Het paradijs op aarde kiezen

Een cursus in wonderen biedt zijn studenten een duidelijk beeld van wat het verschil is tussen dualiteit (tijd, ruimte, bewustzijn, concepten, waarneming) en non-dualiteit (eenheid, wat tijd noch ruimte betekent, geen bewustzijn, geen concepten, geen waarneming). Globaal uitgedrukt wordt ‘dualiteit’ in Een cursus in wonderen gelijkgesteld met de hel, en ‘non-dualiteit’ met de Hemel. Daar komt bij dat dualiteit gelijkgesteld wordt met illusie, en non-dualiteit met realiteit. Jezus’ formidabele taak bestaat erin ons allereerst dit fundamentele onderscheid te doen beseffen, en vervolgens ons te overtuigen dat non-dualiteit (Hemel) ons ware Thuis is, als Christus, wat trouwens precies is waar we diep van binnen naar smachten, zodra we die dikke lagen afleidingen van het ego afpellen. De schoonheid van Een cursus in wonderen is dat hij ons tegemoet treedt op het niveau van de hallucinatorische dualistische droom, waarvan we nog steeds geloven dat het onze dagelijkse werkelijkheid is. Voorzichtig onderwijst Jezus ons je niet schuldig te voelen over ons vastklampen aan ons geloof in de illusie van verval en dood, terwijl we – tenminste theoretisch – direct zouden kunnen ontwaken en naar Huis gaan.

Helaas is Jezus niet in staat ons een beeld te geven van hoe ‘Thuis’ eruit ziet, juist omdat dat voorbij alle vorm, alle concepten, alle verbeelding, bestaat. “De werkelijkheid [de Hemel] wordt uiteindelijk gekend zonder vorm, onafgebeeld, en ongezien.” [T-27.III.5:2]. Er wordt ons gezegd dat zodra de Zoon wakker wordt (wat wil zeggen: het dwaze idee van dualiteit eens en voor altijd afdanken, om zo tijd en ruimte ongedaan te maken) wij de Hemel zullen kennen, en ons überhaupt niets meer zullen herinneren van dualiteit. Vanzelfsprekend is dit zo, want je iets herinneren, kost tijd. In non-dualiteit bestaat er niet zo iets als tijd. Ben  je in staat je een gesteldheid van de denkgeest (Denkgeest, eigenlijk) in te denken die onveranderlijk is, onveranderbaar, absoluut zeker, zonder een spoor van twijfel of angst of depressie? Een gesteldheid waarin allesomvattende Liefde het enige ding is, dat er is? Een toestand  waarin volledige communicatie met de Vader bestaat, zonder wat voor inmenging of onzekerheden dan ook? Een situatie bestaande uit pure vrede, vreugde en licht, die in alle eeuwigheid voortduurt? Kortom: de Hemelse staat?

Jezus zegt dat wij allen die herinnering in ons meedragen. Hij gebruikt de metafoor van een lied: “Luister, – misschien vang je wel een vleugje op van een aloude toestand, niet geheel vergeten; vaag, wellicht, en toch niet helemaal onbekend, zoals een lied waarvan de naam allang vergeten is en waarvan jij je de omstandigheden waarin je het hoorde totaal niet meer heugen kan. Niet het hele lied is jou bijgebleven, maar slechts een zweem van een melodie, niet gebonden aan een persoon, een plaats of iets bepaalds. Maar jij herinnert je, alleen al aan dit fragmentje, hoe lieflijk het lied was … als subtiele geheugensteun voor wat jou tot tranen toe bewegen zou, als jij je kon heugen hoe dierbaar het jou was.” [T-21.I.6:1-3;7:2]. Dat is de herinnering aan de Hemel die we allemaal in ons meedragen. Er is alleen één klein probleem: Hemel heeft geen weet van individualiteit. Puur mijn alsmaar voortdurende wens te trachten zelfstandig te leven, als een god in mijn eigen kleine afgescheiden denkgeest, schijnt tijd, ruimte, en waarneming in stand te houden, en derhalve de Hemel op afstand. Daarom zegt Jezus dat het autoriteitsprobleem het enige probleem is dat ik heb. [T-3.VI.10:2]. En iedere brave student van Een cursus in wonderen ontdekt hoe grondig we vastgehecht zitten aan deze individualiteit. Het ego is niet gemakkelijk ongedaan te maken.

