Je innerlijke licht zien

Schrijver en spreker Gary Renard ontvangt leiding en verheldering over de aard en de staat van deze droomwereld, over het pad van de Verzoening, en over hoe we steeds meer juist-gericht kunnen gaan denken, via een opzienbarende manifestatie van de Heilige Geest genaamd Arten en Pursah. Vele studenten van Een cursus in wonderen kennen Gary’s boeken al, dus hier ga ik daar niet in detail op in. Want ik bijzonder fascinerend vind is dat zij Gary een versie van het Evangelie van Thomas hebben gegeven met daarin uitspraken van Jezus die Didymus Judas Thomas heeft vastgelegd. Deze versie is dus niet ‘geredigeerd’ door de stichters van de christelijke kerk. Hoewel elk van deze uitspraken een blog in zichzelf waard zou zijn, beperk ik me hier tot de laatste, waarin Thomas het volgende schrijft: “De discipelen vroegen hem: ‘Wanneer zal het Koninkrijk komen?’ Hij [Jezus] antwoordde: ‘Het zal niet komen door er naar uit te kijken. Er zal niet gezegd worden: ‘Kijk hier’, of ‘Kijk daar’. Het Koninkrijk van de Vader bedekt de hele wereld, en de mensen zien het niet.” (PgoTh 113, Engelse versie).

Het is eerst en vooral van belang om op te merken dat ‘het Koninkrijk van de Vader’ een symbool is voor een staat of toestand zonder angst, zonder oorlog, zonder gebrek aan wat dan ook. Het is, kortom, min of meer de staat van het paradijs van de Hof van Eden vóór de erfzonde. Of, meer vanuit de metafysica bezien is het de staat waarin de droom van dualiteit is beëindigd en de Zoon van God is ontwaakt in zijn natuurlijke nondualistische staat, Thuis in het Hart van God. Daar ervaart en is de Zoon van God het innerlijke Licht van de Hemel. Daar is de Zoon tevreden met zijn enige functie: het eindeloos uitbreiden van Liefde. In het Thomas evangelie zegt Jezus dat dit niet iets is om op te wachten ergens in de toekomst. En het is niet een plaats waar we naar kunnen wijzen. Integendeel; deze staat van leven (d.w.z, deze staat van de denkgeest) is hier en nu. Deze staat is overal; in ons en om ons heen. We zien dit echter niet. Hoe kan dat, en, voor nu even aannemend dat dit klopt, waarom zien we dit niet?

Naast de lezer te stimuleren om zich op het licht en de liefde in zichzelf te richten, legt Een cursus in wonderen diepgaand uit wat dit innerlijke Licht van de Hemel (“het Koninkrijk”) eigenlijk is, en ook waarom wij dit niet zien, of beter, waarom wij dit niet willen zien. Zolang jij en ik nog geloven dat wij een lichaam zijn, geboren in tijd en ruimte, met de onvermijdelijke dood als het einde van het flakkerende kaarsje dat we ons leven noemen, zo lang zullen wij dit innerlijke Licht van de Hemel dat wij allen delen niet ervaren; we zullen het Koninkrijk niet zien. Zoals Jezus uitlegt in zijn Cursus zijn wij allen één geest, die lijkt te dromen over fragmentatie in tijd en ruimte. Elk fragment droomt dat het een autonoom lichaam is, los van de Schepper. Het schuldgevoel over de afscheiding van God (die in werkelijkheid nooit is gebeurd), heeft geleid tot een bittere angst voor het Licht van God. We zoeken verlossing uit deze hel middels een leven van lijden en opoffering, om te bewijzen dat wij het waard zijn terug naar de Hemel te keren. Binnen deze droom ervaren we Jezus niet langer als de Stem van onvoorwaardelijke Liefde; eerder als een godheid die onze zielen misschien toegang verleent tot de Hemel als we de rest van ons leven braaf zijn.

