Rechtstreeks uit de hemel

Deze week overleed de Griekse componist Evangelos Papathanassiou, bij het grote publiek bekend onder zijn artiestennaam Vangelis, op 79-jarige leeftijd. Ik besteed een blogpost aan hem omdat ik geen andere componist in onze tijd ken wiens werken zó innig uitnodigen tot het omarmen van de werkelijke innerlijke vrede die niet van deze wereld is. Van Mozart werd wel gezegd dat zijn muziek rechtstreeks uit de hemel kwam, en na 35 jaar verdieping in Vangelis’ werk, durf ik te stellen dat dat voor hem ook geldt.

Op het eerste gezicht klinkt dat misschien gek. Vangelis staat immers vooral bekend als schrijver van simpele synthesizer-melodietjes die, al dan niet aangevuld met een koor, her en der in films zijn gebruikt. De meeste mensen zijn wel bekend met zijn muziek in “Chariots of fire” (1981), “Blade runner” (1982), en de Columbusfilm “1492: Conquest of paradise” (1992). Maar om dat nou gelijk te stellen aan Mozart? Het gaat mij dan ook juist niet om zijn bij het grote publiek bekende werken, maar om de werken die slechts weinigen kennen, om allerlei redenen. Wie de moeite neemt de moeilijk verkrijgbare uitgaven van Vangelis te bemachtigen, wacht een ware schatkist aan diepe spirituele ervaringen.

Een basisuitgangspunt in alles wat Vangelis deed was spontaniteit. Hij heeft het notenschrift nooit geleerd en geloofde niet in muziektheorie. Hij omschreef zichzelf als “een kanaal waarlangs muziek ontstaat uit de chaos van ruis”. Hij meende dat men niet zou moeten proberen zoiets bewust te sturen; het zou simpelweg spontaan moeten plaatsvinden vanuit inspiratie. In de jaren tachtig ontwikkelde hij een techniek om nieuwe muziek zoveel mogelijk in één keer spontaan in te spelen, als een soort organist die met handen en voeten een hele symfonie imiteert, alleen dan met een modern palet aan geluidsklanken (hoewel hij altijd beweerde nooit computerprogramma’s te gebruiken).

Zo claimt hij dat zijn 2001 album “Mythodea”, een ode aan de NASA Mars-missie, in een uur is gecomponeerd: toen het gevoel van inspiratie zich eenmaal aandiende, is hij gaan zitten en is vanuit spontaniteit gaan spelen, met de opnameband aan. Een uur later was het klaar. Ook menige begeleidende muziek bij de meer dan 20 (natuur)documentaires kwam op dezelfde manier in korte tijd vanuit spontaniteit tot stand. Veel van deze muziek is echter moeilijk verkrijgbaar, juist door het gebrek aan commercieel gehalte.

Blijvende innerlijke vrede komt voort uit het kiezen voor Liefde die niet van deze wereld is, omdat wij zelf – als geest – in essentie niet van deze wereld zijn. Juist in de zintuiglijke vorm die we muziek noemen kan de werkelijke aard van onze eeuwige staat in de Hemel zich in onze denkgeesten weerspiegelen. In Een cursus in wonderen omschrijft Jezus dat als volgt: “Luister — misschien vang je wel een vleugje op van een aloude toestand, niet geheel vergeten; vaag, wellicht, en toch niet helemaal onbekend, zoals een lied waarvan de naam allang vergeten is en waarvan jij je de omstandigheden waarin je het hoorde totaal niet meer heugen kan. Niet het hele lied is jou bijgebleven, maar slechts een zweem van een melodie, niet gebonden aan een persoon, een plaats of iets bepaalds. Maar jij herinnert je, alleen al aan dit fragmentje, hoe lieflijk het lied was, hoe wonderschoon de omgeving waarin jij het hoorde, en hoezeer jij degenen liefhad die daar aanwezig waren en daar luisterden met jou” (T21.I.6).

Deze herinnering aan onze Hemelse staat wordt door menigeen gehoord in, bijvoorbeeld, Mozart’s “Requiem”; in Beethoven’s “Missa Solemnis” (de topfavoriet van Kenneth Wapnick); in Brahms’ “Ein deutsches requiem”, in Fauré’s “Requiem”, in Schuberts onvoltooide achtste symfonie, en in Mendelssohn’s “Psalm 42”. Deze kwaliteit ervaar ik ook in Vangelis’ moeilijk verkrijgbare werken als “Foros Timis Ston Greko” (1995), “El Greco soundtrack” (2007), “Ignacio” (1975) en in delen van “The Bounty” (1984). Wanneer je je denken toestaat zich totaal te verliezen in deze muziek, ervaar je de goddelijke bron die zich spontaan via dit Griekse kanaal heeft gemanifesteerd, vanuit een inspiratie die niet van deze wereld is.

Klinkt misschien overdreven? Neem vandaag eens een uur de tijd om, desnoods via YouTube, zijn hemels geïnspireerde “Foros Timis Ston Greko” te beluisteren. En daarna zijn El Greco soundtrack. Zonder oordeel vooraf. Laat je wegvoeren uit deze droomwereld van tijd en ruimte. Wat tot jou komt benadert de muziek die mensen ervaren gedurende een nabij-de-dood-ervaring. Het kernwoord ervan is, denk ik, troost. Het is dezelfde troost die Jezus ons biedt in zijn verzekering dat deze droomwereld niet onze ware realiteit is, en dat aan gene zijde ons ware erfgoed op ons wacht, dat wij in werkelijkheid nooit hebben verlaten. De ervaring daarvan wacht slechts op onze keuze voor het totaal aanvaarden van de Verzoening. En dat is mijns inziens precies waar de topwerken van Vangelis toe uitnodigen: het wederom kiezen voor de Hemel. Deze muziek brengt troost en vrede, en inspireert ons om het pad dat Jezus ons onthult in Een cursus in wonderen werkelijk te gaan doorleven.

— Jan-Willem van Aalst, mei 2022

Zegen mij, Zoon van God

Om blijvende innerlijke vrede te leren ervaren, worden we in Een cursus in wonderen door Jezus uitgenodigd om ervoor te kiezen al onze medemensen anders te bezien. De reden hiervoor is dat iedereen op interpretatieniveau een spiegel is van hoe ik heimelijk over mezelf denk. Hierbij gaat het nooit om wat een ander doet qua gedrag, maar altijd over mijn eigen interpretatie daarvan. En dus vraagt Jezus ons in deze illusoire waakdroom van tijd en ruimte, zolang wij nog geloven daarin te bestaan: “Droom zacht over je zondeloze broeder, die zich met jou in heilige schuldeloosheid verenigt. En uit deze droom zal de Heer der Hemelen Zelf Zijn geliefde Zoon doen ontwaken. Droom van jouw broeders vriendelijkheden, in plaats van op zijn vergissingen te broeden. Kies zijn zorgzaamheid uit om van te dromen, in plaats van de keren te tellen dat hij jou heeft pijn gedaan. Vergeef hem zijn illusies en wees hem dankbaar voor al de hulpvaardigheid die hij heeft betoond. En schuif zijn vele gaven niet weg omdat hij in jouw dromen niet volmaakt is” (T27.VII.15:1-6).

In deze waakdroom valt het niet te ontkennen dat mensen vreselijke dingen doen. Toch draagt eenieder, hoezeer die ook verdwaald lijkt te zijn in het duistere labyrinth van de ego-droom, hetzelfde licht van onschuld in zich, en dát is zijn/haar ware Realiteit. De manier, nogmaals, om de innerlijke vrede te vinden waar we zo naar verlangen, is om datzelfde licht van onschuld in je eigen gewaarzijn weer aan te zetten, want alleen dát is je ware Realiteit. Aangezien onze interpretatie van anderen louter onze betekenisgeving van onze eigen-waarde weerspiegelt, loont het dus om steeds wat vaker alert te zijn op hoe je al je ontmoetingen en gebeurtenissen interpreteert. In het Werkboek zien we dan ook herhaaldelijk oefeningen waarin we gevraagd worden om te werken aan onze interpretatie van iemand die we niet mogen.

