Een ongemakkelijk leerplan

Mijn uitgever merkte recentelijk op dat het eigenlijk verbazingwekkend is dat Een cursus in wonderen wereldwijd al meer dan drie miljoen keer over de toonbank is gegaan, want het bevat een boodschap die de wereld helemaal niet wil horen. Kenneth Wapnick heeft ooit in een workshop opgemerkt dat vanuit het ego bezien, Een cursus in wonderen een waar horror-verhaal is, en beslist niet geschikt als bijvoorbeeld een verjaardagscadeau. Waarom is het een horror-verhaal? Omdat Jezus ons telkens weer vertelt, op vele verschillende manieren, dat niet alleen het ego een leugen is, een hallucinatie die op geen enkele manier werkelijkheid is, maar dat zelfs mijn eigen persoonlijkheid, mijn individualiteit een leugen is! Niemand houdt ervan een boek te lezen dat op volstrekt consistente wijze tot de conclusie komt dat jij en ik simpelweg niet bestaan als individu.

Jezus is zich zeer bewust van onze weerstand. Ondermeer in hoofdstuk 8 van het tekstboek richt hij zich tot ons: “Ik kan je […] onderwijzen, maar alleen jij kunt kiezen of je luistert naar wat ik onderwijs. Hoe kan het ook anders, als Gods Koninkrijk vrijheid betekent?” (T8-IV.6:5). Dat soort snedige opmerkingen doen denken aan het onderricht van Jiddu Krishnamurti, een van ’s werelds echt grote nondualistische spirituele leraren (zie bijvoorbeeld zijn boek “Innerlijke vrijheid”). Ook Ken Wapnick verwees met regelmaat naar hem. Krishnamurti stond bekend om zijn vaak herhaald verzoek om alsjeblieft aandachtig te zijn. “Luisteren jullie naar wat ik hier zeg? Nee, kennelijk niet.” Dat was niet om zijn publiek te schofferen of te kleineren. Hij probeerde ze eenvoudigweg te laten inzien dat er een wereld van verschil is tussen het luisteren vanuit een ego-denkstaat, en het luisteren van uit een observator-denkstaat.

Een cursus in wonderen mag dan ruim drie miljoen keer verkocht zijn, maar er wandelen zeer zeker geen drie miljoen cursusstudenten op de aardbol rond. Helen Schucman heeft ooit zelf gezegd dat deze cursus waarschijnlijk voor “slechts een handjevol mensen” is, dat wil zeggen: degenen die werkelijk bereid zijn om de “donkere nacht van de ziel” te ondergaan, oftewel het punt bereiken dat ze inzien en aanvaarden dat alles wat ze ooit over zichzelf en de wereld dachten een vergissing was, en Jezus steeds gelijk had. De meeste mensen die Een cursus in wonderen kopen komen er niet echt aan toe om de tekst te bestuderen, laat staan het werkelijk beoefenen van de werkboeklessen zoals Jezus dat bedoelt. In plaats daarvan lezen we liever lieflijke uitspraken, zoals: “Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf wat ik ben, zo schiep God mij.” (WdI.208.1); “Onderwijs louter liefde, want dat is wat jij bent.” (T6.I.13); “Door elkaar te gedenken, gedenken wij God.” (T8.IV.7:6); “Uw genade is mij gegeven. [….] Ik ben de Zoon die U liefhebt.” (WdI.168.6). Dergelijke affirmaties klinken heerlijk als je ze oppervlakkig leest, maar we missen het besef van de consequenties van Jezus’ boodschap, als we de tekst niet bestuderen en de oefeningen niet doen.

