Blog

Iedere aanval is zelf-aanval

In het vorige blog “Een ongemakkelijk leerplan” zagen we dat veel studenten de kern van Jezus’ leerplan van Een cursus in wonderen niet doorgronden, omdat ze de neiging hebben alleen de lieflijke passages te lezen, en de meer huiveringwekkende passages over de aard van het ego en onjuist gericht denken over te slaan. Maar er zijn ook veel studenten die zich ontmoedigd of gedeprimeerd voelen zodra ze zich beseffen hoezeer ze gehecht zijn hun eigen individuele kleine zelf, hoe illusoir dat ook mag zijn. Telkens als ik het contrast ervaar tussen enerzijds mijn wens om iedereen en alles de hele tijd te vergeven, en anderzijds mijn voortdurende afwijzing van van alles om me heen, lijkt het een onmogelijke opgave om ook maar één sport op de ladder van de Verzoening te klimmen, laat staan om voor eens en voor altijd de keuze voor Liefde te maken.

De sleutel in zo’n schijnbaar uitzichtloze denkstaat is om je de metafysica van het nondualisme te herinneren die de kern vormt van Jezus’ leerplan. Telkens als ik denk dat ik mijn ego nooit ongedaan zal kunnen maken, ben ik blijkbaar vergeten dat ik niet een hulpeloos slachtoffer in een wrede wereld ben: ik ben de dromer van de droom van tijd, ruimte, en waarneming. Ik ben blijkbaar weer in de valkuil gestapt van de koppige overtuiging dat ik een afgescheiden lichaam ben; onzeker, eenzaam, en in voortdurende angst dat de dood elk moment kan toeslaan en mij daarmee voorgoed zal uitwissen. Een belangrijk ingrediënt in Jezus’ denkgeest-training komt neer op het zo vaak als mogelijk herinneren van de waarheid van mijn Zelf als de schijnbaar slapende Zoon van God. Er zijn geen anderen daarbuiten, want er is in werkelijkheid geen wereld. Er is geen toekomst om benauwd voor te zijn, want de tijd is al voorbij; we “zien mentaal opnieuw wat is voorbijgegaan” (WdI.158.4). Elk moment “herbeleven we slechts dat ene ogenblik waarop de tijd van verschrikking de plaats van de liefde innam” (dat wil zeggen, de wens om afgescheiden te zijn van eenheid) (T26.V.13:1).

In werkboek lessen 196 t/m 198 wil Jezus juist die troostende boodschap binnen laten komen. De titels zijn: “Ik kan alleen mijzelf maar kruisigen”, “Ik kan alleen maar mijn eigen dankbaarheid oogsten”, en “Alleen mijn veroordeling verwondt me.” Dit alles verwijst duidelijk naar de waanzin van projectie, de grondslag van de materiële wereld van waarneming. “Veroordeel en je wordt tot gevangene gemaakt. Vergeef en je wordt bevrijd. Dat is de wet die de waarneming regeert”, zo lezen we in (WdI.198.2). In de tekst lezen we soortgelijke boodschappen over het terugdraaien van projectie: “Bevrijd je broeders uit de slavernij van hun illusies door hun de illusies te vergeven die jij in hen waarneemt. Zo zul je leren dat jij vergeven bent, want jij bent het die aan hen illusies hebt gegeven.” (T16.VII.9:2). Hoe zou het ook anders kunnen zijn, als er in waarheid niemand buiten mijzelf bestaat, niemand die werkelijk afgescheiden is van mij?

Probeer bij alle beroering en tegenslagen in je leven jezelf eraan te herinneren dat deze materiële droom waarin we lijken te leven, niet de werkelijkheid is. Het is een droom over illusies. We gebruiken die illusies om nieuwe illusies te maken, puur om ons afgescheiden te houden van Eenheid, om het “nietig, dwaas idee” dat nooit plaatsvond in stand te kunnen houden. De enige illusie die alle andere ongedaan kan maken heet vergeving, oftewel het opgeven van veroordeling. “Vergeving vaagt alle andere dromen weg, en hoewel ze zelf een droom is, kweekt ze geen nieuwe. Alle illusies behalve deze ene vermenigvuldigen zich onvermijdelijk duizendmaal. Maar hier eindigen illusies. Vergeving is het eind van dromen, omdat ze een droom over ontwaken is. Ze is niet zelf de waarheid. Maar ze wijst naar waar de waarheid moet zijn en geeft de richting aan met de zekerheid van God Zelf. Ze is een droom waarin de Zoon van God tot zijn Zelf en tot zijn Vader ontwaakt, en weet dat Zij één zijn.” (WdI.198.3). Allemaal leuk en aardig, maar jij en ik besteden desalniettemin 99% van onze tijd aan het opzettelijk vasthouden aan onze eigen zelfzuchtige kleine belangen. We moeten tenslotte eten, werken, slapen, en ons leven hier leiden, toch? Oeps, ik was mijn werkelijkheid als geest weer vergeten. Auw, het is zelfs nog erger: ik koos ervoor mijn werkelijkheid te vergeten. Hoe kom ik ooit voorbij dat conflict?

De oplossing om het conflict te beëindigen tussen enerzijds het willen vergeven en anderzijds het willen blijven haten en afwijzen, hoeft niet moeilijk te zijn. Jezus zegt zelfs herhaaldelijk dat zijn boodschap heel simpel is. Het is het dagelijks toepassen ervan wat moeilijk is. De oplossing is deze: als mijn veroordelingen alleen mijzelf verwonden, dan moet ik leren om gewaar te worden van mijn veroordelingen, van moment tot moment. Ieder moment dat ik dat merk, kan ik ervoor kiezen de observerende keuzemaker in mijn denkgeest aan te zetten. Ik kan er voor kiezen om louter te kijken naar de gedachte die ik zojuist koos. Punt. Dat is in feite de keuze voor de Heilige Geest. Vervolgens kan ik ervoor kiezen om de gedachte los te laten, omdat ik mij — tot mijn opluchting — realiseer dat ik niet een lichaam ben in een materiële wereld. Ik kan mijn veroordelende gedachte loslaten en zo ruimte maken voor de impuls van liefde. Probeer maar eens een poosje te oefenen met het stuur van je gedachten over te geven aan de Heilige Geest. Telkens als het je lukt deze gedachtestappen te volgen voel je je direct een stuk beter. Het is de kern van vergeving.

Het fysieke lijf, hoe denkbeeldig ook, kan ons bij deze oefening uitstekend helpen. Overweeg maar eens de samenstelling van de chemie in je bloedbaan bij verschillende soorten gedachten. Telkens als je totale vrede of blijdschap ervaart, sturen je hersenen grote hoeveelheden serotonine, melatonine en dopamine in je bloedbaan, waarmee je het zelfherstellend vermogen van je lichaam flink stimuleert. Wanneer je echter vooral wrok of woede voelt, sturen je hersenen grote hoeveelheden adrenaline en cortisol in je bloedbaan, wat het goed functioneren van je lichaamscellen juist sterk hindert. De vermoede relatie tussen langdurige zware stress en kankercellen heeft hier hoogstwaarschijnlijk mee te maken. Kortom: zelfs op het fysieke niveau komt aanval (veroordeling) altijd neer op zelf-aanval. De vraag, als altijd, is: wat wil je?

