Grip krijgen op je eigen negativiteit

Hoezeer wij ook proberen om aardig, liefdevol en behulpzaam te zijn in ons leven, we hebben allemaal last van negatieve gedachten. We vertellen onszelf streng dat we dergelijke negativiteit echt niet willen, en dus zwoegen we voort in onze pogingen om vriendelijk en meelevend te zijn. Negativiteit lijkt echter hardnekkig de kop op te blijven steken. Cursussen voor persoonlijke ontwikkeling kunnen soms een indrukwekkend kortdurend effect hebben, maar vroeg of laat worden we weer door een spreekwoordelijke angel gestoken, en vervallen we weer in negativiteit, hoe kort ook. En door onze ervaring leren we dat goeroes die in één keer de oplossing voor alle negativiteit hebben, niet vertrouwd zouden moeten worden. Dus wat dan wel?

In Een cursus in wonderen besteedt Jezus een heel hoofdstuk in de Handleiding voor Leraren over het omgaan met negatieve gedachten. In zijn leerplan heeft hij het over ‘magische gedachten‘: feitelijk is alles wat niet neerkomt op liefde, vrede of vreugde een goede kandidaat voor het label ‘magische gedachte’. Als je er zo naar kijkt, dan hebben jij en ik heel wat magische gedachten op een dag, en elk uur van die dag. Het is duidelijk dat Jezus er belang aan hecht om het uitgebreid te hebben over hoe hier mee om te gaan: “Dit is zowel voor de leraar als de leerling een cruciale vraag. Als deze kwestie verkeerd wordt behandeld, heeft de leraar van God zichzelf gekwetst en bovendien zijn leerling aangevallen.” (H17.1:1-2). In het Handboek zijn jij en ik de leraar (voor iedereen om ons heen, die onze leerlingen zijn), hoewel we niet zouden moeten vergeten dat elke Leraar van God zelf ook leerling is (van de Heilige Geest, de enige ware Psychotherapeut).

We zouden dus niet simpelweg onze schouders moeten ophalen en het afdoen met “Ach ja, zeker word ik gekweld door negativiteit, maar zo is het leven nu eenmaal.” Jezus spoort ons duidelijk aan een ferme grip hierop te krijgen, willen we ooit enige mate van innerlijke vrede in dit leven ervaren, wat in zekere zin het hoogste doel van elke Cursusstudent is. Dit begint met de realisatie dat wij nooit van streek zijn om de reden die we denken (zie bijv. Werkboekles 5). We denken dat onze gedachten ‘zuur’ worden door mensen of situaties buiten ons. “Ik was eigenlijk best vredig, totdat hij of zij begon te zeuren over iets volstrekt onbelangrijks.” Of het komt doordat de beurs in mineur is. Of doordat de files vandaag twee keer zo lang waren als gisteren. Of omdat mijn manager me niet zo aardig aankeek. Bla bla.

Al deze redenen zijn niet waarom we van streek zijn. Jezus legt uit dat wij van streek zijn omdat we iets (willen) zien dat er in werkelijkheid niet is (werkboekles 6). Daarom is het zo belangrijk af en toe te denken aan de metafysische grondslag van Een cursus in wonderen: “Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de Cursus probeert te onderwijzen.” (WdI.132.6:2). Alles en iedereen die we om ons heen waarnemen is in essentie niets meer of minder dan een projectie van de gespleten denkgeest van de Zoon van God die ervoor koos te dromen over afscheiding en speciaalheid in een verzonnen universum van tijd en ruimte. We zijn er zó van overtuigd dat wat wij zien de waarheid is; maar Een cursus in wonderen helpt ons in te zien dat onze ware Identiteit niet in een lichaam in tijd en ruimte gevangen zit. Wij zijn met z’n allen één pure geest, die een nachtmerrie lijkt te dromen over tijd, ruimte en versplintering.

Dus als er in werkelijkheid niemand anders buiten mij bestaat, omdat alles wat ik waarneem een spiegel is van een aspect van de gespleten denkgeest van de slapende Zoon, waarom zou ik dan negatief reageren op wat dan maar ook lijkt te gebeuren? Zoals Jezus benadrukt komt dat neer op een aanval op mijn eigen denkgeest, naast de duidelijke aanval op degenen waar de negativiteit over gaat. “Als een magische gedachte enige vorm van woede opwekt, dan kan Gods leraar er zeker van zijn dat hij zijn eigen geloof in zonde versterkt, en zichzelf heeft veroordeeld.” (H17.1:6-7). Dit verklaart waarom we voor negativiteit in de eerste plaats kiezen: elke negativiteit weerspiegelt de oorspronkelijke negativiteit, zo’n 14 miljard jaar geleden, toen we God afwezen (zonde), ons daarover direct enorm schuldig voelden. Die schuld projecteerden we snel weg, maar dat voedde alleen maar de angst voor bestraffing voor wat werd geprojecteerd. Telkens als we van streek zijn dan is dat louter omdat we die ontologische negativiteit willen herleven in de illusoire droomwereld, om het idee van afgescheiden individualiteit levend te kunnen houden.