Studenten die echt doorpakken in het werkelijk willen begrijpen van Jezus’ nondualistische boodschap, doen dat veelal alleen omdat ze ergens de roep van Liefde bemerken, hoe vaag ook, temidden van het gebabbel dat het ego ons serveert om de illusie van individualiteit hoog te kunnen houden. Die studenten beginnen te beseffen dat de prijs voor autonomie en individualiteit (de afscheiding van Eenheid) neerkomt op een voortdurende staat van “onzekerheid, eenzaamheid en constante angst” (T31.VIII.7:1). Omdat de afscheiding van Eenheid onvermijdelijk gepaard gaat met een onderdrukt schuldgevoel (nu) over de oerzonde (in het verleden) en de angst voor Gods vergelding (in de toekomst), blijven we steeds op zoek naar ellende die door anderen veroorzaakt wordt, om maar tegen God te kunnen zeggen dat “ja, ik ben afgescheiden, maar dat was niet mijn schuld – het kwaad is daar, buiten mij, en ik in mijn onschuld zou toegelaten moeten worden tot de Hemel – als een individu.” De nooit aflatende strijd en worstelingen in de wereld, of het nu binnen een gezin speelt of op wereldniveau, zijn slechts verschillende vormen van ditzelfde mechanisme van ontkenning en projectie: anderen zijn slecht; ik ben onschuldig. Daarom hebben veel mensen zo’n belabberd zelfbeeld: de slechtheid die ze in anderen zien doet ze onbewust denken aan de slechtheid in henzelf (vanwege de afscheiding van Eenheid).

Pas zodra we inzien dat er een betere weg moet zijn, om nog eens de hartekreet van Bill Thetford aan Helen Schucman te herhalen, vlak voor het optekenen van de Cursus begon in 1965, gaan we werkelijk het geweldige alternatief zien dat Jezus ons biedt, en waarom we dat nog steeds weigeren te aanvaarden. Jezus beschrijft dit prachtig in Hoofdstuk 13: “Onder het donkere fundament van het ego ligt de Godsherinnering, en juist hiervoor ben je werkelijk bang. Want door deze herinnering zou jij terstond je eigen plaats hervinden, en juist deze plaats heb je proberen te verlaten. Je angst voor aanval is niets vergeleken bij je angst voor liefde. Als je niet zou geloven dat je wrede wens om de Zoon van God te doden jou van de liefde zou verlossen, zou jij bereid zijn zelfs daarnaar te kijken. Want die wens heeft de afscheiding veroorzaakt, en jij hebt die beschermd omdat je niet wilt dat de afscheiding wordt genezen. Je beseft dat door de donkere wolk weg te nemen die haar aan het oog onttrekt, jouw liefde voor je Vader jou ertoe zou aanzetten Zijn Roep te beantwoorden en met een vreugdesprong de Hemel binnen te gaan. Jij gelooft dat aanval verlossing is omdat die jou hiervan zou weerhouden. Want dieper nog dan het fundament van het ego, en veel sterker dan dat ooit zal zijn, brandt jouw intense liefde voor God, en die van Hem voor jou.” (T13.III.2) Het werkelijk aanvaarden van deze intense brandende liefde betekent letterlijk de verdwijning van het universum. Geen wonder dat we in weerstand, ontkenning en projectie blijven hangen!

In Een cursus in wonderen legt Jezus dus de kern van de waanzin van de ego-denkgeest bloot: als ik werkelijk eerlijk ben over wat mij het meest na aan het hart ligt, dan is dat het intense verlangen om collectief terug te keren naar onze staat als Gods Ene Zoon. Ons diepste afgrijzen echter is de consequentie daarvan: het uitzicht op de dood, dat wil zeggen het einde van mijn diep gekoesterde individuele persoonlijkheid. En dus ben ik elke dag bezig om aan mijzelf en anderen om mij heen te bewijzen dat verlossing betekent: met persoonlijke zaken bezig zijn, in plaats van te luisteren naar Jezus die uitlegt dat individualiteit letterlijk gelijkstaat aan de hel. Daarom merkte Bill Thetford bij het helpen van Helen bij het optekenen op dat hij typte “You and your bother” (“Jij en je gedoe”) in plaats van “You and your brother” (“Jij en je broeder”). Jezus’ boodschap is voor het ego een erg ongemakkelijk leerplan. Je kunt tientallen jaren lieflijke zinnen uit de Cursus opdreunen zonder Jezus’ boodschap te leren. Het werkelijk doen van Een cursus in wonderen betekent eerst en vooral dat we gaan inzien hoe groot onze weerstand tegen deze boodschap wel niet is, om vervolgens ons denken opnieuw te richten, en wel op het fundament van “onze intens brandende liefde voor God”, de enige werkelijke realiteit. Dus Krishnamurti’s oproep aan zijn publiek was werkelijk diepgaand: weet je zeker dat je beseft wat dit ongemakkelijke leerplan echt betekent? Ben je echt bereid om aandacht te hebben voor de betekenis van de uitspraak: “Ik ben vrij, want ik blijf wat ik ben; zo schiep God mij”…?

