Welke dromen willen we?

In werkboeklessen 31 en 32 in Een cursus in wonderen lezen we dat wij niet het slachtoffer zijn van de wereld die we zien, omdat wij de wereld zelf bedacht hebben (Wd1.32.1:2). Waarop Jezus direct vervolgt: “Je kunt haar even gemakkelijk opgeven als je haar gemaakt hebt. Je zult haar zien of niet zien, al naar je wenst.” (Wd1.32.1:3-4). Dit klinkt op z’n zachtst gezegd nogal vreemd, zelfs beledigend. Heb ik alle ellende bedacht die ik op het journaal zie? Heb ik de ziektes gemaakt die ik bij de dierbaren om mij heen zie toeslaan? Heb ik alles gemaakt wat zo mis lijkt te gaan in mijn leven? Waar heeft Jezus het over?

In deze vroege werkboeklessen introduceert Jezus op een subtiele manier de metafysica van Een cursus in wonderen. De strikt nondualistische essentie van de Cursus is erg radicaal en compromisloos. Het vereist een zorgvuldige kennismaking ermee, willen we ooit bereid worden die te aanvaarden. Want waar hebben we het over: volgens de Cursus is de wereld waarin jij en ik lijken te leven, net zo goed een droom als onze nachtelijke dromen. Als we ’s ochtends wakker worden, dan worden we wakker in de ‘waakdroom’, die net zo illusoir is als onze nachtelijke dromen. Tijd en ruimte zélf zijn niet echt. Het lichaam werd louter gemaakt om een leven binnen tijd en ruimte te kunnen ervaren; het kan er niet aan voorbij gaan. Onze werkelijke essentie is niet een lichaam, maar geest, buiten tijd en ruimte. Lichamen zijn vorm; geest is inhoud. Een lichaam bestaat even, maar de geest is eeuwig. Alle miljarden lichamen (fauna, flora en mineraal) die hier lijken te bestaan komen allemaal voort uit dezelfde inhoud: geest.

Voor iedereen die zichzelf hier in een afgescheiden lichaam ervaart lijkt deze hele redenatie klinkklare nonsens, in elk geval zolang we geloven dat onze zintuigen ons de waarheid tonen. Maar is dat wel de waarheid? Kwantumfysici stellen al een poos dat zowel tijd en ruimte uiteindelijk denkbeeldig zijn. Door de meeste wetenschappers wordt dit echter nog steeds goeddeels genegeerd; dit aanvaarden zou betekenen dat een eeuw wetenschappelijke inzichten overboord gegooid kan worden, en dat is te pijnlijk; bovendien lijkt de kwantumfysica weinig praktische betekenis te hebben voor ons dagelijks leven. Maar volgens Jezus in Een cursus in wonderen is de werkelijke reden van het onze weerstand hiertegen weigeren op te geven, dat we deze wereld niet willen opgeven; dat zou namelijk het einde betekenen van onze waargenomen afgescheiden autonomie, het ‘zelfje’ dat jij en ik denken te zijn.

Nogmaals, vanuit een metafysisch, nondualistisch oogpunt is de oorzaak van de wereld het “nietig, dwaas idee” (T27.VIII.6:2) van de wens om op onszelf te zijn, afgescheiden van de Eenheidsliefde die God is. Wij allen samen, als Christus, de Ene Zoon van God, zijn het effect van die Liefde. Het “nietig, dwaas idee” is de kwantummogelijkheid dat de Zoon van God zich inbeeldt dat hij niet een effect is, maar zelf schepper; op zichzelf, los van zijn eigen Schepper. In die kwantummogelijkheid is bewustzijn geboren, en dus het ego. Het ego is geen wezen op zichzelf. Het ego is slechts het denksysteem van afscheiding, van individualiteit, en dus van de aanval op Eenheid. En in die kwantummogelijkheid neemt de Zoon van God dat denksysteem serieus. Zodra de Zoon zich echter realiseert dat de Eenheid daarmee verbroken is, wordt zijn denkgeest overspoeld met schuldgevoel. Om aan de ingebeelde straf van zijn eigen Schepper te ontkomen, volgde de Zoon het advies van het ego op om zich te verstoppen in verdere fragmentatie van zichzelf. Dit veroorzaakte de Oerknal, en het begin van de droom van tijd en ruimte, die nu al zo’n veertien miljard jaar lijkt te duren.

