Vrijheid of gevangenschap?

Een cursus in wonderen als spiritueel leerplan voor het trainen van de denkgeest wordt vaak gezien als erg intellectueel en moeilijk te volgen. Veel studenten houden het bij het af en toe bladeren door het Tekstboek om te zien of ze een lieflijke passage tegenkomen die ze als affirmatie voor de dag kunnen gebruiken. Maar het feit dat deze studenten zich daarmee niet bewust worden van de psychologische en metafysische grondslag van de Cursus, heeft weinig van doen met intellectueel vermogen. Meestal worden de wat diepgaander (of confronterender) passages overgeslagen omdat er weerstand aan het werk is. In zekere zin is de boodschap van Een cursus in wonderen enorm bedreigend voor het ego, en leidt dus tot grote innerlijke onrust. Hoe zit dat?

Ten eerste is het goed om op te merken dat Jezus op veel plaatsen in het boek benadrukt hoe eenvoudig en helder zijn Cursus is. Al in de inleiding van het Tekstboek lezen we: “Niets werkelijks kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God.” (T-In.2:2-4). Verderop zegt Jezus: “Dit is een heel eenvoudige cursus. […] De reden dat deze cursus simpel is, is dat de waarheid simpel is.” (T11.VIII.1:1; T-15.IV.6:1). En in hoofdstuk 9 verzekert hij ons: “Deze cursus biedt een heel directe en een heel eenvoudige leersituatie en verschaft de Gids die jou zegt wat te doen. Als je dat doet, zul je zien dat hij werkt.” (T9.V.9:1-2). Dit gaat echter wel uit van de aanname dat we zeer gemotiveerd zijn om deze Gids te horen, en daadwerkelijk te doen wat Hij vraagt! Maar zijn we dat wel, en doen we dat wel? Het antwoord is uiteraard “Nee”, en de reden ligt al net zo voor de hand: hoewel we beslist innerlijke vrede willen ervaren, willen we daartoe niet ons gekoesterde speciale ego opgeven. Maar dat is nou precies waar deze specifieke Cursus met deze specifieke Gids om gaat.

Daarom stelt Jezus mild, maar toch vermanend: “Deze cursus is volkomen helder. Als je hem niet helder ziet, komt dit doordat je er een interpretatie aan geeft die ertegen indruist, waardoor je hem niet gelooft. […] Deze cursus vergt nagenoeg niets van jou. Het is onmogelijk je een cursus voor te stellen die zo weinig vraagt, of die meer te bieden heeft. […] En als je nu ertegen kiest, zal dat niet zijn omdat hij duister is, maar eerder omdat deze geringe prijs naar jouw oordeel te hoog leek om voor vrede te betalen.” (T11.VI.3:1-2; T20.VII.1:7-8; T21.II.1:5). Dit is in het algemeen niet hoe wij dit zelf zien. Want ja, we zijn toch oprecht op zoek naar blijvende innerlijke vrede… Een belangrijk uitgangspunt van Een cursus in wonderen is dat, om die diep verlangde blijvende innerlijke vrede te bereiken, we alle duistere plekken in onze denkgeest moeten opsporen en aankijken. En we kijken daarbij feitelijk naar de denkgeest van het collectieve Zoonschap, omdat wij allen verbonden zijn, zowel in het Koninkrijk van de Hemel buiten tijd en ruimte, alsook in de waakdroom die we de wereld noemen.

Wanneer Een cursus in wonderen oprecht bestudeerd en beoefend wordt, is het volledig ongedaan maken van het ego onvermijdelijk. Dat moet wel zo zijn, omdat de Hemel – Eenheid – ons ware Thuis is als de ene Zoon van God, terwijl het ego de gedachte van afscheiding van Eenheid is. De eerste is werkelijk, de tweede is onwerkelijk, en niets onwerkelijks bestaat, zoals we al zagen. Maar omdat we ons nog allemaal zo innig identificeren met ons lichaam, onze unieke persoonlijkheid, ons speciale ego, is het niet verwonderlijk dat er ergens diep van binnen enorme angst komt opborrelen: “Deze cursus heeft uitdrukkelijk gesteld dat hij vrede en geluk voor jou beoogt. Toch ben je er bang voor. Er is je telkens weer gezegd dat hij je zal bevrijden, en toch reageer jij soms alsof hij je tot gevangene probeert te maken. Je zet hem vaak makkelijker aan de kant dan het denksysteem van het ego. Tot op zekere hoogte moet je dus wel geloven dat jij jezelf beschermt door deze cursus niet te leren.” (T13.II.7:1-5). Wat wij denken te beschermen is uiteraard onze individuele autonomie als een lichaam met een persoonlijkheid, in tijd en ruimte. We verwarren de werkelijkheid nog steeds met wat onwerkelijk is.