Ter afsluiting enkele ondubbelzinnige fragmenten uit Jezus’ ongemakkelijke leerplan: “Er moet vooral worden opgemerkt dat God slechts één Zoon heeft. Als al Zijn scheppingen Zijn Zonen zijn, moet elk een integraal deel van het gehele Zoonschap uitmaken. Het Zoonschap in zijn Eenheid overstijgt de som van zijn delen.” (T2.VII.6); “Wij zijn de schepping, wij de Zonen van God. We lijken elk apart te zijn en ons niet bewust van onze eeuwige eenheid met Hem. Maar achter al onze twijfels, voorbij al onze angsten is nog altijd zekerheid. Want liefde blijft bij al haar Gedachten, terwijl haar zekerheid de hunne is. De Godsherinnering is in onze heilige denkgeest, die zijn eenheid en verbondenheid met zijn Schepper kent.” (WdII.11.4:1-5).

— Jan-Willem van Aalst, februari 2017 (vertaling van: https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/02/11/an-inconvenient-teaching/ )

Heel letterlijk in jou

Verreweg de meeste mensen, zeker in de westerse wereld, beschouwen God als een antropomorf wezen, bewust of onbewust. Zelfs veel Cursusstudenten vinden het moeilijk om God, de Schepper van alle Leven, niet te zien als een wezen dat hen in tijd en ruimte volgt; een Autoriteit met een Plan; een “Vader” die op z’n best ons oproept om ons weer met Hem te verenigen in de denkgeest. Psychologisch gezien klampen we ons eigenlijk alleen vast aan ons eigen zelfzuchtige leventje om alle kwaad in de wereld aan anderen te kunnen toeschrijven, om zo aan God te ‘bewijzen’ dat wij onschuldig zijn. Maar tegelijkertijd zijn we toch doodsbang dat God ons uiteindelijk zal straffen voor de ‘oerzonde’ die wij begingen door Hem af te wijzen, vlak voor de oerknal.

In hoofdstuk 18 van het tekstboek wijst Jezus ons er op dat “Jij niet eens [kunt] denken aan God zonder een lichaam, of in één of andere vorm die je denkt te herkennen.” (T18.VIII.1:7). Dit komt omdat, zoals Kenneth Wapnick vaak benadrukte, jij en ik eenvoudigweg onszelf niet kunnen voorstellen zonder lichaam. In Een cursus in wonderen treedt Jezus zijn studenten tegemoet op het niveau waar zij zich bevinden. En dus schotelt Jezus ons passages voor waarin we lezen dat God eenzaam is zonder Zijn kinderen, en daar zelfs om huilt, alsof Hij traanbuizen zou hebben waaruit Hij tranen kan storten. Dergelijke beeldspraak is louter metaforisch bedoeld, omdat onze denkgeesten nu eenmaal iets van een vorm nodig hebben om iets mee te kunnen; we zijn tenslotte allemaal “nieuwelingen op het verlossingspad” (T17.V.9).

Ongeveer tien jaar geleden waren er op de grote buitenreclame masten langs de snelweg enorme borden met maar drie woorden: “God is liefde”. In plaats van dit te interpreteren als een oproep om je aandacht terug te brengen naar God als wezen, met als doel je eigen verlossing te bespoedigen, zou het kunnen helpen om het woord “is” te vervangen door een = teken: “God = Liefde”, en dus ook “Liefde = God”. God is tenslotte volledig buiten tijd en ruimte, totaal vormloos. Het kan dus behulpzaam zijn om onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde letterlijk als God te zien. En het ligt in ieders vermogen om ervoor te kiezen die onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde hier in tijd en ruimte te weerspiegelen — middels vergeving, door het kiezen van het wonder, een heilig ogenblik, los van de ongeveer 60.000 ego-gedachten die normaliter op een dag door de denkgeest gaan. Probeer daarom eens om “God” als synoniem te zien voor “Liefde”, net zoals we dat al doen met een begrip als “Eenheid”.

