Je weerstand accepteren

Heb je ooit iets voor je uit geschoven en je toen beseft waarom je niet doorzette? Of was je wellicht in het gezelschap van anderen die duidelijk aan het dralen waren?  De ‘neiging tot uitstellen’ is een dynamiek uit de psychologie, die allerlei soorten uitvluchten weet te bedenken om te voorkomen dat je dat doet waarvan je weet dat je het zou moeten doen om vooruit te komen, of om iets voor elkaar te krijgen. Ieder van ons heeft wel eens dusdanige vertragingstactieken beleefd. De meesten van ons zijn er erg bedreven in, over een breed scala aan onderwerpen: beginnend bij je kamer opruimen tot aan het opschorten van belangrijke levensbepalende beslissingen. Het overkomt alle typen persoonlijkheden, in elke cultuur en in alle lagen van de bevolking. Onze dierbare notulist van A Course In Miracles was hierin geen uitzondering. In zijn boek “Een leven lang geen geluk”, in hoofdstuk 12, herinnert Ken Wapnick zich samen met Helen druk bezig te zijn de finale versie voor de publicatie klaar te krijgen: “Hoewel ze absoluut wilde dat we het redigeren voltooiden, placht ze niettemin bijna elk excuus te benutten om er ons vanaf te brengen te gaan zitten en ermee bezig te zijn. Door dat uitstellen kostte het project ons aanzienlijk meer tijd dan nodig was geweest […] Zo zaten we dikwijls samen op de bank in haar woonkamer om te werken. Helen viel daarbij echter steevast bijna in slaap. We waren aan het redigeren en ineens zag ik dan, als ik naar links keek, dat Helen in de hoek van de bank ineengezakt zat en haar gewoonlijk zeer wakkere ogen bijna dichtgevallen waren. Heel vaak ging de slaperigheid gepaard met uitgesproken geeuwbuien, die het spreken haast onmogelijk maakten. En dan waren er de keren dat Helen tegelijkertijd begon te hoesten, alsof ze wilde proberen een vreemd voorwerp dat in haar keel vastzat, kwijt te raken. Op dat soort momenten begon Helen meestal te lachen om de overduidelijke verdedigingsmiddelen van haar ego en daarbij liepen de tranen over haar gezicht…”

Dus, waarom stellen we steeds maar uit? Een ‘standaard’ psychologische verklaring zegt dat we in onze buikholte meer pijn associëren met dingen doen dan met ze simpelweg niet te doen. Weerstand is het, die voortkomt uit de angst voor ingebeelde pijn, psychologisch en/of fysiek. Bijvoorbeeld, als je een chocola junkie bent, zou je pijn kunnen ervaren als gevolg van een gevisualiseerde lege maag wanneer je daadwerkelijk ernstig zou minderen met het eten van grote hoeveelheden chocolade. Maar stopt het daar niet; daar is ook nog de ingebeelde pijn over een “loser” te zijn, zodra je toe moet geven dat je de nodige discipline niet kunt opbrengen. Dus houden we het niet vol. In het geval van Helen was het natuurlijk de combinatie van haar boosheid op Jezus – of op wie dan ook dat sloeg – die haar dicteerde hoe ze het manuscript moest redigeren, gekoppeld aan haar eigen onbewuste angst nimmer in staat te zullen zijn daadwerkelijk diens boodschap praktisch te ervaren, ook al wist ze dat het de waarheid was, èn haar gids naar haar eigen verlossing. En zo stellen we uit, omdat we bang zijn voor de pijn die we verbinden met het ermee doorgaan.

In les 95 van het Werkboek van Een Cursus in Wonderen, maakt Jezus ons van ons eigen getalm bewust wanneer we de werkboeklessen ‘aan het doen zijn’. Enkele kernachtige citaten (W.95.4.2): “Het is in deze fase moeilijk, als je je denkgeest lang oefent, om die niet te laten afdwalen. Dat heb je inmiddels vast wel ontdekt. […] Behalve dat je inziet dat je moeite hebt je aandacht vast te houden, moet je ook hebben opgemerkt dat je de neiging vertoont je doel lange tijd uit het oog te verliezen, tenzij je er regelmatig aan herinnerd wordt. Je vergeet dikwijls aan de korte toepassingen van het idee van de dag te denken, en je hebt nog niet de gewoonte aangenomen het idee als een automatisch antwoord op verleidingen te gebruiken”. Jezus kent zijn studenten door en door. We treuzelen allemaal op deze manier met het Werkboek. Ken Wapnick benadrukte in feite dikwijls dat de ware bedoeling van het Werkboek, zeker de eerste keren dat je het doet, is, je je weerstand duidelijk te maken de lessen te doen.  Deze gewaarwording maakt het ons mogelijk eindelijk te kijken naar wat er werkelijk gaande is in onze denkgeesten. Door deze wijze van kijken (waarmee bedoeld wordt: ‘met Jezus, of met de Heilige Geest’) gebeurt het dat de bron van onze aversie naar de oppervlakte gebracht wordt. Door niet te kijken blijft die bron verborgen, wat onveranderd het doel van het ego blijft.