Aan de andere kant mag het ego dan dummiedicht*) zijn, maar niet Goddicht. [T-5.VI.10:6]. Gelukkig is ook de stem van de Heilige Geest (die de herinnering van Thuis brengt) alom aanwezig binnen de illusoire droom.  Hoewel we de meeste tijd weigeren naar de Heilige Geest te luisteren, worden we getroost met “Je mag dan veel pijn kunnen verdragen, maar daaraan is een grens. Uiteindelijk begint iedereen in te zien, hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn.” [T-2.III.3:5-6]. Een zelfs nog grotere troost is het als we ervaren dat uiteindelijk iedereen die keus zal maken. De kwestie is niet of de droom wel of niet zal eindigen; het is slechts de vraag hoe veel meer tijd wij in de hel verkiezen door te brengen. Studenten van Een cursus in wonderen zijn brengers van verlossing, ofwel leraren van God, in die zin dat zij langzaamaan leren hun denkgeesten te trainen er voor te kiezen iedere dag een klein beetje vaker naar de stem van de Heilige Geest te luisteren. De Heilige Geest als gids voor je denkgeest te kiezen betekent in essentie je van oordelen, veroordelen en aanval onthouden, ondertussen zo oprecht mogelijk gadeslaan wat er in je denkgeest gaande is, een stap terugdoen, en vervolgens om advies vragen wat nu te doen. Dit mag er op het eerste gezicht gedwee en zwak uit zien, edoch worden we er vriendelijk aan herinnerd dat we waarachtig niet in de positie zijn wat dan ook betrouwbaar te beoordelen (zie W-151.4:1-4), aangezien onze waarneming zo vertekend is. Het oordelen opgeven dus, en de leiding van de Heilige Geest volgen “… betekent jezelf van schuld te laten vrijwaren. Dat is de essentie van de Verzoening. Dat is de kern van het leerplan.”[H-29.3:3-5]. De gemoedsrust die volgt wordt in Een cursus in wonderen beschreven als de werkelijke wereld. Stapje voor stapje deze werkelijke wereld in je denkgeest manifesteren is de koninklijke route om uit de droom te ontwaken, en de Zoon van God klaar te maken voor zijn terugkeer naar, en herinnering van de Hemel.

Zo gezien, is de werkelijke wereld zo na aan het concept van ons ‘paradijs op aarde’ als we ons maar kunnen voorstellen. Het is het klaarmaken voor de Hemel. Het paradijs op aarde is geen waarneembare staat waarin mensen altijd lief en aardig tegen elkaar zijn, het weer permanent geweldig, oorlog niet bestaat, ziekte verdwenen is, net als hongersnood en gebrek aan wat dan ook. Volgens Een cursus in wonderen bevindt het paradijs zich in de denkgeest, en uitsluitend in de denkgeest. Het is een innerlijke toestand waarin geen oordeel voorkomt, en geen veroordeling van welke soort ook. Het is nog steeds binnen de droomwereld van waarneming, maar het veroorzaakt geen verdere aanvallen en afscheidingen, en daarom geen verdere illusies. Uiterlijkheden veranderen niet: er vindt nog steeds strijd plaats, ziekte, honger en gebrek aan van alles en nog wat. Edoch, wanneer ik naar iemand kijk, en mijn ogen weliswaar nog steeds een lichaam zien, ziet mijn denkgeest alleen maar Christus. Ongeacht bij welk gedrag. Omdat het uiterlijke het innerlijke weerspiegelt, kies ik voor deze werkelijke wereld door de innerlijke te wijzigen. De uiterlijke wereld zal zelf na verloop van tijd verschijnen; eerst in mijn denkgeest, vervolgens in de relaties, en alsmaar wijder uitspreidend, geheel volgens het ‘plan’ van de Heilige Geest. In [T-14.X.1:6-7] lezen we: “Weerspiegel de hemelse vrede hier en breng deze wereld naar de Hemel. Want de weerspiegeling van de waarheid trekt iedereen tot de waarheid aan, en als ze die betreden laten ze alle weerspiegelingen achter.” Dat is visie; zo is het paradijs op aarde.

