Interpretatie leren observeren

Hoe bewust ben jij je van hoe jij je dag doorbrengt? Ben je vooral aan het reageren op wat je overkomt, of plan je de dag nauwgezet en is je aandacht steeds gericht op het volgen van je planning? Hoe reageer je van dag tot dag, van minuut tot minuut, op gebeurtenissen en omstandigheden die je als negatief of bedreigend interpreteert? Als je ’s avonds vlak voor het slapen gaan je dag evalueert, was jij dan de bestuurder van je leven, of heb je je laten leven door alles en iedereen om je heen?

Velen van ons zullen met een zucht concluderen dat het er op neerkomt dat hun leven geleefd wordt — veel meer dan ze eigenlijk zouden willen. Maar ja, hoe kan het ook anders, want je hebt tenslotte niet alles in de hand in het leven, toch? Er gebeuren nu eenmaal dingen die niet bepaald behulpzaam zijn in het vinden van geluk. Het leven kent nu eenmaal verplichtingen, en de enige zekerheden in het leven zijn de dood en belastingaanslagen. We beschouwen dit als de normale loop van het menselijke leven, en we doen jaar-in-jaar-uit ons best om niet aan het einde van het leven te hoeven concluderen dat van alle jongensdromen alleen het oud worden is gehaald, om Acda en De Munnik aan te halen.

In Een cursus in wonderen stelt Jezus dat deze manier van leven, dat wil zeggen “manier van denken over waar we wel en niet invloed op hebben”, een doelbewuste keuze is om zelfonderzoek naar wie en wat wij werkelijk zijn, vér weg van onszelf te houden. Zolang ik mij steeds kan laten afleiden door situaties, gebeurtenissen en personen om mij heen, blijft mijn aandacht gefixeerd op wat het ego mij graag vertelt wat ik ben: een uniek autonoom individu, helemaal op mezelf, los van God. Zeker kan ik voortdurend aangevallen worden (door mensen, crises, rampen of onzichtbare virussen) en zal ik onvermijdelijk sterven, maar ik kan mij tenminste ervaren als god van mijn eigen wereldje, en dat zal ik koste wat kost tegen de boze buitenwereld blijven verdedigen.

Werkelijk al onze noties over wat werkelijkheid is en wie jij en ik en iedereen ten diepste zijn worden in Een cursus in wonderen niet alleen ter discussie gesteld, maar zelfs volledig omgedraaid. Want wat lezen we over de werkelijkheid, als we aandachtig genoeg door het Tekstboek, het Werkboek en het Handboek voor leraren gaan? Al het leven is één; er is helemaal niets en niemand buiten mij. Sterker, tijd en ruimte zelf zijn slechts verzinsels om de werkelijkheid van nondualiteit ver van ons te kunnen houden: “De wereld was bedoeld als een plaats waar God niet binnen kon gaan en waar Zijn Zoon van Hem gescheiden kon zijn. Hier werd waarneming geboren…” (Wd2.3.2:4-5).

In eerste instantie klinkt dit gek. Waarom zouden we los van God willen bestaan? God is toch synoniem met liefde, en wij als zijn scheppingen toch ook? Waarom de drang om God ver weg te houden? Het antwoord doet het ego beven en schudden op zijn grondvesten: het weer volledig aanvaarden van onze ware Identiteit als Zoon van God betekent het einde van alle fragmentatie en individualiteit; het betekent het einde van het universum, van tijd en ruimte. Dat betekent dat we zullen moeten toegeven dat onze ‘aanval op God’ is mislukt, en daar zullen we ongetwijfeld zwaar voor moeten boeten. We vergeten daarbij dat Liefde per definitie nooit veroordeelt, maar dat komt goed uit: wederom hebben we een reden gevonden om niet naar binnen te kijken.

Zolang ik er onbewust (maar doelbewust) voor kies om als een stimulus-responsmachine door tijd en ruimte te gaan, ver van het gewaarzijn van mijn eigenlijke Identiteit, verkeer ik eigenlijk in een soort droom. En hoe werkelijk die ook lijkt voor de vijf zintuigen, het is een blijft een droom: “Al jouw tijd wordt doorgebracht met dromen. Je slaapdromen en je waakdromen hebben verschillende vormen, meer niet. Hun inhoud is dezelfde. Ze vormen jouw protest tegen de werkelijkheid, en jouw waanzinnige idee-fixe dat je die kunt veranderen. In je waakdromen neemt de speciale relatie een speciale plaats in. Ze is het middel waarmee jij probeert je slaapdromen uit te laten komen. […] En zolang jij meer waarde ziet in slapen dan in waken, zul je dat niet loslaten” (T18.II.5:12-20).

