Verlossing hier en nú

Degenen die met spiritueel ontwakingswerk bezig zijn, of het nu Een cursus in wonderen of een ander pad is, denken onbewust dat verlossing ergens in de toekomst ligt, en dat alleen jaren van hard oefenen zullen leiden tot de felbegeerde eeuwige vrede die door niets verstoord kan worden. En als het me niet in dít leven lukt, dan toch hopelijk in een volgend leven. In Een cursus in wonderen herinnert Jezus ons echter aan de illusoire aard van de tijd, en dat we ware verlossing in het hier en nú zouden moeten nastreven: “Jij ziet verlossing op de lange duur, maar geen onmiddellijk resultaat… Verlossing is onmiddellijk. Want een wonder is nu. Het is hier al aanwezig, in de genade van het heden, in het enige tijdsinterval waarvoor zonde en angst geen oog hebben gehad.” (T26.VIII.2:7-3:1;5:8-9).

In werkboekles 104, “Ik zoek slechts wat mij in waarheid toebehoort”, gaat Jezus hier ook op in: “vreugde en vrede zijn niet slechts ijdele dromen. Ze zijn jouw recht op grond van wat jij bent. Ze komen tot jou van God, die niet kan nalaten jou te geven wat Hij wil. […] Van Hem zijn de geschenken die wij erfden voor er sprake was van tijd, en die nog steeds de onze zullen zijn wanneer tijd tot eeuwigheid is vergaan. Van Hem zijn de geschenken die nu in ons zijn, want ze zijn tijdloos. En we hoeven niet te wachten om erover te beschikken. Vandaag al behoren ze ons toe.” (W-d1.104.1:1-3;2:2-5). Inspirerend… maar dit vereist wel dat we deze geschenken met heel ons hart willen, en daar zit een uitdaging.

De uitdaging is dat ik hiermee naar mezelf bevestig dat het individuele leven los van God, als lichaampje in een stukje ruimte en een beetje tijd, simpelweg niet werkt en ook nooit zal kunnen werken. Maar wie zou ik zijn zonder mijn lichaam? Zonder mijn unieke persoonlijkheid? Zonder mijn autonomie? Diep vanbinnen denken we allemaal: “Ik wil die geschenken nog niet helemaal. Misschien morgen of volgend jaar, maar voor nu wil ik nog speciaal zijn.” Daarom geeft Jezus ons deze eye-opener in les 185 over het verlangen naar de vrede van God: “Deze woorden uitspreken is niets. Maar deze woorden menen is alles.” Het ‘probleem’ is dat we ze nog niet met heel ons hart menen.

Niet alleen zijn we nog te gehecht aan onze individuele speciaalheid, ook ons schuldgevoel over het afwijzen van God vlak voor de oerknal, en de straf die wij daarvoor na ons overlijden vrezen, vormen hindernissen om Gods vrede hier en nú te aanvaarden. Daarom gaat een groot deel van Jezus’ leerplan over het oordeelloos leren kijken naar dat schuldgevoel, en onze associaties over de aard van God en onze eigenwaarde compleet om te draaien. Daarom nodigt Jezus ons uit vaak te oefenen met het verruilen van ons schuldgevoel voor de vrede van God: “Vandaag halen we alle zinloze en zelfgemaakte geschenken weg die we legden op het heilig altaar waar Gods geschenken horen. Van Hem zijn de geschenken die in waarheid de onze zijn.” (W-d1.104.2:1-2).