Dus hoe train ik mijn denkgeest om de werkelijke wereld in mijn denkgeest te manifesteren? Allereerst, moet ik steeds in gedachten houden dat ik geen lichaam ben; ik ben een holografisch deel van de Zoon van God, die alleen maar in dromen kan lijden. Ten tweede kan ik me realiseren dat iedereen en alles wat ik waarneem een projectie van mijn oordelende en niet-vergevende onjuist denkende denkgeest is. Als derde, dien ik me telkens weer te herinneren dat mijn denkgeest een keuzemaker is, die maar twee keuzemogelijkheden heeft: of naar het ego te luisteren, of naar de Heilige Geest te luisteren. Op elk moment kies ik tussen die twee. Welke stem maakt me waarlijk gelukkig? Als ik heel eerlijk met mezelf ben, tja… naar het ego luisteren heeft me niet echt gelukkig gemaakt. Zeker, er waren momenten van extase, maar er zijn als maar meer problemen, en tenslotte vergaat mijn lichaam en sterft. Heb ik daarentegen Een cursus in wonderen als mijn spirituele pad gekozen, bemerk ik dat, elke keer als ik me van een oordeel onthoud, en in plaats daarvan vraag wat te denken en te doen, dingen veel vrediger uitpakken. Bijna iedere student van Een cursus in wonderen kan over zulke ervaringen berichten. En elke dag dat deze ‘kleuter van innerlijke vrede’ innerlijk een klein beetje verder groeit, ben ik toenemend bereid mijn onwil te vergeven, evenals de veroordelingen te beëindigen, en te pauzeren om de Heilige Geest te vragen wat in plaats daarvan te doen. En dan, uiteindelijk, komt de dag wanneer je plotseling beseft dat je veel gelukkiger geweest bent in de laatste paar jaar van je leven dan je ooit daarvoor geweest bent. En dat is een glimp van de werkelijke wereld; de ware verwerkelijking van een paradijs op aarde. Vandaar de laatste oproep van Jezus in het Tekstboek: “Broeder, maak opnieuw je keuze” [T-31.VIII]. Het paradijs is een keuze!

© Jan-Willem van Aalst, 01 oktober 2016 (vertaling: Robert J Visser)

*): De officiële ECIW-vertaling “waterdicht” van het originele “fool-proof” dekt in deze context de lading niet, omdat het hier de betekenis heeft van het Duitse “idiotensicher”, dat geen Nederlands equivalent kent, en het beste nog weergegeven wordt als: “doodsimpel”, of beter “(juist) voor dummies (begrijpelijk)”, of tenslotte “dummiedicht” [om te contrasteren met “Goddicht”].

Advertenties

Help, ik heb een gespleten denkgeest!

Een van de meest pijnlijke gewaarwordingen van veel studenten van Een cursus in wonderen is om de kloof te ervaren tussen ‘het vatten’ van Jezus’ boodschap, het intellectueel accepteren ervan, enerzijds, anderzijds echter in gebreke te blijven die boodschap in het dagelijks leven op te volgen. Dit wordt vaak ervaren als zelf-sabotage, en kan buitengewoon frustrerend zijn. Ik blijf mezelf vertellen dat ik vanzelfsprekend Jezus’ pad van vergeving wil bewandelen, en toch moet ik vaststellen dat ik mezelf boos zie worden, angstig, en/of gedeprimeerd. Zulke teleurstellingen hebben veel serieuze studenten ertoe geleid het boek voor lange tijd terzijde te leggen, of er zelfs helemaal mee op te houden. Alzo, waarom is deze kloof zo volhardend?

