Nooit meer eenzaam

Je hoort er niet zo vaak over in het nieuws, maar één van de meest voorkomende “kwalen” bij mensen is eenzaamheid. De onderzoeksstatistieken verschillen enigszins per studie, maar ongeveer éénderde van alle mensen geven aan dat ze regelmatig geplaagd worden door eenzaamheid. Dit gaat gepaard met het gevoel dat het leven betekenisloos en onbetekenend is, en dat het geluk ze steeds door de vingers lijkt te glippen, wat ze ook proberen. Het lijkt vaker voor te komen bij oudere mensen. En dan hebben we het alleen nog maar over mensen die er zich bewust van zijn, en zich erover willen uitspreken. Maar al te vaak leidt men zich gauw af met wat dan ook maar voorhanden is, om de eenzaamheid uit het bewustzijn te weren. Intussen wordt een zorgwekkend aantal antidepressiva voorgeschreven en geslikt, die vooral het milieu aantasten nadat ze in het lijf geen enkele blijvende verbetering teweeg hebben gebracht.

In Een cursus in wonderen benoemt Jezus het thema van eenzaamheid met enige regelmaat. In hoofdstuk 31 van het Tekstboek, doet hij er ons aan herinneren dat wij allen “…onzeker, eenzaam, en in constante angst” (T31.VIII.7:1) door deze wereld dwalen. In Werkboekles 182 licht Jezus een belangrijke onderliggende oorzaak toe voor deze eenzaamheid: deze wereld is niet ons thuis. Jezus verzekert ons dat in ons diep begraven onbewuste, wij ons allemaal hier als een balling voelen: “Deze wereld waarin jij lijkt te leven, is niet jouw thuis. En ergens in je denkgeest weet jij dat dit waar is. Een herinnering aan thuis blijft je achtervolgen, alsof er een plek was die jou oproept terug te keren, ofschoon je de stem niet herkent, noch wat het is waaraan die jou herinnert. Toch voel je je nog steeds een vreemde hier, van wie weet waarvandaan.” (WdI.182.1). Dus alle gevoel van eenzaamheid weerspiegelt in feite de oorspronkelijke eenzaamheid die de slapende Zoon van God zelf verkoos door te besluiten zich af te scheiden van God en – middels de oerknal – een materieel universum te bedenken waarin hij zich zou kunnen verstoppen voor de wraakzuchtige God.

In dezelfde Werkboekles schrijft Jezus poëtisch over de Zoon van God, die “onzeker rondloopt in een eindeloze zoektocht. […] Hij maakt zich duizend plaatsen tot een thuis, maar niet één stelt zijn rusteloze denkgeest tevreden. Hij begrijpt niet dat hij vergeefs bouwt. Het thuis dat hij zoekt, kan niet door hem worden gemaakt. Er is geen substituut voor de Hemel.” (WdI.182.3). Met andere woorden, Jezus stelt dat iedereen zich hier wel eenzaam moet voelen, omdat wij ons echte Thuis in het Hart van God (Liefde) denken te hebben verlaten. Dus, wij zouden in dit verband niet moeten vragen: “Hoe kan ik mijn eenzaamheid hier verzachten?”, maar eerder: “Wil ik echt blijven vasthouden aan het idee dat ik afgescheiden van mijn Bron wil zijn?” Ik kan mezelf verliezen in hobby’s, in vele relaties, in een carrière, in drank of in snoep, maar die vormen lossen de bitterheid van de inhoud niet op, namelijk mijn onderdrukte keuze om mijzelf als afgescheiden van Liefde te blijven zien, helemaal op mezelf in een wrede wereld. Alleen het gedrag veranderen werkt nooit lang. Pas als de denkgeest zichzelf de vraag durft te stellen: “Wat ben ik?” wordt werkelijke verandering mogelijk.

“Wat ben ik?” is de meest fundamentele vraag die eenieder zich vroeg of laat zal moeten stellen. Zolang we deze vraag blijven beantwoorden met “Ik ben een uniek lichaam met een speciale persoonlijkheid”, dan kiezen we voor kleinheid, en blijven we “onzekerheid, eenzaamheid en constante angst (voor de wraak van God, die ons nooit zal vergeven)” uitnodigen. Eenieder die nog steeds dit antwoord geeft, en iedereen doet dat zolang hij hier nog in tijd en ruimte denkt te leven, wordt door Jezus als volgt omschreven: “Hij beseft niet dat hij juist hier echt bang is en dakloos eveneens, een uitgestotene, zo ver van huis en zo lang al rondzwervend, dat hij niet beseft dat hij vergeten is waarvandaan hij kwam, waarheen hij gaat en zelfs wie hij werkelijk is. […] Hij lijkt een zielige figuur, vermoeid en afgetobd, in vodden gehuld en met bloedende voeten, geschramd door de rotsige weg die hij bewandelt. Er is niemand die zich niet met hem vereenzelvigd heeft, want ieder die hier komt heeft het pad gevolgd dat hij volgt, en heeft mislukking en hopeloosheid gevoeld zoals hij die nu voelt.” (WdI.166.4:4-6:2)