De laatste boodschap die Helen ontving (in 1978), “De geschenken van God”, gaat hier ook op in. Een fragment hieruit volgt: Open je handen, en geef mij alles wat jij tegen je eigen heiligheid hebt gebruikt, en hanteert als laster tegen de Zoon van God… Geef mij deze waardeloze zaken zodra jij ze door mijn ogen wilt zien en de ‘prijs’ ervan inziet… Ik neem ze gaarne van je aan, en leg ze naast de geschenken van God die Hij op het altaar voor Zijn Zoon heeft gelegd. En die geef ik jou ter vervanging van die jij mij schonk, in genade voor jezelf. Dat zijn de geschenken die ik vraag, en uitsluitend die. […] Jij hoeft slechts mijn naam aan te roepen en mij te vragen jouw geschenken van pijn te aanvaarden uit gewillige handen die jij in de mijne legt. […] In mijn handen ligt alles wat jij nodig hebt en ooit hoopte te vinden tussen de povere speeltjes van de Aarde. Ik neem ze allemaal van je over, en ze zijn verdwenen. En op de plek waar ze ooit waren, staat nu de poort naar een andere wereld, die wij in de Naam van God betreden.” (De Geschenken van God, Engelstalige editie p. 118-119).

Dus nogmaals werkboekles 104: “Van Hem zijn de geschenken die nu in ons zijn, want ze zijn tijdloos. En we hoeven niet te wachten om erover te beschikken. Vandaag al behoren ze ons toe. Daarom verkiezen we nu hierover te beschikken in de wetenschap dat we, door die te kiezen in plaats van wat wij hebben gemaakt, slechts onze wil verenigen met wat God wil, in het inzicht dat hetzelfde één is.” (W-d1.104.2:4-3:1). Dat vraagt dus in de eerste plaats van jou en mij de simpele bereidheid om als observator naar ons eigen denken te kijken, samen met Jezus. Het ‘altaar’ waar Jezus het vaak over heeft, is slechts het symbool voor waar onze toewijding ten diepste ligt: het ego of de Stem namens Liefde. Daarom zijn dagelijkse meditaties zo zinvol: niet als doel op zich, maar om met regelmaat in stilte die keuze voor het betere altaar te oefenen.

Daarom begeleidt Jezus ons in deze werkboekles als volgt in onze beoefening hiervan: “We verkiezen nu hierover [Gods geschenken] te beschikken in de wetenschap dat we, door die te kiezen in plaats van wat wij hebben gemaakt, slechts onze wil verenigen met wat God wil, in het inzicht dat hetzelfde één is. Onze langere oefenperioden vandaag – de vijf minuten per uur die jij voor je verlossing aan de waarheid geeft – beginnen aldus: Ik zoek slechts wat mij in waarheid toebehoort, en vreugde en vrede zijn mijn erfgoed. Leg dan de conflicten van de wereld terzijde, die andere geschenken en andere doelen bieden, gemaakt van illusies, daarvan getuigend, en slechts nagestreefd in een wereld van dromen. Dit alles leggen we terzijde en we zoeken in plaats daarvan wat waarlijk het onze is, terwijl we vragen te herkennen wat God ons gegeven heeft. Wij maken in onze denkgeest een heilige plaats vrij voor Zijn altaar, waar Zijn geschenken van vrede en vreugde welkom zijn, en waar we naartoe komen om te vinden wat ons door Hem gegeven is. […] En wij wensen niets anders, want in waarheid behoort ons niets anders toe.” (W-d1.104.3:1-4:4). Veel oordeelloosheid en vreugdevolle inspiratie gewenst!

Jan-Willem van Aalst, januari 2022

Motregen

Wereldwijd worden er zo’n 385.000 baby’s per dag geboren; dat is een paar honderd elke minuut. Elke geboorte is een nieuwe poging van een minuscuul afgescheiden fragmentje van de schijnbaar slapende Zoon van God om te vluchten voor de ingebeelde wraakzuchtige woede van God over onze afwijzing van Hem, in de hoop om los van God blijvend geluk voor het eigen zelfje te kunnen vinden. Wat natuurlijk steeds niet lukt, want ieder ‘leven’ eindigt onvermijdelijk weer. Zo hebben we al veertien miljard jaar een niet-aflatende motregen aan reïncarnaties in een droom van tijd en ruimte die niets met enige werkelijkheid van doen heeft. En juist omdat tijd en ruimte niet bestaan, gebeurt alles nu: elk moment van de dag herleven we simpelweg nog een keer de oorspronkelijke tragische keuze voor de waterige wens dat wij los van God blijvende liefde, vrede en geluk zouden kunnen ervaren.

