De strijd tegen tijd

Hoe vaak ervaar jij tijdsdruk? Hoe vaak heb jij het gevoel dat er simpelweg te weinig tijd is voor alles wat je graag zou willen doen? En valt het jou wel eens op dat, telkens wanneer je uit gemeende interesse vraagt hoe het met iemand gaat, hoe vaak mensen klagen dat ze het “zo enorm druk hebben”? Het informatietijdperk verbindt ons heel gemakkelijk met zowat alles en iedereen, en dat maakt het alleen maar erger. “Stress” of “tijdsdruk” wordt steeds vaker als ziekte nummer één bestempeld. We kunnen veilig stellen dat zo’n vierhonderd jaar geleden het fenomeen “tijdsdruk” veel minder speelde, ongeacht welk continent je beschouwt. Wetenschappers stellen zelfs dat mensen toentertijd aanmerkelijk langzamer spraken. Kun je je voorstellen hoe dit je denkgeest opjaagt? Tegenbewegingen zoals “slow management” en “mindfulness” lijken slechts een druppel op de gloeiende plaat van dit alarmerend snel groeiende probleem.

Is het een probleem? Dat lijkt zeker het geval, zowel fysiek, mentaal, als spiritueel bekeken. Op fysiek niveau leidt stress tot hogere en instabiele hersengolf frequenties. Dat hindert de hersenen om de lichaamsfuncties adequaat te kunnen blijven besturen. Veel moderne endocrien gerelateerde ziekten zoals burn-out en Parkinson hebben waarschijnlijk een directe relatie met de hersengolven. Op mentaal niveau gunnen we onszelf steeds minder tijd om ons te bezinnen op waarom we doen wat we doen. We komen terecht in een denkmodus van een soort automatische piloot waarin we proberen twee dozijn draaiende bordjes tegelijkertijd in de lucht te houden. De epidemie van ADHD-gerelateerde stoornissen heeft veel te maken met de overdosis aan stimuli waaraan ouders hun kinderen blootstellen, wat vaak weer komt doordat die ouders te druk zijn met hun eigen waslijst aan activiteiten.

Spiritueel gezien zal het duidelijk zijn dat al die drukte slechts dient om de denkgeest af te leiden van het overdenken van fundamentele levensvragen, zoals “Wat ben ik?”, “Wat is mijn doel hier?”, of algemener: “Wat is de betekenis van mijn leven?” Als je de tijdlijn van het universum, zo’n dertien miljard jaar, als een lijntje op een vel papier tekent, dan wordt het hele begrip “tijdsdruk” een zotte klucht. Op die tijdlijn is de mensheid op de planeet aarde slechts een stip aan het einde van de lijn. Jij en ik winden onszelf enorm op over honderden zinloze zorgen over zaken die meestal over een paar uur of een paar dagen gaan, of hooguit een paar jaar. In de context van het grotere plaatje wordt onze stress volkomen onbeduidend en absurd. En toch blijven jij en ik dit doen. Waarom? Omdat ik zo bang ben dat mijn leven zal mislukken als ik niet dit of dat bereik voordat ik sterf. Mijn ‘zelf’, als speciaal individu, moet ik betekenisvol maken, anders heeft mijn bestaan geen zin. En dus worstel ik om mijn leven belangrijk te maken, uiteindelijk (onbewust) richting God. Wat een worsteling!

Natuurlijk kan dit niet werken. Het zit er dik in dat ik aan het einde van mijn leven verreweg mijn meeste inspanningen zal evalueren als ofwel mislukt, ofwel onbelangrijk. Wat overblijft is de vraag hoeveel liefde ik mezelf heb toegestaan te uiten (en te ontvangen) gedurende mijn leven. Het is ontnuchterend om in de Bhagavad Gita, zo’n vierduizend jaar oud, te lezen, dat “zolang jij jezelf op zelfzuchtige verlangens richt, je leven volkomen verspild is”. En toch is dat precies wat we ruim zeven miljard mensen dagelijks zien doen, inclusief onszelf: ervoor zorgen dat ik voorzie in mijn materiële behoeften; en mijn denkgeest bezig houden met een eindeloze reeks speciale afgoden, om aan mezelf en iedereen (God incluis) te bewijzen dat mijn leven niet volkomen verspild is, ook al ben ik het grotere plaatje maar een kort oplichtend vuurvliegje.

In Een cursus in wonderen toont Jezus ons de fundamentele uitweg uit deze hel, door ons botweg de compromisloze nondualistische metafysica voor te schotelen van de onwerkelijkheid van tijd en ruimte. Laten we eens kijken naar tijd, de vierde dimensie in dualiteit. Jezus zegt hierover: “Tijd is een kunstgreep, een goocheltoer, een immense illusie waarin figuren als bij toverslag komen en gaan. Toch zit er een plan achter alle verschijningsvormen dat niet verandert. Het draaiboek is geschreven. […] We ondernemen slechts een reis die al voorbij is. Toch schijnt ze een toekomst te hebben die ons nog onbekend is.” (WdI.158.4;3). Omdat onze hersenen uitsluitend lineair werken, duizelt het ons om ons iets voor te stellen bij de onwerkelijkheid van de tijd. Wij lezen dit tenslotte toch nu, in de tijd? We werken met Een cursus in wonderen in de tijd, toch? Hoezo is tijd onwerkelijk? Jezus legt in hoofdstuk 25 uit dat zolang wij denken dat wij in de tijd vertoeven, zijn boodschap aan ons ook in een tijdgebonden vorm wordt aangeboden: “Dit alles neemt notitie van tijd en plaats alsof dat losstaande zaken waren, want zolang jij denkt dat een deel van jou afgescheiden is, heeft het denkbeeld van een Eenheid die als Eén verbonden is, geen betekenis.” (T25.I.7:1). Jezus ontmoet ons in de toestand waarin wij ons denken te bevinden.