Als je verwacht op deze manier in korte tijd verlicht te raken, staat je een stapel teleurstellingen te wachten gedurende de dag, want zo snel gaat het niet: we zijn nog te gehecht aan het ego. Bedenk dat geduld één van de tien karakteristieken van Gods leraren is. Dit geduld moet gepaard gaan met “een overvloed aan bereidwilligheid” (H17-8) om je denkgeest te blijven trainen in het kiezen voor vergeving, door alle veroordeling achter je te laten. En als je voor de zoveelste keer op de dag merkt dat je weer van alles afwijst, wees dan blij: je begint je in elk geval steeds bewuster te worden van wat je doet. Dat maakt de weg vrij om steeds sneller voor vergeving te kiezen. Je zult je een stuk beter voelen telkens als je je herinnert dat jij dit slechts jezelf aandoet (T27.VIII.10). Het is een “vriendelijke daad jegens jezelf om Zijn Stem te horen en de eenvoudige lessen te leren die Hij onderwijzen wil, in plaats van Zijn woorden te proberen te verwerpen, om die van jou in de plaats te stellen van die van Hem”. (WdI.198-5)

— Jan-Willem van Aalst, februari 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/02/18/attack-is-always-self-attack/)

Advertenties

Een ongemakkelijk leerplan

Mijn uitgever merkte recentelijk op dat het eigenlijk verbazingwekkend is dat Een cursus in wonderen wereldwijd al meer dan drie miljoen keer over de toonbank is gegaan, want het bevat een boodschap die de wereld helemaal niet wil horen. Kenneth Wapnick heeft ooit in een workshop opgemerkt dat vanuit het ego bezien, Een cursus in wonderen een waar horror-verhaal is, en beslist niet geschikt als bijvoorbeeld een verjaardagscadeau. Waarom is het een horror-verhaal? Omdat Jezus ons telkens weer vertelt, op vele verschillende manieren, dat niet alleen het ego een leugen is, een hallucinatie die op geen enkele manier werkelijkheid is, maar dat zelfs mijn eigen persoonlijkheid, mijn individualiteit een leugen is! Niemand houdt ervan een boek te lezen dat op volstrekt consistente wijze tot de conclusie komt dat jij en ik simpelweg niet bestaan als individu.

Jezus is zich zeer bewust van onze weerstand. Ondermeer in hoofdstuk 8 van het tekstboek richt hij zich tot ons: “Ik kan je […] onderwijzen, maar alleen jij kunt kiezen of je luistert naar wat ik onderwijs. Hoe kan het ook anders, als Gods Koninkrijk vrijheid betekent?” (T8-IV.6:5). Dat soort snedige opmerkingen doen denken aan het onderricht van Jiddu Krishnamurti, een van ’s werelds echt grote nondualistische spirituele leraren (zie bijvoorbeeld zijn boek “Innerlijke vrijheid”). Ook Ken Wapnick verwees met regelmaat naar hem. Krishnamurti stond bekend om zijn vaak herhaald verzoek om alsjeblieft aandachtig te zijn. “Luisteren jullie naar wat ik hier zeg? Nee, kennelijk niet.” Dat was niet om zijn publiek te schofferen of te kleineren. Hij probeerde ze eenvoudigweg te laten inzien dat er een wereld van verschil is tussen het luisteren vanuit een ego-denkstaat, en het luisteren van uit een observator-denkstaat.

Een cursus in wonderen mag dan ruim drie miljoen keer verkocht zijn, maar er wandelen zeer zeker geen drie miljoen cursusstudenten op de aardbol rond. Helen Schucman heeft ooit zelf gezegd dat deze cursus waarschijnlijk voor “slechts een handjevol mensen” is, dat wil zeggen: degenen die werkelijk bereid zijn om de “donkere nacht van de ziel” te ondergaan, oftewel het punt bereiken dat ze inzien en aanvaarden dat alles wat ze ooit over zichzelf en de wereld dachten een vergissing was, en Jezus steeds gelijk had. De meeste mensen die Een cursus in wonderen kopen komen er niet echt aan toe om de tekst te bestuderen, laat staan het werkelijk beoefenen van de werkboeklessen zoals Jezus dat bedoelt. In plaats daarvan lezen we liever lieflijke uitspraken, zoals: “Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf wat ik ben, zo schiep God mij.” (WdI.208.1); “Onderwijs louter liefde, want dat is wat jij bent.” (T6.I.13); “Door elkaar te gedenken, gedenken wij God.” (T8.IV.7:6); “Uw genade is mij gegeven. [….] Ik ben de Zoon die U liefhebt.” (WdI.168.6). Dergelijke affirmaties klinken heerlijk als je ze oppervlakkig leest, maar we missen het besef van de consequenties van Jezus’ boodschap, als we de tekst niet bestuderen en de oefeningen niet doen.

Studenten die echt doorpakken in het werkelijk willen begrijpen van Jezus’ nondualistische boodschap, doen dat veelal alleen omdat ze ergens de roep van Liefde bemerken, hoe vaag ook, temidden van het gebabbel dat het ego ons serveert om de illusie van individualiteit hoog te kunnen houden. Die studenten beginnen te beseffen dat de prijs voor autonomie en individualiteit (de afscheiding van Eenheid) neerkomt op een voortdurende staat van “onzekerheid, eenzaamheid en constante angst” (T31.VIII.7:1). Omdat de afscheiding van Eenheid onvermijdelijk gepaard gaat met een onderdrukt schuldgevoel (nu) over de oerzonde (in het verleden) en de angst voor Gods vergelding (in de toekomst), blijven we steeds op zoek naar ellende die door anderen veroorzaakt wordt, om maar tegen God te kunnen zeggen dat “ja, ik ben afgescheiden, maar dat was niet mijn schuld – het kwaad is daar, buiten mij, en ik in mijn onschuld zou toegelaten moeten worden tot de Hemel – als een individu.” De nooit aflatende strijd en worstelingen in de wereld, of het nu binnen een gezin speelt of op wereldniveau, zijn slechts verschillende vormen van ditzelfde mechanisme van ontkenning en projectie: anderen zijn slecht; ik ben onschuldig. Daarom hebben veel mensen zo’n belabberd zelfbeeld: de slechtheid die ze in anderen zien doet ze onbewust denken aan de slechtheid in henzelf (vanwege de afscheiding van Eenheid).

Pas zodra we inzien dat er een betere weg moet zijn, om nog eens de hartekreet van Bill Thetford aan Helen Schucman te herhalen, vlak voor het optekenen van de Cursus begon in 1965, gaan we werkelijk het geweldige alternatief zien dat Jezus ons biedt, en waarom we dat nog steeds weigeren te aanvaarden. Jezus beschrijft dit prachtig in Hoofdstuk 13: “Onder het donkere fundament van het ego ligt de Godsherinnering, en juist hiervoor ben je werkelijk bang. Want door deze herinnering zou jij terstond je eigen plaats hervinden, en juist deze plaats heb je proberen te verlaten. Je angst voor aanval is niets vergeleken bij je angst voor liefde. Als je niet zou geloven dat je wrede wens om de Zoon van God te doden jou van de liefde zou verlossen, zou jij bereid zijn zelfs daarnaar te kijken. Want die wens heeft de afscheiding veroorzaakt, en jij hebt die beschermd omdat je niet wilt dat de afscheiding wordt genezen. Je beseft dat door de donkere wolk weg te nemen die haar aan het oog onttrekt, jouw liefde voor je Vader jou ertoe zou aanzetten Zijn Roep te beantwoorden en met een vreugdesprong de Hemel binnen te gaan. Jij gelooft dat aanval verlossing is omdat die jou hiervan zou weerhouden. Want dieper nog dan het fundament van het ego, en veel sterker dan dat ooit zal zijn, brandt jouw intense liefde voor God, en die van Hem voor jou.” (T13.III.2) Het werkelijk aanvaarden van deze intense brandende liefde betekent letterlijk de verdwijning van het universum. Geen wonder dat we in weerstand, ontkenning en projectie blijven hangen!

