Geen enkele ontmoeting is toeval

Deze blog heeft een iets ander stramien dan gewoonlijk, in die zin dat ik een soort Kenneth-achtig commentaar geef bij alinea’s van de sectie “De selectie van patiënten” in de “Psychotherapie” Aanvullingen. Niet dat ik zonodig de behoefte voel om Kenneth Wapnick te imiteren, maar zoals Gary Renard in zijn laatste, aan Kenneth opgedragen boek opmerkte: “Ik kan niet jou zijn; maar net als jij, kan ik wel bij de waarheid blijven.” De twee Aanvullingen (“Psychotherapie” en “Het Lied van het Gebed”) worden nog wel eens over het hoofd gezien. Ze waren niet in het dikke blauwe boek opgenomen tot aan de derde editie, en moesten tot dan apart worden aangeschaft. Naar mijn mening presenteert Jezus in deze aanvullingen niet alleen erg belangrijk aanvullend studiemateriaal, maar trakteert hij ons ook op een aantal van de meest ontroerende poëtische passages die de Cursus bevat, om ons te helpen die diep verlangde innerlijke vrede te kunnen vinden. De sectie die we in deze blog bespreken (P.3.I) gaat uit van de notie dat iedereen in deze wereld zowel leerling als leraar is; iedereen is zowel patiënt als therapeut; iedereen demonstreert en leert de hele tijd. Ieders gedrag weerspiegelt slechts de overtuigingen of toewijdingen (altaren) in de denkgeest, en denkgeesten zijn allemaal verbonden. We kunnen er derhalve voor kiezen om onze verlossing te herkennen in iedereen die we tegenkomen. Bovendien is geen enkele ontmoeting toeval:

Ieder die naar jou wordt gezonden, is jouw patiënt. Dit betekent niet dat jij hem uitkiest, en evenmin dat jij de soort behandeling kiest die geschikt is. Maar het betekent wel dat niemand per vergissing naar jou toe komt. Er zijn geen vergissingen in Gods plan. Het zou echter wel een vergissing zijn ervan uit te gaan dat jij weet wat jij ieder die komt te bieden hebt. Het is niet aan jou dit te beslissen. De neiging bestaat aan te nemen dat jou voortdurend wordt gevraagd zelf offers te brengen ten behoeve van degenen die komen. Dit kan allerminst waar zijn. Een offer van jezelf eisen is een offer van God eisen, en Hij heeft geen weet van offers. Wie zou Volmaaktheid kunnen vragen dat Hij onvolmaakt is?” (P-3.I.1)

Wanneer we iemand op straat tegenkomen, beschouwen we die persoon in het algemeen niet als iemand die opzettelijk naar ons toe wordt gebracht om ons een vergevingsles aan te bieden. Toch verzekert Jezus ons dat er geen toevallige ontmoetingen zijn. Iedereen die we ontmoeten biedt ons de gelegenheid om ons onbewuste schuldgevoel en onze angst ongedaan te laten maken; dat wil zeggen, zodra we er voor kiezen van de ontmoeting, hoe kortdurend ook, een heilige ontmoeting te maken. Dit is de term die de Cursus gebruikt voor het besluit om geen verschil in belangen te zien tussen jou en degene die je ontmoet. We zien er natuurlijk verschillend uit, we gedragen ons anders, we hebben verschillende waarden en normen, talenten, en ambities, maar in essentie zijn we exact hetzelfde (d.w.z, van dezelfde geest) en verlangen we ten diepste naar hetzelfde: terugkeer naar de Liefde van God. Deze eenheid in zijn en doel wordt ons uitgelegd in, bijvoorbeeld, hoofdstuk 8 van het Tekstboek: “Telkens wanneer jij iemand ontmoet, bedenk dan dat het een heilige ontmoeting is. Zoals je hem ziet, zie jij jezelf. Zoals je hem behandelt, behandel jij jezelf. Zoals je over hem denkt, denk jij over jezelf. Vergeet dit nooit, want in hem zul jij jezelf vinden of verliezen. Telkens wanneer twee Zonen van God elkaar ontmoeten, wordt hun een nieuwe kans op verlossing geboden. Ga nooit bij iemand weg zonder hem verlossing gegeven en die zelf ontvangen te hebben.” (T-8.III.4:1-7).