Laten we niet in de valkuil trappen om Jezus te bezien als een soort wezen buiten ons dat alle naar verlossing smachtende zielen zal komen redden als ze maar voldoende lijden. Jezus is simpelweg een symbool voor de Liefde van God, het innerlijke Licht van de Hemel dat de essentie is van al wat leeft. In uitspraak 91 van het Thomas evangelie horen we de discipelen aan Jezus vragen: “Vertel ons wie je bent, zodat we in je kunnen geloven.” Jezus antwoordde: “Je onderzoekt van alles over de Hemel en de aarde, maar je hebt nog niet ontdekt wie degenen in jouw aanwezigheid eigenlijk zijn, en je hebt nog niet ontdekt hoe je het huidige moment, het nu kunt leren kennen.” (PgoTh 91, Engelse versie). In onze tijd zou Jezus het mogelijk als volgt verwoorden: “Je kunt je verdiepen in spiritualiteit zoveel je wilt, maar je blijft alles en iedereen om je heen veroordelen, of je je daar bewust van bent of niet. Je richt je nog steeds niet echt op het Licht van de Hemel dat nu in iedereen schijnt. Dit Licht kun je nu aanschouwen, door je denkgeest te ontdoen van alle duistere gedachten die je steeds kiest, en zo ruimte te maken voor het nu, de enige tijd die er werkelijk is.”

Jezus is in feite het symbool van wat jij en ik en iedereen in essentie zijn, en deze staat zullen we ten volste kennen zodra wij ontwaken uit de droom. Zoals hij ons verzekert in het allereerste hoofdstuk van het Tekstboek van Een cursus in wonderen: “Gelijken behoren geen ontzag voor elkaar te koesteren, daar ontzag ongelijkheid veronderstelt. Daarom is het een misplaatste reactie tegenover mij. Een oudere broer verdient respect vanwege zijn grotere ervaring, en gehoorzaamheid vanwege zijn grotere wijsheid. Hem komt ook liefde toe omdat hij een broer is, en toewijding als hij is toegewijd. Slechts op grond van mijn toewijding heb ik recht op de jouwe. Er is niets aan mij wat jij niet kunt bereiken. Ik heb niets wat niet van God afkomstig is. Het huidige verschil tussen ons is dat ik niets ánders heb. Daardoor verkeer ik in een toestand die in jou alleen potentieel aanwezig is. ‘Niemand komt tot de Vader dan door mij’ betekent niet dat ik op enigerlei wijze van jou gescheiden ben of verschil, anders dan in tijd, en tijd bestaat niet werkelijk.” (T1.II.3:5-4:1). Dus uiteindelijk zullen jij en ik en iedereen terugkeren naar het eeuwige licht van de nondualiteit, waar we de inherente eenheid van Jezus en onszelf zullen kennen, aangezien in nondualiteit alles één is.

Jezus probeert ons in zijn Cursus te doen beseffen dat te proberen een betere droomwereld te maken, niet de weg naar verlossing is. Er is niets mis mee om je kinderen zorgzaam om te voeden, om de gezondheidszorg te verbeteren, om de energietransitie te helpen vormgeven, maar dit alles in zichzelf leidt niet tot de blijvende ervaring van ‘het Koninkrijk van de Vader’. Jezus probeert ons uit te leggen dat we binnen deze wereld geen verlossing zullen vinden, want er is geen wereld: “Geef de wereld op! Maar niet als offer. Je hebt haar nooit gewild. Welk geluk heb je hier gezocht dat jou géén pijn heeft gebracht? Welk moment van voldoening werd niet voor een vreselijke prijs met pijngeld betaald? […] Als je iets kiest dat niet voor altijd blijft bestaan, heeft wat je gekozen hebt geen waarde. Een tijdelijke waarde is zonder enige waarde. Tijd kan nooit een waarde wegnemen die werkelijk is. Wat vervluchtigt en sterft, is er nooit geweest en heeft niets te bieden aan degene die het kiest.” (T30.V.9:4-8; WdI.133.6:1-4).