In Een cursus in wonderen legt Jezus dus de kern van de waanzin van de ego-denkgeest bloot: als ik werkelijk eerlijk ben over wat mij het meest na aan het hart ligt, dan is dat het intense verlangen om collectief terug te keren naar onze staat als Gods Ene Zoon. Ons diepste afgrijzen echter is de consequentie daarvan: het uitzicht op de dood, dat wil zeggen het einde van mijn diep gekoesterde individuele persoonlijkheid. En dus ben ik elke dag bezig om aan mijzelf en anderen om mij heen te bewijzen dat verlossing betekent: met persoonlijke zaken bezig zijn, in plaats van te luisteren naar Jezus die uitlegt dat individualiteit letterlijk gelijkstaat aan de hel. Daarom merkte Bill Thetford bij het helpen van Helen bij het optekenen op dat hij typte “You and your bother” (“Jij en je gedoe”) in plaats van “You and your brother” (“Jij en je broeder”). Jezus’ boodschap is voor het ego een erg ongemakkelijk leerplan. Je kunt tientallen jaren lieflijke zinnen uit de Cursus opdreunen zonder Jezus’ boodschap te leren. Het werkelijk doen van Een cursus in wonderen betekent eerst en vooral dat we gaan inzien hoe groot onze weerstand tegen deze boodschap wel niet is, om vervolgens ons denken opnieuw te richten, en wel op het fundament van “onze intens brandende liefde voor God”, de enige werkelijke realiteit. Dus Krishnamurti’s oproep aan zijn publiek was werkelijk diepgaand: weet je zeker dat je beseft wat dit ongemakkelijke leerplan echt betekent? Ben je echt bereid om aandacht te hebben voor de betekenis van de uitspraak: “Ik ben vrij, want ik blijf wat ik ben; zo schiep God mij”…?

Ter afsluiting enkele ondubbelzinnige fragmenten uit Jezus’ ongemakkelijke leerplan: “Er moet vooral worden opgemerkt dat God slechts één Zoon heeft. Als al Zijn scheppingen Zijn Zonen zijn, moet elk een integraal deel van het gehele Zoonschap uitmaken. Het Zoonschap in zijn Eenheid overstijgt de som van zijn delen.” (T2.VII.6); “Wij zijn de schepping, wij de Zonen van God. We lijken elk apart te zijn en ons niet bewust van onze eeuwige eenheid met Hem. Maar achter al onze twijfels, voorbij al onze angsten is nog altijd zekerheid. Want liefde blijft bij al haar Gedachten, terwijl haar zekerheid de hunne is. De Godsherinnering is in onze heilige denkgeest, die zijn eenheid en verbondenheid met zijn Schepper kent.” (WdII.11.4:1-5).

— Jan-Willem van Aalst, februari 2017 (vertaling van: https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/02/11/an-inconvenient-teaching/ )

Heel letterlijk in jou

Verreweg de meeste mensen, zeker in de westerse wereld, beschouwen God als een antropomorf wezen, bewust of onbewust. Zelfs veel Cursusstudenten vinden het moeilijk om God, de Schepper van alle Leven, niet te zien als een wezen dat hen in tijd en ruimte volgt; een Autoriteit met een Plan; een “Vader” die op z’n best ons oproept om ons weer met Hem te verenigen in de denkgeest. Psychologisch gezien klampen we ons eigenlijk alleen vast aan ons eigen zelfzuchtige leventje om alle kwaad in de wereld aan anderen te kunnen toeschrijven, om zo aan God te ‘bewijzen’ dat wij onschuldig zijn. Maar tegelijkertijd zijn we toch doodsbang dat God ons uiteindelijk zal straffen voor de ‘oerzonde’ die wij begingen door Hem af te wijzen, vlak voor de oerknal.

In hoofdstuk 18 van het tekstboek wijst Jezus ons er op dat “Jij niet eens [kunt] denken aan God zonder een lichaam, of in één of andere vorm die je denkt te herkennen.” (T18.VIII.1:7). Dit komt omdat, zoals Kenneth Wapnick vaak benadrukte, jij en ik eenvoudigweg onszelf niet kunnen voorstellen zonder lichaam. In Een cursus in wonderen treedt Jezus zijn studenten tegemoet op het niveau waar zij zich bevinden. En dus schotelt Jezus ons passages voor waarin we lezen dat God eenzaam is zonder Zijn kinderen, en daar zelfs om huilt, alsof Hij traanbuizen zou hebben waaruit Hij tranen kan storten. Dergelijke beeldspraak is louter metaforisch bedoeld, omdat onze denkgeesten nu eenmaal iets van een vorm nodig hebben om iets mee te kunnen; we zijn tenslotte allemaal “nieuwelingen op het verlossingspad” (T17.V.9).

Ongeveer tien jaar geleden waren er op de grote buitenreclame masten langs de snelweg enorme borden met maar drie woorden: “God is liefde”. In plaats van dit te interpreteren als een oproep om je aandacht terug te brengen naar God als wezen, met als doel je eigen verlossing te bespoedigen, zou het kunnen helpen om het woord “is” te vervangen door een = teken: “God = Liefde”, en dus ook “Liefde = God”. God is tenslotte volledig buiten tijd en ruimte, totaal vormloos. Het kan dus behulpzaam zijn om onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde letterlijk als God te zien. En het ligt in ieders vermogen om ervoor te kiezen die onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde hier in tijd en ruimte te weerspiegelen — middels vergeving, door het kiezen van het wonder, een heilig ogenblik, los van de ongeveer 60.000 ego-gedachten die normaliter op een dag door de denkgeest gaan. Probeer daarom eens om “God” als synoniem te zien voor “Liefde”, net zoals we dat al doen met een begrip als “Eenheid”.

Zo lezen we in werkboekles 41 “God vergezelt me, waar ik ook ga”: “Het is heel goed mogelijk God te bereiken. In feite is het heel makkelijk, omdat dit de allernatuurlijkste zaak ter wereld is. Je zou zelfs kunnen zeggen dat dit het enige natuurlijke ter wereld is. De weg zal zich voor jou openen als je gelooft dat het mogelijk is.” (WdI.41.8:1-4). Hoewel dit onzinnig lijkt als je aan God denkt als een wezen, wordt het heel natuurlijk als je voor het woord “God” het woord “Liefde” leest, als in onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde. Die liefde kan zich weerspiegelen in jouw handelen in de wereld. Uiteraard blijft het ego verleidingen voorschotelen — en dat gebeurt vaak al na een paar seconden oefenen — maar het is iedereen gegeven om onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde in ons leven te weerspiegelen. Daarom wijst Jezus ons er graag op dat “De Heilige Geest [d.w.z., de Stem namens Liefde] is in heel letterlijke zin in jou” (T5.II.3:7). Iedereen heeft het vermogen om te kiezen voor die onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde, ook al doen we dat het leeuwendeel van de tijd niet. Als Liefde heel letterlijk in mij en jou zit, dan is God ook letterlijk in jou en mij (dat wil zeggen, in de denkgeest, niet letterlijk in het lichaam).

Dit geldt net zo goed voor het ego, dat wil zeggen de gedachte van aanval, afscheiding en individualiteit. Hoewel er miljarden verschillende strijdende ego’s lijken te bestaan, is het mechanisme in elk van deze schijnbaar afgescheiden ego’s precies hetzelfde: proberen zelf god te zijn (een authentieke autoriteit in tijd en ruimte) in een bedreigende wereld waartegen verdediging voortdurend nodig is. Onze dichter Willem Kloos wordt voornamelijk nog herinnerd dank zij zijn strofe “Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten”. Dit verwoordt de ambitie van ieder schijnbaar afgescheiden ego. Helaas beschouwen velen het ego als één of andere formidabele vijand die op zichzelf denkt en handelt. Talloos zijn de mensen die hun ego bevechten in een nutteloze poging om het ego te overwinnen en uit te schakelen. Het kan moeilijk zijn om je te beseffen dat het ego niet een boosaardig wezen in zichzelf is, maar simpelweg een deel van de gespleten denkgeest waar we ooit voor kozen en nog steeds voor kiezen, omdat die keuze het voortbestaan van onze gekoesterde individualiteit bewerkstelligt. Dus net als in het geval van God zien we Jezus met regelmaat over het ego praten alsof het een los wezen is dat zelf handelt: “Ik heb over het ego gesproken alsof het een losstaand ding was dat zelfstandig opereert. Dit was nodig om jou ervan te overtuigen dat je het niet luchtig weg kunt wuiven…” (T4.VI.1:3).