Zo lezen we in werkboekles 41 “God vergezelt me, waar ik ook ga”: “Het is heel goed mogelijk God te bereiken. In feite is het heel makkelijk, omdat dit de allernatuurlijkste zaak ter wereld is. Je zou zelfs kunnen zeggen dat dit het enige natuurlijke ter wereld is. De weg zal zich voor jou openen als je gelooft dat het mogelijk is.” (WdI.41.8:1-4). Hoewel dit onzinnig lijkt als je aan God denkt als een wezen, wordt het heel natuurlijk als je voor het woord “God” het woord “Liefde” leest, als in onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde. Die liefde kan zich weerspiegelen in jouw handelen in de wereld. Uiteraard blijft het ego verleidingen voorschotelen — en dat gebeurt vaak al na een paar seconden oefenen — maar het is iedereen gegeven om onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde in ons leven te weerspiegelen. Daarom wijst Jezus ons er graag op dat “De Heilige Geest [d.w.z., de Stem namens Liefde] is in heel letterlijke zin in jou” (T5.II.3:7). Iedereen heeft het vermogen om te kiezen voor die onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde, ook al doen we dat het leeuwendeel van de tijd niet. Als Liefde heel letterlijk in mij en jou zit, dan is God ook letterlijk in jou en mij (dat wil zeggen, in de denkgeest, niet letterlijk in het lichaam).

Dit geldt net zo goed voor het ego, dat wil zeggen de gedachte van aanval, afscheiding en individualiteit. Hoewel er miljarden verschillende strijdende ego’s lijken te bestaan, is het mechanisme in elk van deze schijnbaar afgescheiden ego’s precies hetzelfde: proberen zelf god te zijn (een authentieke autoriteit in tijd en ruimte) in een bedreigende wereld waartegen verdediging voortdurend nodig is. Onze dichter Willem Kloos wordt voornamelijk nog herinnerd dank zij zijn strofe “Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten”. Dit verwoordt de ambitie van ieder schijnbaar afgescheiden ego. Helaas beschouwen velen het ego als één of andere formidabele vijand die op zichzelf denkt en handelt. Talloos zijn de mensen die hun ego bevechten in een nutteloze poging om het ego te overwinnen en uit te schakelen. Het kan moeilijk zijn om je te beseffen dat het ego niet een boosaardig wezen in zichzelf is, maar simpelweg een deel van de gespleten denkgeest waar we ooit voor kozen en nog steeds voor kiezen, omdat die keuze het voortbestaan van onze gekoesterde individualiteit bewerkstelligt. Dus net als in het geval van God zien we Jezus met regelmaat over het ego praten alsof het een los wezen is dat zelf handelt: “Ik heb over het ego gesproken alsof het een losstaand ding was dat zelfstandig opereert. Dit was nodig om jou ervan te overtuigen dat je het niet luchtig weg kunt wuiven…” (T4.VI.1:3).

Onze denkgeest is dus een slagveld. Zowel Liefde als ego bevinden zich heel letterlijk in onze denkgeest. Daarom benadrukt Jezus steeds opnieuw dat Een cursus in wonderen een leerplan is voor het trainen van de denkgeest. Pas wanneer we in staat zijn om de neutrale observator “aan te zetten” boven het slagveld (T23.V.1), kunnen we zien dat het ene deel van die gespleten denkgeest illusoir is, en het andere deel volkomen waar. God (= Liefde) is en blijft letterlijk in ons, hoe lang we ook proberen die liefde op een afstand te houden, terwijl het ego in het niets verdampt zodra we werkelijk voor Liefde kiezen. Het is geen wonder dat veel spiritualiteiten ons aanzetten om onszelf te observeren, om zo langzaamaan gewaar te worden van ons goddelijke of hogere Zelf.