Het antwoord op deze vraag wordt duidelijk zodra je in de metafysische onderbouwing van de boodschap van de Cursus duikt. “In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen.” [T-27.VIII.6:2]. De Zoon scheen in slaap te vallen, dromend van afscheiding, van ruimte en tijd; kortom: van dualiteit. Het ego is het idee dat afscheiding van Eenheid, van non-dualiteit, mogelijk is, en dat ik, als individu, beter af zal zijn omdat ik nu god in mijn universum kan zijn. Dit kernpunt in mijn leven, terwijl ik op ego-autopiloot leef, is gefocust op mijn eigen overleving en welzijn. Ik mag dan voor mijn eigen soort en anderen in deze wereld zorgen, maar slechts nadat ik voor mijn eigen individuele benodigdheden zorg gedragen heb.

En dan komt die Jezus-knul voorbij met Een cursus in wonderen, bewerend dat tijd, ruimte, waarneming, bewustzijn, het ego – verdorie, zelfs mijn eigen individualiteit! – niets anders zijn dan broze illusies, die elke mogelijke realiteit ontberen. Hij daagt mijn denkgeest uit met vragen als ”Wil je liever gelijk hebben of gelukkig zijn? Want je kunt niet beide zijn” [T-29.VII.1:9]; “Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de Cursus probeert te onderwijzen” [W-132.6:2-3], en “… aanvaard geen compromis waarin de dood [waarmee alles bedoeld wordt dat niet blijvend is, wat dus voor alles geldt in de dualiteit] een rol speelt.” [H-27.7:1]. Geen wonder dat mijn ego een sterke weerstand ondervindt bij zo’n boodschap! Niemand staat klaar een raadgeving op te volgen, die zeker naar de volledige verdwijning van het universum en zijn eigen wezen zal voeren. Dat ik me realiseer dat ik een gespleten denkgeest bezit, leidt niet automatisch tot de bereidheid de splitsing te helen, door voortaan uitsluitend naar de Heilige Geest te luisteren.

Zelfs in geval we bereid zijn onze ´observerende keuzemaker´ in de denkgeest te trainen, zodat we leren naar onze gedachten te kijken ´van boven het slachtveld´, moeten we ons nog steeds met de onbedwingbare drang bezig houden om Jezus´ waarheid in ons dagelijks leven te introduceren. We zouden kunnen zeggen: “Ja, ik weet dat het lichaam een illusie is, maar als ik mijn dagelijkse affirmaties volhoud, zal ik ziekte op afstand houden”, of “Ja, ik weet dat de wereld een illusie is, maar middels mijn liefdadigheidswerk kan ik wellicht enkele personen meer overtuigen de weg van vrede en vreugde te kiezen.” Zolang als ik nog steeds geloof dat vergeving betekent iemand anders vergeven, en dat relaties bestaan tussen twee overduidelijk gescheiden personen, hoor ik Jezus’ boodschap niet werkelijk. Waar Kenneth Wapnick regelmatig op wijst in zijn “Journey through the workbook van A Course in Miracles”.

Veel Cursus studenten slagen er niet in hun teleurstelling te boven te komen over het falen in het stante pede helen van hun gespleten denkgeest en kiezen de hele tijd de Heilige Geest als hun exclusieve leraar. Ik zou kunnen beseffen dat mijn juiste denkgeest met Een cursus in wonderen wenst te ‘wandelen’, maar mijn onjuiste denkgeest wenst dat die met mij aan de wandel gaat. En als ik me dag in dag uit realiseer, dat, ondanks mijn trouwe studie van de Cursus  en het in de praktijk  brengen van het werkboek, mijn hoogst niet-vergevende denkgeest diepgaand gespleten blijft, ik niet verbaasd moet zijn dat de moed me in de schoenen zinkt en mijn spirituele oefeningen voor lange tijd verwateren.