Probeer vandaag bijvoorbeeld les 161 eens te oefenen, waarin Jezus ons stap voor stap meeneemt: “Kies [in gedachten] één broeder uit, als symbool voor alle anderen, en vraag hem om verlossing. Zie hem eerst zo duidelijk als je kunt, in dezelfde vorm als die je gewend bent. Zie zijn gezicht, zijn handen en voeten, zijn kleding. Kijk hoe hij glimlacht, en zie de vertrouwde gebaren die hij zo regelmatig maakt. Denk dan hieraan: wat je nu ziet, verbergt voor jou de aanblik van iemand die jou al je zonden kan vergeven, wiens heilige handen de spijkers kunnen verwijderen die de jouwe doorboren, en die de doornenkroon kan wegnemen die jij op je bloedende hoofd hebt geplaatst. Vraag hem het volgende, zodat hij jou kan bevrijden:
Geef me jouw zegen, heilige Zoon van God. Ik wil je met de ogen van Christus aanschouwen, en mijn volmaakte zondeloosheid in jou zien.
En Hij op Wie jij een beroep doet, zal antwoorden. Want Hij zal de Stem namens God in jou horen, en antwoorden in jouw stem” (W161.11:1-12:1). Het maakt in principe niet uit wie je voor deze oefening kiest: een politicus, een manager, een ouder, een collega, een TV-persoonlijkheid… het gaat, nogmaals, puur om je eigen interpretatie ervan.

Aan zijn studenten, die langzaamaan leren de illusie van de waakdroom van tijd, ruimte en zintuigen te doorzien, en leren het Licht te ervaren dat daarachter eeuwig en onveranderlijk schijnt (en wat wij zijn), zegt Jezus: “Jij beschikt nu over de visie om dwars door alle illusies heen te zien. Het is je gegeven geen doornen, geen vreemden en geen blokkades voor de vrede te zien. De angst voor God betekent nu niets meer voor jou. Wie is er immers bang om naar illusies te kijken, als hij weet dat zijn verlosser [d.w.z., de broeder uit onze oefening] naast hem staat? Met hem is jouw visie de grootste macht geworden die God Zelf kan geven om illusies ongedaan te maken” (T20-II.7:1-5). En mocht je toch nog dat kleine dreinerige stemmetje horen dat ons vertelt dat wij dat niet waardig zijn, herinner je dan Jezus’ verzekering uit Hoofdstuk 26: “Bedenk hoe heilig jij moet zijn door wie de Stem namens God jouw broeder liefdevol toeroept, opdat je in hem de Stem mag wekken die jouw roep beantwoordt! En bedenk hoe heilig hij moet zijn wanneer in hem jouw eigen verlossing sluimert, met zijn vrijheid verbonden! Hoezeer jij ook wenst dat hij veroordeeld is, God is in hem” (T26.IX.1:1-3).

God is niet ver. God huist in jou, in mij, en in al het leven dat we om ons heen ervaren in onze waakdroom. Herinner je Werkboekles 23, waarin Jezus ons eraan herinnert dat wij ons kunnen bevrijden uit deze droomwereld door alle aanvalgedachten op te geven. Juist daarom moeten we dergelijke dachten leren observeren, en dat doe je door te kijken naar jouw interpretatie van je broeder. Ter afsluiting de prachtige levensles van Jezus uit Hoofdstuk 20: “Hier is je verlosser en je vriend, door jouw visie van de kruisiging bevrijd, en vrij om jou nu te leiden naar waar hij wil zijn. Hij zal jou niet verlaten, noch de verlosser in zijn pijn de rug toekeren. En blijmoedig zullen jij en je broeder samen de weg van de onschuld gaan, zingend wanneer jullie de open deur van de Hemel zien en het thuis herkennen dat jullie geroepen heeft. Geef jouw broeder met vreugde de vrijheid en de kracht om jou daarheen te leiden. En verschijn voor zijn heilig altaar waar de kracht en vrijheid wachten, om het heldere bewustzijn dat jou naar huis leidt te geven en te ontvangen. De lamp is in jou ontstoken voor je broeder. En door de handen die deze aan hem gegeven hebben, zul jij voorbij de angst naar de liefde worden geleid” (T20.II.11). Veel inspiratie gewenst vandaag!

— Jan-Willem van Aalst, mei 2022

De verwelkomde les

Hoe vaak op een dag kom jij nog dingen, gebeurtenissen of mensen tegen die jou niet bevallen? Studenten van Een cursus in wonderen hebben geleerd dat de vorm en intensiteit van de afkeur er niet toe doen: een “lichte krimp van ergernis” is dezelfde energie als “intense woede” (W-d1.21.2:5); alleen de uiterlijke expressie verschilt. Lastiger is het om te beseffen — boven het slagveld van de emotie — dat iedere ergernis over iets buiten mijzelf een teken is dat ik mezelf nog veroordeel. Elke Cursusstudent wordt immers gepokt en gemazeld in het begrip projectie: alles wat ik diep in mezelf niet onder ogen wil zien, projecteer ik naar buiten en zie ik in een ander. Dus alles wat ik als ‘verkeerd’ beschouw zie ik niet in mij, maar in de gebeurtenis of de persoon die mij niet bevalt. Dat is projectie, en dat is onszelf voor de gek houden.

Op het spirituele niveau bekeken is alles wat mij hier lijkt te overkomen — en vooral hoe ik dat interpreteer en er op reageer — slechts een flauwe afspiegeling van mijn relatie met mijn Schepper, feitelijk de enige relatie die er is. Zo is bijvoorbeeld alles wat mij niet aan mijn ouders bevalt eigenlijk mijn aanklacht tegen God dat Hij geen goede Vader voor mij is. En alle moeite die ik heb met autoriteitsfiguren — zij het politici, managers, of een echtgenoot, noem maar op — weerspiegelen de moeite die mijn ego heeft met God als de ultieme autoriteit over al het leven. En zo komt alles wat mij niet bevalt op een dag in de kern neer op steeds dezelfde afwijzing: “Ik ben niet een Kind van God. God is voor mij niet genoeg. Ik ben liever een lichaam los van God, en alle kwaad zit niet in mij maar in de buitenwereld.”

In Een cursus in wonderen nodigt Jezus ons uit om alle dingen, gebeurtenissen en ontmoetingen op een andere manier te gaan interpreteren: als een les in zelfvergeving, in plaats van in de slachtofferrol of verdedigingsmodus te schieten. Al in Les 23 van het Werkboek onderwijst Jezus ons: “Ik kan ontsnappen aan de wereld die ik zie door aanvalgedachten op te geven”. Dan moet ik me wel eerst beseffen dat alle negativiteit die ik voel – van een lichte krimp tot intense woede – het gevolg zijn van mijn eigen aanvalgedachten. Ik kan niet iets opgeven waarvan ik me niet ten volste gewaar ben. We worden dus mild uitgenodigd om niet alleen onze projecties te doorzien, maar vervolgens ook om die terug te nemen, omdat alleen dàt de negativiteit oplost.

Zodra ik aanvaard dat de negativiteit die ik in de ander zag in feite mijn eigen geprojecteerde negativiteit is, kan ik er bewust voor kiezen om anders te gaan denken. Echter, als ik niet — vroeg of laat — óók doorzie dat de oerbron van al mijn negativiteit gelegen is in mijn relatie met mijn Schepper, dan kan ik mezelf blijven vergeven tot ik een ons weeg, maar zal de blijvende innerlijke vrede die ik zo vurig verlang toch op de één of andere manier ongrijpbaar blijven. Pas ik als ik mijn eigen keuze om mezelf als slechts een van God afgescheiden lichaam te identificeren met een milde glimlach kan observeren, om mij vervolgens weer te verbinden met mijn ware Identiteit als Geest van Liefde, pas dan komt verlossing werkelijk in zicht.

Het oefenen van dit proces van zelfvergeving vergt tijd. Het zodanig trainen van je denkgeest dat je elke gebeurtenis en ontmoeting louter ziet als liefdevolle les van de Heilige Geest om nog een keer zelfvergeving te beoefenen in plaats van afscheiding, betekent immers een totale omslag in je denken. Het betekent namelijk dat je de fundamentele vraag “Wat ben ik?” anders leert beantwoorden: ‘Ik zie nu dat ik en mijn broeder niet afgescheiden zijn. God heeft maar één Zoon, die Hij eeuwig onvoorwaardelijk lief heeft. En elke gebeurtenis en ontmoeting die mij lijken te overkomen kan ik zien als les om die waarheid weer een beetje steviger in mijn denkgeest te verankeren.’

Uiteindelijk zullen we het punt bereiken dat we inzien dat deze waarheid altijd al waar is geweest: alles in tijd en ruimte is een zot toneelspel dat niets met de Werkelijkheid van doen heeft. Ieder moment van de dag dat we tegen liefde interpreteren, doorleven we slechts nogmaals het ene ontologische moment waarop we voor duisternis (afgescheidenheid, ego) kozen. We verzonnen tijd en ruimte om die duisternis in stand te kunnen houden. De keuze voor de Heilige Geest is onze bereidheid om de duisternis in te ruilen voor gewaarzijn van het Licht dat ons nooit heeft verlaten, maar dat we een poosje probeerden te vergeten.

