Nog één kusje, lieverd

In onze westerse maatschappij eindigen ruwweg twee van de vijf huwelijken in scheiding, terwijl verder nog twee van de vijf eindigen in een ongelukkige, troosteloze sleur vol van onderdrukte pijn. Dan blijft er een magere 20% huwelijkse relaties over die verondersteld worden geweldig uit te pakken en een leven lang te duren. En de statistieken schijnen niet bijzonder te verbeteren, tenminste niet significant. Hoe komt het dat het blijkbaar zo moeilijk is een levenslang bevredigende relatie aan te gaan?

Psychologen beargumenteren dat een belangrijke valkuil voor vele mensen is om te focussen op fysieke aantrekkelijkheid. Ieders ogen worden onvermijdelijk naar dat toe getrokken wat we als mooi beschouwen. Net als Hannibal Lecter in The silence of the lambs Clarice eraan herinnerde: “Voel jij niet de ogen over je lichaam glijden, Clarice? En zoeken jouw ogen niet de dingen uit die je begeert?” De aanname – meestal onbewust – is dat wat mooi aan de buitenkant is, dat ook binnenin is. Natuurlijk houdt dit geen stand. We stappen gelukzalig in een nieuwe “prachtige” relatie met een “fantastische” bijzondere persoon, om alleen maar te ontdekken dat we allen dezelfde boosaardige ego-mechanismes in onze denkgeest met elkaar delen. Wanneer de onvolkomenheden in de andere persoon ons stilaan aan onze eigen onvolkomenheden herinneren, vervliegt de magie van de relatie als een verwelkte bloem.

In Een cursus in wonderen bespreekt Jezus relaties, beter gezegd onze motivatie om voor relaties te kiezen, diepgaand, zowel in het Tekstboek als het Werkboek, omdat dit overduidelijk verbonden is met het ECIW’s kernthema van het beëindigen van de afscheiding. Onze motivatie bij het kiezen is altijd gekoppeld aan doel. Wat beogen we met een relatie? In Een cursus in wonderen worden relaties ingedeeld in de categorieën speciale relaties (vanuit het ego, of het onjuist-gerichte denken komend) en heilige relaties (vanuit de Heilige Geest, of vanuit het juist-gerichte denken). Verder worden speciale relaties opgedeeld in speciale haat relaties (“Ik haat jou”) en speciale liefdesrelaties (“Ik aanbid jou”, of “Ik verafgood mijn auto”). Terwijl in speciale relaties de vorm enorm verschilt, wordt ons in ECIW bijgebracht dat de inhoud altijd dezelfde is: om de speciaalheid van het ego te verheerlijken. Terwijl dit duidelijk te zien is in de speciale haat relatie, is dit op het eerste gezicht niet zo zonneklaar in de speciale liefdesrelatie. Komt mijn oprechte liefde voor een ander speciaal menselijk wezen niet overeen met de liefde van God, hier op aarde?

“Nee, niet zo lang als jouw belangrijkste aandacht op het lichaam gericht is, of enig ander aspect dat betrekking heeft op vorm”, zou Jezus zeggen. In feite gaat Jezus zelfs zo ver te beweren dat alle speciale relaties kannibalistisch zijn, hoewel hij dat woord niet bezigt. In ECIW lees ik dat ik tot een speciale persoon aangetrokken word omdat ik geloof dat zo’n persoon iets kan leveren dat ik ervaar als inherent ontbrekend in mijzelf. Mijn speciale (maar incomplete) persoonlijkheid wordt aangetrokken tot de “onschatbare parel” die ik in jouw speciale persoonlijkheid zie (T-23.II.11). Anders gezegd, mijn motivatie om een speciale liefdesrelatie met jou aan te gaan is, dat ik bezig ben iets terug te krijgen waarvan ik geloof dat het van me weggenomen is. Vanzelfsprekend komt dit “terugnemen” met een behoorlijke brok onbewuste schuld, die ik onderdruk en naar buiten deze wereld projecteer, zolang jij voldoet aan mijn speciale behoeftes, en die te bevredigen. Dat betekent, zo lang als jij mij pleziert, mij aanbidt, seks met me hebt, me helpt, me gehoorzaamt, noem het maar op – zo lang als dat allemaal voortduurt, blijft het kwaad ergens daarbuiten in deze wereld en bevinden wij ons in een “vereniging gesmeed in de Hemel” (T-16.V.8).

Helaas is deze complete wereld van tijd en ruimte geboren uit het idee van afscheiding, en dat is wat het zal teweegbrengen zo lang als de tijd bestaat. Onvermijdelijk zullen er een paar kleine irritaties over dingen aan de oppervlakte komen, waarmee ik het niet helemaal eens ben. Oordeel en veroordeling zijn in de relatie binnengekomen. En een lichte krimp van ergernis is niets anders dan een sluier over intense woede (W-pI.21:2), dus is de instorting van de relatie gewoonlijk slechts een kwestie van tijd. Dit is het mechanisme van alle speciale liefdesrelaties op deze planeet, tenminste zo lang onze motivatie gevoed wordt door een brandende behoefte iets uit de relatie te halen, iets waarvan jij voelt dat het in jouzelf ontbreekt. Jij denkt dat jij jezelf compleet kunt maken door jezelf “in te ruilen” voor het zelf van een ander (T-16.V:7). In een dergelijk spel zijn schuld en dus pijn nooit ver weg.

