Wakker worden in een droomwereld

In onze nachtelijke dromen kunnen de gekste dingen gebeuren. En terwijl we slapen twijfelen we niet aan de realiteit ervan. Scènes kunnen zomaar van hot naar her springen; mensen en vreemde wezens kunnen zomaar uit het niets verschijnen; en gebeurtenissen lijken ons ongevraagd te overkomen. We kunnen onszelf ervaren als de held van de droom, of als het onschuldige slachtoffer dat wordt opgejaagd of gemanipuleerd, buiten onze eigen macht om. In sommige dromen zijn wij zelf de manipulator of zelfs de moordenaar. Het doel van dit alles, zo doen psychologen ons geloven, is om onderdrukte emoties en wensen uit te leven (of te verwerken) die we in ons onbewuste hebben weggestopt.

Wanneer we ’s ochtends wakker worden, kunnen we soms wel, soms niet nog iets herinneren van wat we die nacht hadden gedroomd. Maar over wat wij ons ervan herinneren, of het nu prettig of angstig was, vertellen we onszelf dat het slechts een droom was, die niets van doen heeft met de werkelijkheid. We glimlachen over de vele onmogelijke gebeurtenissen die ogenschijnlijk plaats vonden. Andersom twijfelen we geen seconde aan de realiteit van de wereld waartoe we zojuist – gelukkig! – waren ontwaakt. We zijn blij onszelf weer veilig in onze slaapkamer te ervaren, en we maken ons klaar voor een nieuwe dag in de wereld van tijd en ruimte die we ons leven noemen.

Eén van de meest verbijsterende verrassingen die Een cursus in wonderen als spiritueel leerplan zijn lezers biedt, is de notie dat wat wij “de realiteit” noemen, in werkelijkheid niets méér is dan een andere vorm van dromen. Zoals we lezen in Hoofdstuk 18 van het Tekstboek: “…Waartoe jij lijkt te ontwaken is niets dan een andere vorm van diezelfde wereld die je ziet in je [nachtelijke] droom. Al jouw tijd wordt doorgebracht met dromen. Je slaapdromen en je waakdromen hebben verschillende vormen, meer niet. Hun inhoud is dezelfde” (T18.II.5:11-14). En zo concludeert Jezus in zijn Werkboek: “Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen” (Wd1.132.6:2).

Mensen met een achtergrond in de kwantumfysica kunnen zich misschien nog wel wat voorstellen bij dit duizelingwekkende idee dat “al je tijd wordt doorgebracht met dromen”, aangezien ook zij tot de conclusie komen dat tijd en ruimte uiteindelijk onwerkelijk zijn. Maar voor de overgrote meerderheid is dit concept heel moeilijk te vatten, laat staan aanvaarden. Als de wereld waarin ik werk, eet, slaap en leef slechts een doom is, waarom zou ik er dan in ’s hemelsnaam voor kiezen om daarin te vertoeven; en hoe zou ik daar uit kunnen ontwaken? En waar ontwaak ik dan toe? In Een cursus in wonderen legt Jezus ons uit dat wij deze materiële droomwereld doelbewust kozen en nog steeds kiezen, omdat wij de God van ons eigen universum willen zijn: “Dromen zijn de woede-uitbarstingen van de waarneming, waarin je letterlijk schreeuwt: ‘Ik wil het zó!’ 2En zo lijkt het dan te gaan. […] Dromen laten jou zien dat je de macht hebt een wereld te maken zoals jij die graag wilt, en dat je die ziet omdat je die verlangt. En terwijl je die ziet twijfel je er niet aan dat ze werkelijk is. […] Ze vormen jouw protest tegen de werkelijkheid, en jouw waanzinnige idee-fixe dat je die kunt veranderen” (T18.II.4:1-2;5:1-2;5:15).

Eén van de belangrijke leerdoelen van Een cursus in wonderen is dat wij ons volledig gewaar worden – mild en langzaam – van onze onbewuste innerlijke drijfveer om onszelf in deze nachtmerrie te houden omdat we nog steeds menen de troon van onze Schepper te bezetten, en zelf God in onze eigen kleine wereld te zijn. Dat is de fundamentele aard van de gedachte die we ‘ego’ noemen. Het is de bronoorzaak van de Oerknal, die de wereld van tijd en ruimte letterlijk in gang zette. En net zoals we uitstekend in staat zijn om uit onze nachtelijke dromen te ontwaken, zo ook zijn wij in staat om uit deze droomwereld van tijd en ruimte te ontwaken: “Jij bent thuis in God en droomt van ballingschap, maar bent volmaakt in staat te ontwaken tot de werkelijkheid. [Maar] Is het jouw beslissing dat te doen?” (T10.I.2:1-2). Als oppepper voegt Jezus er aan toe: “Jij zult je alles herinneren op het ogenblik dat je het totaal verlangt, want als totaal verlangen scheppen is, zul je de afscheiding hebben weg-gewenst, en je denkgeest tegelijkertijd aan je Schepper en je scheppingen hebben teruggegeven. Nu je Hen kent zul je niet langer de wens koesteren te slapen, maar alleen het verlangen hebben ontwaakt en blij te zijn. Dromen zijn dan onmogelijk, omdat jij louter de waarheid zult willen, en doordat die eindelijk jouw wil is, zal ze jouw deel zijn” (T10.I.4).

