Ik weet het beter!

Eén van Frank Sinatra’s bekendste nummers is ongetwijfeld “My way”, een single uit 1969 met tekst van Paul Anka op een melodie van Jacques Revaux en Claude François. Dit nummer stond maar liefst 75 achtereenvolgende weken in de Engelse Top-40, nog steeds een record. Je zou dit nummer het ultieme ego-lied kunnen noemen, in elk geval vanuit het oogpunt van Een cursus in wonderen. Het ego wijst God immers voortdurend af, omdat het meent alles altijd beter te weten. Wikipedia meldt trouwens dat Frank Sinatra dit lied eigenlijk verafschuwde, omdat hij vreesde dat het publiek dit als grootheidswaan zou beschouwen, iets wat hij in het algemeen sterk afkeurde. Niettemin is de duidelijke verheerlijking van het ego ongetwijfeld één van de hoofdredenen van het succes van deze hit. Het gaat over het geloven in je eigen kracht, in de overtuiging dat dat zal leiden tot vervulling in het leven. Maar is dat ook zo?

In Een cursus in wonderen gaat werkboekles 47 op precies die overtuiging in: “Als jij op je eigen kracht vertrouwt, heb je alle reden om ongerust, bezorgd en bang te zijn. Wat kun jij voorspellen of beheersen? Wat is er in jou waarop jij rekenen kunt? Wat kan jou het vermogen verschaffen je van alle facetten van een probleem bewust te zijn en ze zo op te lossen dat er alleen iets goeds van komen kan? Wat is er in jou dat jou de juiste oplossing als zodanig doet herkennen en jou de garantie geeft dat die zal worden bereikt?” (Wd1.47.1). Als je daar wat langer over nadenkt, dan is de vraag stellen ‘m beantwoorden, zoals Jezus ook direct vervolgt: “Vanuit jezelf kun je niets van dit alles. Geloven dat je dit wel kunt, is je vertrouwen schenken waar vertrouwen ongegrond is, en angst, verontrusting, depressiviteit, kwaadheid en verdriet rechtvaardigen. Wie kan zijn vertrouwen stellen in zwakheid en zich veilig voelen?” (Wd1.47.2:1-3).

Het probleem is dat wij aannemen dat wij überhaupt in staat zijn om ook maar iets te beoordelen. Dit begon allemaal met het oorspronkelijke oordeel van de Zoon van God dat hij heel goed los van Zijn Bron en Schepper zou kunnen bestaan, wat in feite de denkbeeldige afwijzing van de Liefde is die de Zoon zowel heeft als is. Hiermee begon de illusoire droom (nou ja, nachtmerrie eigenlijk) van tijd en ruimte, die uitsluitend in stand wordt gehouden door voortdurend te veroordelen. Alle gedachten die niet louter liefde zijn, komen neer op afwijzing en veroordeling. Daarom maakt Een cursus in wonderen ons duidelijk dat de denkgeest, ondanks zijn schijnbare ingewikkeldheid, altijd slechts “kiest uit twee stemmen” (VvT-1.7): ofwel de stem van het ego, die over afscheiding en individualiteit schreeuwt, ofwel de Heilige Geest, de Stem namens Liefde, die ons zachtjes uitnodigt om ons Erfgoed als Liefde en Eenheid wederom te aanvaarden. “Het ego analyseert, de Heilige Geest accepteert.” (T11.V.13:1). Kortom, de Cursus onderwijst ons dat ‘te denken het beter te weten’ juist niet zal leiden tot geluk en vervulling.

In het Handboek voor Leraren lezen we in hoofdstuk 10 iets soortgelijks: “Het is noodzakelijk dat de leraar van God beseft, niet dat hij niet mag oordelen, maar dat hij dat niet kán. […] Wat ons leerplan beoogt, in tegenstelling tot het doel van al het leren in de wereld, is het inzicht dat oordelen in de gebruikelijke zin onmogelijk is. […] Om iets correct te beoordelen, moet men zich ten volle bewust zijn van een onvoorstelbaar breed scala van zaken: uit verleden, heden en toekomst. Men zou van tevoren alle gevolgen van zijn oordeel moeten overzien ten aanzien van alles en iedereen daarbij op een of andere manier betrokken. En men zou er zeker van moeten zijn dat zijn waarneming niet vervormd is, zodat zijn oordeel volkomen rechtvaardig kan zijn tegenover ieder op wie dat nu en in de toekomst rust. Wie is in de positie dat te doen?” (H10.2:1;3:1,3-6). Het antwoord is overduidelijk: helemaal niemand.

Je zou hier natuurlijk tegenin kunnen brengen dat het onmogelijk is om in deze wereld van tijd en ruimte te leven zonder te oordelen. Niet alleen zou je de spreekwoordelijke voetveeg worden, maar je zou waarschijnlijk zelfs niet erg lang overleven. Met andere woorden, het opgeven van de ego-dynamiek zonder een alternatieve gids zou volstrekt hopeloos zijn. Gelukkig hebben we allemaal de keuze om een andere stem dan het ego te horen, dat wil zeggen de Heilige Geest, de Stem namens Liefde. Dat is in het algemeen niet een hoorbare stem. De Heilige Geest meldt zich meestal als een vredig gevoel, vanuit intuïtie, of wat ook wel genoemd wordt “Innerlijke Leraar”, of “Grote Geest”. Het goede nieuws is dat die Stem er altijd is, zodra we de keuze maken om even niet naar het ego-gebabbel te luisteren, en ons op de stilte richten die daar onder ligt. Zoals Jezus in hoofdstukken 12 en 28 zegt, in een combi-citaat dat Ken Wapnick vaak gebruikte: “Neem nu ontslag als je eigen leraar […] want je werd slecht onderwezen.” (T12.V.8:3; T28.I.7:1).