Dus waarom volgen we de werkboeklessen niet gehoorzaam? Omdat we onbewust pijn verbinden met het eindresultaat door ze uiteindelijk perfect te leren, te weten: het verlies van onze dierbare persoonlijkheid als individu. Zonder lichaam te bestaan, buiten tijd en ruimte, zonder ogen, oren, handen, voeten – ja zelfs überhaupt zonder mentale gedachten of concepten  – is simpelweg te beangstigend om luchthartig aan de kant te zetten. Het is veel prettiger ons te wentelen in onze kleine zorgen en problemen, of, positiever bekeken, onze talenten met maximale inspanning te ontplooien ten behoeve van het algemene goed, en bij te dragen aan een betere wereld. In beide gevallen blijft de ontologische schuld over onze vermeende zonde (de afscheiding van onze Eenheid), en de angst voor de onvermijdelijke straf door een wraakzuchtige Schepper – levend en vitaal, hoewel overal waargenomen behalve in ons zelf.

De werkelijke oplossing voor dit uitstelgedrag is dat Jezus ons in ECIW een ‘oplossing’ biedt die wenselijker is dan dat gebabbel van het ego. Jezus leert ons dat we meer pijn ervaren wanneer we bij het ego blijven dan wanneer we de Heilige Geest als onze leraar aanvaarden. Zijn ‘oplossing’ heet vergeving, die voortkomt uit het weten van onze ware natuur, wat de titel is van dezelfde les 95: “Ik ben één Zelf, verenigd met mijn Schepper”. Ware vergeving, komend uit dit besef van “wat ik ben”, betekent dat je wonderen kiest in plaats van pijn; het middel en eindpunt van zelfverwerkelijking. Dit betekent nu ook weer niet dat onze weerstand de werkboeklessen te doen in een dag wegsmelt, maar het helpt ons zeker ons uitstelgedrag beetje bij beetje ongedaan te maken. Doordat we de innerlijke vrede ervaren telkens wanneer we erin slagen, bestijgen we langzaam maar zeker de ladder naar de Verzoening.

Per saldo: voel je vooral niet schuldig over je tegenstand; integendeel – aanvaard het. Wees bijzonder blij dat je, dankzij Jezus, nu volledig beseft wat er aan de hand is, zodat je een prachtige gelegenheid hebt jezelf te vergeven en opnieuw een andere keuze te maken! Zeg zoiets als “O, ik heb die specifieke les van vandaag compleet vergeten. Ik weet wat de oorzaak is. Ik was weer eens de afleidingen van mijn dwaze ego aan het volgen, door die enorme angst van me voor de uiteindelijke consequentie, mocht ik slagen. Uiteraard is er weerstand. Niets nieuws onder de zon, toch?  Ik zal mezelf hier niet voor veroordelen, maar zal het eenvoudig opnieuw proberen met de les van morgen, waarbij ik mezelf er aan herinner de Heilige Geest te blijven vragen voor advies”. En kijk hoe een simpele, eerlijke respons het ego doet wegsmelten, terwijl innerlijke vrede zich van je denkgeest uitbreidt naar je hele lijf.

En die ervaring voedt je motivatie om oprecht te proberen opnieuw te kiezen, anders, beter, net als Jezus.

© Jan-Willem van Aalst, juni 2016 (vertaling: Robert J Visser)

Advertenties

Mijn verlossing komt van mij

De spirituele leraar Jiddu Krishnamurti (1895-1986) demonstreerde vaak in zijn workshops hoe snel we zijn met  het zoeken van onze verlossing buiten ons. Hij nodigde zijn studenten uit een voorwerp met een zekere spirituele gevoelswaarde op hun schoorsteenmantel te plaatsen – en dat kon een foto van een goeroe zijn, een kaars, een plastic bloem, of een ivoren beeldje, wat dan ook. Vervolgens stelde hij voor, twee keer per dag een mantra te herhalen gedurende een maand, terwijl ze zich op het voorwerp concentreerden. De mantra zelf deed niet ter zake – het zou “Aum” kunnen zijn of “Coca-cola”. Na een maand dagelijks oefenen was het gekozen voorwerp buitengewoon heilig voor hen geworden. Zelfs Cursus studenten die al bewust wisten dat ze verlossing steeds buiten zich zochten, waren vaak verbaasd de kracht van een dergelijke conditionering te constateren, als ze deze oefening uitprobeerden.