Onze denkgeest is dus een slagveld. Zowel Liefde als ego bevinden zich heel letterlijk in onze denkgeest. Daarom benadrukt Jezus steeds opnieuw dat Een cursus in wonderen een leerplan is voor het trainen van de denkgeest. Pas wanneer we in staat zijn om de neutrale observator “aan te zetten” boven het slagveld (T23.V.1), kunnen we zien dat het ene deel van die gespleten denkgeest illusoir is, en het andere deel volkomen waar. God (= Liefde) is en blijft letterlijk in ons, hoe lang we ook proberen die liefde op een afstand te houden, terwijl het ego in het niets verdampt zodra we werkelijk voor Liefde kiezen. Het is geen wonder dat veel spiritualiteiten ons aanzetten om onszelf te observeren, om zo langzaamaan gewaar te worden van ons goddelijke of hogere Zelf.

Een cursus in wonderen is als spiritualiteit uniek in de wereld, in de zin dat die ons haarfijn uitlegt waarom we zoveel moeite stoppen in het niet kiezen voor liefde. En ook waar het antwoord dan wél te vinden is. Om het bekende citaat nog maar eens aan te halen: “Probeer […] niet de wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te veranderen.” (T21.in.1:7). Zolang je het licht van onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde buiten jezelf zoekt, hou je jezelf eigenlijk in het donker. Het Licht is heel letterlijk in jou, nu (zie bijv. WpI.188.1). Zo lezen we, wederom in hoofdstuk 18 van de tekst: “De Hemel is geen plaats, en evenmin een toestand. Het is louter een gewaarzijn van volmaakte Eenheid, en het weten dat er niets anders is; niets buiten deze Eenheid, en niets anders daarbinnen.” (T18.VI.1:5-6).

— Jan-Willem van Aalst, januari 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/01/28/literally-within-you/)

Waanzin is een keuze

Eén van de bekendere humoristische uitspraken van musicus Frank Zappa (1940-1993) gaat over de essentie van het universum: “Sommige wetenschappers stellen dat waterstof de basisbouwsteen van de kosmos is, omdat het zoveel voorkomt. ik bestrijd dat. Mijn stelling is dat er meer dommigheid dan waterstof bestaat, en dat dommigheid de basisbouwsteen van de kosmos is.” Vanuit het oogpunt van Een cursus in wonderen bezien heeft hij zich waarschijnlijk nooit gerealiseerd hoe dicht hij met die uitspraak bij de waarheid zat. De oerknal was tenslotte het directe gevolg van de Zoon van God die een droom van afscheiding van God leek te hebben gekozen en vervolgens besloot zich in biljoenen fragmentjes te versplinteren, in een dwaze poging om zich voor God te verstoppen.

In de Cursus noemt Jezus het waanzin: “Noem het geen zonde maar waanzin, want dat was het en dat blijft het. Rust haar [de projectie die we de kosmos noemen] niet uit met schuld, want schuld veronderstelt dat ze in werkelijkheid tot stand werd gebracht.” (T18.I.6). Maar hoewel Frank Zappa regelmatig de draak stak met de dwaasheid in de wereld, was hij tamelijk pessimistisch over het uitzicht voor de mensheid. Hij realiseerde zich niet dat jij en ik geen hulpeloze figuren in een wrede werkelijkheid zijn. Wij zijn daarentegen de dromer van deze nachtmerrieachtige waakdroom. Het is een droom die, om ons er nog maar eens aan te herinneren, in werkelijkheid allang voorbij is, omdat die nooit werkelijk is gebeurd, omdat die in werkelijkheid nooit heeft kunnen gebeuren. Laten we eens kijken naar sommige manieren waarop deze waanzin zich manifesteert in deze waakdroom van tijd en ruimte die zo voelbaar echt lijkt.

Mijn lichaam wordt voortdurend gebombardeerd door bacteriën, virussen en parasieten. De wetenschap probeert die levensvormen te bestrijden, maar ze blijken heel goed in staat om die wetenschappelijke slimmigheid bij te houden, aangezien ze steeds sneller lijken te kunnen muteren. En bovendien: hoeveel aandacht jij en ook dagelijks besteden aan gezondheid en welzijn, vroeg of laat worden we toch een keer ziek. Het is een race die klaarblijkelijk nooit eindigt (en die we niet gaan winnen).

Hoeveel aandacht jij en ik ook proberen te besteden aan vriendelijkheid en liefde in ons leven, vroeg of laat raken we geïrriteerd, wijzen we mensen en situaties af, en wensen we dat dit of dat anders was. Gedurende een groot deel van de dag zijn onze denkgeesten helemaal niet zo vredig. En bovendien is Murphy nooit ver weg: alles dat mis kán gaan, zál vroeger of later mis gaan.

We verkiezen steeds politieke leiders die beloven in het belang van het volk te handelen, maar die uiteindelijk vooral naar grote multinationals luisteren. Het valt ons op dat slechts zeer weinig mensen in het algemene belang handelen: vrijwel iedereen denkt eerst en vooral aan zichzelf. Hmm, dat geldt eigenlijk ook voor jou en mij als we onze eigen projecties goed bekijken… auw!

Ah, en laten we vooral het klimaat niet vergeten, dat serieus in gevaar is. Miljoenen tonnen aan plastic afval bedreigen onze flora en fauna. Enorme hoeveelheden afval medicinale progesteron zorgen voor steeds meer misvormde vissen. In grote agglomeraties is de lucht nauwelijks meer te ademen. De klimaatopwarming is zeer waarschijnlijk goeddeels veroorzaakt door menselijke industriële activiteit. We zijn mogelijk al te laat om verscheidene graden opwarming van de aarde te voorkomen. Als de ijskappen smelten, zal de rijzende zeespiegel miljoenen doden eisen. Tenminste, als de planeet niet vóór die tijd door een meteoriet wordt getroffen waarbij 90% van al het leven omkomt.

Nog los van dit alles, hoe goed we ook proberen te zorgen voor ons leven en de planeet, gaan we vroeg of laat onvermijdelijk toch dood. We kunnen heel inventief proberen de levensduur van het lichaam te verlengen, maar de extra jaren zijn niet per se ook gelukkige extra jaren. Als ik bovendien mijn levensduur bekijk ten opzichte van de miljarden jaren die de aarde al bestaat, dan lijkt mijn leven op een kort glimpje van een vuurvlieg in de nacht. In het grote geheel van tijd en ruimte is mijn fysieke leven op aarde volstrekt insignificant.

Nogmaals, dit alles is wat Jezus waanzin noemt in Een cursus in wonderen. En we geloven er met z’n allen heilig in. Pas als we in alle eerlijkheid Jezus’ leerplan bestuderen en in praktijk brengen, gaan we ons (langzaam!) realiseren dat de uitweg uit deze waanzin niet is om de wereld de rug toe te keren (acetisme), noch om van het leven één groot feest te maken (omdat het toch allemaal denkbeeldig is), noch om de rest van ons leven pijnstillers te proberen. De truc om een eind te maken aan alle waanzin is  om juist heel actief in deze wereld te zijn, maar geleid door een andere Gids. Dat komt omdat de waanzin niet in de wereld op zich zit, maar in het denksysteem dat tot de wereld leidde: het ego, wat het idee is van aanval, afscheiding, verdediging, angst, pijn, en dood.