Jezus begrijpt de omvang van onze weerstand tegen zijn boodschap totaal. En dat is de reden dat hij verschillende keren in het tekstboek, ons zachtjes eraan herinnert dat we spirituele beginnelingen zijn, die “een nieuweling op het verlossingspad” zijn [T-17.V.9:1]: “Dit is jouw taal. Dat je hem nog niet begrijpt, komt alleen doordat je hele communicatie als die van een baby is” [T-22.I.6:2-3]. “Toch is het  in dit kindje dat jouw visie jou wordt teruggegeven, en het zal de taal spreken die jij begrijpen kunt” [T-22.I.7:3]. Jezus kan zich permitteren vriendelijk te zijn, en geduldig, omdat hij de afloop van de droom van dualiteit met absolute zekerheid kent: deze complete droom zal eindigen zoals hij begon – in helemaal niets – en in waarheid zijn we al veilig thuis. “.. we zien mentaal opnieuw wat is voorbijgegaan.”[W-158-4:5]

De betekenis van Jezus’ hardnekkig advies aan ons te kijken naar (wat er in de denkgeest gaande is), moet erg letterlijk genomen worden. Een gespleten denkgeest genezen vereist dat ik naar de tweedeling kijk, zo vaak als ik daartoe bereid ben, van boven het slachtveld. En dat betekent: iedere niet-vergevende gedachte van me gadeslaan zonder mezelf te veroordelen. Dat laatste is cruciaal. In plaats van mezelf op m’n kop te slaan omdat ik weer faalde Jezus’ advies op te volgen, zou ik alleen maar eerlijk  moeten concluderen, dat, wanneer puntje bij paaltje komt, ik nog steeds het ego kies, de onjuist denkende denkgeest. Beoefen dit in het bijzonder met het oog op schijnbaar ‘onbetekenende’ voorkeuren. Bijvoorbeeld, elke keer dat ik merk dat ik een bepaald aspect van iemand of een situatie als onprettig  ervaar, kan ik beseffen dat ik niet met God wens te lopen; Ik wil god zijn. En elke keer dat ik mezelf betrap op hopen van dit of dat, kan ik me bewust worden dat ik eigenlijk wens dat Jezus me steunt om gelukkiger te leven in deze dualistische droom.

Het antwoord op de vraag hoe de gespleten denkgeest geheeld kan worden, vind je niet door spiritueel overijverig te worden, of roekeloos te worden door jezelf te oorvijgen bij iedere niet-vergevende gedachte. De truc is om de metafysische waarheid van Jezus’ boodschap onafgebroken in je achterhoofd te houden, zelfs hoewel je het nog niet echt helemaal gelooft, en “… vertrouw onvoorwaardelijk op je bereidwilligheid [vergeving te blijven praktiseren], wat zich verder ook mag aandienen” [T-18.IV.2:2]. Je keuzemaker trainen om van boven het slachtveld te observeren, blijft de meest productieve oefening. Zoals Jezus ons troost: “Hoe kun jij die zo heilig bent lijden? Heel je verleden is verdwenen op zijn schoonheid na, en niets blijft er over dan een zegen. Ik heb al je vriendelijkheden en elke liefdevolle gedachte die jij ooit had, bewaard. Ik heb ze [je gedachten] gezuiverd van de vergissingen die hun licht verborgen hielden, en ze voor jou in hun eigen volmaakte straling behouden. […] Ze waren afkomstig van de Heilige Geest in jou, en we weten dat wat God schept eeuwig is.”[T-5.IV.8:1-4,6]. Dus sta ik volledig in mijn recht mezelf vriendelijk te vergeven van mijn gehechtheid aan de onjuist denkende denkgeest. Het helen van de gespleten denkgeest is simpel een kwestie van tijd, en Een cursus in wonderen is een perfecte gids me tijd te helpen besparen.

© Jan-Willem van Aalst, 25 september 2016 (vertaling: Robert J Visser)

-o-o-o-o-