Een Cursus in Wonderen stelt heel helder dat verlossing – d.w.z., het bereiken van innerlijke vrede en de waarneming van de werkelijke wereld – niet in de fysieke wereld van tijd en ruimte gevonden kan worden, maar uitsluitend door voor juist-gericht denken te kiezen, wat betekent, ware vergeving toepassen. Lees vooral les 70 van het Werkboek, waaraan dit bericht z’n titel ontleent: “Mijn verlossing komt van mij”. Ken Wapnick weidde uit over waar “mij” naar refereert, omdat sommige personen graag zagen dat het in dit geval naar Jezus verwees. Verlossing wordt niet in Jezus gevonden, maar in het vermogen van onze denkgeest ervoor te kiezen zijn advies aan ons te volgen. Het probleem hierbij is dat we geneigd zijn Jezus in onze droom uit te nodigen en hem daar de zaken te laten fiksen. Jezus daarentegen kan ons alleen helpen als we bereid zijn onze denkgeesten buiten onze droom te visualiseren. Les 189 reikt ons een geschikte samenvatting hoe dit te doen (W.189.7): “Wees stil, en leg alle gedachten terzijde over wat jij bent en wat God is, alle ideeën die je hebt geleerd ten aanzien van deze wereld, alle beelden die je hebt van jezelf […] Vergeet deze wereld, vergeet deze cursus, en kom met volkomen lege handen tot jouw God.” Dit is hetzelfde effect dat Maharishi Mahesh Yogi beschrijft in zijn boek over transcendente meditatie “De wetenschap van zijn en de kunst te leven” (dat trouwens gepubliceerd werd in 1963, twee jaar voordat het noteren van Een Cursus in Wonderen begon). Door het vinden van deze innerlijke stilte maken we onze denkgeest vrij zodat de Stem van de Heilige Geest, die er doorlopend is, uiteindelijk gehoord kan worden.

Deze keus kun je elk moment maken, maar je zult niet gemotiveerd zijn dat te doen tot je volledig gelooft dat deze keus de “koningsweg” is naar jouw verlossing. Het is noodzakelijk dat we buitengewoon eerlijk met onszelf zijn over hoe we “verlossing” hebben bepaald voor ons kleine zelf, waarmee we ons lichaam bedoelen en ons nog steeds zo volkomen mee identificeren. In les 91 nodigt Jezus ons vol ernst uit ons denkbeeld dat we ons lichaam zijn, te heroverwegen, en ons geloof van het lichaam weg naar de denkgeest te verplaatsen: ”Je laat je vertrouwen uitgaan naar wat jij wilt en je geeft je denkgeest dienovereenkomstig instructies. Je wil blijft jouw leraar, […]. Je kunt aan het lichaam ontsnappen als je dat verkiest” (W.91.5:3-5). Waar Ken spits aan toevoegde dat dit niet verwijst naar buitenlichamelijke ervaringen. Dezelfde les benadrukt eveneens dat we dit niet zullen doen, tenzij we “een echte ervaring van iets anders kunnen ervaren, iets stevigers en zekerders, meer je vertrouwen waard en werkelijk aanwezig.” (W.91:7.4). Dit is precies wat de hiervoor genoemde oefening biedt: onze groeiende gewaarwording van onze ware identiteit als zuivere Geest.

Wat is het gevolg van het aanvaarden van deze betekenis van verlossing? In les 70 lezen we over dit thema dat de “ogenschijnlijke prijs” is dat het betekent dat niets buiten mijzelf mij kan redden; niets buiten mij me vrede kan geven. Maar het betekent ook dat niets buiten mij mijn vrede kan verstoren, of me op welke wijze ook kan kwetsen, als ik deze keus maak. Jezus voegt er aan toe dat “het idee van de dag jou aan het hoofd stelt van het universum, een plaats waar jij thuishoort op grond van wat jij bent”(W.70.2:3).  Om onze motivatie nog wat verder op te krikken, herinnert Jezus ons eraan dat geen enkele van onze idolen eeuwig standhield, en dat we nooit iets in de ingebeelde donkere wolkenpatronen van de onjuiste denkgeest gevonden dat bleef bestaan. Alle illusies van verlossing hebben gefaald, ons in de steek gelaten. Louter omdat we onze miezerige individualiteit zo zeer koesteren, veroorzaakt dit dat we in de fysieke wereld blijven zoeken naar verlossing, waar het niet gevonden kan worden. Maar, alsjeblieft, ga je nu niet schuldig voelen – het is een wijdverbreide verwarring waar zo’n zeven miljard mensen aan blijven vasthouden.

De slotsom is niet dat we ons niet met de fysieke wereld van tijd en ruimte bezig zouden moeten houden. Wat nodig is dat we daar ophouden naar verlossing te zoeken. Het besef dat al je speciale relaties en al je speciale hobby’s, gehechtheden en hartstochten – idolen, in feite – niet naar verlossing leiden, niet betekent dat je aan alle geestvolle betrokkenheid in deze wereld voorbijgaat. Jij en ik zijn geboren met onze eigen unieke talenten, en met een goede reden. Zodra we er werkelijk in slagen de stille, kleine Stem van de Heilige Geest (onze ware intuïtieve stem) te horen, zullen onze acties zich richten op het zo effectief mogelijk inzetten van onze talenten. We zullen dan uiterst behulpzaam zijn voor hen die voorbestemd  zijn ons levenspad te kruisen. Dit komt overeen met de Oosterse opvatting van “leven in Dharma”: het ontvouwen van je talenten om jezelf en anderen gelukkig te maken, zonder dat het je tot iets verplicht. Jouw verlossing komt van jou en uitsluitend van jou, dat is waar – vooropgesteld dat we bereid zijn ware vergeving te blijven beoefenen.

-© Jan-Willem van Aalst, juni 2016 (vertaling: Robert J Visser)