Wanneer ik zonder hulp probeer dit gedrag te vertonen, dat wil zeggen vanuit mijn eigen ego-kracht, dan zal de onbewuste pijn van opoffering nooit ver weg zijn, aangezien het ego-axioma altijd is: de één of de ander. Als mijn ego vriendelijkheid geeft, dan ervaar ik dat onbewust als iets dat ik weggeef wat ik liever voor mezelf zou willen houden. Daarom zegt Jezus dat ik op mezelf niet kan weten wat ik eenieder die ik tegenkom kan aanbieden. Maar ik heb een Leraar tot mijn beschikking die dat wel weet: de Heilige Geest, de ware Therapeut. Pas als ik mijn gedachten laat leiden door de Heilige Geest, door niet te veroordelen, wordt de ontmoeting een heilige ontmoeting, en zullen wij allebei (ik en degene die ik ontmoet) het beste uit de ontmoeting halen. In de Psychotherapie Aanvulling vervolgt Jezus:

“Wie beslist er dan wat elke broeder nodig heeft? Zeker niet jij die nog niet inziet wie het is die vraagt. Er is Iets in hem dat jou dat zal zeggen, mits je luistert. En dat is het antwoord: luister. Eis niets, beslis niets, offer niets. Luister. Wat je hoort is waar. Zou God jou Zijn Zoon zenden zonder er zeker van te zijn dat jij inziet wat zijn noden zijn? Bedenk eens wat God jou vertelt: Hij heeft jouw stem nodig om namens Hem te spreken. Kan er iets heiliger zijn? Of een groter geschenk aan jou? Kies je liever wie er god zou zijn dan de Stem te horen van Hem die God is in jou?” (P3.I.2)

Hoe vaak wisten jij en ik absoluut zeker wat het beste zou zijn voor een bepaald persoon om te doen, waar we vervolgens op aandrongen? Dit komt echter louter neer op het projecteren van eigen ego-pijn die we nog niet onder ogen willen zien. En hoewel de Aanvulling is geschreven in de specifieke context van een wereldse patiënt – therapeut relatie, geldt dit advies voor ons allemaal: stop met veroordelen, vanuit de overtuiging dat je de waarheid kent, en luister. “Het merendeel van het onderricht in de wereld volgt een leerplan in oordelen, erop gericht van de therapeut een beoordelaar te maken.” (P–3.II.2:4). Maar laten we ons herinneren: “Als jij op de fouten van je broeders ego wijst, moet je daar wel met het jouwe naar kijken, want de Heilige Geest neemt zijn vergissingen niet waar. […] Wanneer jij überhaupt op vergissingen reageert, luister je niet naar de Heilige Geest. […] Als je Hem [de heilige Geest] niet hoort, luister je naar je ego en ben je even onzinnig als de broeder wiens vergissingen jij waarneemt.” (T9.III.3:1;4:1-4). Het beoefenen van Jezus’ Cursus in wonderen vraagt van ons dat wij een stapje terug doen en de Stem namens Liefde ons denken laat leiden.

Vervolgens wijst Jezus ons er op dat deze uitgangspunten niet alleen gelden voor mensen die we fysiek tegenkomen, maar net zo goed voor mensen waar we aan denken: “Je patiënten hoeven niet fysiek aanwezig te zijn om jou de gelegenheid te geven hen in de Naam van God te dienen. Dit is misschien moeilijk in gedachten te houden, maar God wil niet dat Zijn gaven aan jou beperkt blijven tot de enkelingen die jij daadwerkelijk ziet. Je kunt ook anderen zien, want zien is niet beperkt tot de ogen van het lichaam. Sommigen hebben jouw fysieke aanwezigheid niet nodig. Ze hebben jou even hard, en misschien zelfs meer, nodig op het ogenblik dat ze worden gezonden. Je zult hen herkennen op elke manier die voor jullie beiden het meest behulpzaam kan zijn. Het doet er niet toe hoe ze komen. 8Ze zullen worden gezonden in elke vorm die het meest behulpzaam is: als naam, als gedachte, als beeld, als idee, of misschien alleen maar als gevoel dat je met iemand ergens contact maakt. De verbinding ligt in handen van de Heilige Geest. Ze kan alleen maar lukken.” (P3.I.3).