Zodra iemand dit eenmaal begint in te zien, volgt vaak een begrijpelijke neiging om al het materiële in het leven af te wijzen en zich van de wereld af te keren. Dit is een vergissing, omdat alles en iedereen in de wereld slechts als spiegel fungeert van de eigen staat van denken. Dat is de oorzaak van al je ellende, en die oorzaak is te veranderen. Bedenk nogmaals: er bestaan in werkelijkheid helemaal geen dingen en mensen buiten ons. Jezus nodigt ons uit om de wereld anders te leren bezien: als zinvolle lesruimte waarin we onze interpretaties van omstandigheden, gebeurtenissen en mensen gaan leren observeren, zonder er gelijk in weg te glijden. Oordeelloosheid oefenen noem ik dat. Dit is een uitstekende manier om zicht te krijgen op alle “duisternis” die je eerst als ‘buiten jezelf’ beschouwde, maar die in feite dus je eigen denken weerspiegelt! Dit inzicht is cruciaal, want hoe kun je jezelf genezen zolang je geen enkel zicht hebt op het duistere in je eigen denken?

Het populaire concept van ‘mindfulness’ gaat juist daarover: leer jezelf, dag na dag, minuut op minuut, bewust te worden van je gedachten en je interpretatie van je vijf zintuigen, zonder oordeel. Besef hoezeer je ervoor kiest om de Liefde van God (lees: het ‘nee’ zeggen tegen afgescheiden individualiteit) zo ver mogelijk bij je vandaan te houden. En glimlach dan om dat zotte ego. Neem de zinloze projectie terug. Het ego kan alleen machtig blijven zolang je het serieus neemt, en dus de waakdroom in stand houdt. Besef dat het opgeven van je unieke individuele zelf een bevrijding is, geen opoffering. Besef dat de waakdroom niet gevaarlijker kan zijn dan een nachtelijke droom. De waakdroom wordt je lesruimte om je weg terug naar Huis te vinden, waarbij je de Heilige Geest kiest als gids voor je gedachten. Zie ook les 23: “Ik kan ontsnappen aan de wereld die ik zie door aanvalgedachten op te geven” (Wd1.23).

Dit ‘overgeven’ van alle futiele controledwang in je leven aan wat de Heilige Geest op jouw pad brengt, kan aanvankelijk best eng lijken. Daar was de controledwang immers oorspronkelijk tegen verzonnen! Daarom is het beoefenen van mindfulness (inclusief meditatie) zo belangrijk. Neem dagelijks tijd om in stilte naar binnen te kijken. Voel de Liefde van je Schepper in de kern van je wezen. Daarmee begint alles wat je buiten jezelf nog zo serieus neemt, naar de achtergrond te verschuiven. Je begint je te beseffen dat jij een koninkrijk te regeren hebt, namelijk je eigen denken. En dat je tot nu toe niet zo’n vredelievende koning bent geweest… maar dat je daarin kunt veranderen.

Oefen dit maar eens met de beelden op het nieuws bijvoorbeeld. Bekijk aandachtig de lijst van ‘slechte’ zaken die je direct samenstelt bij wat je zintuigen waarnemen. Bekijk wat die interpretatie doet met je innerlijke vrede. Wie zijn de “bad guys” en “good guys”? Waar zie je alle slechtheid? Waar je je voorheen liet overspoelen door angst, boosheid en/of depressie, kun je die interpretatie nu ombuigen naar een liefdesles waarin je samen met de Heilige Geest oordeelloos kijkt naar die duisternis in je eigen denkgeest. Dan besef je dat er maar één iemand verantwoordelijk is voor elk gebrek aan vrede in je denkgeest, en dat ben jij zelf. “Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet” (T27.VIII.10:1). Onze vrijheid om hierin een andere keuze te maken is de essentie van het wonder waar de Cursus zijn titel aan ontleent. Veel inspiratie gewenst!

— Jan-Willem van Aalst, maart 2022

De verzonnen wereld

Hoe radicaal het gedachtegoed van Een cursus in wonderen is, wordt bijvoorbeeld duidelijk gemaakt in werkboekles 132, wanneer Jezus de lezer onomwonden mededeelt dat deze wereld helemaal niet bestaat! (“Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen”, Wd1.132.6:2-3). Het belang van dit verbijsterende concept wordt verder benadrukt in de Verklaring van Termen (“De wereld die jij ziet is een illusie van een wereld. God heeft die niet geschapen, want wat Hij schept kan alleen maar eeuwig zijn als Hijzelf”, VvT.4.1:1-2), en in Hoofdstuk 25 van het Tekstboek (“Gods wetten gelden niet rechtstreeks voor een wereld die door waarneming wordt geregeerd, want zo’n wereld zou niet geschapen kunnen zijn door de Denkgeest, waarvoor waarneming geen betekenis heeft” (T25.III.2:1).