Deze motregen duurt voort totdat we het bewustzijn bereiken om de observator van deze waakdroom van tijd en ruimte te worden, “boven het slagveld” (T-23.IV). De observator, die ook de keuzemaker is, ziet dan in dat de droom van tijd en ruimte en perceptie hem niet overkomt, maar dat hij de dromer van de droom is (T-27.VII). En dat niet alleen; het wordt ook duidelijk waar die keuze voor de droom vandaan komt: diep verdrongen in de ijsberg die de denkgeest heet, schuilt de overtuiging dat wij de oerzonde van de afwijzing van God hebben begaan, en dat God ons daar onvermijdelijk ernstig voor zal straffen (lees: vernietigen). Aangezien dit alles te beangstigend is om onder ogen te zien, verdringen en projecteren we die angst weg, waardoor alles buiten ons (God incluis) ons wraakzuchtig lijkt aan te vallen, wat deze oer-angst diep in de ijsberg alleen maar verder versterkt: projectie werkt nooit. Zolang we dit onbewuste verdrongen zelfbeeld niet aankijken, blijven we eenzaam en angstig ronddolen in deze motregen van tijd en ruimte, leven na leven.

Een cursus in wonderen biedt een uitweg uit deze ‘mindlessness’, door kalm en oordeelloos als observator naar dit denkpatroon te leren kijken, samen met Jezus (of de Heilige Geest); dan pas zien we helder wat werkelijkheid en wat illusie is. Zo kunnen we onszelf vergeven voor onze dwaze vergissingen, en voortaan kiezen voor de Gids namens Licht in plaats van de gids voor de niet-aflatende motregen. Het is daarbij belangrijk, zoals Kenneth Wapnick onvermoeibaar herhaaldelijk benadrukte, om geen stappen over te slaan. Als je twintig of dertig of veertig jaar dagelijks louter positieve affirmaties oefent zónder als observator te kijken naar de ingebeelde verdrongen duisternis over het zotte afscheidingsidee, dan wordt niets in de krochten van de ijsberg opgeruimd, en vertraag je je eigen voortgang in het ontwaken tot de realiteit. Laten we eens kijken hoe Jezus ons meeneemt in dit ‘oordeelloos naar binnen kijken’, bijvoorbeeld in werkboekles 93.

In deze les windt Jezus er gelijk geen doekjes om: “Jij denkt dat je de woning bent van slechtheid, duisternis en zonde. Jij denkt dat als iemand de waarheid over jou kon zien, hij zou worden afgestoten en voor je terug zou deinzen als voor een giftige slang. Jij denkt dat als jou de waarheid over jou werd geopenbaard, je met zo’n intense afschuw zou worden vervuld, dat je halsoverkop de hand aan jezelf zou slaan, omdat het je onmogelijk zou zijn nog verder te leven na dit te hebben gezien (W-d1.93.1)”. Dit is beslist niet hoe we bewust over onze eigen persoonlijkheid denken, maar onderin de ijsberg van de denkgeest, waar we niet willen en durven kijken, is dat hoe we onszelf bezien, geboren uit schuldgevoel over onze ingebeelde afscheiding van onze Schepper.

Jezus heeft echter goed nieuws: “Dit zijn overtuigingen die zo vast verankerd zijn dat het moeilijk is je te helpen inzien dat ze op niets zijn gebaseerd. Dat je vergissingen begaan hebt, is duidelijk. Dat je op zonderlinge manieren verlossing hebt gezocht, misleid en misleidend bent geweest, bang voor dwaze fantasieën en wilde dromen, en je hebt neergebogen voor afgoden uit stof gemaakt – dit alles is waar, gemeten naar wat jij nu gelooft. […] Waarom zou je niet overlopen van vreugde als jou wordt verzekerd dat al het kwaad dat jij denkt te hebben gedaan, nooit is gedaan, dat al je zonden niets zijn, dat je zo zuiver en heilig bent als jij werd geschapen, en dat er licht en vreugde en vrede in jou woont? Jouw zelfbeeld kan niet de Wil van God weerstaan (W-d1.93.2;4:1-2)”. Dat laatste is natuurlijk de kern van het ‘probleem’: we koesteren een zelfbeeld los van God en denken dat God ons vroeg of laat zal straffen voor deze slechtheid. En het is allemaal ingebeeld en niet waar.