Velen van ons hebben wel een grootouder gehad die ons vertelde dat de beste weg uit een moeilijkheid is om er dwars doorheen te gaan. Op dezelfde manier pleit Jezus ervoor dat we leren te kijken naar het denksysteem dat we kozen, vanuit een liefdevolle vogelvlucht boven het slagveld, heel kalm, zonder veroordeling, zonder de pijn (fysiek of psychisch) te ontkennen die we ervaren; en ons dan simpelweg te realiseren waar we voor hebben gekozen. Vervolgens nodigt hij ons eenvoudigweg uit: “Broeder, maak opnieuw je keuze” (T31.VIII.3), waarmee hij bedoelt: waarom zou je er niet voor kiezen om je denkgeest en handelen in deze wereld te laten leiden door de Heilige Geest, de Stem namens Liefde. Je zult zoveel gelukkiger zijn.

Kenneth Wapnick heeft vele malen benadrukt dat niemand hoeft te denken dat dit een makkelijke keuze is. Het vraagt tenslotte om grenzeloos vertrouwen in de Liefde van God, waarin geen plaats is voor enige individualiteit. Dáág, lieve gekoesterde persoonlijkheid! Het ontwikkelen van vertrouwen in Liefde (H4.I.1) is een proces van vele stappen, hoofdstukken en eye-openers. Het heeft geen zin jezelf te pijnigen en jezelf in schuld onder te dompelen omdat jij zo’n rotsvast vertrouwen nog niet hebt bereikt. Dergelijke pijn kan het ego goed gebruiken om je te verleiden om alsnog te kiezen voor ascetisme, voortdurend feesten, of je denkgeest te verdoven — allemaal ideale afleidingen om het bestaan van het afgescheiden ego zeker te stellen.

Pas als je echt beseft dat het langzaam loslaten van je gekoesterde unieke persoonlijkheid de weg naar eeuwige vrede is, wordt de eerste step makkelijk: vragen aan die andere Gids wat te denken en wat te doen. Als je in stilte luistert, en dan wacht op een antwoord waarin geen dwang, angst of pijn te bespeuren is, weet je dat je goed op weg bent op de ladder die jou uit de hel van waanzin leidt. Dan realiseer je je, in opperste verbazing, dat de waanzin en dommigheid die we ooit als een gegeven hadden aangenomen, feitelijk bewuste keuzes zijn van de schijnbaar slapende Zoon van God, waar jij en ik een holografisch onderdeel van zijn. Alles om maar een eigen ikje te hebben, hoe pijnlijk ook! Die keuzes kunnen we liefdevol ongedaan laten maken… simpelweg door opnieuw te kiezen voor de Stem namens Liefde. Dat is de weg naar de verdwijning van het universum en het ons weer herinneren van Eenheid, het horen van de tijdloze roep van God, die Liefde is: “Vergeet alles, behalve Mijn onveranderlijke Liefde. Vergeet alles, behalve dat Ik hier ben.” (The Gifts of God / De Geschenken van God, p.128)

— Jan-Willem van Aalst, januari 2017. (Vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/01/21/stupidity-is-a-choice/)

Probeer een ander niet te veranderen

Menige huisarts krijgt patiënten tegenover zich die, na een uitgebreide diagnose en discussie over hun ziektesymptomen, uiteindelijk verzuchten: “Al dat gepraat… doe mij maar liever pillen.” Voor veel patiënten lijkt het inderdaad veel gemakkelijker om de symptomen te onderdrukken met pijnstillers en kalmeringsmiddelen, dan op zoek te gaan naar de diepere oorzaak van de fysieke of psychologische ongemakken. Iedere goede psycholoog zal je vertellen dat deze struisvogelstrategie, dat wil zeggen, je kop in het spreekwoordelijke zand steken, een ontkenningsmechanisme is dat niet zal werken. De symptomen, hoe lastig ze ook lijken, hebben tenslotte een nuttige boodschap voor de patiënt. Als de symptomen worden onderdrukt, zal die boodschap een andere manier vinden om zich te melden, vaak in een nog ernstiger vorm.

Studenten van Een cursus in wonderen realiseren zich echter maar al te goed dat het niet aan ons is om zo’n situatie en de keuzes die daarin worden gemaakt te beoordelen (eigenlijk: veroordelen). Het is tenslotte zo dat iedereen in deze wereld “onzeker, eenzaam, en in constante angst” ronddwaalt. (T31.VIII.7). Dat geldt net zo goed voor elke Cursusstudent, want anders zou die hier niet meer langer in tijd en ruimte blijven rondhangen. Ook jij en ik hebben vele “goede redenen” om zo nu en dan onjuist-gericht denken te verkiezen boven juist-gericht denken. Want ja, het bereiken van een staat van louter juist gericht denken (dat wil zeggen, de werkelijke wereld betreden) is een proces waar we misschien wel vele levens voor nodig hebben om te bereiken. Het past ons dus niet om patiënten om de oren te slaan met psychologische of spirituele principes over het ontwaken uit de droom van pijn. Dergelijk vingerwijzen betekent dat we wederom in de valkuil van aanval zouden stappen, wat het ego natuurlijk graag stimuleert.

Een andere reden om in dergelijke gevallen niet te oordelen (maar eigenlijk geldt dat voor alle gevallen) is dat het veroordelen van een patiënt zou neerkomen op het tot werkelijkheid maken van de vergissing, dat wil zeggen: de vergissing om te geloven dat de afscheiding van God werkelijk heeft plaatsgevonden. Als ik iemand als een wezen buiten mijzelf zie, met een denkgeest die overduidelijk losstaat van de mijne, dan ben ik de metafysica vergeten die zo fundamenteel is om de boodschap van Een cursus in wonderen te kunnen begrijpen. We zouden ons altijd moeten bedenken dat God slechts één Zoon heeft (WdI.99.7), die in slaap leek te vallen in de kwantummogelijkheid van het dromen over hoe het zou zijn om los van God te leven, in biljoenen versplinterde fragmentjes. Dus het waarnemen van afgescheiden lichamen is feitelijk het waarnemen van een schaduw van het ontologische ogenblik van afscheiding, dat in werkelijkheid gelukkig nooit gebeurd is omdat het nooit heeft kunnen gebeuren. Genezen betekent dus: ervoor kiezen mijn broeder, inclusief zijn geklaag over ziektesymptomen, te aanvaarden als mijn redder, in plaats van een verwarde ziel die bekeerd moet worden.

Een derde reden om niet te veroordelen wat er gebeurt is dat telkens wanner ik mij richt op het veranderen van een ander, ik hiermee eigenlijk mezelf afleid van het werk dat ik voor het helen van mijn eigen denkgeest te doen heb. Als ik niet eens mijn eigen denkgeest kan beheersen, wat overduidelijk zo is gezien mijn vele aanvalsgedachten, zou het dan niet een tikje arrogant zijn om te menen dat ik de denkgeest van een ander wel kan veranderen?  Het argument van sommige Cursusstudenten dat alle communicatie uiteindelijk invloed heeft op de ene denkgeest die we met z’n allen delen, haalt het punt uit z’n verband. Het is waar dat genezing te maken heeft met communicatie via de denkgeest, maar als ik de genezing van een zieke zoek in het proberen te veranderen van iemand die ik duidelijk als buiten mijzelf beschouw, dan stap ik wederom in de valkuil van de egodynamiek van afscheiding en veroordeling, terwijl ik naarstig probeer de toekomst voor de “ander” te verbeteren.

Doe dus geen poging om een ander te veranderen, hoe overtuigd je ook bent van je gelijk; hoe overtuigd je ook bent van de effectiviteit van jouw advies of methode om de pijn bij de ander te helen. “De enige verantwoordelijkheid van de wonderdoener is de Verzoening voor zichzelf te aanvaarden.“, vertelt Jezus ons tot drie keer toe (T2.V.5; T5.V.7:8; H7.3:2). Als je echt serieus overweegt om jezelf te ontslaan als je eigen leraar (omdat je slecht werd onderwezen, T12.V.8 en T28.I.7), dan zal de Heilige Geest je de lessen aanbieden die voor jou het meest geschikt zijn in deze lesruimte die de materiële wereld heet. Dus telkens wanneer je merkt dat een vriend of patiënt zijn kop in het zand steekt, beschouw dat dan als een herinnering voor jezelf dat iedereen hier onzeker, eenzaam en in voortdurende angst ronddwaalt.