Een cursus in wonderen is een leerplan voor het trainen van de denkgeest. Het is nooit de wereld zelf die het probleem is; het probleem is ons geloof in een wereld die macht over ons kan hebben. De oplossing is dus gelegen in een verandering van gedachten over het doel van de wereld, en dus het doel van je leven hier. Dit houdt een verandering van denken in van onjuist gericht denken (“Verlossing ligt buiten mijzelf”) naar juist gericht denken (“Mijn verlossing komt van mijzelf”). Een cursus in wonderen leert ons dat vergeving het middel is om deze verandering van denken te bewerkstelligen. De genezen denkgeest, vrij van elke vorm van veroordeling, ervaart de werkelijke wereld, oftewel de aankondiging van het einde van dualiteit. In het Koninkrijk van de Vader (nondualiteit) worden de velen weer één. Binnen deze droomwereld oefenen we ons bewustzijn daarover door ons in gedachten te verbinden met al onze broeders: “Als je wilt weten of je gebeden verhoord zijn, twijfel dan nooit aan een Zoon van God. Trek hem niet in twijfel en maak hem niet onzeker, want jouw geloof in hem is jouw geloof in jezelf. Als je God en Zijn Antwoord wilt kennen, geloof dan in mij wiens geloof in jou niet aan het wankelen kan worden gebracht. Kun jij oprecht iets aan de Heilige Geest vragen en toch aan jouw broeder twijfelen? Geloof dat zijn woorden waar zijn vanwege de waarheid die in hem is. Jij zult je met de waarheid in hem verenigen, en zijn woorden zullen waar zijn. Wanneer je hem hoort, zul je mij horen. Luisteren naar de waarheid is de enige manier waarop jij die nu kunt horen en uiteindelijk kunt kennen” (T9.II.4).

Dus toen Jezus zei: “Het Koninkrijk van de Vader bedekt de hele wereld, en de mensen zien het niet”, bedoelde hij dat we dit niet zien omdat wij iedereen om ons heen nog niet zien zoals ze werkelijk zijn: de Ene Zoon van God, wat wij zelf ook zijn. Alleen door onszelf te vergeven voor die zotte maar doelbewuste keuze om Eenheid vér van ons te houden, staan we de Heilige Geest toe om al deze zotte afgescheidenheid ongedaan te laten maken – in de denkgeest. Dit is de denkgeest-training die Jezus ons graag ziet doen, van dag tot dag. En naarmate je vordert op deze reis-zonder-afstand, zul je merken dat je dagen steeds wat vrediger worden. Je bent onderweg naar de werkelijke wereld. Je bent op weg om ten langen leste het Koninkrijk van de Vader hier en nu alles te zien bedekken, omdat je je nu richt op het innerlijke Licht van de Hemel dat in iedereen schijnt. De dwaze drukte van de wereld gaat steeds wat meer naar de achtergrond. Je leeft in de droom nog steeds een actief leven, waarbij je bijdraagt aan betere wereld, maar in al je bezigheden schenk je het wonder van de uitbreiding van het Licht van de Hemel vanuit jezelf naar alles en iedereen. En dat is het enige dat telt.

— Jan-Willem van Aalst, mei 2018 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2018/05/20/seeing-the-inner-light-of-heaven/)

Vrijheid of gevangenschap?

Een cursus in wonderen als spiritueel leerplan voor het trainen van de denkgeest wordt vaak gezien als erg intellectueel en moeilijk te volgen. Veel studenten houden het bij het af en toe bladeren door het Tekstboek om te zien of ze een lieflijke passage tegenkomen die ze als affirmatie voor de dag kunnen gebruiken. Maar het feit dat deze studenten zich daarmee niet bewust worden van de psychologische en metafysische grondslag van de Cursus, heeft weinig van doen met intellectueel vermogen. Meestal worden de wat diepgaander (of confronterender) passages overgeslagen omdat er weerstand aan het werk is. In zekere zin is de boodschap van Een cursus in wonderen enorm bedreigend voor het ego, en leidt dus tot grote innerlijke onrust. Hoe zit dat?

Ten eerste is het goed om op te merken dat Jezus op veel plaatsen in het boek benadrukt hoe eenvoudig en helder zijn Cursus is. Al in de inleiding van het Tekstboek lezen we: “Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God.” (T-In.2:2-4). Verderop zegt Jezus: “Dit is een heel eenvoudige cursus. […] De reden dat deze cursus simpel is, is dat de waarheid simpel is.” (T11.VIII.1:1; T-15.IV.6:1). En in hoofdstuk 9 verzekert hij ons: “Deze cursus biedt een heel directe en een heel eenvoudige leersituatie en verschaft de Gids die jou zegt wat te doen. Als je dat doet, zul je zien dat hij werkt.” (T9.V.9:1-2). Dit gaat echter wel uit van de aanname dat we zeer gemotiveerd zijn om deze Gids te horen, en daadwerkelijk te doen wat Hij vraagt! Maar zijn we dat wel, en doen we dat wel? Het antwoord is uiteraard “Nee”, en de reden ligt al net zo voor de hand: hoewel we beslist innerlijke vrede willen ervaren, willen we daartoe niet ons gekoesterde speciale ego opgeven. Maar dat is nou precies waar deze specifieke Cursus met deze specifieke Gids om gaat.