Dit kan inderdaad lastig zijn om steeds in gedachten te houden. Als we oprecht iemand die we tegenkomen een glimlach schenken, ervaren we een direct gevolg (afhankelijk van met welke leraar we kijken). Maar te lezen dat zelfs het liefdevol denken aan een persoon een minstens zo sterk effect kan hebben, voelt onbekend of zelfs oncomfortabel voor ons. Toch, als we ons herinneren dat denkgeesten verbonden zijn, wordt dit logisch en vanzelfsprekend. Zelfs in het geval van een fysieke ontmoeting vindt de echte verbinding – en dus genezing – plaats op het niveau van de denkgeest. Dus waarom zou fysieke afstand uitmaken? Of zelfs tijd, de vierde dimensie van ruimte? Zoals Jezus uitlegt in hoofdstuk 28 van het Tekstboek: “Verbind je niet met je broeders dromen, maar verbind je met hem [zijn denkgeest], en waar jij je met de Zoon verbindt, daar is de Vader aanwezig.” (T28.IV.10:1). Dus ook liefdevolle gedachten aan overledenen kunnen onze relatie met hen helen.

“Een heilige therapeut, een gevorderde leraar van God, vergeet één ding nooit: hij stelde het leerplan van zijn verlossing niet vast, en bepaalde evenmin zijn aandeel daarin. Hij begrijpt dat zijn aandeel noodzakelijk is voor het geheel, en dat hij door middel daarvan het geheel zal herkennen, wanneer zijn aandeel compleet is. Ondertussen dient hij te leren, en zijn patiënten zijn de middelen die hem daartoe gezonden zijn. Wat kan hij anders dan om hen en jegens hen dankbaar zijn? Ze komen en dragen God met zich mee. Zou hij deze Gave willen afslaan voor een kiezelsteen, of zou hij de deur willen sluiten voor de verlosser van de wereld om een spook binnen te laten? Laat hij de Zoon van God niet verraden. Wie er een beroep op hem doet gaat zijn begrip verre te boven. En zou hij niet blij zijn dat hij antwoorden kan, wanneer hij alleen zo de roep kan horen en begrijpen dat het de zijne is?” (P3.I.4).

Jij en ik kennen waarschijnlijk niet veel therapeuten die op deze manier denken en werken. Maar zie eens hoe simpel het is (hoewel niet noodzakelijkerwijs erg gemakkelijk) om hier een dagelijkse gewoonte van te maken! We komen tenslotte elke dag mensen tegen, en als we willen kunnen we elke dag aan honderden mensen denken. Dat betekent honderden gelegenheden om de Heilige Geest toestemming te geven je eigen denkgeest te genezen! Dit vraagt van mij dat ik mijn eigen veroordelingen gadesla, naar binnen keer, een stapje terug doe en de Heilige Geest vraag om mij vanuit Liefde te gidsen. Combineer dat met het besef dat jij en ik geen lichaam zijn, maar geesten die in Christus verbonden zijn, met de garantie dat iedereen zal terugkeren naar het Hart van God (dat we nooit hebben verlaten, maar dat zijn we vergeten), dan zou ik zeggen dat jij en ik in Jezus’ Cursus een bijzonder aantrekkelijk leerplan hebben gevonden. En mocht het volledig aanvaarden van de Verzoening ons niet in dit leven lukken, dan hebben we onszelf in elk geval een groot plezier gedaan voor ons volgend leven, waarin we de “reis zonder afstand naar een doel dat nooit is veranderd” (T8.VI.9:7) kunnen voltooien. Veel inspiratie gewenst vandaag!

— Jan-Willem van Aalst, december 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/12/02/no-one-comes-to-you-by-mistake/)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s