Wees opmerkzaam op je neiging om een situatie te ‘fixen’. Observeer de drang, maar leef die niet uit. Kies er integendeel voor om een stapje terug te doen en het advies te vragen van de Heilige Geest, wat inhoudt: het onvoorwaardelijk loslaten van elke veroordeling. Bevestig nogmaals naar jezelf dat jij je denkgeest liever onderwezen wilt zien door de Leraar Die jou Thuis zal brengen, in plaats van de leraar die jou pijn zal blijven doen. Zoals we lezen in (T9.II.4:1): “Als je wilt weten of je gebeden verhoord zijn, twijfel dan nooit aan een Zoon van God.” Zijn geklaag mag misschien erg onredelijk linken, maar hij is nog altijd een Zoon van God, net zoals jijzelf. De keuze om een patiënt zo te bezien versterkt ook je besef dat die Identiteit ook de jouwe is. En dát is ware genezing.

— Jan-Willem van Aalst, januari 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/01/07/dont-try-to-change-others/)

Nee zeggen

Eén van de grote uitdagingen voor studenten van Een cursus in wonderen is het kunnen hanteren van een conflict en daarbij spiritueel te blijven denken. In deze wereld van ego’s maken mensen nu eenmaal misbruik van anderen. Het zit er dik in dat ook jij dat vroeg of laat zult tegenkomen. Wie weet is het iemand op je werk die jou je beoogde promotie niet gunt. Misschien is het iemand die geld verduistert uit je eigen onderneming. Misschien maakt iemand je zwart, simpelweg omdat hij je niet mag. De vormen zijn eindeloos. Vanuit spiritualiteit bezien kan ik dergelijke gebeurtenissen leren beschouwen als “lessen in liefde”, mij aangeboden door de Heilige Geest. Ik kan mezelf eraan herinneren dat dit wederom een kans is om “aanval zonder aanval tegemoet te treden” (P-2.IV.10); een gelegenheid om een betere keuze te maken: de keuze voor de Visie van Eenheid, waar ik voorheen voor veroordeling koos.

Dit zijn typisch situaties waarin het ego zijn kracht tentoonspreidt. Je zou het misschien niet verwachten, maar het ego citeert graag uit Een cursus in wonderen in dergelijke omstandigheden. Bijvoorbeeld: “Het ego analyseert; de Heilige Geest accepteert.” (T11.V.13:1) wordt frequent aangehaald. “Ha! Zie eens wat er met je gebeurt als je niet goed nadenkt en handelt, maar de situatie accepteert en simpelweg over je heen laat walsen. Wat een geweldige cursus toch”, vertelt het ego ons sarcastisch. En wat te denken van deze: “Als je broeder jou iets ‘ongehoords’ vraagt, doe het dan, omdat het niet van belang is.” (T12.III.4:1). Direct daarop volgt de cynische lach van het ego, die mij vraagt hoeveel ik denk uit dit leerplan van Jezus te halen als ik werkelijk zo zou denken en handelen. Zelfs de quote vier hoofdstukken later hierover: “Ik heb gezegd dat als een broeder iets dwaas van jou vraagt, dat te doen. Maar vergewis je ervan dat dit niet betekent iets dwaas doen wat hem of jou zou kwetsen, want wat de een kwetst zal ook de ander kwetsen.” (T16.I.6) heeft een ego-interpretatie. “Zie je wel?” zo adviseert het ego ons, “zelfs Jezus wil dat je handelt als je wordt aangevallen. Je moet voor jezelf opkomen als je misbruikt wordt. Dat is het beste om te doen. Wees geen voetveeg; onderneem actie en vecht voor je recht!”

Het kost menig spirituele student erg veel moeite om juist-gericht te blijven denken als ze met dergelijk gedrag geconfronteerd worden. Ze herinneren zich eraan dat ze niet zouden moeten veroordelen, maar uiteindelijk wordt er over ze heen gelopen. Wat resteert is een knagend gevoel van opoffering en slachtofferschap. Dit zijn onfortuinlijke gevallen van wat Kenneth Wapnick “niveauverwarring” noemt. Bedenk dat Een cursus in wonderen ons het leerplan op twee niveaus aanbiedt. Niveau 1 is het nondualistische, metafysische niveau van God en de uitbreiding van Liefde. Op dit niveau bestaat er geen tijd en wereld. Niveau 2 is het niveau van de droomwereld waarin wij overtuigd zijn ons bestaan te ervaren. De echte moeilijkheid ontstaat zodra we metafysische beginselen proberen toe te passen in een bedreigende droomwereld waarin we ons gedwongen voelen te overleven en in actie te komen. We proberen eigenlijk de vergissing van de afscheiding tot werkelijkheid te maken, aangezien we tegen beter weten in hopen dat door spiritueel te handelen, ik als individu een beter leven in deze droomwereld zal hebben. Deze paradox zal nooit werken.

De uitweg uit deze paradox is niet om “spiritueel nooit meer te oordelen”, maar om je ‘kleine zelf’ aan de kant te zetten en de Heilige Geest te vragen wat te doen. Jazeker, de Heilige Geest accepteert beslist, maar dat is op niveau 1, waar iedereen dezelfde Zoon van God is. Op het wereldse niveau 2 van tijd, ruimte en perceptie biedt de Heilige Geest jou en mij praktisch advies over hoe je een conflictsituatie hanteert zodanig dat die voor iedereen het beste uitpakt. Dit kan best standvastigheid betekenen, terwijl je duidelijk zegt: “Nee, dit aanvaard ik niet.” Een dergelijke afwijzing gaat over vorm, de situatie die op dat moment speelt. Het is dus heel goed mogelijk, ja zelfs aan te raden, om aan de ene kant iemand als de schuldeloze Zoon van God te zien (niveau 1), terwijl je aan de andere kant het gedrag van die persoon (op niveau 2) niet aanvaardt, omdat dit alleen maar tot meer aanval, afscheiding, verdediging, enzovoorts, zou leiden. Zoals op zoveel plekken in Een cursus in wonderen, is het cruciaal om onderscheid te maken tussen vorm en inhoud, tussen niveau 1 en 2. In sommige situaties is dat niet zo moeilijk. Als je bijvoorbeeld kleine kinderen met een schaar ziet spelen, dan pak je ze die gelijk af. Dit kan op het kind misschien onaardig overkomen, maar je handelt liefdevol in ieders beste belang.

Conflictsituaties zijn in het algemeen lastiger om zo te benaderen. Het moeilijke eraan is om jezelf bewust te blijven van jouw gehechtheid aan je geloof dat jij het in elke situatie het beste weet. Maar dat is hetzelfde als te proberen dit “met het ego als gids” op te lossen. Juist hier raken we in de war. Iedere situatie waarin conflict speelt of potentiële aanval, kan perfect worden opgelost door de Heilige Geest als Hij daartoe wordt uitgenodigd. Ken Wapnick hield van de combinatie van de volgende twee citaten: “Neem nu ontslag als je eigen leraar […] want je werd slecht onderwezen” (T12.V.8:3; T28.I.7:1).  Het zal je verbazen hoe praktisch het advies van de Heilige Geest kan zijn als je Hem om hulp vraagt, zodra je geconfronteerd wordt met een ego-gedreven conflictsituatie. Oefen hier een poosje mee, en het zal je verrassen hoe vaak een situatie vrediger uitpakt dan je ooit voor mogelijk had gehouden. Zoals eerder genoemd, heeft Ken Wapnick dit zelf ervaren toen hij een inbreker betrapte in zijn huis. Toen hij eenmaal de moed had gevonden het advies van de Heilige Geest te vragen en te volgen, eindigde de situatie met het vredige vertrek van de inbreker uit zijn appartement, met het hartverscheurende verzoek aan Ken om voor hem te bidden.