Jezus verzekert zijn studenten herhaaldelijk dat zijn Leerplan eenvoudig is; althans, zijn principes zijn dat: “Er is helemaal niets gebeurd behalve dat jij jezelf in slaap hebt gebracht, en een droom hebt gedroomd waarin jij voor jezelf een vreemde was, en slechts een deel van iemand anders’ droom. Het wonder doet je niet ontwaken, maar laat jou alleen zien wie de dromer is. […] Het wonder stelt vast dat je een droom droomt waarvan de inhoud niet waar is. Dit is een cruciale stap in het omgaan met illusies. Niemand is er bang voor wanneer hij ziet dat hij ze zelf verzonnen heeft” (T28.II.4:1-2; 7:1-3). En in Hoofdstuk 27: “Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet” (T27.VIII.10:1). In zekere zin bestaat het gehele leerplan van Een cursus in wonderen uit motivatietraining om de droomwereld van tijd en ruimte achter je te laten, en in plaats daarvan de werkelijke wereld van zuivere waarneming te omarmen: volledig vergeven, vrij van enige vorm van veroordeling.

Maar bij deze aanpak hoort ook de noodzaak om onversaagd de enorme weerstand aan te kijken die een dergelijke complete ommezwaai van onze waarden en overtuigingen met zich meebrengt. In zijn Cursus zal Jezus zijn studenten nooit dwingen iets te denken of doen, want hoe zou de Stem namens Liefde iets van aanval of dwang kunnen kennen? En hoewel Jezus wel degelijk zijn studenten aanspoort om alles in hun materiële lichaamsgerichte kaartenhuis te heroverwegen, bespreekt hij ook in alle eerlijkheid de weerstand die we onvermijdelijk voelen tegen het aanvaarden van de werkelijke wereld. Mocht jij misschien denken dat jij dergelijke weerstand helemaal niet hebt (“want laten we eerlijk zijn, die belofte van blijvende innerlijke vrede, vreugde en liefde is toch precies wat ik wil?”) dan komt dat omdat je die ervaringen als individu wilt – met andere woorden, je wilt dat God jou als individuele persoonlijkheid aanvaardt. Helaas voor het ego: het aanvaarden van de werkelijke wereld (de poort naar Eenheid) en het instandhouden van het ego (de keuze voor afscheiding van Eenheid) kan niet allebei.

Jij en ik hoeven niet benauwd te zijn dat we ruw uit onze “waakdroom” zullen worden gewekt en in één keer zullen “…worden opgetild en de werkelijkheid in geslingerd” (T16.VI.8:1) als de Ene Zoon van God. We zullen pas ontwaken uit deze materiële droomwereld zodra we dat ontwaken volledig vrij van angst kunnen aanvaarden. Het volgen van de Innerlijke Stem namens Liefde (de Heilige Geest of Jezus, vaak merkbaar als liefdevolle intuïtieve impulsen in je onderbuik) kunnen enorm behulpzaam zijn om elke dag een stuk milder te laten verlopen, hoe vaak we ook lijken te struikelen. Met name de vijfde werkboek herhalingsreeks (na les 170) kan hierin behulpzaam zijn: “We beseffen dat we ons aan het voorbereiden zijn op een nieuwe fase in ons begrip. […] Onze schreden zijn niet altijd even vast geweest, en twijfels hebben ervoor gezorgd dat we onzeker en langzaam de weg gingen die deze cursus uiteenzet. Maar nu spoeden we ons voort, want we naderen een grotere zekerheid, een bestendiger doel en een zekerder bestemming (Wd1.H5.In.1:3-6). Jezus schenkt ons daarop het volgende lieflijke gebed:

“Sterk onze voeten, Vader. Laat onze twijfels bedaren en onze heilige denkgeest stil zijn, en spreek tot ons. We hebben geen woorden om aan U te geven. We willen slechts naar Uw Woord luisteren en het ons eigen maken. Leid onze oefening, zoals een vader een klein kind langs een weg leidt die het niet begrijpt. Toch volgt het, zeker dat het veilig is, omdat zijn vader het de weg wijst. Zo brengen we onze oefening bij U. En als we struikelen, helpt U ons overeind. Als we de weg vergeten, rekenen we op Uw onfeilbare herinnering. We dwalen af, maar U zult niet vergeten ons terug te roepen. Versnel onze voetstap nu, opdat we zekerder en sneller tot U kunnen gaan. En we aanvaarden het Woord dat U ons biedt om ons oefenen tot één geheel te maken, wanneer we de gedachten herhalen die U ons gegeven hebt.” (Wd1.H5:In:2-3).

— Jan-Willem van Aalst

Een gedachte over “Wakker worden in een droomwereld”

  1. Dank je wel Jan Willem voor dit mooie bericht.
    Precies wat ik,nodig heb vandaag 😊

    Mooi weekend, Hartegroet Elly

    Verstuurd vanaf mijn iPad

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s