Dus wanneer Jezus ons vertelt dat wij de wereld die wij zien zelf hebben bedacht, dan bedoelt hij dat letterlijk. Elke afgescheiden vorm die jij en ik om ons heen ervaren, is slechts een deel van de ‘waakdroom’ die we hebben bedacht om de straf van God te kunnen ontlopen, terwijl we wél autonoom kunnen blijven. Helaas blijkt dat niet te werken: omdat het schuldgevoel over deze oerzonde te afgrijselijk is om onder ogen te zien, wordt deze steeds weg-geprojecteerd, zodat al het kwaad nu buiten het eigen zelf lijkt te zijn. Dus elk fragmentje in de waakdroom van tijd en ruimte denkt dat de zonde en de schuld altijd in een ander zitten. Ik zal dus vroeg of laat zeker worden aangevallen, en daarom loop ik hier net als iedereen “onzeker, eenzaam, en in voortdurende angst” rond (T31.VIII.7:1). Daarom lezen we in de Cursus dat “de wereld werd gemaakt als een aanval op God” (Wd2.3.2:1) en dat deze waakdroom een ware hel is (P2.IV.3:1) — let wel: een hel die we zelf hebben verzonnen, en die niets meer dan een droom blijft (nachtmerrie, eigenlijk), waaruit we goed in staat zijn om te ontwaken, als we dat zouden wensen.

Eén van Jezus’ meest confronterende boodschappen in Een cursus in wonderen is dat deze wereld – deze hel – ons niet zomaar is overkomen: we wilden deze, we maakten deze; we willen die nog steeds, we maken die nog steeds. We kiezen nog steeds voor een hel. Dit is de ego-strategie om de illusie van afgescheidenheid van God (Liefde; Eenheid) hoog te houden, maar om er anderen voor verantwoordelijk te houden: “De wereld die jij ziet is een precieze weergave van wat jij dacht te hebben gedaan. Behalve dat je nu denkt dat wat jij deed jou is aangedaan. De schuld voor wat jij hebt gedacht wordt buiten jezelf gelegd, op een schuldige wereld die in jouw plaats jouw dromen droomt en jouw gedachten denkt. […] Als je eenmaal jezelf zover hebt gebracht hun de schuld te geven, zul je de oorzaak niet zien van wat ze doen, omdat jij verlangt dat de schuld op hen rust.” (T27.VIII.7:2-4;8:2). Hierdoor kan ik blijven geloven dat ik het onschuldige slachtoffer ben, en dat God anderen zou moeten straffen.

Dus wanneer Jezus zegt dat wij de wereld die wij zien zelf bedacht hebben, bedoelt hij in de eerste plaats “Ik heb mijn interpretatie van de wereld die ik zie zelf bedacht”. Ik heb ervoor gekozen de wereld te interpreteren als schuldig en vijandig; als onschuldig individu kan ik steeds aangevallen worden. Hiermee kies ik voor het ego als de gids van mijn gedachten. Maar omdat de keuze voor deze interpretatie mijn eigen keuze is, kan ik ervoor kiezen de wereld anders te interpreteren. Deze keuzevrijheid is mijn enige hoop om een uitweg uit alle pijn te vinden; een uitweg uit de droom, uit tijd en ruimte, terug naar mijn ware erfgoed als het effect van de eenheidsliefde van God. Je ontsnapt uit deze hel door je waarneming en interpretatie van deze wereld te veranderen, door een andere Leraar te kiezen voor je denken. Gelukkig kwam deze Leraar met ons mee in de droom van tijd en ruimte, omdat onze eenheid met God nooit verbroken kan worden, zelfs niet in een droom.