Dus probeer het eens de komende dagen. Zodra je voelt dat je in een situatie belandt waarin je voelt dat je wordt uitgebuit, en je bemerkt het ego-advies om direct te handelen (door je te verdedigen, door boos te worden), probeer dan eens een stapje terug te doen en kijk naar je gedachten. De meesten vinden het niet moeilijk om te observeren dat het ego ten tonele is verschenen. Het moeilijke is de snelheid waarmee we ons vervolgens laten meeslepen en het ego uitleven. Je neemt een enorme stap in je spirituele groei als jij je denkgeest kunt trainen om even te stoppen, te kijken naar wat er gebeurt, en vervolgens eenvoudigweg te zeggen: “Ik wil niet nogmaals slecht onderwezen worden. Heilige Geest, ik wil jou als gids. Vertel me alsjeblieft wat Liefde hier zou doen.” Je aanvaardt nog steeds de ander als een Zoon van God, maar je aanvaardt niet per se de verwachte uitkomst van het gedrag of het conflict. Daarom hebben we nog steeds rechtbanken en rechters. Jezus roept ons beslist niet op om alle rechtbanken en gevangenissen te sluiten. We hoeven slechts te oefenen in het kiezen van een betere leraar in deze droomwereld. Kies voor de Stem namens Liefde. Zo realiseren we ons dat deze wereld wel degelijk opnieuw ervaren kan worden als een lesruimte waarin we werkelijk leren om blijvende innerlijke vrede te vinden.

— Jan-Willem van Aalst, december 2016 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2016/12/10/saying-no/ )

Het geluid van stilte

Steeds opnieuw wijst Een cursus in wonderen ons erop om onze denkgeest te trainen om sneller gewaar te worden van de gids die ons denken leidt: ofwel het ego (wat resulteert in wat Kenneth Wapnick “onjuist gericht denken” noemt), ofwel de Heilige Geest (wat resulteert in “juist gericht denken”). Zolang ik mij niet bewust ben van mijn onbewuste,  maar desondanks doelgerichte keuze voor het ego als de gids van mijn gedachten, blijf ik hangen in “zoek, maar vind niet” (T16.V.6:5). Trouwe studie en toepassing van Een cursus in wonderen doen mij realiseren dat ik meer ben dan mijn ego. Op veel plaatsen in de tekst spreekt Jezus ons aan als wat Kenneth Wapnick  “de keuzemaker” noemt. Elke dag, ieder uur, elke minuut, ja elk moment binnen die minuut kies ik tussen juist of onjuist gericht denken. Een cursus in wonderen is simpel, in die zin dat ik me kan realiseren dat onjuist gericht denken altijd zal leiden tot ellende in het leven, terwijl juist gericht denken altijd innerlijke vrede geeft. Het verrot moeilijke deel zit ‘m in het dagelijks toepassen van dat besef.

Het doel van Een cursus in wonderen is niet om de staat van de Hemel te bereiken. Blijvende innerlijke vrede kan tot op zekere hoogte bereikt worden in deze dualistische wereld van tijd en ruimte, maar die vrede zal nooit totaal zijn. Ze zal niet blijvend zijn, omdat het ego ons altijd verleidingen zal voorschotelen zolang wij nog de dagen en de jaren tellen. Jezus’ gedachtetraining dient slechts als voorbereiding op onze terugkeer in de Hemel, waarmee tijd en ruimte voorgoed eindigen. Dat is de ware vrede van God “die alle begrip te boven gaat” (Filippenzen 4:7). Dat is de toestand waarin de Zoon van God is ontwaakt als de tijdloze Liefde van God. Iedere herinnering aan de droom van dualiteit zal volledig vergeten zijn. Desondanks stelt de Cursus heel duidelijk dat hij binnen het raamwerk van het ego blijft, waar hij nodig is (VvT-In.3:1). De staat van de Hemel, of de betekenis van Liefde, kan niet onderwezen worden (T-in.1). Wel kunnen wij onze denkgeest er klaar voor maken. Maar bedenk: ergens klaar voor zijn is niet hetzelfde als volleerd zijn.

Aan de andere kant vertelt Jezus ons in het werkboek dat het beslist mogelijk is om God te bereiken: “In feite is het heel makkelijk, omdat dit de allernatuurlijkste zaak ter wereld is.” (WdI.41.8:2). De valkuil waar we direct instappen is dat we denken dat hier communicatie met woorden wordt bedoeld. We doen er goed aan ons te bedenken dat dit niet het type communicatie is waar Jezus naar verwijst, omdat woorden overduidelijk zijn gemaakt door dualistische denkgeesten in de dualistische droom, waar God niets van weet. Het is zelfs zo dat Jezus ons er voor waarschuwt niet onze “verbale gedachten” als onze ware gedachten te beschouwen. Hij legt dit uit in werkboekles 10, “Mijn gedachten betekenen niets”: “Dit idee geldt voor alle gedachten waarvan je je bewust bent, of […] bewust wordt. De reden hiervan is dat ze niet jouw werkelijke gedachten zijn.” (WdI.10.1:1-2). In les 15 lezen we dat “mijn gedachten zijn beelden die ik heb gemaakt”, en, nog raker in werkboekles 45: “Niets wat jij denkt dat je werkelijke gedachten zijn, lijkt ook maar enigszins op jouw werkelijke gedachten. […] Waar zijn dan jouw werkelijke gedachten? […] We zullen ze in jouw denkgeest dienen te zoeken, want dat is waar ze zijn. Ze moeten daar nog altijd zijn, want ze kunnen hun bron niet hebben verlaten. […] Onder al de zinloze gedachten en dwaze ideeën waarmee jij je denkgeest hebt volgestouwd, gaan de gedachten schuil die jij in den beginne met God hebt gedacht. Ze huizen ook nu nog in je denkgeest, volkomen onveranderd. Ze zullen altijd in je denkgeest zijn, precies zoals ze dat altijd waren.” (WdI.45-1-7).

Dus het is als volgt: we proppen onze denkgeest vol met zinloze verbale gedachten, met als doel om de gedachten te verhullen die we met God denken. Onze ware gedachten hebben helemaal niets met grammatica te maken. Ze kunnen niet beschreven worden. Misschien komt “eeuwige Liefde” in de buurt, omdat dat is wat God en jij en ik zijn. Op verscheidene plaatsen in het tekstboek en werkboek nodigt Jezus ons uit om onze denkgeest weg te leiden van dit verbale gebabbel, al is het maar voor een moment, om in plaats daarvan de stilte te zoeken. Dat is een oefening in het leren concentreren op niets. Misschien ken je Patanjali’s achtvoudige Yoga-pad, waarin de training van de denkgeest een belangrijke plaats inneemt. In de Pratyahara oefening bijvoorbeeld leer je om je bewuste denkgeest en zintuigen los te koppelen van alle externe objecten. In de Dharana oefening daarna leer je om je te concentreren op één concept. Het stadium daarna, Dhyana, komt neer op onverstoorde meditatie en observatie van wat is. Je laat alle gehechtheid, alle controle en alle verdedigingsmechanismen los. De kroon op dit leerpad is de staat van Samadhi (letterlijk: bevrijding), of “het mediteren op niets”. In Samadhi is de denkgeest zich totaal bewust van het nu. Hij weet dat er niets anders is. De stroom van verbaal gebabbel is gestopt, en er is louter gewaarzijn van Zelf. Gewaarzijn van onze Identiteit als Zoon van God .