Natuurlijk is er een betere weg. In plaats van dit onophoudelijke “zoeken-en-niet-vinden” (T-12.V.7), betoogt Jezus onze speciale relaties om te vormen in heilige relaties. En dat brengt altijd een verschuiving van vorm naar inhoud met zich mee. Het idee daarbij is als volgt: Blijkbaar sla ik de plank behoorlijk mis als het gaat over waar ik wil dat een relatie toe dient. De reden is dat ik in verwarring was over wat ik ben (T-24.V.9). Zolang ik mezelf beschouw als een speciaal afzonderlijk lichaam zullen speciale liefdesrelaties gaan over een speciale afzonderlijke vorm. Door Een cursus in wonderen te bestuderen en in de praktijk te brengen, ga ik me realiseren – en ervaren! – dat ik geen lichaam ben, maar een holografisch deel van de Ene Zoon van God – dat wil zeggen, een deel van het vereende Zoonschap. De enig mogelijke relatie kan ik dus alleen met mijn ware Zelf hebben, die Liefde is, buiten tijd en ruimte – wat Jezus een Heilige relatie noemt. Wat mij aantrekt zou dus niet vorm moeten zijn, maar de inhoud van jou als een perfecte weergave van het onschuldige, lieflijke en eeuwig beminde ware Zelf. In mijn voorwerp van attractie herken ik het Gelaat van Christus. Vormen spelen geen rol meer. Of je nu fysiek aantrekkelijk bent of niet, doet er niet toe. Ik treed binnen in een heilige relatie omdat ik uitsluitend gedeelde interesses en onze gedeelde Identiteit waarneem.

Hier aanbeland zou je wellicht zeggen: “Dus… ik zou met wie dan ook daarbuiten een relatie kunnen beginnen?” Antwoord: Jazeker, dat zou je kunnen, maar zolang jij de Heilige Geest niet toestaat jouw keuze te leiden, blijft je relatie voortgedreven door je ego, zonder een vergrote kans op blijvend geluk. Waarlijk behulpzame relaties ontstaan niet bij toeval. In onze levens biedt de Heilige Geest ons drie soorten relaties aan – en dus leersituaties. Type één gebeurt in willekeurige ontmoetingen – behalve dat ze beslist geen toevallige ontmoetingen zijn. Elke ‘toevallige’ ontmoeting is een les waarin jij kunt leren compleet het zicht op gescheiden belangen kwijt te raken. Slaag je daarin, dan zal dat voldoende zijn – verlossing is gekomen (HvL-3.3). Het tweede type relatie is een duurzamer relatie waarin je een behoorlijk intense onderwijs/leer situatie ervaart, die vervolgens weer blijkt te eindigen. Bijvoorbeeld, je collega’s op het werk. Het derde type relatie duurt als type een leven lang, zoals met je gezin en/of levenspartner. Het overkoepelende punt dat Jezus maakt, is dat hoewel de vorm of intensiteit verschilt, de inhoud steeds hetzelfde is: gelegenheden om te leren slechts gemeenschappelijke belangen te zien. En dat is altijd een keuze van de denkgeest.

Jezus’ boodschap betreffende relaties kan dus bondig samengevat worden: als het doel om een relatie te kiezen op enigerlei wijze het lichaam behelst, vraag je om pijn. En je krijgt altijd waar je om vraagt. Daaruit volgt nu ook weer niet dat elke focus op het lichaam inherent zondig is. Dit is een vaak voorkomende valkuil bij spirituele aspiranten. Als een goede Cursus-student, kan ik geneigd zijn elke aandacht voor het lichaam (het mijne of dat van een ander) als een domme fout weg te poeieren. Als gevolg zou ik kunnen afzien van fysieke intimiteit, van zoenen en omarmingen, omdat die “overduidelijk een verkeerd gerichte focus is op vorm in plaats van eenheid in geest?” Mooi niet, dat hoeft helemaal niet zo te zijn! Laten we T-8.VII.3 eens zorgvuldig lezen: “Als jij het lichaam voor een aanval gebruikt, berokkent het jou schade. Als je het alleen gebruikt om de denkgeest te bereiken van hen die geloven dat ze een lichaam zijn, en hun door middel van het lichaam leert dat dit niet zo is, zul jij de macht van de denkgeest die in jou is begrijpen.. Dienend om te verenigen wordt het [lichaam] een prachtige les in gemeenschap, die waarde heeft tot er gemeenschap is.”

Samengevat: ja, maak alsjeblieft en beslist gebruik van je lichaam in relaties. Gebruik het liefdevol. Gebruik het om de allesomvattende Liefde te weerspiegelen die in je denkgeest aanwezig is, zoals ze in ieders denkgeest is, zij het vaak diep begraven. Slechts één kus, maar gegeven vanuit de juiste manier van denken, kan een kannibalistisch verzoek om pijn veranderen in één van de heiligste plekken op aarde, omdat een oeroude haat een huidige liefde is geworden (T-26.IX.6:1). Nou en of, precies als Jezus tweemaal bepleit in ECIW: “Onderwijs louter Liefde, want dat is wat je bent”(T-6.I.13:2). Nogmaals, waardeer en gebruik je lichaam, in dienst van die kennis.

© Jan-Willem van Aalst, september 2016 (vertaling: Robert J Visser)

-o-o-o-o-

Advertenties