Elke dag duizend kadootjes

Zolang we nog in de tijd-ruimte wereld van het ego vertoeven, geven we in essentie alleen maar om wat we zelf hebben of zouden kunnen krijgen. Natuurlijk ben ik best bereid om af en toe liefdadig aan anderen te schenken, maar alleen als ik zeker weet dat ik zelf niets tekort kom. Iedereen in deze wereld onderschrijft de wetten van de chaos zoals Een cursus in wonderen die beschrijft (T-23.II), in dit geval de vierde (schijn)wet: “je hebt wat je genomen hebt” (T-23.II.9:3). Als ik iets van je krijg, heb jij het niet meer. Als ik iets aan je geef, heb ik het niet meer. Dat is in elk geval wat waarneming ons vertelt. In deze dynamiek is schuldgevoel over het aanvaarden van iemands geschenk nooit ver weg, want onbewust menen we dat wij met het aanvaarden van een geschenk de ander van bezit ontdoen, of eigenlijk van waarde ontdoen.

Echter, in de wereld van het denken, waar Een cursus in wonderen steeds over gaat, werkt dit alles heel anders. In zijn leerplan leert Jezus ons dat geven en ontvangen exact hetzelfde zijn, althans in de wereld van het denken. Als ik een idee met iemand deel, versterk ik dat idee in de ander én in mezelf. Als iemand mij ergens van overtuigt, wordt dat idee in mij versterkt én in de ander. Daarom kun je gerust stellen dat denken gelijkstaat aan scheppen. Niet op materieel niveau, maar zeker in de denkgeest, en dat is waar innerlijke vrede ten diepste over gaat: het kiezen van welke gedachten we in onze denkgeest willen ontvangen en omarmen. Daarbij benadrukt Jezus steeds dat er maar twee soorten gedachten zijn: die vanuit het ego, ofwel die vanuit de Heilige Geest. Er is geen tussenweg, er is een half-om-half mix. Elke seconde maken we deze ene keuze.

Alles wat mensen dus op een dag tegen mij zeggen, ja zelfs elke interactie die ik op een dag met iemand aanga, kan ik dus beschouwen als geschenken van de ander, waarvan alleen ikzelf besluit hoe ik die interpreteer, of, anders gezegd, hoe ik die ontvang. Hoe mooi is het dan om te lezen in werkboekles 315: “Elke dag komen er met elk ogenblik dat verstrijkt duizend schatten tot mij. Ik word heel de dag gezegend met geschenken die in waarde alles wat ik me kan voorstellen verre overtreffen. Een broeder glimlacht naar een ander en mijn hart wordt verblijd. Iemand spreekt een woord van goedheid of dank en mijn denkgeest ontvangt dit geschenk en maakt het tot de zijne.” (Wd2.315.1:1-4). Ik krijg dus elke dag duizend kadootjes! Maar dat is niet bepaald hoe het voelt. Mensen leven immers goeddeels vanuit hun ego. Hoe zit dat dan?

Zoals gezegd ligt de sleutel in welke gids voor betekenisgeving wij besluiten te kiezen wanneer iets onze kant op komt, en er bestaan slechts twee gidsen: de stem van het ego (namens afscheiding) en de stem van de Heilige Geest (namens Liefde). En natuurlijk spoort Jezus ons aan om vaker te kiezen voor de Stem namens Liefde. Daarom lezen we in hoofdstuk 29 van het Tekstboek: “Er is geen ander geschenk dat de Vader van jou vraagt dan dat jij in heel de schepping louter de stralende heerlijkheid ziet van Zijn geschenk aan jou. Zie Zijn Zoon, Zijn volmaakt geschenk, in wie zijn Vader voor eeuwig straalt, en aan wie heel de schepping als de zijne is gegeven.” (T29.V.5:1-2). Dus ongeacht wat er qua visuele perceptie ook gebeurt, krijg ik elke dag duizend kadootjes omdat ik duizend situaties tegenkom waarin ik kan kiezen om niet langer het ego als gids te nemen, maar eindelijk voor de Stem namens Liefde te kiezen, die mijn diepste wil weerspiegelt, omdat het de Wil van mijn Schepper is, waarmee wij één zijn.

