Het verleden in het nu

Wetenschappers schatten dat we elke dag gemiddeld zo’n 60.000 tot 80.000 gedachten hebben, afhankelijk van hoe actief (of gestresst) de denkgeest is. “Ja, en?” zul je zeggen. Wel, het verontrustende daaraan is dat meer dan 95% van die gedachten over het verleden of de toekomst blijken te gaan. Ga zelf maar eens na hoe vaak je denkt aan dingen die in het verleden niet goed gingen (of juist heel erg goed), en hoe vaak je je zorgen maakt over hoe je grip op je toekomst kunt behouden. Als je een gemiddelde dag overziet, zitten we met onze gedachten slechts zelden in het hier en nu.

Vaak wordt daar tegen ingebracht dat het verleden waardevol is om van te leren, zodat we in de toekomst betere keuzes kunnen maken: ‘Denken aan verleden en toekomst is toch zinnig, zelfs noodzakelijk, voor de kwaliteit van ons leven?’ Zolang we nog denken dat “ons leven” betekent: “dit ene materiële leven in dit fysieke lichaam” lijkt dat alleszins redelijk. Maar in Een cursus in wonderen legt Jezus ons uit dat onze voortdurende focus op verleden en heden uitsluitend tot doel heeft om de afgescheidenheid van eenheid, van ons ware Zelf buiten tijd en ruimte, in stand te kunnen houden, en dat dit bovendien bepaald geen ingrediënt is voor een gelukkig leven in deze ‘waakdroom’ (T18.II.5) van tijd en ruimte.

Het is tamelijk onthutsend om in Een cursus in wonderen te lezen dat wij met z’n allen er alles aan doen om het bewustzijn van het nu te vermijden. Waarom is dat? Als ‘gezonde’ ego’s hechten we ons nog allemaal intiem aan ons lichaam en onze persoonlijkheid; we menen werkelijk dat dat alles is wat we hebben en zijn. Het ego heeft geen weet van eeuwigheid – wie kan zich daar iets bij voorstellen? – maar beseft ergens wel dat de denkgeest in theorie in staat is om een andere keuze te maken dan het ego. Het ego ‘bestaat’ slechts zolang we er in geloven. Om ervoor te zorgen dat de denkgeest nooit aan dat fundamentele keuzemoment toekomt, schotelt het ons voortdurend afleidingen voor. En hoe zou dat beter kunnen door voortdurend aandacht te vragen voor het verleden en de toekomst?

De gerichtheid op verleden en toekomst gaat altijd over het kunnen blijven oordelen, of preciezer: veroordelen. De Cursus onthult ons dat onze dagen onbewust gedreven worden door het verschrikkelijke schuldgevoel over onze oorspronkelijke keuze (aan het begin van de tijd) om ons af te scheiden van onze Schepper, in de overtuiging dat individuele autonomie te prefereren is. Maar aangezien we zeker weten dat ons leven eindig is, loert in de krochten van onze denkgeest altijd de angst dat onze gerechtvaardigde straf voor die ‘oerzonde’ onvermijdelijk zal komen. Daarom gebruiken we onze oordelen over het verleden om voortdurend te ‘bewijzen’ dat al het kwaad buiten ons gebeurt, en dat wij zelf onschuldig zijn en dus niet gestraft hoeven te worden.

Kortom, onze tienduizenden dagelijkse gedachten over het verleden en toekomst dienen deze doelen: (a) onze verantwoordelijkheid voor de keuze voor de afscheiding van ons afschuiven door in het verleden ‘bewijs’ te verzamelen voor alle slechtheid buiten ons, zodat wij onszelf onschuldig kunnen wanen, en (b) onze herinnering aan God buiten de deur houden door ons steeds af te leiden met zorgen over de kwaliteit van onze toekomst, tegen beter weten in omdat we beseffen dat we uiteindelijk toch aan het kortste eind trekken. Kenneth Wapnick vat het mooi samen door te stellen dat wij allemaal lijden aan paranoïde schizofrenie: we beelden ons dingen in die er in werkelijkheid niet zijn en maken onszelf tot controlefreaks daarover, door steeds bezig te zijn met het instandhouden van de illusie van een individueel bestaan, volstrekt los van onze ‘vergeten’ realiteit buiten tijd en ruimte.

In het werkboek vat Jezus dat als volgt samen, sprekend in de eerste persoon voor de aard van onze eigen gedachten: “Ik zie alleen mijn eigen gedachten, en mijn denkgeest is voortdurend bezig met het verleden. […] Wanneer ik om me heen kijk, veroordeel ik de wereld waarnaar ik kijk. Ik noem dit zien. Ik reken alles en iedereen het verleden aan, en maak ze tot mijn vijand.” (Wd1.52:3:1;2:1-3). In dezelfde les concludeert Jezus vervolgens namens de keuzemaker in onze denkgeest: “Als ik niets zie zoals het nu is, kan inderdaad gezegd worden dat ik niets zie. Ik kan alleen zien wat nu is. De keuze is niet het verleden of het heden zien, de keuze is slechts: zien of niet zien. Wat ik verkoos te zien, heeft me mijn visie gekost.” (Wd1.52.4).