In zijn Cursus vertelt Jezus ons dat wij niet zijn wie wij denken te zijn. Als je Een cursus in wonderen leest in de overtuiging dat jij een autonoom lichaam bent, op zoek naar meer geluk in dat lichaam, dan staan je de nodige verrassingen te wachten. Bijvoorbeeld: het lichaam werd door de schijnbaar slapende Zoon van God gemaakt om zich voor God te kunnen verstoppen en te kunnen bestaan los van alles en iedereen; de “wereld was bedoeld als een plek waar God niet binnen kon gaan” (Wd2.3.2:4); Jezus stelt zelfs dat “De wereld werd gemaakt als een aanval op God.” (Wd2.3.2:1). Dus mocht je jezelf nog zien als een oprechte, liefdevolle spirituele leerling, kijk dan wat beter: er is nog duisternis in de denkgeest om op te ruimen. Dit kijken leidt tot angst, en Jezus benoemt dat ook in hoofdstuk 9 van het Tekstboek: “Het is onmogelijk in een paniektoestand iets op een consistente wijze te leren. Als het de bedoeling van deze cursus is jou te helpen herinneren wat jij bent, en als je gelooft dat wat jij bent beangstigend is, dan kan daar alleen maar uit volgen dat jij deze cursus niet zult leren. Maar de bestaansreden van deze cursus is juist dat je niet weet wat jij bent.” (T9.I.2:3-5).

Dus dat is de kern: jij en ik denken dat we volstrekt afgescheiden persoonlijkheden zijn die elk in een lichaam leven; maar Jezus vertelt ons dat jij en ik puur dezelfde geest zijn, en nu al veilig in het Hart van God; we dromen echter over verbanning in een woestijn van afscheiding, genaamd de materiële wereld. Uit deze nachtmerrie ontwaken betekent “niet nee zeggen” tegen de roep van de Heilige Geest om de Verzoening te aanvaarden, dat wil zeggen onze terugkeer naar Eenheid. Jezus realiseert zich echter maar al te goed dat we zo’n radicale keuze niet van vandaag op morgen zullen maken. Hij licht dit toe aan de hand van de oude parabel van Plato over de grot, waarin gevangenen zó lang in het donker zijn opgesloten dat ze elke vorm van licht zijn gaan schuwen: “Gevangenen die jarenlang in zware ketenen lagen, uitgehongerd en uitgemergeld, zwak en uitgeput, en wier ogen zo lang in het donker neergeslagen waren geweest dat zij zich het licht niet meer herinneren, springen niet op van vreugde op het moment dat ze worden bevrijd. Het kost hun een tijdje om te begrijpen wat vrijheid is. […] {Hun] ogen raken gewend aan het duister, en het felle daglicht schijnt pijnlijk voor ogen die lang gewoon zijn aan de schimmige effecten die in het schemerdonker worden waargenomen. En ze wenden zich af van het zonlicht en van de helderheid die dit brengt voor dat waarnaar ze kijken. Halfdonker lijkt beter…” (T20.III.9:1; T25.VI.2:1-2).

Daarom is Een cursus in wonderen niet een spiritualiteit om je direct beter te doen voelen. Deze Cursus is hier om je zorgvuldig uit de nachtmerrie van tijd en ruimte le leiden, terug naar het gewaarzijn van Eenheid. En dit vergt inderdaad een volledige omkering van alles in je denkgeest, en dat kost tijd – veel tijd. Vandaar dat Een cursus in wonderen ons gegeven is als een gestructureerd leerproces dat ons langs alle stapjes meeneemt, en we kunnen geen enkele stap overslaan. Om voor de Heilige Geest als gids voor de denkgeest te kiezen, wat neerkomt op een keuze om te vergeven in plaats van te veroordelen, betekent dat we uiteindelijk een staat van ware waarneming zullen bereiken, in een proces met een tempo dat wij kunnen volgen en aanvaarden: “Vrees niet dat je opeens zult worden opgetild en de werkelijkheid in geslingerd. De tijd is mild, en als je hem ten behoeve van de werkelijkheid benut zal hij bij jouw overgang zachtjes gelijke tred met je houden. De dringende noodzaak bestaat alleen hierin dat jij je denkgeest loswrikt uit zijn verstarde positie hier. Je zult hierdoor niet ontheemd of zonder referentiekader raken” (T16.VI.8:1-4).

Waarin eindigt de reis zodra we deze werkelijke wereld, de staat van ware waarneming, ontdaan van elke veroordeling, zullen hebben bereikt? Hoe zal de terugkeer naar Eenheid plaatsvinden? In het Handboek voor leraren geeft Jezus ons een ‘peptalk’, om onze motivatie nog wat verder op te krikken: “Het pad wordt heel anders naarmate men verdergaat. En evenmin kunnen al de grootsheid, de indrukwekkendheid van het tafereel en de geweldige zich openende vergezichten die zich aan iemand voordoen wanneer hij de reis voortzet, al bij aanvang worden voorspeld. Maar zelfs dit alles, waarvan de pracht naarmate men voortgaat onbeschrijfelijke hoogten bereikt, valt zonder meer in het niet bij alles wat wacht wanneer het pad ophoudt en de tijd samen ermee eindigt. Maar men moet ergens beginnen.” (H19.2:5-8). Dat ‘begin’ is het langzame maar vastberaden proces van een volledige ommekeer van het denken: te leren inzien dat onze individuele autonomie eigenlijk een gevangenis in een nachtmerrie is, en te leren inzien dat onze staat van Eenheid, buiten tijd en ruimte, ons Thuis en onze ware vrijheid is. De Heilige Geest leidt ons gegarandeerd door deze transitie heen, zolang wij onze bereidheid oefenen Hem dat toe te staan. Een vreugdevolle beoefening gewenst!

Jan-Willem van Aalst, april 2018 (vertaling van: https://miraclesormurder.wordpress.com/2018/04/28/freedom-or-imprisonment/)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s