Verwelkom dus alles wat je lijkt te overkomen vandaag en al je dagen. Onthoud altijd Jezus’ behulpzame uitspraak uit het Handboek: “alle dingen, gebeurtenissen, ontmoetingen en omstandigheden zijn behulpzaam” (H-4.I.A.4:5). Ze zijn behulpzaam omdat wij vrij zijn alles te herinterpreteren als een les in zelfvergeving. En telkens wanneer we de les aanvaarden, komt onze ware Identiteit als de ene Zoon van God weer iets meer in het licht van ons gewaarzijn te staan. Is er iets mooiers denkbaar? Veel inspiratie gewenst in al je vergevingslessen!

— Jan-Willem van Aalst, april 2022

De gilmeter

Deze term is bedacht door Catherine Austin-Fitts, een voormalig lid van de Regering-Bush in de jaren negentig, en nu een strategisch adviseur over maatschappelijk welzijn. Wat mij betreft is dit een rake term voor een onrustbarend fenomeen dat langzaam maar gestaag steeds merkbaarder wordt, namelijk de angstzaaierij door de reguliere media. Ongeacht het onderwerp dat actueel is, of het nu een virus, een oorlog, of een geslachtsdiscussie is, de algemene trend is dat de consument voortdurend met hetzelfde standpunt wordt gebombardeerd, met de aandrang om het daar vooral mee eens te zijn, en iedereen die daar anders over denkt scherp af te wijzen. Het aanvallen van andersdenkenden wordt zelfs subtiel aangemoedigd, in elk geval verbaal. Hoewel dit fenomeen zich altijd al heeft voorgedaan in onze geschiedenis, begint het de laatste decennia wel erg pregnant te worden. Vooral de afgelopen jaren heeft dit een intensiteit bereikt die je gerust kunt samenvatten als ‘gegil’.

In Een cursus in wonderen wordt het werkwoord ‘gillen’ altijd geassocieerd met het ego. Enkele voorbeelden: “…de zelfbeschuldigende kreten van zondaars, buiten zichzelf van schuldgevoelens…” (Wd1.134.7:4); “…geprojecteerde angst […] briest in toorn, en klauwt in de lucht…” (Wd1.161.8:3-4), “[De niet-vergevende denkgeest] beziet de wereld met nietsziende ogen en schreeuwt het uit als hij zijn eigen projecties te hoop ziet lopen tegen zijn erbarmelijke parodie op het leven…” (Wd1.121.4:2), en, in een troostende vorm, in de meditatie die ons wordt aangeboden in les 49: “Ga aan alle schrille kreten en ziekelijke fantasieën voorbij die jouw werkelijke gedachten verhullen en je eeuwige verbinding met God versluieren” (Wd1.49.4:3). Dergelijke verwijzingen doen beslist denken aan de manier waarop de reguliere media momenteel probeert om eenieders aandacht nu gericht te houden op angst, zorgen, spanning, afscheiding en aanval.

Deze gilstrategie is uiteraard doelbewust. Zodra je wat aandachtiger gaat kijken naar het bestuurlijk kader waarbinnen de mediabedrijven vandaag de dag moeten opereren, dan wordt het glashelder dat het voor hen tegenwoordig haast onmogelijk is geworden om ons nog op een onafhankelijke, objectieve manier te informeren. De meeste grote media-instituten zijn financieel gezien in handen van de grote corporaties en banken, die een steeds fermere grip op de keuzes van het overheidsbeleid krijgen; en wie betaalt bepaalt. De continuïteit van hun winst vereist een gehoorzame bevolking die gedwee doet wat zij zeggen. Het doel van het gegil is dus om de denkgeest zodanig in angst te houden dat er geen ruimte meer is voor serieuze herbezinning en tegenspraak tegen deze strategie van subtiele slavernij. Het doel is mindlessness, zodanig dat de keuzemaker nooit de gelegenheid zal nemen om een andere keuze te maken.

Dit is, kortom, simpelweg hetzelfde ego-spel dat zich al in de waakdroom afspeelt sinds het begin der tijden. Alleen wordt het de laatste jaren intensiever, net zoals alles de afgelopen eeuwen in een intensivering en versnelling lijkt te geraken. Vanuit het gezichtspunt van Een cursus in wonderen is er helemaal niets veranderd, aangezien de schijnbaar lineaire tijd slechts een illusie is met als enig doel om het ego intact te houden; alles in het verleden en de toekomst gebeurt nu. Het ego gebruikt de tijd om voortdurend dezelfde pseudo-vraag te kunnen stellen: “De wereld stelt maar één vraag. Het is de volgende: ‘Welke van deze illusies hier is waar?” (T27.IV.4:4-5). Merk bijvoorbeeld de analogie op met de huidige discussie over hoeveel geslachten er zijn. Jezus vervolgt: “Welke vorm de vraag ook aanneemt, haar doel blijft hetzelfde. Ze vraagt alleen om vast te stellen dat zonde werkelijk is, en antwoordt in de vorm van een voorkeur. […] Op die manier is al het vragen stellen in de wereld een vorm van propaganda voor haarzelf” (T27.IV.4:8-9; 5:3).

Zoals Catherine Austin-Fitts opmerkt, bestaat het beste antwoord op angstzaaierij niet uit aanval, aangezien dat alleen maar tot meer ego-denken [polarisatie, afscheiding] en doen leidt. Veel beter is het om het niet meer zo serieus te nemen. In een vergelijkbare gedachtengang nodigt Jezus ons uit om, temidden van al het ego-tumult, de observator boven het slagveld van waarneming aan te zetten (T23.IV). Daar kunnen we de zottigheid van het ego oordeelloos observeren, en ons tot de betere Gids in onze denkgeest richten: de Stem namens Liefde. Dit is feitelijk de reis terug van mindlessness naar mindfulness: “De Godsherinnering komt tot een denkgeest in rust. Ze kan niet komen waar conflicten zijn, want een denkgeest in oorlog met zichzelf herinnert zich eeuwige zachtmoedigheid niet. Oorlogsmiddelen zijn geen vredesmiddelen, en wat oorlogszuchtigen zich plegen te herinneren is niet liefde. […] Een conflict in jezelf moet wel betekenen dat je gelooft dat het ego bij machte is te zegevieren. Waarom zou jij je er anders mee vereenzelvigen?” (T23.I.1:1-6).

Deze krachtige en ontnuchterende passage doet de hete lucht in de opgeblazen ego-ballon volledig vervliegen. Ze toont de weg naar vrede. En zo kunnen we de wereld zien als lesruimte waarin we de keuze kunnen maken om de lessen van het ego te vergeten, en in plaats daarvan te gaan leren van de Heilige Geest: “Het ego heeft de wereld gemaakt zoals het die waarneemt, maar de Heilige Geest, die herinterpreteert wat het ego gemaakt heeft, ziet de wereld als een leermiddel om jou thuis te brengen” (T5.III.11:1). Met andere woorden, kies ervoor om angst en aanval niet te beantwoorden met angst en aanval. Vergeet nooit de universele wet die stelt dat zoals je zaait, je zult oogsten. Als je aanvalt, zul je worden aangevallen. Als je liefhebt, zul je bemind worden. Telkens wanneer iemand je innerlijke vrede lijkt te verstoren door de aandrang om het met één of andere ego-agenda eens te zijn, laat dan alle aanvalgedachten los. Zet de observator (keuzemaker) boven het slagveld aan, kijk oordeelloos naar je gedachten en emoties, en vraag dan de Heilige Geest wat te denken, zeggen, en doen.

Bedenk daarbij dat het heel wel mogelijk is om op een liefdevolle manier “Nee” te zeggen. Je hoeft het niet met waanzin eens te zijn als je daartoe wordt aangezet. Een weigering om daaraan gehoor te geven kan verdedigingloos, ja zelfs liefdevol zijn: het is tenslotte de Zoon van God die de Zoon van God beantwoordt. Verdedigingsloosheid werkt altijd: het is de strategie waarmee Gandhi heel India heeft bevrijd. Oefen derhalve vandaag vaak met de kernboodschap van de Cursus, zoals bijvoorbeeld geformuleerd in Hoofdstuk 25, over de Heilige Geest: “In Zijn waarneming van de wereld valt er niets te zien dat niet vergeving en de aanblik van volmaakte zondeloosheid rechtvaardigt. Er doet zich niets voor wat niet met onmiddellijke en totale vergeving wordt beantwoord. Er is niets wat ook maar een ogenblik blijft om de zondeloosheid te versluieren die onveranderd straalt achter de jammerlijke pogingen van speciaalheid om haar te bannen uit de denkgeest, waar ze zich bevinden moet, en in plaats daarvan het lichaam te doen oplichten” (T25.III.5:2-4).

