig zou realiseren dat schrik en woede feitelijk een chemische aanval op je eigen lichaam zijn, zou je je misschien wel twee keer bedenken om steeds zo boos te worden. Misschien zeg je dat de cortisol in je bloedbaan veroorzaakt werd door de bestuurder die jou afsneed, en dat het niet jouw eigen keuze was. Maar is dat zo?

Een cursus in wonderen onderwijst ons dat er geen wereld is (WdI.132.3.2:1), en dat woede nooit gerechtvaardigd is, maar de Cursus zou niet erg behulpzaam zijn als die het daarbij zou laten. In Een cursus in wonderen spoort Jezus ons aan om onze gevoelens niet te ontkennen of te onderdrukken, maar om de denkgeest te trainen om te leren kijken naar onze interpretatie van de situatie — van een afstandje, zonder oordeel. Om ons vervolgens dit citaat weer te herinneren: “Projectie maakt waarneming“. (T13.V.3:5; T21.In.1). Dit biedt ons een geheel ander referentiekader om onze woede over het afgesneden te worden opnieuw te bekijken. Je ‘eis’ om opgemerkt en met respect behandeld te worden, komt blijkbaar voort uit de projectie van iets anders. Als goede Cursusstudenten weten we natuurlijk wat dat ‘iets anders’ is we eisen opgemerkt en met respect behandeld te worden door God, wat Hij steeds maar niet doet. “Je was in vrede tot je om een speciale gunst hebt gevraagd. En God heeft die niet verleend, want het verzoek was Hem wezensvreemd, en je kon zoiets niet vragen van een Vader die Zijn Zoon waarlijk liefheeft. Daarom heb jij van Hem een liefdeloze vader gemaakt, en van Hem geëist wat alleen een dergelijke vader geven kon.” (T13.III.10:2-4). En dus vinden we iedereen die ons niet opmerkt en met respect behandelt, liefdeloos en schuldig.

Vaak komt er nog een extra projectie bij als het om autoriteitsfiguren gaat, gewoonlijk onze ouders. Mensen die in hun vroege kindertijd weinig aandacht van hun ouders kregen, hebben de neiging sneller van streek te raken als familie, vrienden of collega’s ze niet steeds respect en aandacht geven. Ook deze projectie gaat terug naar het ontologische ogenblik dat wij (als de slapende Zoon van God) ogenschijnlijk het idee van autonomie serieus leken te nemen, en van God eisten dat Hij ons bestaan erkende, wat Hij natuurlijk niet doet. De realiteit van de waarheid is onveranderlijk, zonder concepten, zonder enig onderscheid, zonder iets dat zich gewaar kan zijn van iets anders. De Zoon van God kan dromen dat hij iets wenst dat niet in lijn is met de Wil van zijn Schepper, maar hij kan dat niet tot werkelijkheid maken. “De denkgeest kan denken dat hij slaapt, maar dat is alles. Hij kan niet veranderen wat zijn waaktoestand is.” (WdI.167.6:1)

We blijven ons koppig vastklampen aan deze nachtmerrie van schijnbare autonomie, totdat de pijn ons teveel wordt. Herinner je de troostende woorden uit hoofdstuk 2: “Je mag dan veel pijn kunnen verdragen, maar daaraan is een grens. Uiteindelijk begint iedereen in te zien, hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. Wanneer dit inzicht vastere grond krijgt, wordt het een keerpunt. Dit laat geestelijke visie uiteindelijk opnieuw ontwaken en tegelijk de investering in de fysieke blik afnemen.” (T2.III.3:1). Velen hebben dit keerpunt ervaren, gewoonlijk na een intens pijnlijke ervaring, hetzij fysiek, mentaal, financieel, sociaal, of emotioneel. Als Een cursus in wonderen zich op hun levenspad aandient, beginnen ze zich te realiseren dat vergeving het betere pad is. Maar ze gaan zich ook realiseren dat vergeving, zoals Jezus dat onderwijst, iets heel anders is dan hoe zij er tot dan toe over dachten.

Als jij op de snelweg merkt dat je wordt afgesneden, en je hebt jezelf aangeleerd om direct iets te denken zoals: “Ja, je hebt me afgesneden, hufter, maar ik ga je vergeven omdat ik spiritueel verder ben dan jij, en ik ga mezelf niet aanvallen om wat jij mij hebt aangedaan”, dan hou je jezelf voor de gek. Zoals Jezus uitlegt in de “Psychotherapie” aanvulling (vanaf de derde editie in het boek opgenomen), komt dit neer op “vergeving-ter-vernietiging” (P.II.2). Door mijn eigen waardigheid boven die van jou te stellen, zeg ik eigenlijk dat ik Gods liefde waardig ben, en jij niet. Bovendien stel ik dat ik in staat ben om te oordelen wie waardig is en wie niet. En nog erger: ik ben er nog steeds rotsvast van overtuigd dat anderen fundamenteel verschillen van mijn eigen glorieuze zelf. Dat is natuurlijk niet het ideale uitgangspunt om ware vergeving mee te oefenen.