Een cursus in wonderen is als spiritualiteit uniek in de wereld, in de zin dat die ons haarfijn uitlegt waarom we zoveel moeite stoppen in het niet kiezen voor liefde. En ook waar het antwoord dan wél te vinden is. Om het bekende citaat nog maar eens aan te halen: “Probeer […] niet de wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te veranderen.” (T21.in.1:7). Zolang je het licht van onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde buiten jezelf zoekt, hou je jezelf eigenlijk in het donker. Het Licht is heel letterlijk in jou, nu (zie bijv. WpI.188.1). Zo lezen we, wederom in hoofdstuk 18 van de tekst: “De Hemel is geen plaats, en evenmin een toestand. Het is louter een gewaarzijn van volmaakte Eenheid, en het weten dat er niets anders is; niets buiten deze Eenheid, en niets anders daarbinnen.” (T18.VI.1:5-6).

— Jan-Willem van Aalst, januari 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/01/28/literally-within-you/)

Waanzin is een keuze

Eén van de bekendere humoristische uitspraken van musicus Frank Zappa (1940-1993) gaat over de essentie van het universum: “Sommige wetenschappers stellen dat waterstof de basisbouwsteen van de kosmos is, omdat het zoveel voorkomt. ik bestrijd dat. Mijn stelling is dat er meer dommigheid dan waterstof bestaat, en dat dommigheid de basisbouwsteen van de kosmos is.” Vanuit het oogpunt van Een cursus in wonderen bezien heeft hij zich waarschijnlijk nooit gerealiseerd hoe dicht hij met die uitspraak bij de waarheid zat. De oerknal was tenslotte het directe gevolg van de Zoon van God die een droom van afscheiding van God leek te hebben gekozen en vervolgens besloot zich in biljoenen fragmentjes te versplinteren, in een dwaze poging om zich voor God te verstoppen.

In de Cursus noemt Jezus het waanzin: “Noem het geen zonde maar waanzin, want dat was het en dat blijft het. Rust haar [de projectie die we de kosmos noemen] niet uit met schuld, want schuld veronderstelt dat ze in werkelijkheid tot stand werd gebracht.” (T18.I.6). Maar hoewel Frank Zappa regelmatig de draak stak met de dwaasheid in de wereld, was hij tamelijk pessimistisch over het uitzicht voor de mensheid. Hij realiseerde zich niet dat jij en ik geen hulpeloze figuren in een wrede werkelijkheid zijn. Wij zijn daarentegen de dromer van deze nachtmerrieachtige waakdroom. Het is een droom die, om ons er nog maar eens aan te herinneren, in werkelijkheid allang voorbij is, omdat die nooit werkelijk is gebeurd, omdat die in werkelijkheid nooit heeft kunnen gebeuren. Laten we eens kijken naar sommige manieren waarop deze waanzin zich manifesteert in deze waakdroom van tijd en ruimte die zo voelbaar echt lijkt.

Mijn lichaam wordt voortdurend gebombardeerd door bacteriën, virussen en parasieten. De wetenschap probeert die levensvormen te bestrijden, maar ze blijken heel goed in staat om die wetenschappelijke slimmigheid bij te houden, aangezien ze steeds sneller lijken te kunnen muteren. En bovendien: hoeveel aandacht jij en ook dagelijks besteden aan gezondheid en welzijn, vroeg of laat worden we toch een keer ziek. Het is een race die klaarblijkelijk nooit eindigt (en die we niet gaan winnen).

Hoeveel aandacht jij en ik ook proberen te besteden aan vriendelijkheid en liefde in ons leven, vroeg of laat raken we geïrriteerd, wijzen we mensen en situaties af, en wensen we dat dit of dat anders was. Gedurende een groot deel van de dag zijn onze denkgeesten helemaal niet zo vredig. En bovendien is Murphy nooit ver weg: alles dat mis kán gaan, zál vroeger of later mis gaan.