De Cursus nodigt ons uit om al het schrille gegil van het ego te bezien als een vergevingsles voor onszelf. Kies er vandaag voor om je te verbinden met je diepste verlangen om totaal en onvoorwaardelijk alles en iedereen te vergeven, waarbij je volgt wat de Stem namens Liefde jou aandraagt, ook als dat een liefdevol “Nee” is. Dit is de weg terug naar de innerlijke vrede die voor iedereen altijd en overal beschikbaar is. Het de weg terug naar Huis. Fijne oefendagen gewenst!

Jan-Willem van Aalst, april 2022

Interpretatie leren observeren

Hoe bewust ben jij je van hoe jij je dag doorbrengt? Ben je vooral aan het reageren op wat je overkomt, of plan je de dag nauwgezet en is je aandacht steeds gericht op het volgen van je planning? Hoe reageer je van dag tot dag, van minuut tot minuut, op gebeurtenissen en omstandigheden die je als negatief of bedreigend interpreteert? Als je ’s avonds vlak voor het slapen gaan je dag evalueert, was jij dan de bestuurder van je leven, of heb je je laten leven door alles en iedereen om je heen?

Velen van ons zullen met een zucht concluderen dat het er op neerkomt dat hun leven geleefd wordt — veel meer dan ze eigenlijk zouden willen. Maar ja, hoe kan het ook anders, want je hebt tenslotte niet alles in de hand in het leven, toch? Er gebeuren nu eenmaal dingen die niet bepaald behulpzaam zijn in het vinden van geluk. Het leven kent nu eenmaal verplichtingen, en de enige zekerheden in het leven zijn de dood en belastingaanslagen. We beschouwen dit als de normale loop van het menselijke leven, en we doen jaar-in-jaar-uit ons best om niet aan het einde van het leven te hoeven concluderen dat van alle jongensdromen alleen het oud worden is gehaald, om Acda en De Munnik aan te halen.

In Een cursus in wonderen stelt Jezus dat deze manier van leven, dat wil zeggen “manier van denken over waar we wel en niet invloed op hebben”, een doelbewuste keuze is om zelfonderzoek naar wie en wat wij werkelijk zijn, vér weg van onszelf te houden. Zolang ik mij steeds kan laten afleiden door situaties, gebeurtenissen en personen om mij heen, blijft mijn aandacht gefixeerd op wat het ego mij graag vertelt wat ik ben: een uniek autonoom individu, helemaal op mezelf, los van God. Zeker kan ik voortdurend aangevallen worden (door mensen, crises, rampen of onzichtbare virussen) en zal ik onvermijdelijk sterven, maar ik kan mij tenminste ervaren als god van mijn eigen wereldje, en dat zal ik koste wat kost tegen de boze buitenwereld blijven verdedigen.

Werkelijk al onze noties over wat werkelijkheid is en wie jij en ik en iedereen ten diepste zijn worden in Een cursus in wonderen niet alleen ter discussie gesteld, maar zelfs volledig omgedraaid. Want wat lezen we over de werkelijkheid, als we aandachtig genoeg door het Tekstboek, het Werkboek en het Handboek voor leraren gaan? Al het leven is één; er is helemaal niets en niemand buiten mij. Sterker, tijd en ruimte zelf zijn slechts verzinsels om de werkelijkheid van nondualiteit ver van ons te kunnen houden: “De wereld was bedoeld als een plaats waar God niet binnen kon gaan en waar Zijn Zoon van Hem gescheiden kon zijn. Hier werd waarneming geboren…” (Wd2.3.2:4-5).

In eerste instantie klinkt dit gek. Waarom zouden we los van God willen bestaan? God is toch synoniem met liefde, en wij als zijn scheppingen toch ook? Waarom de drang om God ver weg te houden? Het antwoord doet het ego beven en schudden op zijn grondvesten: het weer volledig aanvaarden van onze ware Identiteit als Zoon van God betekent het einde van alle fragmentatie en individualiteit; het betekent het einde van het universum, van tijd en ruimte. Dat betekent dat we zullen moeten toegeven dat onze ‘aanval op God’ is mislukt, en daar zullen we ongetwijfeld zwaar voor moeten boeten. We vergeten daarbij dat Liefde per definitie nooit veroordeelt, maar dat komt goed uit: wederom hebben we een reden gevonden om niet naar binnen te kijken.

Zolang ik er onbewust (maar doelbewust) voor kies om als een stimulus-responsmachine door tijd en ruimte te gaan, ver van het gewaarzijn van mijn eigenlijke Identiteit, verkeer ik eigenlijk in een soort droom. En hoe werkelijk die ook lijkt voor de vijf zintuigen, het is een blijft een droom: “Al jouw tijd wordt doorgebracht met dromen. Je slaapdromen en je waakdromen hebben verschillende vormen, meer niet. Hun inhoud is dezelfde. Ze vormen jouw protest tegen de werkelijkheid, en jouw waanzinnige idee-fixe dat je die kunt veranderen. In je waakdromen neemt de speciale relatie een speciale plaats in. Ze is het middel waarmee jij probeert je slaapdromen uit te laten komen. […] En zolang jij meer waarde ziet in slapen dan in waken, zul je dat niet loslaten” (T18.II.5:12-20).

Zodra iemand dit eenmaal begint in te zien, volgt vaak een begrijpelijke neiging om al het materiële in het leven af te wijzen en zich van de wereld af te keren. Dit is een vergissing, omdat alles en iedereen in de wereld slechts als spiegel fungeert van de eigen staat van denken. Dat is de oorzaak van al je ellende, en die oorzaak is te veranderen. Bedenk nogmaals: er bestaan in werkelijkheid helemaal geen dingen en mensen buiten ons. Jezus nodigt ons uit om de wereld anders te leren bezien: als zinvolle lesruimte waarin we onze interpretaties van omstandigheden, gebeurtenissen en mensen gaan leren observeren, zonder er gelijk in weg te glijden. Oordeelloosheid oefenen noem ik dat. Dit is een uitstekende manier om zicht te krijgen op alle “duisternis” die je eerst als ‘buiten jezelf’ beschouwde, maar die in feite dus je eigen denken weerspiegelt! Dit inzicht is cruciaal, want hoe kun je jezelf genezen zolang je geen enkel zicht hebt op het duistere in je eigen denken?

Het populaire concept van ‘mindfulness’ gaat juist daarover: leer jezelf, dag na dag, minuut op minuut, bewust te worden van je gedachten en je interpretatie van je vijf zintuigen, zonder oordeel. Besef hoezeer je ervoor kiest om de Liefde van God (lees: het ‘nee’ zeggen tegen afgescheiden individualiteit) zo ver mogelijk bij je vandaan te houden. En glimlach dan om dat zotte ego. Neem de zinloze projectie terug. Het ego kan alleen machtig blijven zolang je het serieus neemt, en dus de waakdroom in stand houdt. Besef dat het opgeven van je unieke individuele zelf een bevrijding is, geen opoffering. Besef dat de waakdroom niet gevaarlijker kan zijn dan een nachtelijke droom. De waakdroom wordt je lesruimte om je weg terug naar Huis te vinden, waarbij je de Heilige Geest kiest als gids voor je gedachten. Zie ook les 23: “Ik kan ontsnappen aan de wereld die ik zie door aanvalgedachten op te geven” (Wd1.23).

Dit ‘overgeven’ van alle futiele controledwang in je leven aan wat de Heilige Geest op jouw pad brengt, kan aanvankelijk best eng lijken. Daar was de controledwang immers oorspronkelijk tegen verzonnen! Daarom is het beoefenen van mindfulness (inclusief meditatie) zo belangrijk. Neem dagelijks tijd om in stilte naar binnen te kijken. Voel de Liefde van je Schepper in de kern van je wezen. Daarmee begint alles wat je buiten jezelf nog zo serieus neemt, naar de achtergrond te verschuiven. Je begint je te beseffen dat jij een koninkrijk te regeren hebt, namelijk je eigen denken. En dat je tot nu toe niet zo’n vredelievende koning bent geweest… maar dat je daarin kunt veranderen.

Oefen dit maar eens met de beelden op het nieuws bijvoorbeeld. Bekijk aandachtig de lijst van ‘slechte’ zaken die je direct samenstelt bij wat je zintuigen waarnemen. Bekijk wat die interpretatie doet met je innerlijke vrede. Wie zijn de “bad guys” en “good guys”? Waar zie je alle slechtheid? Waar je je voorheen liet overspoelen door angst, boosheid en/of depressie, kun je die interpretatie nu ombuigen naar een liefdesles waarin je samen met de Heilige Geest oordeelloos kijkt naar die duisternis in je eigen denkgeest. Dan besef je dat er maar één iemand verantwoordelijk is voor elk gebrek aan vrede in je denkgeest, en dat ben jij zelf. “Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet” (T27.VIII.10:1). Onze vrijheid om hierin een andere keuze te maken is de essentie van het wonder waar de Cursus zijn titel aan ontleent. Veel inspiratie gewenst!