Dit is de vereiste voor het direct bereiken van God. Dit is overduidelijk niet eenvoudig. Bovendien is het niet de focus van Een cursus in wonderen. In het Handboek voor leraren lezen we dat “Er zijn er die God rechtstreeks hebben bereikt, doordat ze aan niet de geringste wereldse beperking vasthielden en zich hun eigen Identiteit volmaakt herinnerden. […] Soms kan een leraar van God een korte ervaring hebben van rechtstreekse vereniging met God. In deze wereld is het bijna onmogelijk dat dit van blijvende aard is. Het kan, misschien, na veel inzet en toewijding worden verkregen en dan een groot deel van de aardse tijd in stand worden gehouden. Maar dit komt zo zelden voor dat het niet als een realistisch doel kan worden beschouwd. Als het gebeurt, laat het zo zijn. Als het niet gebeurt, laat het eveneens zo zijn. Elke wereldse toestand moet wel illusoir zijn. Als God in een aanhoudende bewustzijnstoestand rechtstreeks werd bereikt, zou het lichaam niet lang in stand kunnen worden gehouden. […] Wanhoop dus niet vanwege beperkingen. Het is jouw functie om aan ze te ontkomen, maar niet om zonder ze te zijn.” (H.26.2-4)

Samenvattend kunnen we dus stellen dat het niet mogelijk is om God in aanhoudende bewustzijnstoestand te ervaren. Tegelijkertijd worden we wel uitgenodigd om onze denkgeest te leren om een staat van perfecte stilte te bereiken, ook al is het maar voor even. Een mooi voorbeeld hiervan vinden we in werkboekles 182, “Ik zal een ogenblik stil zijn en naar huis toe gaan“: “Wanneer je een ogenblik stil bent, wanneer de wereld van jou wijkt, wanneer ideeën zonder waarde ophouden waarde te hebben in je rusteloze denkgeest, dan zul je Zijn Stem horen. […] In dat ogenblik neemt Het jou naar Zijn huis en zul jij bij Hem blijven in volmaakte stilheid, sereen en in vrede, aan alle woorden voorbij.” (WdI.182.8:1;3). Hoe dit te doen wordt uitgelegd in werkboekles 189: “Doe eenvoudig dit: wees stil en leg alle gedachten terzijde over wat jij bent en wat God is, alle ideeën die je hebt geleerd ten aanzien van de wereld, alle beelden die je hebt van jezelf. Maak je denkgeest leeg van alles waarvan hij denkt dat het waar of onwaar, goed of slecht is, van iedere gedachte die hij waardevol acht en van alle ideeën waarvoor hij zich schaamt. Houd vast aan niets.  Breng geen enkele gedachte met je mee die het verleden je heeft geleerd, en geen enkele overtuiging die je vroeger ooit aan wat ook hebt ontleend. Vergeet deze wereld, vergeet deze cursus, en kom met volkomen lege handen tot jouw God.” (WdI.189.7) Dit is overigens tegelijk een rake beschrijving van Patanjali’s Yoga pad. Het klinkt eenvoudig genoeg, maar is het je ooit voor meer dan enkele seconden gelukt?

De volgende oefening kan een echte eye-opener zijn om je te realiseren hoe stevig de ketenen van het ego-gebabbel eigenlijk zijn. Zoek een lege kamer op waar je een poosje alleen met jezelf kunt zijn. Ga zitten op een stoel in een ontspannen maar alerte houding, rechtop. Leg je handen in je schoot, of losjes op je dijen. Sluit je ogen. Doe nu wat Jezus ons vraagt in les 189, in de alinea hierboven. Maak je denkgeest leeg. Houd vast aan niets. Word de stille observator. Ah, je merkte dat je een gedachte had! Je weet wat je te doen staat: voel je niet schuldig; ga gewoon terug naar de observator. Oeps, daar was weer een gedachte! Wat Jezus van ons vraagt lijkt op het eerste gezicht best eenvoudig, maar we merken dat het vrijwel onmogelijk lijkt om dit zelfs maar een minuut vol te houden. We lijken de hele tijd te denken! En toch is het mogelijk om gedurende langere tijd volledige stilte te ervaren.

In de zestiger jaren, de eerste jaren van het optekenen van de Cursus, reisde de Indiase leraar Maharishi Mahesh Yogi (1918-2008) de wereld rond; hij onderwees wat hij “Transcendente meditatie” (TM) noemde, zoals hem dat was geleerd door zijn goeroe Dev. Maharishi heeft dit aan vele duizenden mensen onderwezen, inclusief de Beatles. TM is een techniek om de stroom van verbale gedachten volledig stil te leggen, en zo de totale stilte te ervaren waarover we lezen in lessen 182 en 189, ook al is het maar tijdelijk. Deze techniek gebruikt de adem als vehikel voor de “focus op één concept”, zoals Patanjali het uitdrukte. Aangezien de adem min of meer automatisch gereguleerd wordt door het cerebellum, is dit een betrouwbaar fenomeen voor gerichte concentratietraining. Na een tijdje met volledige aandacht de adem gevolgd te hebben, bemerk je plotseling dat je een poosje volstrekt vrij van gedachten was. Dat wil zeggen, verbale gedachten. Je concentreerde je op niets. Dat is de stilte waar Jezus het over heeft, en dat kan een behoorlijk indrukwekkende ervaring zijn. Sommigen noemen het een openbaring. Daarom horen we John Lennon “Jai Guru Dev – aah” zingen in “Across the universe”. Natuurlijk is deze techniek niet door Goeroe Dev, noch door zijn leerling Maharishi uitgevonden. Deze techniek wordt in het Oosten al duizenden jaren beoefend. Ook Shamanistische rituelen staan bekend om het teweegbrengen van een trance die leidt tot min of meer dezelfde “concentratie op niets”, en dus eenzelfde ervaring. En er zijn nog vele andere vormen van meditatieve concentratie mogelijk. Het gaat niet om het unieke van de technieken; het gaat erom dat de meesten van ons zich niet bewust zijn van de enorme schatkist in onze denkgeest, die voor het grijpen ligt als we gedisciplineerd willen blijven oefenen.

“Een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk.” (VvT-In.2.5). Deze universele ervaring kan in zekere zin omschreven worden als het geluid van stilte, in het besef dat al het leven één is. Het is helemaal geen geluid. Het is directe communicatie met God, die Liefde is. In werkboekles 106, “Laat ik stil zijn en naar de waarheid luisteren”, lezen we: “Als je de stem van het ego terzijde schuift, hoe luid die ook schijnt te roepen; als je zijn onbeduidende gaven, die jou niets geven wat jij werkelijk wenst, niet aanneemt; als je luistert met een open denkgeest, die jou niet alvast verteld heeft wat verlossing is; dan zul je de machtige Stem van de waarheid horen, kalm in kracht, sterk in stilte en volkomen zeker in Zijn boodschappen. Luister, en hoor je Vader tot jou spreken via Zijn aangewezen Stem, die het misbaar van het betekenisloze doet verstommen en aan hen die niet kunnen zien de weg naar vrede wijst. Wees stil vandaag en luister naar de waarheid.” (WdI.106:1,2) Nogmaals, hoewel het niet de primaire focus van het leerplan van de Cursus is om deze staat in een aanhoudende bewustzijnstoestand te blijven ervaren (omdat je dan geen reden meer zou hebben om nog in de wereld te zijn), is het wel nuttig als training van je denkgeest, om je steeds wat sneller gewaar te worden van de aanwezigheid van een veel betere leraar dan die van het verbale gebabbel. Als je het beoefenen van deze momenten van volledige stilte gebruikt om je steeds sneller bewust te worden van de “betere manier”, dan mag je er zeker van zijn dat je jezelf een enorm tijdinterval aan ego-ellende bespaart. Veel inspiratie met oefenen gewenst!

— Jan-Willem van Aalst, december 2016 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2016/12/03/the-sound-of-silence/ )