Jezus vervolgt: “Het zelf dat jij gemaakt hebt, is niet de Zoon van God. Daarom bestaat dit zelf helemaal niet. En alles wat het schijnt te denken en te doen, betekent niets. Het is noch slecht, noch goed. Het is onwerkelijk, en meer niet. Het levert geen strijd met de Zoon van God. Het krenkt hem niet en valt zijn vrede niet aan. Het heeft de schepping niet veranderd, noch eeuwige zondeloosheid tot zonde, noch liefde tot haat verlaagd (W-d1.93:5:1-8)”. In Hoofdstuk 28 lezen we: “Er is helemaal niets gebeurd behalve dat jij jezelf in slaap hebt gebracht en een droom hebt gedroomd…” (T28.II.4:1). Kortom, dat we onszelf onbewust vertellen dat we slecht zijn, maakt dat nog niet tot waarheid. God weet van geen afscheiding en is niet boos op jou en mij. God is louter liefde, en net als in de Bijbelse parabel van de verloren zoon zal Hij ons vreugdevol verwelkomen zodra we de Verzoening volledig voor onszelf hebben aanvaard (wat in werkelijkheid al is gebeurd, omdat tijd en ruimte illusoir zijn).

Jezus draagt hiertoe deze zeer behulpzame oefening aan: “God staat voor jouw zondeloosheid garant. Steeds en steeds weer moet dit worden herhaald, totdat het wordt aanvaard. Het is waar. God staat voor jouw zondeloosheid garant. Niets kan haar raken, of dat veranderen wat God als eeuwig heeft geschapen. Het zelf dat jij hebt gemaakt, slecht en vol zonde, is zonder betekenis. God staat voor jouw zondeloosheid garant, en er woont licht en vreugde en vrede in jou. Verlossing vraagt slechts het aanvaarden van één gedachte: jij bent zoals God jou heeft geschapen, niet wat jij van jezelf hebt gemaakt. Welk kwaad jij ook denkt te hebben gedaan, je bent zoals God jou heeft geschapen [als uitbreiding van zijn Liefde]. Wat voor vergissingen je ook hebt begaan, de waarheid over jou is onveranderd. De schepping is eeuwig en onveranderlijk. God staat voor jouw zondeloosheid garant. Jij bent en zult eeuwig precies zo zijn zoals je werd geschapen. Licht en vreugde en vrede wonen in jou omdat God die daar heeft geplaatst.” (W-d1.93.6;7; mijn cursivering)”.

Aldus onze dagelijkse oefening: zet de observator in je denkgeest aan, en bezie oordeelloos het slagveld op het toneel van je denkgeest (d.w.z., hoe jij je leven en de wereld interpreteert). Aanvaard Jezus’ vreugdevolle boodschap dat dit allemaal zotte inbeelding is, en dat jij nog steeds de zondeloze Zoon van God bent die Hij lief heeft, omdat alles één is. Elke gebeurtenis, ontmoeting en omstandigheid in je ingebeelde leven in de droomwereld veranderen dan van bedreigingen in lesruimtes om te oefenen steeds iets sneller die keuze voor Eenheidsliefde te maken. Natuurlijk zullen we elke dag struikelen in onze oefening, maar in onze onwrikbare bereidwilligheid om voor de betere Gids te kiezen, zal de werkelijkheid van Gods Liefde steeds meer onze ervaring worden.