Hoe verfrissend is het dan om te lezen in sectie 14 van deel II van het Werkboek, getiteld: “Wat ben ik?” (net na les 350), dat jij en ik puur geest zijn. Het lichaam is slechts een illusie in een droom! “Jij hebt een slaap verkozen waarin je boze dromen hebt gehad, maar die slaap is niet werkelijk en God roept je op te ontwaken.” (T6.IV.6:3). Een belangrijk doel van Een cursus in wonderen is ons uit te nodigen om uit deze nachtmerrie te ontwaken: “Kom thuis. Je hebt je geluk niet gevonden in uitheemse oorden en wezensvreemde vormen die geen betekenis voor je hebben, hoewel je geprobeerd hebt ze betekenis te verlenen. Deze wereld is niet waar jij thuishoort. Jij bent een vreemde hier. Maar het is jou gegeven het middel te vinden waardoor de wereld niet langer voor wie ook een gevangenis of kerker schijnt.” (WdI.200.4)

Dat is de sleutel. Jezus maant ons niet aan tot zelfmoord, wat alleen maar zou neerkomen op het tot werkelijkheid maken van de vergissing van dualiteit/afscheiding, en daar vervolgens tegen vechten. “Er is helemaal niets gebeurd behalve dat jij jezelf in slaap hebt gebracht, en een droom hebt gedroomd waarin jij voor jezelf een vreemde was…” (T28.II.4:1). De uitweg uit eenzaamheid is simpelweg jezelf realiseren dat wij, als geest, hier niet alleen zijn. “God is geen vreemde voor Zijn Zonen, en Zijn Zonen zijn geen vreemden voor elkaar…” (T3.III.6:3). Bovendien is deze wereld van tijd en ruimte, vanuit Jezus’ perspectief, allang voorbij; we herleven slechts wat allang verdwenen is (WdI.158.4). Daarom kan hij ons in het volste vertrouwen vertellen dat “jij een reis zult ondernemen [terug naar de eenheidsliefde in nondualiteit], omdat jij in deze wereld niet thuis bent.” (T12.IV.5:1). Dat is ook waarom Jezus zegt dat dit een verplichte cursus is, en dat onze enige vrijheid eruit bestaat dat wij kiezen wanneer we die zullen doen. (T-in.1:3). De reis bestaat simpelweg uit het steeds vaker kiezen voor de leiding van de Heilige Geest in plaats van de leiding van het ego.

Vroeg of laat zal iedereen ervoor kiezen deze reis naar Huis aan te vangen, als de pijn van alle onzekerheid, eenzaamheid en voortdurende angst ons teveel wordt. Dat hoeft overigens niet per se via Een cursus in wonderen te zijn; Jezus benadrukt zelf dat zijn cursus maar één vorm van de universele cursus is en dat er vele duizenden andere vormen zijn (H-1.4:1), en dat we nooit anderen zouden moeten veroordelen voor het kiezen van een ander pad. Maar als studenten van Een cursus in wonderen hebben we alle reden om ons niet te verliezen in deprimerende gedachten over eenzaamheid, maar juist onze rol als Leraar van God te vervullen, dat wil zeggen: de innerlijke vrede van God te demonstreren die ieders erfgoed is: “Hoewel jij hem [je wil om één te zijn met God] in slaap kunt houden, kun je hem niet tenietdoen. […] Rust komt niet voort uit slapen, maar uit waken [uit de droom van dualiteit]. De Heilige Geest is de Oproep te ontwaken en blij te zijn. De wereld is erg moe, omdat ze het denkbeeld van vermoeidheid is. Ons komt de vreugdevolle taak toe haar te doen ontwaken voor de Roep namens God.” (T5.II.1:5;10:4-7).

Dus mocht ik weer gevoelens van eenzaamheid bij mijzelf bemerken, dat kan ik me gelijk realiseren dat dit zo niet hoeft te zijn (T4.IV.1-8), omdat ik niet een lichaam ben; ik ben vrij, zo schiep God mij [d.w.z., als puur geest, één met al het leven] (WdI.201-220). Het is een nuttige oefening om jezelf er zo af en toe aan te herinneren “hoeveel gelegenheden je hebt gehad om jezelf blij te maken, en hoeveel ervan je hebt verworpen” (T4.IV.8:1). Ik kan mezelf verblijden omdat ik het allesomvattende licht van God in al mijn broeders kan zien, en dus ook in mezelf: “Het licht is niet van deze wereld, maar ook jij die het licht in je draagt bent hier een vreemde. Het licht kwam met jou mee vanuit je geboortehuis en is bij je gebleven, omdat het jou eigen is. Het is het enige wat jij met je meebrengt van Hem die jouw Oorsprong is. Het straalt in jou, omdat het je huis verlicht, en leidt je terug naar waar het vandaan gekomen is en waar jij thuis bent.” (WdI.188.1:5-8). Dus ter afronding: leef een normaal leven in deze droomwereld, maar vanuit je voortdurende gewaarzijn van je ware Thuis, waar wij allemaal nu al zijn, en je zult nooit en te nimmer meer eenzaam zijn.

— Jan-Willem van Aalst, oktober 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/10/21/lonely-nevermore/)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s