We verkiezen steeds politieke leiders die beloven in het belang van het volk te handelen, maar die uiteindelijk vooral naar grote multinationals luisteren. Het valt ons op dat slechts zeer weinig mensen in het algemene belang handelen: vrijwel iedereen denkt eerst en vooral aan zichzelf. Hmm, dat geldt eigenlijk ook voor jou en mij als we onze eigen projecties goed bekijken… auw!

Ah, en laten we vooral het klimaat niet vergeten, dat serieus in gevaar is. Miljoenen tonnen aan plastic afval bedreigen onze flora en fauna. Enorme hoeveelheden afval medicinale progesteron zorgen voor steeds meer misvormde vissen. In grote agglomeraties is de lucht nauwelijks meer te ademen. De klimaatopwarming is zeer waarschijnlijk goeddeels veroorzaakt door menselijke industriële activiteit. We zijn mogelijk al te laat om verscheidene graden opwarming van de aarde te voorkomen. Als de ijskappen smelten, zal de rijzende zeespiegel miljoenen doden eisen. Tenminste, als de planeet niet vóór die tijd door een meteoriet wordt getroffen waarbij 90% van al het leven omkomt.

Nog los van dit alles, hoe goed we ook proberen te zorgen voor ons leven en de planeet, gaan we vroeg of laat onvermijdelijk toch dood. We kunnen heel inventief proberen de levensduur van het lichaam te verlengen, maar de extra jaren zijn niet per se ook gelukkige extra jaren. Als ik bovendien mijn levensduur bekijk ten opzichte van de miljarden jaren die de aarde al bestaat, dan lijkt mijn leven op een kort glimpje van een vuurvlieg in de nacht. In het grote geheel van tijd en ruimte is mijn fysieke leven op aarde volstrekt insignificant.

Nogmaals, dit alles is wat Jezus waanzin noemt in Een cursus in wonderen. En we geloven er met z’n allen heilig in. Pas als we in alle eerlijkheid Jezus’ leerplan bestuderen en in praktijk brengen, gaan we ons (langzaam!) realiseren dat de uitweg uit deze waanzin niet is om de wereld de rug toe te keren (acetisme), noch om van het leven één groot feest te maken (omdat het toch allemaal denkbeeldig is), noch om de rest van ons leven pijnstillers te proberen. De truc om een eind te maken aan alle waanzin is  om juist heel actief in deze wereld te zijn, maar geleid door een andere Gids. Dat komt omdat de waanzin niet in de wereld op zich zit, maar in het denksysteem dat tot de wereld leidde: het ego, wat het idee is van aanval, afscheiding, verdediging, angst, pijn, en dood.

Velen van ons hebben wel een grootouder gehad die ons vertelde dat de beste weg uit een moeilijkheid is om er dwars doorheen te gaan. Op dezelfde manier pleit Jezus ervoor dat we leren te kijken naar het denksysteem dat we kozen, vanuit een liefdevolle vogelvlucht boven het slagveld, heel kalm, zonder veroordeling, zonder de pijn (fysiek of psychisch) te ontkennen die we ervaren; en ons dan simpelweg te realiseren waar we voor hebben gekozen. Vervolgens nodigt hij ons eenvoudigweg uit: “Broeder, maak opnieuw je keuze” (T31.VIII.3), waarmee hij bedoelt: waarom zou je er niet voor kiezen om je denkgeest en handelen in deze wereld te laten leiden door de Heilige Geest, de Stem namens Liefde. Je zult zoveel gelukkiger zijn.

Kenneth Wapnick heeft vele malen benadrukt dat niemand hoeft te denken dat dit een makkelijke keuze is. Het vraagt tenslotte om grenzeloos vertrouwen in de Liefde van God, waarin geen plaats is voor enige individualiteit. Dáág, lieve gekoesterde persoonlijkheid! Het ontwikkelen van vertrouwen in Liefde (H4.I.1) is een proces van vele stappen, hoofdstukken en eye-openers. Het heeft geen zin jezelf te pijnigen en jezelf in schuld onder te dompelen omdat jij zo’n rotsvast vertrouwen nog niet hebt bereikt. Dergelijke pijn kan het ego goed gebruiken om je te verleiden om alsnog te kiezen voor ascetisme, voortdurend feesten, of je denkgeest te verdoven — allemaal ideale afleidingen om het bestaan van het afgescheiden ego zeker te stellen.