— Jan-Willem van Aalst, maart 2022

De verzonnen wereld

Hoe radicaal het gedachtegoed van Een cursus in wonderen is, wordt bijvoorbeeld duidelijk gemaakt in werkboekles 132, wanneer Jezus de lezer onomwonden mededeelt dat deze wereld helemaal niet bestaat! (“Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen”, Wd1.132.6:2-3). Het belang van dit verbijsterende concept wordt verder benadrukt in de Verklaring van Termen (“De wereld die jij ziet is een illusie van een wereld. God heeft die niet geschapen, want wat Hij schept kan alleen maar eeuwig zijn als Hijzelf”, VvT.4.1:1-2), en in Hoofdstuk 25 van het Tekstboek (“Gods wetten gelden niet rechtstreeks voor een wereld die door waarneming wordt geregeerd, want zo’n wereld zou niet geschapen kunnen zijn door de Denkgeest, waarvoor waarneming geen betekenis heeft” (T25.III.2:1).

Deze citaten maken duidelijk dat Jezus letterlijk bedoelt dat wat onze zintuigen waarnemen als de wereld, louter een illusie is. In werkelijkheid is er niet zoiets als materie! Er bestaan in werkelijkheid geen bergen, gebouwen en andere mensen! Maar hoewel ook de kwantumfysica onomstotelijk heeft bewezen dat alle waargenomen materie uiteindelijk kwantumsoep is, blijft dit hele idee toch ontzettend moeilijk om te aanvaarden, omdat we in onze zintuigen gevangen zijn. Het voelt allemaal zo echt! Het klinkt als nonsens om te beweren dat als ik pijn voel doordat ik mijn teen stoot, ik alleen maar getuige ben van een illusie. Intussen maken we ons vreselijk druk om wat onze zintuigen waarnemen, of beter gezegd: om de interpretatie die ons denken geeft aan wat onze zintuigen waarnemen. Waarom is dat?

Zolang ik mezelf nog ervaar als een losstaand lichaam in een bedreigende wereld, ben ik voortdurend op mijn hoede voor alles wat in de weg zou kunnen staan van hoe ik vind dat de wereld zou moeten zijn om mij goed te voelen. De vormen die zulke zorgen aannemen zijn legio, even los van de basisbehoeften zoals eten, kleding en onderdak: van ‘kleine’ dingen zoals het gedrag van hangjongeren in het park bij mijn huis tot aan ‘grote’ zaken zoals de huidige militair-politieke crisis in Oost-Europa. De energie erachter is echter steeds hetzelfde: vingerwijzen, veroordelen en beschuldigen, vanuit de drang om te ‘bewijzen’ dat slechtheid zich buiten mij bevindt: ik ben een goed mens en ik zal alles wat ik niet goed vind aan de kaak stellen (aanvallen).

Eén van de mooiste inzichten van Een cursus in wonderen is dat het ons de vileine psychologische dynamiek van projectie doet inzien. Geduldig legt Jezus ons uit dat elke veroordeling van iets dat we “als buiten onszelf” beschouwen, louter het wegprojecteren is van de slechtheid die wij in onszelf niet durven aanzien. Welke slechtheid? Die van de oerzonde: het afwijzen en afscheiden van de Liefde van God, die onze Bron is, omdat we zélf God willen zijn. Dat is natuurlijk onmogelijk, maar we kunnen ons wel inbeelden dat we dit doen. Deze lachwekkende wens (het “nietig, dwaas idee”, wat we het ego noemen) leidde tot een enorm schuldgevoel (iets zondigers is immers niet denkbaar), en schuldgevoel leidt altijd tot de angst om gestraft te worden. Om aan deze wraakzuchtige God te ontkomen beeldde de schijnbaar slapende Zoon van God zich een universum in, waarin Hij zich kon fragmenteren in biljoenen stukjes. Deze fragmentatie heet de oerknal, en zo is de droom ontstaan die wij het materiële universum noemen.

Feitelijk zorgt de zelfgemaakte “waakdroom” van tijd, ruimte, materie en zintuigen er dus voor dat we in slaap blijven, oftewel ‘mindless’ blijven: we laten ons voortdurend afleiden door omstandigheden en gebeurtenissen om ons heen, zodat we nooit de tijd zullen nemen om de aandacht naar binnen te keren en daar de projectie aan te zien voor wat die is: alle slechtheid die ik buiten mezelf waarneem weerspiegelt eigenlijk de slechtheid die ik in mezelf ervaar vanwege mijn besluit om te proberen zélf God te spelen in een van God afgescheiden lichaam. Maar daaronder zit de werkelijke angst: stel dat ik naar binnen zou kijken de zotheid van de oerzonde doorzie? Dat God helemaal niet boos is? Dan zou het ego geen bestaansrecht meer hebben; mijn individualiteit zou verdwijnen. Daarom is al mijn emotie in de droomwereld er op gericht te ‘bewijzen’ dat afscheiding echt is, en ik dus als individu besta, maar dat alle kwaad zich buiten mij bevindt, en God mij dus liefdevol zal ontvangen in de Hemel.

Pas als je dit denkproces doorziet, wordt Jezus’ boodschap dat er in werkelijkheid helemaal geen wereld is, volstrekt logisch. We worden ’s ochtends wakker vanuit een slaapdroom in een waakdroom, die even onwerkelijk is: “Al jouw tijd wordt doorgebracht met dromen. Je slaapdromen en je waakdromen hebben verschillende vormen, meer niet. Hun inhoud is dezelfde. Ze vormen jouw protest tegen de werkelijkheid, en jouw waanzinnige idee-fixe dat je die kunt veranderen” (T18.II.5:12-15). Jezus vraagt overigens niet van ons dat wij onze emoties en ervaringen ontkennen; dat zou niet behulpzaam zijn. Hij leert ons wél om er oordeelloos naar te kijken (als ‘boven het slagveld’) en het ‘vileine projectiemechanisme’ erachter te doorzien. Dat stelt ons in staat om alle negativiteit (duisternis) in ons denken om te buigen naar liefdevolle gedachten, en zo uiteindelijk in onze ervaring terug te gaan naar de Liefde buiten tijd en ruimte die ons waarlijk erfgoed is.

Als je het droomspel van wat we de wereld (universum) noemen eenmaal doorziet, kun je alles wat je zintuigen waarnemen anders gaan interpreteren. Zodra ik bijvoorbeeld merk dat ik emotioneel word over de situatie in Oost-Europa door wat ik op TV zie (zelf heb ik al 25 jaar geen TV meer, zéér aan te raden), kan ik ‘de innerlijke observator boven het slagveld’ aanzetten en weer terugdenken aan wat Jezus mij heeft geleerd over projectie en nondualiteit. Op dat moment ben ik, als keuzemaker, in staat om een gids te kiezen voor mijn verdere gedachtegang, en daarvan zijn er maar twee: oftewel het ego (namens de wens om afgescheiden te zijn) of de Heilige Geest (de Stem namens liefde). Welke gids zal naar innerlijke vrede leiden? De Heilige Geest natuurlijk. Maar o jé, die leidt uiteindelijk ook naar het einde van mijn individualiteit, en dat is eng. Maar als ik in werkelijkheid geest ben, en de materiële wereld helemaal niet bestaat, dan is mijn vertrouwen in mijn veiligheid – als geest – volkomen gerechtvaardigd.

Zo kun je alle afleidingen die je jezelf in de waakdroom bezorgt (alle ‘speciale relaties’, zij het met personen, bezittingen of ideeën) van een afstandje leren bekijken. Veel spiritualiteiten onderwijzen dat blijvend geluk begint met zelfobservatie en onthechting aan alle wereldse zaken. Een cursus in wonderen gaat daarbij in zekere zin ‘tot op de bodem’ door de dynamiek van projectie te ontmaskeren en kristalhelder uit te leggen wat de drijfveer is voor deze ingebeelde wereld van tijd, ruimte, materie en zintuigen. Niet om de wereld de rug toe te keren, maar om die volstrekt oordeelloos in een ander licht te zien: liefde in plaats van slechtheid. Probeer dan ook elke dag de stilte te zoeken en de hele wereld die je voorheen veroordeelde, in het licht te zien dat jouw eigen goddelijke essentie is. Zodra de Heilige Geest jouw verkozen gids is, wordt je ervaring dat de illusie ten einde is, omdat tijd zelf een illusie is.

— Jan-Willem van Aalst, maart 2022

JW’s Cursuslezing februari 2022

Op zondag 6 februari heb ik een lezing verzorgd voor de Nederlandse Cursus community ‘Miracles in contact‘ over Een cursus in wonderen rondom het thema ‘de “prijs” voor innerlijke vrede’. De lezing moest helaas nog online plaatsvinden (via Zoom) en ik was erg verkouden, maar de Heilige Geest heeft het proces toch weer liefdevol geleid. De lezing is hier te bekijken:

Lezing Jan-Willem van Aalst voor Miracles in Contact, februari 2022 (1u 18min.)