Dit is dus de lesruimte die de Heilige Geest ons biedt: telkens als een persoon of een situatie mij van streek lijkt te maken, dan heeft de keuzemaker in mijn denkgeest de mogelijkheid om dit te bezien ‘van boven het slagveld’ (T-23.IV), zodat ik kan inzien dat de ergernis niet is wat die lijkt: er is niets of niemand daarbuiten die de Zoon van God kan verwonden. Dit inzicht wordt de basis voor een betere reactie. De keuze is aan ons: reageren we met ‘gerechtvaardigde ergernis’ of vanuit milde vriendelijkheid? “Aanval kan alleen zijn intrede doen als het zien van afzonderlijke doelen is binnengeslopen. […] Hierop kan dan ook gemakkelijk worden gereageerd met slechts één antwoord, en dit antwoord zal feilloos in de denkgeest van de leraar doordringen. Van daaruit straalt het de denkgeest van de leerling binnen, en maakt die één met die van hem.” (H17.3:3;6-7).

Hier speelt echter een valkuil waar we ons altijd van bewust zouden moeten zijn terwijl we Jezus’ advies beoefenen: die van de verheven heilige. In Een cursus in wonderen heet dit ‘vergeving-ter-vernietiging’ (LvG-II.2). Hiervan is sprake als je antwoord lijkt op het volgende: “Ja, het is verachtelijk wat je hebt gedaan, maar aangezien ik zo nobel ben, zal ik het over het hoofd zien en je alsnog vergeven.” Dit is overduidelijk niet wat Jezus hier bedoelt. Zoals Kenneth Wapnick herhaaldelijk uitlegde, komt zo’n houding neer op het proberen te onderhandelen met God: “Zie eens hier, God, wat een goed persoon ik ben. Hier zijn al die slechte mensen die me aanvielen, en toch blijf ik vergevingsgezind en behulpzaam. Aanvaard mij alstublieft terug in de hemel, en stuur de anderen naar de hel.” Dit is een verholen poging om het schuldgevoel in onszelf over de oorspronkelijke aanval naar buiten te projecteren, omdat we dit niet durven aanzien. En we willen al helemáál niet zien dat de afscheiding nooit heeft kunnen plaatsvinden en individualiteit dus niet bestaat.

In hetzelfde hoofdstuk 17 in het Handboek voor Leraren onderwijst Jezus dat het nuttig is “…te onthouden dat niemand kwaad kan worden op een feit. […] Louter door haar aanwezigheid bevestigt een magische gedachte een afscheiding van God. […] Dat dit allerminst een feit kan zijn, ligt voor de hand. Maar dat kan worden geloofd dat het een feit is, ligt evenzeer voor de hand. En hier staat de wieg van schuld.” (M-17.4: 1;5:3;5:5-6). De oplossing is dus, ten eerste, om in te zien dat we van streek zijn door onze interpretatie van een persoon of een situatie, en, ten tweede, dat we een wereld interpreteren die er in werkelijkheid niet is. Een keuze voor negativiteit gaat dus letterlijk nergens over!

“Kan niets woede opwekken? Allerminst. Bedenk dan, leraar van God, dat woede een werkelijkheid ziet die er niet is; toch is de woede het zekere bewijs dat jij in de feitelijkheid ervan gelooft. Nu is een uitweg onmogelijk, tot je inziet dat je hebt gereageerd op je eigen interpretatie die je op de buitenwereld hebt geprojecteerd. Laat dit meedogenloze zwaard nu uit je handen worden genomen. Er is geen dood. Dit zwaard bestaat niet. De angst voor God is zonder oorzaak.” (H-17.9:5-12). Dit betekent ook dat onze angst over wat dan ook in de illusoire droomwereld van tijd en ruimte geen gegronde oorzaak heeft. Het is niet de bedoeling ons te verschuilen achter roze ‘gelukssulligheid’, of dat we ontkennen dat we nog wel eens negativiteit voelen. Als ik weer eens gewaar word van negativiteit in mezelf, kan ik in alle rust beamen dat ik nog steeds een gespleten denkgeest heb, dat mijn onrust gaat over mijn interpretatie, niet over een feit, en – het allerbeste – dat mijn denkgeest het vermogen heeft om een betere keuze te maken, met hulp van de Heilige Geest. Dat is een heel effectieve manier om grip te krijgen op je negatieve gedachten.

— Jan-Willem van Aalst, oktober 2017 (Vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/10/28/getting-grip-on-negative-thoughts/)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s