Pas als je echt beseft dat het langzaam loslaten van je gekoesterde unieke persoonlijkheid de weg naar eeuwige vrede is, wordt de eerste step makkelijk: vragen aan die andere Gids wat te denken en wat te doen. Als je in stilte luistert, en dan wacht op een antwoord waarin geen dwang, angst of pijn te bespeuren is, weet je dat je goed op weg bent op de ladder die jou uit de hel van waanzin leidt. Dan realiseer je je, in opperste verbazing, dat de waanzin en dommigheid die we ooit als een gegeven hadden aangenomen, feitelijk bewuste keuzes zijn van de schijnbaar slapende Zoon van God, waar jij en ik een holografisch onderdeel van zijn. Alles om maar een eigen ikje te hebben, hoe pijnlijk ook! Die keuzes kunnen we liefdevol ongedaan laten maken… simpelweg door opnieuw te kiezen voor de Stem namens Liefde. Dat is de weg naar de verdwijning van het universum en het ons weer herinneren van Eenheid, het horen van de tijdloze roep van God, die Liefde is: “Vergeet alles, behalve Mijn onveranderlijke Liefde. Vergeet alles, behalve dat Ik hier ben.” (The Gifts of God / De Geschenken van God, p.128)

— Jan-Willem van Aalst, januari 2017. (Vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/01/21/stupidity-is-a-choice/)

Probeer een ander niet te veranderen

Menige huisarts krijgt patiënten tegenover zich die, na een uitgebreide diagnose en discussie over hun ziektesymptomen, uiteindelijk verzuchten: “Al dat gepraat… doe mij maar liever pillen.” Voor veel patiënten lijkt het inderdaad veel gemakkelijker om de symptomen te onderdrukken met pijnstillers en kalmeringsmiddelen, dan op zoek te gaan naar de diepere oorzaak van de fysieke of psychologische ongemakken. Iedere goede psycholoog zal je vertellen dat deze struisvogelstrategie, dat wil zeggen, je kop in het spreekwoordelijke zand steken, een ontkenningsmechanisme is dat niet zal werken. De symptomen, hoe lastig ze ook lijken, hebben tenslotte een nuttige boodschap voor de patiënt. Als de symptomen worden onderdrukt, zal die boodschap een andere manier vinden om zich te melden, vaak in een nog ernstiger vorm.

Studenten van Een cursus in wonderen realiseren zich echter maar al te goed dat het niet aan ons is om zo’n situatie en de keuzes die daarin worden gemaakt te beoordelen (eigenlijk: veroordelen). Het is tenslotte zo dat iedereen in deze wereld “onzeker, eenzaam, en in constante angst” ronddwaalt. (T31.VIII.7). Dat geldt net zo goed voor elke Cursusstudent, want anders zou die hier niet meer langer in tijd en ruimte blijven rondhangen. Ook jij en ik hebben vele “goede redenen” om zo nu en dan onjuist-gericht denken te verkiezen boven juist-gericht denken. Want ja, het bereiken van een staat van louter juist gericht denken (dat wil zeggen, de werkelijke wereld betreden) is een proces waar we misschien wel vele levens voor nodig hebben om te bereiken. Het past ons dus niet om patiënten om de oren te slaan met psychologische of spirituele principes over het ontwaken uit de droom van pijn. Dergelijk vingerwijzen betekent dat we wederom in de valkuil van aanval zouden stappen, wat het ego natuurlijk graag stimuleert.