In hoofdstuk 27 van het Tekstboek vat Jezus dit als volgt samen: “Het geheim van verlossing is slechts dit: dat jij dit [d.w.z., al je ellende] jezelf aandoet.” (T27.VIII.10:1). Nogmaals, zonder een veel beter alternatief zou dit alleen maar tot depressie leiden. Daarom legt Jezus ons uit in werkboek 47: “God is je veiligheid in elke omstandigheid. Zijn Stem [d.w.z., de Heilige Geest] spreekt namens Hem in alle situaties en in elk aspect van alle situaties, en zegt je precies wat jou te doen staat om een beroep te doen op Zijn bescherming en Zijn kracht. Er zijn geen uitzonderingen, want God kent geen uitzonderingen.” (Wd1.47.3:1-3). En ook in het slothoofdstuk van het Tekstboek: “Je kiest altijd tussen jouw zwakheid en de kracht van Christus in jou. En wat je kiest is wat je voor werkelijk houdt. Door zwakheid eenvoudig nooit als leidraad voor je handelingen te gebruiken, heb je haar geen kracht gegeven. En het licht van Christus in jou heeft de leiding gekregen over alles wat jij doet.” (T31.VIII.2:3-6).

Een cursus in wonderen is een leerplan in het trainen van je denkgeest. Dus zodra je weer merkt dat je denkt “Ik weet het beter!”, zou je steeds wat sneller direct moeten beseffen dat dat alleen maar zal leiden tot teleurstelling, eenzaamheid en angst. In plaats daarvan zouden we juist de moed moeten vinden om een stapje terug te doen, te “vergeten wat we menen nodig te hebben” (LvG1.1.4:1) en de hulp van de Heilige Geest te vragen bij het loslaten van al onze oordelen (d.w.z. veroordelingen). Zoals Jezus ooit tegen Helen zei: “Je kunt niet vragen ‘Wat zal ik hem [d.w.z, een specifiek iemand] zeggen?’ en Gods antwoord horen. Vraag liever in plaats daarvan: ‘Help mij om mijn broeder te zien door de ogen van waarheid en niet die van veroordeling’, en God en al Zijn Engelen zullen jouw roep beantwoorden” (uit: Een leven geen geluk). Maak er een gewoonte van om uitsluitend dit te vragen. Wacht op de vredige intuïtieve impuls van de Heilige Geest. Vervolgens zul je automatisch het meest liefdevolle doen: “Als ze [deze impuls] waarachtig wordt benut, zal ze onvermijdelijk worden uitgedrukt op de manier die de ontvanger het meest zal helpen” (T2.IV.5:2). En hoewel het ego direct bezwaar zal maken, en ons waarschuwen dat dit ‘loslaten’ onvermijdelijk tot chaos zal leiden, zul je naderhand tot je verbazing bemerken dat de situatie inderdaad het beste uitpakte voor alle betrokkenen.

Een vaak gehoord bezwaar hierbij is dat dit allemaal wel erg leuk klinkt, maar dat het bijzonder moeilijk is om de Stem van de Heilige Geest überhaupt op te merken, omdat de denkgeest zo vol zit met gedachte-impulsen. Daarom nodigt Jezus ons (al tamelijk vroeg in het Werkboek) uit om de denkgeest te trainen regelmatig de stilte in te gaan, voorbij het gebabbel (nadat je het gebabbel hebt leren opmerken). Een goed voorbeeld van deze zeer belangrijke oefening vinden we in werkboekles 47: “Neem een minuut of twee om naar situaties in je leven te zoeken die jij met angst beladen hebt, en zet ze een voor een van je af door tegen jezelf te zeggen: “God is de kracht waarop ik vertrouw.” Probeer nu aan alle zorgen die verband houden met je eigen gevoel van ontoereikendheid te ontsnappen. Het is duidelijk dat elke situatie die jou zorgen baart, gepaard gaat met gevoelens van ontoereikendheid, want anders zou je geloven dat je de situatie met succes het hoofd kon bieden. Niet door op jezelf te vertrouwen zul je vertrouwen krijgen. Maar de kracht van God in jou slaagt in alles. […] Probeer in de laatste fase van de oefenperiode diep in je denkgeest een plek van ware veiligheid te bereiken. Je zult weten dat je die hebt bereikt als je een gevoel van diepe vrede ervaart, hoe kort ook. Laat alle onbenulligheden los die aan de oppervlakte van je denkgeest borrelen en kolken, en reik in de diepte daaronder naar het Koninkrijk der Hemelen. Er is een plaats in jou waar volmaakte vrede heerst” (Wd1.47.4:4-7:5). Een vuistregel (uit het boeddhisme) om deze training effectief te maken, is dat je deze minimaal 15 minuten, twee keer per dag doet. En merk dan je ego op dat direct klaagt dat dat te lang, te moeilijk of onmogelijk is. Probeer daarover mild te glimlachen, en neem jezelf voor juist deze oefening één van de belangrijkste onderdelen van je dagritme te maken. Elke dag weer. En zo besluit je voor jezelf: “Ik weet het niet beter; ik laat me liever leiden door de Stem namens Liefde.” En dat is de ‘koninklijke weg’ naar blijvende innerlijke vrede.

— Jan-Willem van Aalst, maart 2018 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2018/03/24/ill-do-it-my-way/)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s