In Een cursus in wonderen heet deze andere Leraar de Heilige Geest. In het werkboek wordt hij geïntroduceerd in les 34: “Ik zou in plaats hiervan vrede kunnen zien”. Deze lestitel had net zo goed kunnen zijn: “Ik zou in plaats hiervan de Heilige Geest kunnen horen”, of “Ik zou in plaats hiervan Gods Liefde kunnen ervaren”, of “Ik zou in plaats hiervan naar Jezus kunnen luisteren” – allemaal vormen van dezelfde inhoud. Zodra ik mij realiseer dat deze wereld mij niet zomaar overkomt, maar dat ik (als holografisch deel van de slapende Zoon van God) de dromer van de droom van tijd en ruimte ben, kan ik mijn gehechtheid aan allerlei vormen daarin anders bezien, en me meer richten op de inhoud erachter. Deze inhoud is altijd ofwel angst (het ego) ofwel liefde (de Heilige Geest). In plaats van overal schuld, haat, aanval en pijn om me heen te zien (wat ook betekent dat ik dit onbewust in mezelf zie, ook al besef ik dat niet direct zo), zou ik er voor kunnen kiezen om voorbij al die vormen te kijken naar dezelfde liefdevolle inhoud van het pure licht dat de kern is van alles wat ik waarneem. Jezus noemt dat ware waarneming. En dat is een keuze – de belangrijkste keuze die ik in mijn leven kan maken.

“Uit jouw vredige denkgeest vloeit een vredige waarneming van de wereld voort.” (Wd1.34.1:4). Daarom is Een cursus in wonderen een leerplan in het trainen van je denkgeest (T1.VII.4:1). Meestal is onze denkgeest verre van vredig, maar dat hoeft niet zo te zijn (T4.IV.1). Een vredige denkgeest is een keuze, en Een cursus in wonderen is een goed hulpmiddel om de denkgeest te leren focussen op ware waarneming en innerlijke vrede. Zeker zal deze ervaring van innerlijke vrede niet direct alle ellende oplossen die we op het journaal zien. Maar in plaats van nog steeds de wereld als de waarheid te beschouwen en steeds te blijven proberen de wereld te verbeteren (wat nooit zal werken omdat het de oorzaak van de wereld niet aanpakt), zouden we ervoor kunnen kiezen voorbij de waakdroom te zien en te luisteren naar de Heilige Geest, die onze echte wil vertegenwoordigt. Als ik ooit vrede in mijn leven wil ervaren, dan zal dat bij mijzelf moeten beginnen, dat wil zeggen: in mijn denkgeest. Niets buiten mij zal mij enige vrede brengen. Herinner je deze vaak geciteerde uitspraak: “Probeer dan ook niet de wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te veranderen.” (T21.In.1:7).

Het veranderen van mijn denken over de wereld nodigt ware waarneming uit, waarmee ik de werkelijke wereld ga zien. Die bevindt zich nog steeds in tijd en ruimte, maar brengt geen verdere afscheiding, schuld, haat en angst meer voort. Over motivatie gesproken! Naarmate je deze nieuwe waarneming langer beoefent (middels de dagelijkse Cursuslessen), word je een lichtbaken in deze wereld die de duisternis van onzekerheid, eenzaamheid en voortdurende angst mild weg schijnt. En dat zal niet onopgemerkt blijven! Vrede uitstralen resulteert in vrede om je heen. Welke dromen willen we, oftewel: welke gids willen we om ons in deze wereld te leiden? Dit is uiteindelijk onze enige keuzevrijheid in deze droomwereld. Kies daarom wijselijk, ondanks je twijfels en angsten. “Concentreer je alleen hierop [d.w.z., je bewuste keuze voor Liefde], en wees er niet over verstoord dat schaduwen haar omringen. Daarom juist ben je gekomen. Als jij zonder ze kon komen, zou je het heilig ogenblik niet nodig hebben.” (T18.IV.2:4-6). Vredige dromen gewenst!

— Jan-Willem van Aalst, februari 2018 (Vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2018/02/18/which-dream-do-we-want/)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s