Een andere reden om in dergelijke gevallen niet te oordelen (maar eigenlijk geldt dat voor alle gevallen) is dat het veroordelen van een patiënt zou neerkomen op het tot werkelijkheid maken van de vergissing, dat wil zeggen: de vergissing om te geloven dat de afscheiding van God werkelijk heeft plaatsgevonden. Als ik iemand als een wezen buiten mijzelf zie, met een denkgeest die overduidelijk losstaat van de mijne, dan ben ik de metafysica vergeten die zo fundamenteel is om de boodschap van Een cursus in wonderen te kunnen begrijpen. We zouden ons altijd moeten bedenken dat God slechts één Zoon heeft (WdI.99.7), die in slaap leek te vallen in de kwantummogelijkheid van het dromen over hoe het zou zijn om los van God te leven, in biljoenen versplinterde fragmentjes. Dus het waarnemen van afgescheiden lichamen is feitelijk het waarnemen van een schaduw van het ontologische ogenblik van afscheiding, dat in werkelijkheid gelukkig nooit gebeurd is omdat het nooit heeft kunnen gebeuren. Genezen betekent dus: ervoor kiezen mijn broeder, inclusief zijn geklaag over ziektesymptomen, te aanvaarden als mijn redder, in plaats van een verwarde ziel die bekeerd moet worden.

Een derde reden om niet te veroordelen wat er gebeurt is dat telkens wanner ik mij richt op het veranderen van een ander, ik hiermee eigenlijk mezelf afleid van het werk dat ik voor het helen van mijn eigen denkgeest te doen heb. Als ik niet eens mijn eigen denkgeest kan beheersen, wat overduidelijk zo is gezien mijn vele aanvalsgedachten, zou het dan niet een tikje arrogant zijn om te menen dat ik de denkgeest van een ander wel kan veranderen?  Het argument van sommige Cursusstudenten dat alle communicatie uiteindelijk invloed heeft op de ene denkgeest die we met z’n allen delen, haalt het punt uit z’n verband. Het is waar dat genezing te maken heeft met communicatie via de denkgeest, maar als ik de genezing van een zieke zoek in het proberen te veranderen van iemand die ik duidelijk als buiten mijzelf beschouw, dan stap ik wederom in de valkuil van de egodynamiek van afscheiding en veroordeling, terwijl ik naarstig probeer de toekomst voor de “ander” te verbeteren.

Doe dus geen poging om een ander te veranderen, hoe overtuigd je ook bent van je gelijk; hoe overtuigd je ook bent van de effectiviteit van jouw advies of methode om de pijn bij de ander te helen. “De enige verantwoordelijkheid van de wonderdoener is de Verzoening voor zichzelf te aanvaarden.“, vertelt Jezus ons tot drie keer toe (T2.V.5; T5.V.7:8; H7.3:2). Als je echt serieus overweegt om jezelf te ontslaan als je eigen leraar (omdat je slecht werd onderwezen, T12.V.8 en T28.I.7), dan zal de Heilige Geest je de lessen aanbieden die voor jou het meest geschikt zijn in deze lesruimte die de materiële wereld heet. Dus telkens wanneer je merkt dat een vriend of patiënt zijn kop in het zand steekt, beschouw dat dan als een herinnering voor jezelf dat iedereen hier onzeker, eenzaam en in voortdurende angst ronddwaalt.

Wees opmerkzaam op je neiging om een situatie te ‘fixen’. Observeer de drang, maar leef die niet uit. Kies er integendeel voor om een stapje terug te doen en het advies te vragen van de Heilige Geest, wat inhoudt: het onvoorwaardelijk loslaten van elke veroordeling. Bevestig nogmaals naar jezelf dat jij je denkgeest liever onderwezen wilt zien door de Leraar Die jou Thuis zal brengen, in plaats van de leraar die jou pijn zal blijven doen. Zoals we lezen in (T9.II.4:1): “Als je wilt weten of je gebeden verhoord zijn, twijfel dan nooit aan een Zoon van God.” Zijn geklaag mag misschien erg onredelijk linken, maar hij is nog altijd een Zoon van God, net zoals jijzelf. De keuze om een patiënt zo te bezien versterkt ook je besef dat die Identiteit ook de jouwe is. En dát is ware genezing.

— Jan-Willem van Aalst, januari 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/01/07/dont-try-to-change-others/)