Deze citaten maken duidelijk dat Jezus letterlijk bedoelt dat wat onze zintuigen waarnemen als de wereld, louter een illusie is. In werkelijkheid is er niet zoiets als materie! Er bestaan in werkelijkheid geen bergen, gebouwen en andere mensen! Maar hoewel ook de kwantumfysica onomstotelijk heeft bewezen dat alle waargenomen materie uiteindelijk kwantumsoep is, blijft dit hele idee toch ontzettend moeilijk om te aanvaarden, omdat we in onze zintuigen gevangen zijn. Het voelt allemaal zo echt! Het klinkt als nonsens om te beweren dat als ik pijn voel doordat ik mijn teen stoot, ik alleen maar getuige ben van een illusie. Intussen maken we ons vreselijk druk om wat onze zintuigen waarnemen, of beter gezegd: om de interpretatie die ons denken geeft aan wat onze zintuigen waarnemen. Waarom is dat?

Zolang ik mezelf nog ervaar als een losstaand lichaam in een bedreigende wereld, ben ik voortdurend op mijn hoede voor alles wat in de weg zou kunnen staan van hoe ik vind dat de wereld zou moeten zijn om mij goed te voelen. De vormen die zulke zorgen aannemen zijn legio, even los van de basisbehoeften zoals eten, kleding en onderdak: van ‘kleine’ dingen zoals het gedrag van hangjongeren in het park bij mijn huis tot aan ‘grote’ zaken zoals de huidige militair-politieke crisis in Oost-Europa. De energie erachter is echter steeds hetzelfde: vingerwijzen, veroordelen en beschuldigen, vanuit de drang om te ‘bewijzen’ dat slechtheid zich buiten mij bevindt: ik ben een goed mens en ik zal alles wat ik niet goed vind aan de kaak stellen (aanvallen).

Eén van de mooiste inzichten van Een cursus in wonderen is dat het ons de vileine psychologische dynamiek van projectie doet inzien. Geduldig legt Jezus ons uit dat elke veroordeling van iets dat we “als buiten onszelf” beschouwen, louter het wegprojecteren is van de slechtheid die wij in onszelf niet durven aanzien. Welke slechtheid? Die van de oerzonde: het afwijzen en afscheiden van de Liefde van God, die onze Bron is, omdat we zélf God willen zijn. Dat is natuurlijk onmogelijk, maar we kunnen ons wel inbeelden dat we dit doen. Deze lachwekkende wens (het “nietig, dwaas idee”, wat we het ego noemen) leidde tot een enorm schuldgevoel (iets zondigers is immers niet denkbaar), en schuldgevoel leidt altijd tot de angst om gestraft te worden. Om aan deze wraakzuchtige God te ontkomen beeldde de schijnbaar slapende Zoon van God zich een universum in, waarin Hij zich kon fragmenteren in biljoenen stukjes. Deze fragmentatie heet de oerknal, en zo is de droom ontstaan die wij het materiële universum noemen.

Feitelijk zorgt de zelfgemaakte “waakdroom” van tijd, ruimte, materie en zintuigen er dus voor dat we in slaap blijven, oftewel ‘mindless’ blijven: we laten ons voortdurend afleiden door omstandigheden en gebeurtenissen om ons heen, zodat we nooit de tijd zullen nemen om de aandacht naar binnen te keren en daar de projectie aan te zien voor wat die is: alle slechtheid die ik buiten mezelf waarneem weerspiegelt eigenlijk de slechtheid die ik in mezelf ervaar vanwege mijn besluit om te proberen zélf God te spelen in een van God afgescheiden lichaam. Maar daaronder zit de werkelijke angst: stel dat ik naar binnen zou kijken de zotheid van de oerzonde doorzie? Dat God helemaal niet boos is? Dan zou het ego geen bestaansrecht meer hebben; mijn individualiteit zou verdwijnen. Daarom is al mijn emotie in de droomwereld er op gericht te ‘bewijzen’ dat afscheiding echt is, en ik dus als individu besta, maar dat alle kwaad zich buiten mij bevindt, en God mij dus liefdevol zal ontvangen in de Hemel.