Zoals schrijvers als Eckhart Tolle benadrukken, bestaan verleden en toekomst in feite helemaal niet – behalve in de denkgeest nu. We kunnen wat dan ook over verleden en toekomst alleen nu inbeelden en ‘herleven’/’inbeelden’. En dat herleven en inbeelden is nooit volledig objectief; al onze gedachten zijn in feite een interpretatie van wat we verkiezen te waarnemen. Sterker, één van de basisprincipes in de Cursus is: “Projectie maakt perceptie”. We zien uitsluitend wat we al hebben besloten te willen zien, hoe onbewust ook. Als je een bepaald automerk wilt kopen, zie je ineens overal dat automerk rijden. Als je vroeger bent mishandeld, dan is de kans groot dat je dat vaak in je omgeving ziet. Alles, nogmaals, met het doel om (a) de verantwoordelijkheid voor het kiezen van de afscheiding bij een ander neer te leggen, en (b) om onszelf zodanig af te leiden dat we nooit het keuzemoment zullen bereiken dat we beseffen dat we het ego niet willen, en ook helemaal niet nodig hebben om er te zijn. Inderdaad paranoïde schizofrenie.

Het mooie van Een cursus in wonderen is dat Jezus ons niet alleen haarfijn uitlegt waarom we kiezen om 95% van de tijd met verleden, toekomst en veroordeling bezig te zijn, maar ons ook een uitweg biedt uit deze ingebeelde droomwereld (eigenlijk: hel) van tijd en ruimte. Niet door ontkenning; niet door ascetisme; niet door zelfmoord; maar simpelweg door boven het slagveld zonder oordeel te kijken naar hoe en waarom we ons denken sturen zoals we doen. Zodra je vanuit een ‘zijnsoriëntatie’ samen met Jezus naar de ego-dynamiek kunt kijken, dan doorzie je dit materiële leven in je fysieke lijf als het toneelspel dat het is; niet om schamper om te lachen, maar om kalm van te leren hoe we in het hier en nu onze ware Identiteit als Ene Zoon van God weer kunnen aanvaarden.

Jezus vat dit mooi samen in werkboeklessen 289 en 290, wederom sprekend als de keuzemaker in onze eigen denkgeest: “Als in mijn denkgeest het verleden niet voorbij is, moet de werkelijke wereld wel aan mijn zicht ontgaan. Want ik kijk werkelijk nergens naar, en zie slechts wat er niet is. Hoe kan ik dan de wereld waarnemen die vergeving me biedt? Om die te verbergen werd het verleden gemaakt, want dit is de wereld die alleen in het nu kan worden gezien. Ze heeft geen verleden. Want wat anders dan het verleden kan vergeven worden, en als het vergeven is, is het voorbij. […] Wat ik waarneem zonder Gods eigen Correctie van het zicht dat ik heb gemaakt, is angstaanjagend en pijnlijk om aan te zien. Maar ik wil niet toestaan dat mijn denkgeest nog een ogenblik langer wordt misleid door het geloof dat de droom die ik gemaakt heb werkelijk is.” (Wd2.289.1;290.1:4-5).

Deze boodschap betekent natuurlijk niet dat we nooit meer aan verleden en toekomst zouden mogen denken. Ze betekent wél dat we aan deze gedachten een volstrekt ander doel toekennen: niet meer om de illusoire afgescheidenheid van ons Zelf in stand te kunnen blijven houden, maar om stap voor stap te leren, als een gelukkige leerling, dat er niets bestaat om angst voor te hebben (T29.I.1:1). Want jij en ik zijn in essentie niet een lichaam; jij en ik zijn geest, buiten tijd en ruimte, nu al veilig Thuis in het Hart van God onze Schepper. Zolang jij en ik ons nog met ons lichaam identificeren kunnen we er nu voor kiezen om onze gedachten te laten leiden door de Stem namens Liefde.

Het ego wordt dan uiteraard bang en waarschuwt voor rampspoed, maar in plaats van de voorspelde rampspoed merk je tot je verbazing dat je dagen een stuk vrediger worden. Probeer het maar eens! Niet door hardnekkig te proberen nooit meer aan verleden of toekomst te denken – dat zou erg onpraktisch zijn – maar jezelf wat vaker af te vragen: “Naar wie luister ik nu? Voel ik veroordeling of vrede? Wat zou liefde eigenlijk doen?” – en dan te wachten op de liefdevolle impuls die zich ergens in je lijf voelbaar zal maken (of zelfs als stem in je hoofd; de vorm maakt niet uit). Door zo je aandacht naar het nu te brengen wordt het verleden de lesruimte waar ze feitelijk voor is bedoeld: inzien dat alle ervaren tijd niet een zonde is, maar simpelweg een vergissing, die bovendien eenvoudig te corrigeren is zodra we daarvoor kiezen. En met de keuze voor het nu opent stap voor stap de Hemel zich in je gewaarzijn.

— Jan-Willem van Aalst, juni 2021

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s