“Er moet vooral worden opgemerkt dat God slechts één Zoon heeft. Als al Zijn scheppingen Zijn Zonen zijn, moet elk een integraal deel van het gehele Zoonschap uitmaken. Het Zoonschap in zijn Eenheid overstijgt de som van zijn delen.” (T2.VII.6:1-3). Ware vergeving is alleen mogelijk als ik me realiseer dat iedereen dezelfde Zoon van God is, ongeacht het gedrag wat ik waarneem. Als ik mijn denkgeest kan trainen om elk gedrag vanuit dergelijke spirituele visie te bezien, dan kan ik de betekenis van wat ik waarneem veranderen in ware perceptie: “Hij is op dat moment misschien niet verstandig, en het staat vast dat hij niet verstandig zal zijn zolang hij vanuit het ego spreekt [of handelt]. Maar het is nog altijd jouw taak hem te zeggen dat hij juist is. Je zegt hem dat niet met zoveel woorden als hij onzin praat. De correctie die hij nodig heeft, ligt op een ander vlak, omdat zijn vergissing op een ander vlak ligt. Hij is nog altijd juist, omdat hij een Zoon van God is. Zijn ego is altijd mis, wat het ook zegt of doet. Als jij op de fouten van je broeders ego wijst, moet je daar wel met het jouwe naar kijken, want de Heilige Geest neemt zijn vergissingen niet waar.” (T9.III.2:5-3:1).

Het is niet Jezus’ bedoeling om ons schuldig te laten voelen, telkens als we schrik of woede ervaren als we worden afgesneden op de snelweg, omdat we nu eenmaal nog vasthouden aan ons geloof in een afgescheiden bestaan. Het mooie aan Een cursus in wonderen als spiritualiteit is dat die niet van ons vraagt onze ervaringen in de dualiteit te ontkennen of te onderdrukken. De Cursus biedt ons een zeer doeltreffende manier om onze denkgeest te trainen voor vrede te kiezen waar we voorheen voor pijn kozen, door alles wat ons overkomt te herinterpreteren als een nuttige les in het lokaal dat we ‘dualiteit’ noemen. Dus de volgende keer dat ik word afgesneden op de snelweg, neem ik mij voor om mezelf niet schuldig te voelen over mijn schrik of boosheid, maar zal ik proberen iets sneller het punt te bereiken waarop ik mijn emoties zonder oordeel kan gadeslaan, en concluderen: “Ah, daar ga ik weer. Laat ik mij weer eens beseffen hoe gehecht ik nog steeds ben aan mijn individualiteit en persoonlijkheid. Dat is oké voor nu. Ik heb zojuist een vergevingsles aangeboden gekregen in de lesruimte van mijn leven.” In die lesruimte hebben we een bijzonder behulpzame gids, genaamd de Heilige Geest (je mag ook Jezus kiezen, als manifestatie van de Heilige Geest). Nodig hem uit door tegen jezelf te zeggen: “Beste Heilige Geest (of Jezus), help me alsjeblieft dit anders te bezien. Ongeacht welk gedrag ook, deelt iedere schijnbaar afgescheiden Zoon van God nog steeds dezelfde Bron, dezelfde Identiteit. Help me om voor vrede te kiezen in plaats van voor pijn. Help me alsjeblieft deze les werkelijk te leren.”

De keuze om veroordeling los te laten is de keuze voor de Heilige Geest. Probeer het eens zodra je weer de weg opgaat. Kies ervoor een gelukkige leerling van Jezus’ leerplan te zijn. Ervaar de innerlijke vrede, telkens als het je lukt om de les toe te passen. Een dergelijke verandering van gedachten weerspiegelt zich beslist in je lichaam, omdat de kwaliteit van de chemische samenstelling van je bloed veel beter zal zijn. En mocht het je vandaag toch niet lukken, dan kun je in elk geval je voornemen versterken om het de volgende keer nog eens te proberen, omdat je nu beseft dat de pijn van veroordeling nergens meer toe dient. Dit is een leerplan dat iedereen uiteindelijk gegarandeerd onder de knie zal krijgen. Het is aan jou hoe lang je erover doet om het leerplan af te ronden. “Het is slechts een kwestie van tijd tot iedereen de Verzoening heeft aanvaard. Door de onvermijdelijkheid van de uiteindelijke beslissing kan dit in tegenspraak lijken met de vrije wil, maar dat is niet het geval. Je kunt tijd rekken en je bent tot immens uitstel in staat, […] Maar de uitkomst is zo zeker als God.” (T2.III.3:1). Dus waar wachten we nog op?

— Jan-Willem van Aalst, april 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/04/22/road-rage-as-a-classroom/)