Het is hierin echter wel belangrijk om te kijken naar de weerstand die het ego hierbij oproept. Immers, telkens als ik voor liefde kies, ontneem ik het ego – en dus mijn eigen individualiteit – een beetje kracht. En dat is voor het ego, voor onze eigen afgescheiden persoonlijkheid, uiterst bedreigend. Dat is waar alle spirituele zelf-sabotage vandaan komt: om mezelf in stand te houden moet ik veroordeling in stand houden. Daarom vervolgt Jezus de genoemde werkboekles 315 direct met les 316, waarin hij ons aanspoort om als volgt te denken: “Zoals elk geschenk dat mijn broeders geven van mij is, zo behoort ieder geschenk dat ik geef mij toe. Elk laat een vroegere vergissing verdwijnen, zonder een schaduw achter te laten op de heilige denkgeest die mijn Vader liefheeft. […] Mijn schatkamer is vol, en engelen bewaken haar open deuren, opdat geen enkel geschenk verloren gaat en er alleen meer worden bijgevoegd.” (Wd2.316.1:1-4).

De “schatkamer” is onze juist-gerichte denkgeest, waarin we Gods geschenken vinden. Bij alles wat we in de materiële wereld zoeken zeggen we eigenlijk dat Gods geschenken niet genoeg voor ons zijn – we denken op onszelf iets beters te kunnen vinden. Als Cursusstudenten herkennen we natuurlijk de zottigheid van dat “nietig, dwaas idee” (T27-VIII.6:3). Hier hoeven we ons beslist niet schuldig over te voelen (want dat zou het ego alleen maar versterken), maar Jezus vraagt wel van ons dat we oordeelloos kijken naar wat we denken en doen, en waarom. Hij nodigt ons uit om onze aandacht niet langer te richten op de speeltjes in de wereld, maar op de ware schatkamer, in onze denkgeest. In het Tekstboek lezen we dan ook: “God is jouw erfgoed, want Zijn enig geschenk is Hijzelf. Hoe kun jij anders geven dan zoals Hij, wil je Zijn geschenk aan jou kennen? Geef dan zonder beperking en zonder einde, om te leren hoeveel Hij jou gegeven heeft. Je vermogen om Hem te aanvaarden hangt af van je bereidwilligheid om te geven zoals Hij geeft.” (T11.I:7:1-5).

Zodra we dit eenmaal helder zien en dit van dag tot dag, van moment tot moment gaan beoefenen, en we de innerlijke vrede die daar onvermijdelijk uit volgt gaan ervaren, kunnen we in dankbaarheid als volgt bidden: “Ik dank U, Vader, voor de vele geschenken die vandaag en iedere dag van elke Zoon van God tot me komen. Mijn broeders zijn grenzeloos in al hun geschenken aan mij. Nu kan ik hen mijn erkentelijkheid betuigen, opdat mijn dankbaarheid aan hen mij mag leiden tot mijn Schepper en de herinnering aan Hem.” (Wd2.315.2). In de “De Geschenken van God”, de laatste boodschap die Helen heeft opgetekend van Jezus (1978), herhaalt Jezus dit nog eens op poëtische wijze: “Vader, wij danken U voor deze geschenken die we samen [d.w.z., ik en mijn broeder] gevonden hebben. Hierin zijn wij verlost. Want hierin zijn wij verbonden, en vanuit deze plek van heilige verbintenis zullen we tot U komen, omdat wij de geschenken herkennen die U geeft, en omdat wij niets anders verlangen.” (The Gifts of God, mijn vertaling van p.119).

Dit betekent natuurlijk niet dat je al je materiële bezit de komende tijd gaat weggeven, of overmatig gaat uitsloven voor anderen, omdat je denkt dat het de Schepper zal behagen dat je lief bent voor je broeders. Vergeet nooit dat Een cursus in wonderen altijd louter over de denkgeest gaat. Waar ik voorheen altijd wel een ‘rood lichtje’ in iemand anders zag, puur om mijn eigen unieke speciaalheid in stand te kunnen houden, word ik nu uitgenodigd om in iedereen het ‘witte lichtje’ te zien, dat onze gedeelde essentie als Zonen van God weerspiegelt. Dan nog kan de Heilige Geest mij in specifieke situaties best adviseren om liefdevol “nee” te zeggen op een verzoek om iets te geven of te doen. Maar dat doe ik dan zonder enige veroordeling, geleid door de Stem namens Liefde. En dat is het pad naar ware blijvende innerlijke vrede. Probeer dus vandaag de duizend kadootjes te zien die je worden aangeboden, mits je bereid bent te luisteren naar de impuls van de Heilige Geest!

— Jan-Willem van Aalst, juli 2021

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s