Daarom stelt Jezus mild, maar toch vermanend: “Deze cursus is volkomen helder. Als je hem niet helder ziet, komt dit doordat je er een interpretatie aan geeft die ertegen indruist, waardoor je hem niet gelooft. […] Deze cursus vergt nagenoeg niets van jou. Het is onmogelijk je een cursus voor te stellen die zo weinig vraagt, of die meer te bieden heeft. […] En als je nu ertegen kiest, zal dat niet zijn omdat hij duister is, maar eerder omdat deze geringe prijs naar jouw oordeel te hoog leek om voor vrede te betalen.” (T11.VI.3:1-2; T20.VII.1:7-8; T21.II.1:5). Dit is in het algemeen niet hoe wij dit zelf zien. Want ja, we zijn toch oprecht op zoek naar blijvende innerlijke vrede… Een belangrijk uitgangspunt van Een cursus in wonderen is dat, om die diep verlangde blijvende innerlijke vrede te bereiken, we alle duistere plekken in onze denkgeest moeten opsporen en aankijken. En we kijken daarbij feitelijk naar de denkgeest van het collectieve Zoonschap, omdat wij allen verbonden zijn, zowel in het Koninkrijk van de Hemel buiten tijd en ruimte, alsook in de waakdroom die we de wereld noemen.

Wanneer Een cursus in wonderen oprecht bestudeerd en beoefend wordt, is het volledig ongedaan maken van het ego onvermijdelijk. Dat moet wel zo zijn, omdat de Hemel – Eenheid – ons ware Thuis is als de ene Zoon van God, terwijl het ego de gedachte van afscheiding van Eenheid is. De eerste is werkelijk, de tweede is onwerkelijk, en niets onwerkelijks bestaat, zoals we al zagen. Maar omdat we ons nog allemaal zo innig identificeren met ons lichaam, onze unieke persoonlijkheid, ons speciale ego, is het niet verwonderlijk dat er ergens diep van binnen enorme angst komt opborrelen: “Deze cursus heeft uitdrukkelijk gesteld dat hij vrede en geluk voor jou beoogt. Toch ben je er bang voor. Er is je telkens weer gezegd dat hij je zal bevrijden, en toch reageer jij soms alsof hij je tot gevangene probeert te maken. Je zet hem vaak makkelijker aan de kant dan het denksysteem van het ego. Tot op zekere hoogte moet je dus wel geloven dat jij jezelf beschermt door deze cursus niet te leren.” (T13.II.7:1-5). Wat wij denken te beschermen is uiteraard onze individuele autonomie als een lichaam met een persoonlijkheid, in tijd en ruimte. We verwarren de werkelijkheid nog steeds met wat onwerkelijk is.

In zijn Cursus vertelt Jezus ons dat wij niet zijn wie wij denken te zijn. Als je Een cursus in wonderen leest in de overtuiging dat jij een autonoom lichaam bent, op zoek naar meer geluk in dat lichaam, dan staan je de nodige verrassingen te wachten. Bijvoorbeeld: het lichaam werd door de schijnbaar slapende Zoon van God gemaakt om zich voor God te kunnen verstoppen en te kunnen bestaan los van alles en iedereen; de “wereld was bedoeld als een plek waar God niet binnen kon gaan” (Wd2.3.2:4); Jezus stelt zelfs dat “De wereld werd gemaakt als een aanval op God.” (Wd2.3.2:1). Dus mocht je jezelf nog zien als een oprechte, liefdevolle spirituele leerling, kijk dan wat beter: er is nog duisternis in de denkgeest om op te ruimen. Dit kijken leidt tot angst, en Jezus benoemt dat ook in hoofdstuk 9 van het Tekstboek: “Het is onmogelijk in een paniektoestand iets op een consistente wijze te leren. Als het de bedoeling van deze cursus is jou te helpen herinneren wat jij bent, en als je gelooft dat wat jij bent beangstigend is, dan kan daar alleen maar uit volgen dat jij deze cursus niet zult leren. Maar de bestaansreden van deze cursus is juist dat je niet weet wat jij bent.” (T9.I.2:3-5).