Pas als je dit denkproces doorziet, wordt Jezus’ boodschap dat er in werkelijkheid helemaal geen wereld is, volstrekt logisch. We worden ’s ochtends wakker vanuit een slaapdroom in een waakdroom, die even onwerkelijk is: “Al jouw tijd wordt doorgebracht met dromen. Je slaapdromen en je waakdromen hebben verschillende vormen, meer niet. Hun inhoud is dezelfde. Ze vormen jouw protest tegen de werkelijkheid, en jouw waanzinnige idee-fixe dat je die kunt veranderen” (T18.II.5:12-15). Jezus vraagt overigens niet van ons dat wij onze emoties en ervaringen ontkennen; dat zou niet behulpzaam zijn. Hij leert ons wél om er oordeelloos naar te kijken (als ‘boven het slagveld’) en het ‘vileine projectiemechanisme’ erachter te doorzien. Dat stelt ons in staat om alle negativiteit (duisternis) in ons denken om te buigen naar liefdevolle gedachten, en zo uiteindelijk in onze ervaring terug te gaan naar de Liefde buiten tijd en ruimte die ons waarlijk erfgoed is.

Als je het droomspel van wat we de wereld (universum) noemen eenmaal doorziet, kun je alles wat je zintuigen waarnemen anders gaan interpreteren. Zodra ik bijvoorbeeld merk dat ik emotioneel word over de situatie in Oost-Europa door wat ik op TV zie (zelf heb ik al 25 jaar geen TV meer, zéér aan te raden), kan ik ‘de innerlijke observator boven het slagveld’ aanzetten en weer terugdenken aan wat Jezus mij heeft geleerd over projectie en nondualiteit. Op dat moment ben ik, als keuzemaker, in staat om een gids te kiezen voor mijn verdere gedachtegang, en daarvan zijn er maar twee: oftewel het ego (namens de wens om afgescheiden te zijn) of de Heilige Geest (de Stem namens liefde). Welke gids zal naar innerlijke vrede leiden? De Heilige Geest natuurlijk. Maar o jé, die leidt uiteindelijk ook naar het einde van mijn individualiteit, en dat is eng. Maar als ik in werkelijkheid geest ben, en de materiële wereld helemaal niet bestaat, dan is mijn vertrouwen in mijn veiligheid – als geest – volkomen gerechtvaardigd.

Zo kun je alle afleidingen die je jezelf in de waakdroom bezorgt (alle ‘speciale relaties’, zij het met personen, bezittingen of ideeën) van een afstandje leren bekijken. Veel spiritualiteiten onderwijzen dat blijvend geluk begint met zelfobservatie en onthechting aan alle wereldse zaken. Een cursus in wonderen gaat daarbij in zekere zin ‘tot op de bodem’ door de dynamiek van projectie te ontmaskeren en kristalhelder uit te leggen wat de drijfveer is voor deze ingebeelde wereld van tijd, ruimte, materie en zintuigen. Niet om de wereld de rug toe te keren, maar om die volstrekt oordeelloos in een ander licht te zien: liefde in plaats van slechtheid. Probeer dan ook elke dag de stilte te zoeken en de hele wereld die je voorheen veroordeelde, in het licht te zien dat jouw eigen goddelijke essentie is. Zodra de Heilige Geest jouw verkozen gids is, wordt je ervaring dat de illusie ten einde is, omdat tijd zelf een illusie is.

— Jan-Willem van Aalst, maart 2022

JW’s Cursuslezing februari 2022

Op zondag 6 februari heb ik een lezing verzorgd voor de Nederlandse Cursus community ‘Miracles in contact‘ over Een cursus in wonderen rondom het thema ‘de “prijs” voor innerlijke vrede’. De lezing moest helaas nog online plaatsvinden (via Zoom) en ik was erg verkouden, maar de Heilige Geest heeft het proces toch weer liefdevol geleid. De lezing is hier te bekijken:

Lezing Jan-Willem van Aalst voor Miracles in Contact, februari 2022 (1u 18min.)

In de lezing verwijs ik naar twee zeer inspirerende YouTube clips:

  1. De bijna-dood ervaring van Scott Drummond (33 minuten, YouTube kanaal van Anthony Chene; door mij Nederlands ondertiteld)
  2. De piramide en het water, van sociologe Martha Beck (9 minuten).

Veel plezier en inspiratie gewenst om dit in je eigen dagelijkse spirituele oefening toe te passen.

— Jan-Willem van Aalst, februari/maart 2022