De bevrijding die Jezus ons biedt ligt in het dagende besef dat wij de dromer van een nachtmerrie zijn, die onze realiteit in de eeuwigheid volstrekt niet raakt. Zo lezen we in werkboekles 167: “Wanneer de denkgeest besluit te zijn wat hij niet is, en verkiest een vreemde macht aan te nemen die hij niet heeft, een oneigen toestand waartoe hij niet komen kan, […] lijkt hij slechts een poosje te gaan slapen. Hij droomt van de tijd: een interval waarin wat schijnt te gebeuren nooit heeft plaatsgevonden, de teweeggebrachte veranderingen geen substantie hebben en alle gebeurtenissen nergens zijn. Wanneer de denkgeest ontwaakt, gaat hij slechts voort zoals hij altijd is geweest.” (WdI.167.9). Let wel, “voortgaan zoals hij altijd is geweest” verwijst niet naar tijd, want in de eeuwigheid bestaat geen tijd. Jezus gebruikt de beeldspraak van een tapijtstrook die zich in de tijd voor ons lijkt uit te rollen: “De tijd lijkt in één richting te verlopen, maar wanneer je zijn eind bereikt, zal hij zich oprollen als een lange loper, achter je uitgerold over het verleden, en verdwijnen.” (T13.I.3)

Dus zolang wij menen dat we de zingeving in ons leven moeten vinden binnen tijd en ruimte, houden we onszelf voor de gek. Onze realiteit en verlossing liggen buiten tijd en ruimte. Kunnen we ons hier een voorstelling van maken? In werkboekles 107 probeert Jezus ons hierbij te helpen: “Probeer je een moment te herinneren — misschien een minuut, zelfs minder misschien — waarop niets jouw vrede kwam verstoren, waarop je er zeker van was dat jij bemind en veilig was. Probeer je dan voor te stellen hoe het zou zijn wanneer dat moment werd uitgebreid tot het einde der tijden en tot in eeuwigheid. Laat dan het gevoel van rust dat je voelde honderdmaal vermenigvuldigd worden en dan opnieuw honderdmaal. En nu heb je een beetje een idee, niet meer dan slechts een uiterst vage duiding, van de staat waarin je denkgeest zal verkeren wanneer de waarheid gekomen is.” (WdI.107.2). Die keuze is aan ons, niet iets wat God ons opdringt of onthoudt, afhankelijk van hoe zondig we waren. God heeft helemaal geen weet van zoiets als de tijd, laat staan deze hele materiële wereld. In hoofdstuk 26 lezen we dat deze dualistische droom nooit werkelijkheid was, is, of zal worden: “niet één noot in het lied van de Hemel werd gemist.” (T26.V.5:4).

Allemaal leuk en aardig, maar hoe leer ik dan Jezus’ lessen terwijl ik nog steeds geloof hier in de 21e eeuw te zijn, en daarin een leven probeer op te bouwen? Jij en ik zullen heus niet de volgende ochtend buiten tijd en ruimte wakker worden, dat staat vast. De troostende boodschap is dat dat ook niet hoeft. Ontwaken is een langzaam proces. Net zoals de Bhagavad Gita ons aanraadt om hier een normaal leven te leiden (“wees heel actief in deze wereld, maar als iemand die vanuit zijn diepste kern denkt en handelt”), zo onderwijst Jezus ons om te oefenen met het heilig ogenblik; een keuze in het nu voor de onvoorwaardelijke Liefde van God, waarmee we zowel verleden als toekomst even geheel vergeten. “nu is de dichtst mogelijke benadering van de eeuwigheid die deze wereld biedt” (T13.IV.6). Die uitspraak zette overigens Eckhart Tolle aan tot het schrijven van zijn bestseller “De kracht van het Nu”. De boeddhisten zeggen: “Het verleden is voorbij; de toekomst nog niet hier. Je leeft alleen nu, in het huidige moment.” Hoe haalbaar is dat?

Het werkbroek van Een cursus in wonderen is een lesprogramma voor gedachtentraining waarmee je jezelf aanleert om steeds wat vaker in het nu te leven, waarin de denkgeest zich richt op vergeving, op onvoorwaardelijke liefde. Zo nodig je de Heilige Geest uit als gids van je gedachten, en die uitnodiging aanvaardt Hij graag. Na een poosje oefenen merk je dat je denkgeest veel kalmer wordt, en het leven veel meer vanzelf lijkt te gaan stromen. Het dagelijkse leven kan bij tijd en wijle nog steeds druk lijken, maar brengt veel minder stress, en veel betere uitkomsten. Veel Cursusstudenten kunnen dit beamen. Het is deze ervaring van innerlijke vrede die het doel vormt van Een cursus in wonderen, en uiteindelijk van je leven hier. Hoeveel onvoorwaardelijke liefde sta jij jezelf toe te uiten (en te ontvangen) vandaag? Oefen in blijdschap en dankbaarheid met het heilige ogenblik, en keer dan terug naar de drukke wereld, maar vanuit de intuïtieve leiding van de Heilige Geest, die niet falen kan.

— Jan-Willem van Aalst, maart 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/03/19/fighting-against-time/ )

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s