In de lezing verwijs ik naar twee zeer inspirerende YouTube clips:

  1. De bijna-dood ervaring van Scott Drummond (33 minuten, YouTube kanaal van Anthony Chene; door mij Nederlands ondertiteld)
  2. De piramide en het water, van sociologe Martha Beck (9 minuten).

Veel plezier en inspiratie gewenst om dit in je eigen dagelijkse spirituele oefening toe te passen.

— Jan-Willem van Aalst, februari/maart 2022

Waarheid hoor je in stilte

Als er één ding is dat de digitalisering van de afgelopen dertig jaar ons heeft gebracht, dan is het wel meer onrust in de denkgeest. De wereld is een dorp geworden: elke vorm van aanval waar ook ter wereld staat binnen een uur op ons scherm. We laten ons gretig bombarderen met indrukken. Deze keuze om aandacht te blijven geven aan dit bombardement is doelbewust, omdat het zo heerlijk het ego-doel dient van afleiding: het ego beseft dat zodra we naar binnen keren en daar de onschuld, de liefde en het licht in onszelf en in al onze broeders zien, het gedaan is met de afscheiding… maar ook met onze gekoesterde individuele speciaalheid. En dat is te eng. Daarom blijven we onszelf koppig druk maken over van alles en nog wat op ons kleine bolletje genaamd de aarde, dat als een nietig zandkorreltje met duizelingwekkende snelheid door ons zelfbedachte universum tolt. Het is goed om ons dat af ten toe te bedenken!

Studenten van Een cursus in wonderen zijn mensen die zich gewaar zijn geworden van het inherente conflict in hun denkgeest: enerzijds de wens om zichzelf te identificeren als afgescheiden ego, om zelf voor god te kunnen blijven spelen in een eigen persoonlijkheid in tijd en ruimte, hoe illusoir ook; en anderzijds het brandende verlangen naar de Eenheidsliefde van God, die we zowel hebben als zijn, zonder enige vorm van afscheiding, buiten tijd en ruimte. We beseffen wel dat deze conflicterende denksystemen niet beide naast elkaar kunnen bestaan en dat vroeg of laat een definitieve keuze nodig is, maar intussen blijven we de denkgeest voeden met ruis die ons afleidt van de stilte waarin het maken van die fundamentele keuze ineens volstrekt logisch en helder wordt.

Jezus nodigt ons daarom met regelmaat uit om te oefenen met het aandachtig ervaren van stilte: “De Godsherinnering komt tot een denkgeest in rust” (T23.1.1:1). Laten we eens kijken naar werkboekles 125, waarin Jezus ons uitnodigt om in stilte Gods Woord te ontvangen: “Laat deze dag er een zijn van stilheid en van rustig luisteren. Je Vader wil dat je Zijn Woord [Liefde] hoort vandaag. Hij roept jou toe vanuit de diepten van je denkgeest waar Hij vertoeft. Hoor Hem vandaag” (Wd1-125.1:1-4). In Hoofdstuk 21 herinnert Jezus ons op poëtische wijze aan hoe wij Zijn Woord al eerder hebben ervaren: “Luister, – misschien vang je wel een vleugje op van een aloude toestand, niet geheel vergeten; vaag, wellicht, en toch niet helemaal onbekend, zoals een lied waarvan de naam allang vergeten is en waarvan jij je de omstandigheden waarin je het hoorde niet meer heugen kan. Niet het hele lied is jou bijgebleven, maar slechts een zweem van een melodie, niet gebonden aan een persoon, een plaats of iets bepaalds. […] Je zou het je kunnen herinneren, maar je bent bang, omdat je gelooft dat je de wereld die je sedertdien hebt geleerd, verliezen zou. En toch weet je dat niets in de wereld die jij hebt geleerd, jou ook maar half zo lief is als dit. Luister, en kijk of jij je een aloud lied herinnert dat je zo lang geleden kende, en dat jou dierbaarder was dan enige melodie die jij jezelf sindsdien hebt leren koesteren” (T21-6:1;7:2-5).

Deze oer-ervaring is niet iets wat we kunnen of moeten verdienen door opoffering. Wij, als Zoon van God, zijn vrij om hier elk moment voor te kiezen: “Gods plan is eenvoudig dit: de Zoon van God is vrij zichzelf te verlossen, omdat hem het Woord van God gegeven is als zijn Gids, voor eeuwig in zijn denkgeest en aan zijn zijde om hem met zekerheid naar zijn Vaders huis te leiden, krachtens zijn eigen wil, eeuwig vrij zoals die van God. Hij wordt niet door dwang geleid, alleen door liefde. Hij wordt niet geoordeeld, maar alleen geheiligd. In stilheid zullen we vandaag Gods Stem horen, zonder inmenging van onze kleine gedachten, zonder onze persoonlijke verlangens, en zonder enige beoordeling van Zijn heilig Woord. We zullen onszelf niet oordelen vandaag, want wat wij zijn, kan niet worden geoordeeld. We houden ons afzijdig van elk oordeel dat de wereld over de Zoon van God heeft geveld. Ze kent hem niet. Vandaag zullen wij niet naar de wereld luisteren, maar in stilte wachten op Gods Woord” (Wd1-125.2:2-3:5).

Het is natuurlijk niet zo dat God er slechts voor kiest zich tot ons te richten wanneer wij voor stilte kiezen. Gods Eenheidsliefde is er de hele tijd voor ons. Het is aan ons, als keuzemaker, om er bewust voor te kiezen die Stem te prefereren boven het gekakel van het ego. Jezus vat dit als volgt samen: “Welk antwoord dat de Heilige Geest geeft kan jou bereiken, wanneer het je speciaalheid is waarnaar je luistert, die de vragen stelt én het antwoord geeft? Dit nietig antwoord, onhoorbaar in de melodie die eeuwig van God naar jou toestroomt in liefdevolle lof om wat jij bent, is het enige waarnaar jij luistert. En deze machtige lof- en liefdeszang om wat jij bent lijkt tegenover haar ‘imposantheid’ stil en onvernomen. Je spitst je oren om haar onhoorbare stem te horen, maar intussen is de Roep van God Zelf voor jou onhoorbaar” (T24.II.4:3-6).

Gegeven onze koppige keuze voor onze speciaalheid, hoe zou de keuzemaker de verleiding kunnen weerstaan om voortdurend voor de speciale liefde van het ego te kiezen boven de speciaalloze (excuses voor de ongemakkelijke term) liefde van God? In dezelfde werkboekles 125 adviseert Jezus ons: “Geef vandaag driemaal, op tijden die het meest voor stilte zijn geschikt, tien minuten die uitgezonderd worden van het luisteren naar de wereld, en verkies in plaats daarvan rustig en kalm te luisteren naar het Woord van God. Hij spreekt van nader dan je hart tot jou. Zijn Stem is dichterbij dan je hand. Zijn Liefde is alles wat jij bent en wat Hij is: hetzelfde als jij, en jij hetzelfde als Hij. Het is jouw stem waarnaar je luistert wanneer Hij tot jou spreekt. Het is jouw woord dat Hij spreekt. Het is het Woord van vrijheid en vrede, van eenheid van wil en doel, zonder enige afgescheidenheid of onenigheid in de ene Denkgeest van Vader en van Zoon. Luister in stilte naar je Zelf vandaag, en laat Hij jou vertellen dat God Zijn Zoon nooit verlaten heeft, en jij nooit je Zelf” (T125.7;8).

Dit is een oefening om niet alleen bij werkboekles 125 te doen, maar élke dag. Merk op hoe snel je ego bezwaren verzint: “Wat, drie keer per dag tien minuten? Dat is te veel. Dat is niet te organiseren. Ik heb teveel te doen!” Enzovoorts. In werkelijkheid zijn drie meditatiepauzes per dag natuurlijk prima in te plannen. En de tien minuten zouden ook niet moeten verworden tot een genadeloos ritueel met een verplichte tijdsduur: één moment van waarlijk gemeende concentratie op Gods Woord [Liefde] kan je meer opleveren dan een halfuur met gesloten ogen zitten vanuit een gevoel van ‘moeten’ of ‘opoffering’ (zie H-16.4:1.4-6). Jezus ziet graag dat wij zijn adviezen willen oefenen vanuit intrinsieke motivatie; vanuit het bewuste besef dat ons brandende verlangen naar de Liefde van God ons altijd meer zal opleveren dan het speciale geblaat van het ego met doelen die uiteindelijk nergens toe leiden. En in dat besef heeft de keuzemaker de juiste keuze al gemaakt. Door regelmatig dagelijks stilte te ervaren brengen we onze eigen verlossing vele jaren dichterbij, hoe illusoir de tijd zelf ook is. En dan merken we tot onze vreugde dat het digitale bombardement van indrukken ook veel minder vat op ons heeft, omdat we steeds die vredige stilte van onze Werkelijkheid hebben om contact mee te houden. Fijne meditaties gewenst!