Dus dat is de kern: jij en ik denken dat we volstrekt afgescheiden persoonlijkheden zijn die elk in een lichaam leven; maar Jezus vertelt ons dat jij en ik puur dezelfde geest zijn, en nu al veilig in het Hart van God; we dromen echter over verbanning in een woestijn van afscheiding, genaamd de materiële wereld. Uit deze nachtmerrie ontwaken betekent “niet nee zeggen” tegen de roep van de Heilige Geest om de Verzoening te aanvaarden, dat wil zeggen onze terugkeer naar Eenheid. Jezus realiseert zich echter maar al te goed dat we zo’n radicale keuze niet van vandaag op morgen zullen maken. Hij licht dit toe aan de hand van de oude parabel van Plato over de grot, waarin gevangenen zó lang in het donker zijn opgesloten dat ze elke vorm van licht zijn gaan schuwen: “Gevangenen die jarenlang in zware ketenen lagen, uitgehongerd en uitgemergeld, zwak en uitgeput, en wier ogen zo lang in het donker neergeslagen waren geweest dat zij zich het licht niet meer herinneren, springen niet op van vreugde op het moment dat ze worden bevrijd. Het kost hun een tijdje om te begrijpen wat vrijheid is. […] {Hun] ogen raken gewend aan het duister, en het felle daglicht schijnt pijnlijk voor ogen die lang gewoon zijn aan de schimmige effecten die in het schemerdonker worden waargenomen. En ze wenden zich af van het zonlicht en van de helderheid die dit brengt voor dat waarnaar ze kijken. Halfdonker lijkt beter…” (T20.III.9:1; T25.VI.2:1-2).

Daarom is Een cursus in wonderen niet een spiritualiteit om je direct beter te doen voelen. Deze Cursus is hier om je zorgvuldig uit de nachtmerrie van tijd en ruimte le leiden, terug naar het gewaarzijn van Eenheid. En dit vergt inderdaad een volledige omkering van alles in je denkgeest, en dat kost tijd – veel tijd. Vandaar dat Een cursus in wonderen ons gegeven is als een gestructureerd leerproces dat ons langs alle stapjes meeneemt, en we kunnen geen enkele stap overslaan. Om voor de Heilige Geest als gids voor de denkgeest te kiezen, wat neerkomt op een keuze om te vergeven in plaats van te veroordelen, betekent dat we uiteindelijk een staat van ware waarneming zullen bereiken, in een proces met een tempo dat wij kunnen volgen en aanvaarden: “Vrees niet dat je opeens zult worden opgetild en de werkelijkheid in geslingerd. De tijd is mild, en als je hem ten behoeve van de werkelijkheid benut zal hij bij jouw overgang zachtjes gelijke tred met je houden. De dringende noodzaak bestaat alleen hierin dat jij je denkgeest loswrikt uit zijn verstarde positie hier. Je zult hierdoor niet ontheemd of zonder referentiekader raken” (T16.VI.8:1-4).

Waarin eindigt de reis zodra we deze werkelijke wereld, de staat van ware waarneming, ontdaan van elke veroordeling, zullen hebben bereikt? Hoe zal de terugkeer naar Eenheid plaatsvinden? In het Handboek voor leraren geeft Jezus ons een ‘peptalk’, om onze motivatie nog wat verder op te krikken: “Het pad wordt heel anders naarmate men verdergaat. En evenmin kunnen al de grootsheid, de indrukwekkendheid van het tafereel en de geweldige zich openende vergezichten die zich aan iemand voordoen wanneer hij de reis voortzet, al bij aanvang worden voorspeld. Maar zelfs dit alles, waarvan de pracht naarmate men voortgaat onbeschrijfelijke hoogten bereikt, valt zonder meer in het niet bij alles wat wacht wanneer het pad ophoudt en de tijd samen ermee eindigt. Maar men moet ergens beginnen.” (H19.2:5-8). Dat ‘begin’ is het langzame maar vastberaden proces van een volledige ommekeer van het denken: te leren inzien dat onze individuele autonomie eigenlijk een gevangenis in een nachtmerrie is, en te leren inzien dat onze staat van Eenheid, buiten tijd en ruimte, ons Thuis en onze ware vrijheid is. De Heilige Geest leidt ons gegarandeerd door deze transitie heen, zolang wij onze bereidheid oefenen Hem dat toe te staan. Een vreugdevolle beoefening gewenst!

Jan-Willem van Aalst, april 2018 (vertaling van: https://miraclesormurder.wordpress.com/2018/04/28/freedom-or-imprisonment/)