Jezus sluit af: “Je kunt vandaag veel doen voor de verlossing van de wereld. Je kunt vandaag veel doen om je dichter te brengen bij de rol in de verlossing die God jou heeft toegewezen. En je kunt vandaag veel doen om je denkgeest ervan te overtuigen dat het idee van vandaag (“Er woont licht en vreugde en vrede in mij”) inderdaad de waarheid is (W-d1.93.12)”. Wees vandaag blij en hoopvol! Een gelukkige afloop van de waakdroom staat vast, en elke kleine inspanning hiertoe wordt bekrachtigd door de Heilige Geest, de Godsherinnering die altijd in onze diepste kern aanwezig is, en die we nu weer met blijdschap willen omarmen en volgen. En zo ruilen we de niet-aflatende motregen van reïncarnaties, die louter onze eigen keuze en inbeelding zijn, in voor de eeuwige onveranderlijke zonneschijn van de Liefde van God, die ons ware Erfgoed is.

— Jan-Willem van Aalst, januari 2022

Een vredige perceptie

De meeste studenten van Een cursus in wonderen zijn goed bekend met Jezus’ nieuwjaarswens aan al zijn studenten: “Aanvaard het heilig ogenblik nu dit jaar geboren wordt, en neem in het Grote Ontwaken jouw plaats in, die zo lang onvervuld is gebleven. Maak dit jaar anders door het allemaal hetzelfde te maken (T15.XI.9:10-11).” Dit woordgrapje op ‘anders’ en ‘hetzelfde’ betreft natuurlijk onze perceptie (waar het woordje ‘het’ naar verwijst): waar we tot nu toe aan al onze waarnemingen een rangorde aan waarheid en waarde toekenden, nodigt Jezus ons uit, niet om nooit meer verschillen waar te nemen (dat zou schier onmogelijk zijn), maar om ons te beseffen dat alle waarneming van vorm uiteindelijk onwerkelijk is. Perceptie heeft als enig doel om te oefenen in het aanvaarden van de liefdeslessen van de Heilige Geest, om zo uiteindelijk de Verzoening voor onszelf te aanvaarden. De Nieuwjaarswens komt dus eigenlijk neer op de uitnodiging om te kiezen voor juist-gericht denken, in plaats van het veroordelende onjuist gericht denken, waarin we zo door en door geconditioneerd zijn.

Kiezen voor het oefenen in juist gericht denken is oefenen in het kiezen voor licht in plaats van duisternis in onze gedachten en perceptie. Deze keuze kunnen en hoeven we niet louter op onszelf te maken, want Jezus (als symbool voor de Liefde die niet van deze wereld is), is altijd beschikbaar om ons hierin te helpen, wanneer we dat oprecht willen. Jezus schrijft hierover: “Licht [d.w.z. een vredige perceptie] valt de duisternis [het veroordelend denken] niet aan, maar schijnt haar weg. Als mijn licht jou overal vergezelt, schijn je haar samen met mij weg. Het licht wordt dan het onze, en jij kunt evenmin in het duister zijn als er duisternis kan zijn waar jij maar gaat. De gedachtenis aan mij is de gedachtenis aan jouzelf en aan Hem die mij naar jou gezonden heeft (T8.IV.2:10-13).” Dit is wat Jezus ons in zijn Nieuwjaarsboodschap toewenst: dat we zijn uitnodiging voor juist gericht denken de hele dag door in ons bewustzijn houden.