— Jan-Willem van Aalst, februari 2022

Dagelijks oefenen

Een klassieke bekende grap over muziek, meestal toegeschreven aan violist Jascha Heifetz, gaat over een toerist die hem beleefd vraagt: “Kunt u mij vertellen hoe ik in Carnegie Hall kom?” Waarop Heifetz met een volkomen strak gezicht antwoordt: “Oefenen, oefenen, oefenen!” Als we, analoog hieraan, de innerlijke vrede willen ervaren die Een cursus in wonderen ons belooft, dan zullen we de werkboeklessen moeten oefenen, oefenen, oefenen, want “… Een ongetrainde denkgeest kan niets tot stand brengen. Het is het doel van dit Werkboek je denkgeest te trainen om te denken volgens de richting die het Tekstboek aangeeft.” (WdI.In.1). Dit zal leiden tot “...een andere waarneming van alles en iedereen in deze wereld“. Deze Cursus is iets heel anders dan een gemiddeld schoolpracticum; het doel is niets minder dan een complete omkering van alle waarneming, en het opnieuw inregelen (of ongedaan maken) van de manier waarop de denkgeest tot nu toe opereert.

Hoewel Jezus ons instrueert om niet meer dan één les per dag te proberen, moedigt hij ons wel aan om het werkboek elke dag te oefenen. Iedere musicus weet dat zoiets een absolute randvoorwaarde is voor meesterschap. Een paar dagen niet oefenen merk je gelijk in je voordracht. En het oefenen gaat zelden gelijk perfect; daarom juist is het een oefening. Jezus weet heel goed dat zijn studenten de werkboeklessen niet perfect zullen beoefenen. Er is geen Cursusstudent die niet vroeg of laat bemerkte hoe snel de les voor vandaag was vergeten; soms een paar uur, soms zelfs meerdere dagen. Een belangrijk doel van het werkboek is om ons bewust te maken van onze enorme weerstand tegen Jezus’ boodschap, en hoezeer we onze eigen individuele speciaalheid met speciale doelen en afgoden nog koesteren.

Aan de ene kant waarschuwt Jezus ons ervoor om niet te perfectionistisch te zijn in het oefenen (“Probeer het niet toe te passen op alles wat je ziet, want deze oefeningen moeten geen ritueel worden”, WdI.1.3:5). Aan de andere kant spoort hij ons wel aan om de bereidheid op te brengen om het idee van de dag toe te passen zoals beschreven (” … Sta jezelf niet toe uitzonderingen te maken in de toepassing van de ideeën die het werkboek bevat, en – wat je reacties op de ideeën ook mogen zijn – gebruik ze. […] Juist het gebruik ervan zal ze betekenis voor je laten krijgen en je tonen dat ze waar zijn.” (WdI.In.9;8). Dat betekent dat onze dagelijkse oefening een soort koorddansen is tussen een zekere ‘ijverige discipline’ om de instructies op te volgen, maar er geen dwangmatige verplichting van te maken.

Het is bekend dat veel studenten zich meer op het Werkboek richten dan op het Tekstboek. Deels komt dat omdat Jezus’ taalgebruik in het Werkboek veel meer ‘rechttoe-rechtaan’ is dat de vaak abstracte, moeilijk te volgen passages in het Tekstboek. Maar belangrijker is dat het Werkboek in het algemeen veel luchtiger overkomt dan de soms tamelijk donkere, pijnlijke of grimmige passages in het Tekstboek. Aantrekkelijke lestitels zoals “Ik ben het licht van de wereld” (61); “Ik heb recht op wonderen” (77), “Verlossing is mijn enige functie hier” (99), “Er schuilt geen wreedheid in God en evenmin in mij” (170), en “Liefde is de weg die in dankbaarheid ga” (195), kunnen de student maar al te makkelijk ‘verleiden’ om louter en alleen het vreugdevolle deel van het leerplan te zien. De dagelijkse focus wordt dan het uitsluitend zien van Gods Liefde in alles.

Dat is echter maar de helft van Jezus’ boodschap. Als je vervalt in ‘gelukssulligheid’ (Kenneth Wapnick noemde het blissninnyhood), betekent dit dat je denkt dat het ego gemakkelijk terzijde geschoven kan worden. Maar eenieder die het Tekstboek wat beter heeft bestudeerd is het ongetwijfeld opgevallen hoe vaak Jezus ons probeert te doen realiseren hoe enorm gehecht wij nog steeds zijn aan de ego-gedachten die we verkozen te maken. We associëren onze gehele identiteit en veiligheid met onze speciale ego-persoonlijkheid. Willen we ooit ruimschoots gemotiveerd raken om die conditionering om te draaien, dan zal Jezus overduidelijk moeten zijn over de vlijmscherpe aard van het ego. Zolang we ons nog niet volledig bewust zijn van de inherente pijn in de ego-wereld, kunnen we het Werkboek oefenen tot we een ons wegen… maar we zullen niet wezenlijk veranderen. Niet echt. De motivatie die nodig is voor de verandering die Jezus voorstaat bereik je pas als je de pijn in je leven echt zat bent. We moeten een werkelijke omslag maken. Een vaak aangehaald Cursuscitaat van Jezus is: “Je mag dan veel pijn kunnen verdragen, maar daaraan is een grens. Uiteindelijk begint iedereen in te zien, hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. Wanneer dit inzicht vastere grond krijgt, wordt het een keerpunt” (T2.III.3).

Laten we eens een aansprekend voorbeeld bekijken uit Hoofdstuk 19; een voorbeeld dat zo uit een horrorverhaal had kunnen komen. Het illustreert Jezus’ manier om de kwaadaardigheid van het ego denksysteem duidelijk te maken; zijn ware aard, die we proberen te verbergen achter een masker van beschaving. Achter dat masker echter leeft iedereen op deze wereld onzeker, eenzaam, en in voortdurende angst: “De boodschappers van de angst worden door een schrikbewind afgericht, en ze beven wanneer hun meester ze oproept hem te dienen. Want angst is meedogenloos, zelfs voor zijn vrienden. Zijn boodschappers sluipen schuldbewust weg in hun hongerige zoektocht naar schuld, want hun meester hongert ze uit, laat ze verkleumen, en maakt ze vreselijk vals, en vergunt ze alleen zich tegoed te doen aan wat ze naar hem hebben teruggebracht. Geen flinter schuld ontsnapt aan hun hongerige ogen. En in hun bloeddorstig zoeken naar zonde storten zij zich op elk levend wezen dat ze zien, en slepen het schreeuwend voor hun meester, om te worden verslonden. […] Ze zullen je berichten brengen van botten, vel en vlees. Hun is geleerd naar het bederfelijke op zoek te gaan, en terug te keren met de strot vol bedorven en verrotte dingen. Voor hen zijn dergelijke dingen prachtig, want ze lijken hun knagende, razende honger te stillen. Want ze zijn uitzinnig van angstpijn, en willen de straf afwenden van hem die ze uitgezonden heeft door hem dat te bieden wat ze dierbaar is.” (T19.IV-A.12:3-7;13:2-5).

Als dat nog niet overtuigend genoeg is, probeer dan eens Hoofdstuk 23 over de wetten van de chaos. De manier waarop Jezus ons systematisch deze ‘wetten’ van de wereld van tijd en ruimte en perceptie voorschotelt, laat geen ruimte meer voor enige twijfel over de “doden of gedood worden”-mentaliteit van alles hier; misschien niet altijd fysiek, maar in elk geval psychologisch. Hoe hard je ook probeert om je masker van geluk op te houden, worsteling en teleurstelling zijn nooit ver weg. Jezus heeft een gelukkige leerling nodig, die én de illusoire aard van deze nachtmerrie doorziet, én de ‘gelukzalige’ waarheid van zijn ware Identiteit als Zoon van God aanvaardt (samen met zijn broeders en alle levensvormen); maar Jezus wil er ook voor zorgen dat deze gelukkige leerling de juiste motivatie heeft gevonden om werkelijk door te zetten. Wat denk je dat een leerling meer zal motiveren: (a) hem alleen maar vertellen dat er iets veel beters is dan zijn huidige waargenomen levenswijze; of (b) overduidelijk, maar tegelijkertijd in alle kalmte, de pijn die we voortdurend proberen te verdoven weer volledig in het bewustzijn te brengen, om hem [de leerling] vervolgens uit te nodigen om samen met hem [Jezus] de werkelijke wereld (de poort naar de Hemel) te bereiken?

Als je dit leerplan echt serieus wilt nemen, bestudeer dan het Tekstboek en de Handleiding voor leraren grondig, en oefen ijverig met de werkboeklessen. Oefenen, oefenen, oefenen! Het verschil met muzikale ijver is dat we Jezus’ lessen niet zonder hem zouden moeten proberen. We zouden de bereidheid moeten opbrengen om een stapje terug te doen en Jezus (of de Heilige Geest) uit te nodigen om ons te leiden in onze oefening. Ik genees mijn denkgeest niet; ik sta toe dat mijn denkgeest wordt genezen. Maar dat lukt alleen als ik elke dag die bereidheid wil opbrengen. Alleen dankzij een goed begrip van het Tekstboek kan ik inzien waarom dat zo verrot moeilijk is. Dankzij Jezus’ geduldige uitleg besef ik nu én hoe groot de onbewuste pijn van het ego eigenlijk is, én wat het gelukkige alternatief is. Alleen dan heb ik de juiste ‘mindset’ voor het beoefenen van de werkboeklessen. Natuurlijk zal ik de werkboeklessen nog steeds niet  ‘perfect’ doen, maar ik kan mezelf er altijd aan herinneren dat de uitkomst van Jezus’ leerplan al vast staat: “Het draaiboek is geschreven. Wannéér ervaring een eind komt maken aan jouw twijfelen staat vast. Want we zien de reis slechts vanaf het punt waarop ze eindigde en kijken erop terug, terwijl we ons inbeelden dat we haar nog eens maken; en we zien mentaal opnieuw wat is voorbijgegaan.” (WdI.158.4:2) Deze Cursus is een opleiding waar niemand voor kan zakken! Wie zou nog meer motivatie nodig hebben?

— Jan-Willem van Aalst, feb. 2022

Verlossing hier en nú

Degenen die met spiritueel ontwakingswerk bezig zijn, of het nu Een cursus in wonderen of een ander pad is, denken onbewust dat verlossing ergens in de toekomst ligt, en dat alleen jaren van hard oefenen zullen leiden tot de felbegeerde eeuwige vrede die door niets verstoord kan worden. En als het me niet in dít leven lukt, dan toch hopelijk in een volgend leven. In Een cursus in wonderen herinnert Jezus ons echter aan de illusoire aard van de tijd, en dat we ware verlossing in het hier en nú zouden moeten nastreven: “Jij ziet verlossing op de lange duur, maar geen onmiddellijk resultaat… Verlossing is onmiddellijk. Want een wonder is nu. Het is hier al aanwezig, in de genade van het heden, in het enige tijdsinterval waarvoor zonde en angst geen oog hebben gehad.” (T26.VIII.2:7-3:1;5:8-9).

In werkboekles 104, “Ik zoek slechts wat mij in waarheid toebehoort”, gaat Jezus hier ook op in: “vreugde en vrede zijn niet slechts ijdele dromen. Ze zijn jouw recht op grond van wat jij bent. Ze komen tot jou van God, die niet kan nalaten jou te geven wat Hij wil. […] Van Hem zijn de geschenken die wij erfden voor er sprake was van tijd, en die nog steeds de onze zullen zijn wanneer tijd tot eeuwigheid is vergaan. Van Hem zijn de geschenken die nu in ons zijn, want ze zijn tijdloos. En we hoeven niet te wachten om erover te beschikken. Vandaag al behoren ze ons toe.” (W-d1.104.1:1-3;2:2-5). Inspirerend… maar dit vereist wel dat we deze geschenken met heel ons hart willen, en daar zit een uitdaging.

De uitdaging is dat ik hiermee naar mezelf bevestig dat het individuele leven los van God, als lichaampje in een stukje ruimte en een beetje tijd, simpelweg niet werkt en ook nooit zal kunnen werken. Maar wie zou ik zijn zonder mijn lichaam? Zonder mijn unieke persoonlijkheid? Zonder mijn autonomie? Diep vanbinnen denken we allemaal: “Ik wil die geschenken nog niet helemaal. Misschien morgen of volgend jaar, maar voor nu wil ik nog speciaal zijn.” Daarom geeft Jezus ons deze eye-opener in les 185 over het verlangen naar de vrede van God: “Deze woorden uitspreken is niets. Maar deze woorden menen is alles.” Het ‘probleem’ is dat we ze nog niet met heel ons hart menen.

Niet alleen zijn we nog te gehecht aan onze individuele speciaalheid, ook ons schuldgevoel over het afwijzen van God vlak voor de oerknal, en de straf die wij daarvoor na ons overlijden vrezen, vormen hindernissen om Gods vrede hier en nú te aanvaarden. Daarom gaat een groot deel van Jezus’ leerplan over het oordeelloos leren kijken naar dat schuldgevoel, en onze associaties over de aard van God en onze eigenwaarde compleet om te draaien. Daarom nodigt Jezus ons uit vaak te oefenen met het verruilen van ons schuldgevoel voor de vrede van God: “Vandaag halen we alle zinloze en zelfgemaakte geschenken weg die we legden op het heilig altaar waar Gods geschenken horen. Van Hem zijn de geschenken die in waarheid de onze zijn.” (W-d1.104.2:1-2).

De laatste boodschap die Helen ontving (in 1978), “De geschenken van God”, gaat hier ook op in. Een fragment hieruit volgt: Open je handen, en geef mij alles wat jij tegen je eigen heiligheid hebt gebruikt, en hanteert als laster tegen de Zoon van God… Geef mij deze waardeloze zaken zodra jij ze door mijn ogen wilt zien en de ‘prijs’ ervan inziet… Ik neem ze gaarne van je aan, en leg ze naast de geschenken van God die Hij op het altaar voor Zijn Zoon heeft gelegd. En die geef ik jou ter vervanging van die jij mij schonk, in genade voor jezelf. Dat zijn de geschenken die ik vraag, en uitsluitend die. […] Jij hoeft slechts mijn naam aan te roepen en mij te vragen jouw geschenken van pijn te aanvaarden uit gewillige handen die jij in de mijne legt. […] In mijn handen ligt alles wat jij nodig hebt en ooit hoopte te vinden tussen de povere speeltjes van de Aarde. Ik neem ze allemaal van je over, en ze zijn verdwenen. En op de plek waar ze ooit waren, staat nu de poort naar een andere wereld, die wij in de Naam van God betreden.” (De Geschenken van God, Engelstalige editie p. 118-119).

Dus nogmaals werkboekles 104: “Van Hem zijn de geschenken die nu in ons zijn, want ze zijn tijdloos. En we hoeven niet te wachten om erover te beschikken. Vandaag al behoren ze ons toe. Daarom verkiezen we nu hierover te beschikken in de wetenschap dat we, door die te kiezen in plaats van wat wij hebben gemaakt, slechts onze wil verenigen met wat God wil, in het inzicht dat hetzelfde één is.” (W-d1.104.2:4-3:1). Dat vraagt dus in de eerste plaats van jou en mij de simpele bereidheid om als observator naar ons eigen denken te kijken, samen met Jezus. Het ‘altaar’ waar Jezus het vaak over heeft, is slechts het symbool voor waar onze toewijding ten diepste ligt: het ego of de Stem namens Liefde. Daarom zijn dagelijkse meditaties zo zinvol: niet als doel op zich, maar om met regelmaat in stilte die keuze voor het betere altaar te oefenen.

Daarom begeleidt Jezus ons in deze werkboekles als volgt in onze beoefening hiervan: “We verkiezen nu hierover [Gods geschenken] te beschikken in de wetenschap dat we, door die te kiezen in plaats van wat wij hebben gemaakt, slechts onze wil verenigen met wat God wil, in het inzicht dat hetzelfde één is. Onze langere oefenperioden vandaag – de vijf minuten per uur die jij voor je verlossing aan de waarheid geeft – beginnen aldus: Ik zoek slechts wat mij in waarheid toebehoort, en vreugde en vrede zijn mijn erfgoed. Leg dan de conflicten van de wereld terzijde, die andere geschenken en andere doelen bieden, gemaakt van illusies, daarvan getuigend, en slechts nagestreefd in een wereld van dromen. Dit alles leggen we terzijde en we zoeken in plaats daarvan wat waarlijk het onze is, terwijl we vragen te herkennen wat God ons gegeven heeft. Wij maken in onze denkgeest een heilige plaats vrij voor Zijn altaar, waar Zijn geschenken van vrede en vreugde welkom zijn, en waar we naartoe komen om te vinden wat ons door Hem gegeven is. […] En wij wensen niets anders, want in waarheid behoort ons niets anders toe.” (W-d1.104.3:1-4:4). Veel oordeelloosheid en vreugdevolle inspiratie gewenst!

Jan-Willem van Aalst, januari 2022