In het Tekstboek, het Werkboek en het Handboek voor Leraren geeft Jezus ons op allerlei plekken een peptalk om onze motivatie hierover verder te stimuleren. Ook al vroeg in het Tekstboek, zoals deze passage uit Hoofdstuk 5: “Hoe kun jij die zo heilig bent lijden? Heel je verleden is verdwenen op zijn schoonheid na, en niets blijft er over dan een zegen. Ik heb al je vriendelijkheden en elke liefdevolle gedachte die je ooit had, bewaard. Ik heb ze gezuiverd van de vergissingen die hun licht verborgen hielden, en ze voor jou in hun eigen volmaakte straling behouden. Ze liggen buiten het bereik van vernietiging en schuld. Ze waren afkomstig van de Heilige Geest in jou, en we weten dat wat God schept eeuwig is. Jij kunt alleszins in vrede je weg gaan omdat ik jou heb liefgehad zoals ik mijzelf liefhad. Jij gaat met mijn zegen en omwille van mijn zegen. Bewaar die en deel die, opdat hij altijd de onze mag zijn. Ik leg de vrede van God in je hart en in je handen, om te bewaren en te delen (T5.IV.8:1-10).”

Natuurlijk wordt niet van ons verlangd dat we die ommezwaai in denken en waarnemen in één keer zullen maken en vervolgens zonder struikelen volhouden. Het aanvaarden van de Verzoening is een proces dat veel bereidheid, toewijding en volharding van ons vraagt. En we struikelen elke dag, omdat we nog steeds willen denken dat problemen ons ongevraagd overkomen: “Er lijkt zich een lange rij verschillende problemen aan je voor te doen, en als er één is opgelost, dient het volgende zich al weer aan, en het volgende. Er lijkt geen eind aan te komen. Er is geen moment waarop jij je volkomen vrij van problemen en in vrede voelt. De verleiding problemen als legio te beschouwen is de verleiding het probleem van de afscheiding onopgelost te laten. De wereld lijkt jou een reusachtig aantal problemen voor te leggen, die elk een ander antwoord vereisen. […] Al deze complexiteit is slechts een wanhopige poging om het probleem niet te zien, en dus niet toe te laten dat het wordt opgelost. Als je zou kunnen inzien dat jouw enige probleem afscheiding is, ongeacht de vorm die het aanneemt, zou je het antwoord daarop kunnen aanvaarden omdat je het belang ervan zag. Wanneer jij de constante zag die onder al de problemen ligt waarmee je geconfronteerd lijkt, zou je begrijpen dat je over het middel beschikt om ze allemaal op te lossen. En je zou het middel aanwenden, omdat je inziet wat het probleem is (Wd1.79.3:3-4:1;6).”

En zo zijn we weer terug bij Jezus’ Nieuwjaarswens: zijn uitnodiging aan ons om dit jaar anders te maken door ‘de constante’ onder al onze schijnbaar zeer gevarieerde problemen in te zien: de keuze voor afscheiding van Liefde. De oplossing is eenvoudig: met een glimlach de dwaasheid van deze jammerlijke keuze inzien, onszelf vergeven voor onze angst voor de aanvaarding van de Verzoening (waarin immers geen ruimte meer is voor de individualiteit die we nog zo koesteren), en om hulp vragen in onze vergevingslessen. Elke les in het Werkboek kan daarbij behulpzaam zijn. Bijvoorbeeld Jezus’ meditatieve oefening in les 80, “Laat me inzien dat mijn problemen zijn opgelost”: “Laat de vrede die jouw aanvaarding [van Jezus’ Nieuwjaarswens] met zich meebrengt jou nu geschonken worden. Sluit je ogen en ontvang je beloning. Zie dat je problemen zijn opgelost. Zie dat je zonder conflict bent, vrij en in vrede. Onthoud bovenal dat je één probleem hebt en dat het probleem één oplossing heeft. Juist hierin ligt de eenvoud van de verlossing. Juist hierdoor is het gegarandeerd dat ze zal werken (Wd1.80.5).” Wees dus vandaag vastbesloten je grieven oordeelloos te observeren, in te zien dat ze allemaal over hetzelfde gaan (de afscheidingswens), en de oplossing te aanvaarden die ons al is gegeven: het volgen van de innerlijke Stem van de Heilige Geest, die ons feilloos en geduldig naar de werkelijke wereld leidt, zodra we daarvoor willen kiezen. Maak dit jaar van elke dag een vredige dag!

— Jan-Willem van Aalst, januari 2022