Angst as les

Nederland en de hele wereld lijken dit jaar behoorlijk in de ban van het Covid-19 virus. Na een relatief rustige zomer, met weinig besmettingen, lopen de emoties in de maatschappelijke discussie hierover weer hoog op, wat de tegenstellingen in de samenleving alleen maar lijkt te verscherpen. Die emoties gaan niet alleen over het virus zelf, maar ook over de strategie die de regering kiest om de crisis het hoofd te bieden, en de mogelijke gevolgen van die strategie. De één vindt dat de regering niet ver genoeg gaat, de ander vindt dat de regering de bevolking doelbewust angstig houdt vanuit hun vermeende belangenverstrengeling met de farmaceutische industrie. In beide gevallen zijn er grote zorgen over de economische en humanitaire gevolgen waar het land mee te maken gaat krijgen, waardoor het middel (de kabinetsstrategie) misschien wel erger is dan de kwaal (het virus). Het land verkeert kortom in een golf van onzekerheid en angst die sinds de tweede wereldoorlog zijn weerga niet kent.

Het is niet de bedoeling van dit blog om daar een standpunt over te ventileren. Het is overduidelijk dat corona een erg nare ziekte is, met voor mensen met een verminderde afweer dito symptomen. Tegelijkertijd blijft het aantal overledenen ver achter bij de horrorscenario’s die zijn gepresenteerd (nog steeds minder dan 0,1% van de bevolking), waarbij bovendien opvalt dat we dit jaar in plaats van de gebruikelijke 5000 griepdoden ineens nog maar 500 griepdoden lijken te hebben. Nederland kent elke dag zo’n 200 doden door de top-ziektes zoals hart- en vaatziekten, longkanker, hartfalen, dementie, beroertes en dergelijke. Overlijdens door corona dragen daar nu voor een klein deel aan bij, terwijl dus niet eens duidelijk is of daar wellicht ook de vermiste griepdoden bij zitten. Maar het schrikbeeld dat corona het – zeer pijnlijke – einde van je leven kan betekenen, zit inmiddels bij een groot deel van de bevolking tussen de oren, en de maatschappelijke ontwrichting lijkt daarmee door te zetten.

Vanuit Een cursus in wonderen bezien maakt dit alles onderdeel uit van dezelfde ‘waakdroom’, die volledig illusoir is. De Cursus stelt dat jij en ik geen lichaam zijn, maar puur geest, en dat niets in de wereld van tijd en ruimte ook maar de geringste verandering teweeg kan brengen in onze Identiteit als de Ene Zoon van God. Er is volgens de Cursus, kortom, wat ons ware leven betreft geen enkele reden om enige angst te hebben; niet in het verleden, nu niet en nooit niet. Als geest is iedereen per definitie veilig. Maar hoewel dat misschien inspirerende en geruststellende woorden lijken te zijn, identificeert elke Cursusstudent zich nog steeds innig met het kleine afgescheiden ego, waarmee we onze identiteit toch onbewust nog gelijkstellen aan ons lichaam, in elk geval een groot deel van de dag. We vertellen onszelf wel: “Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij. Want ik blijf zoals ik ben, zo schiep God mij” (Wd1.201-220), maar tegelijkertijd zien we nog steeds ons lichaam verouderen en aftakelen, en proberen we de dood zo lang mogelijk te vermijden.

Jezus legt in zijn Cursus uit dat wij, als de Ene Zoon van God, dit alles zelf hebben verzonnen om een plek te hebben waarin we onszelf als autonoom individu kunnen ervaren en tegelijkertijd kunnen schuilen voor de ingebeelde wraakzuchtige woede van God, die helemaal niet bestaat. In het tekstboek vraagt Jezus ons: “Bevalt jou wat je hebt gemaakt? Een wereld van moord en aanval, waardoorheen jij je schuchter een weg baant door constante gevaren, alleen en angstig, hopend dat de dood in het beste geval nog een poosje wachten zal alvorens hij jou overvalt en jij verdwijnt. Jij hebt dit verzonnen. Het is een beeld van wat jij denkt dat je bent, van hoe jij jezelf ziet. […] Dit alles zijn slechts de angstige gedachten van diegenen die zichzelf willen aanpassen aan een wereld die door hun aanpassingen angstaanjagend is gemaakt” (T20.III.4:2-6). Alles in de wereld is een droom en weerspiegelt het idee van afscheiding, aanval en dood dat het ego is.

Al vroeg in zijn Cursus wijst Jezus ons erop dat hij niet van ons eist dat we de droomwereld in tijd en ruimte ontkennen; dat zou een “bijzonder onwaardige vorm van ontkenning” zijn (T-2.IV.3:11). Zolang wij er onbewust nog van overtuigd zijn dat ons lichaam onze identiteit is (en dat is zo bij iedereen die hier nog elke ochtend in een lichaam wakker wordt), is het aan te raden goed voor dat lichaam te zorgen. Jezus is zelfs niet tegen het gebruik van medicijnen om de angst in de denkgeest over het lichaam wat te verzachten (T-2.IV.4). Sterker, het lichaam kan liefdevol worden benut door de Heilige Geest, de Stem namens Liefde, om Jezus’ boodschap hier in de wereld te manifesteren, als wij daarvoor kiezen. Zoals we al in het vorig blog lazen: “Jij bent mijn stem, mijn ogen, mijn voeten, mijn handen, waarmee ik de wereld verlos” (WdI.hV.in.9:2-3). We kunnen ons lichaam dus liefdevol inzetten.

Door mijn gedachtegang onder leiding van de Heilige Geest te plaatsen (d.w.z., de aandacht te richten op liefdevolle intuïtie), wordt alles in de wereld van deze ‘waakdroom’ een les in liefde. Aangezien er in werkelijkheid helemaal geen wereld buiten mij is en dus ook geen anderen buiten mij (en ook geen virussen), is alles wat ik waarneem en interpreteer een spiegel van hoe ik mezelf interpreteer: als zoon van het ego in een beangstigende wereld, of als Zoon van God in een droom waarin we allemaal dezelfde Lichtbron delen met elkaar, die onze essentie is als Christus, de Ene Zoon van God. Door ervoor te kiezen mijn interpretatie van alles wat ik buiten mijzelf waarneem te laten leiden door de Heilige Geest, leer ik stukje bij beetje ook mezelf in dat Licht te bezien, en uiteindelijk de Verzoening te aanvaarden.

Vanuit Cursusperspectief is dus het allerbeste wat we kunnen doen in deze tijd van maatschappelijke angst het kalm en onbevooroordeeld kijken naar onze eigen interpretatie van wat we om ons heen waarnemen. En du moment dat er toch een oordeel in onze gedachten verschijnt, kunnen we daar direct liefdevol het ego voor bedanken en de veroordeling overgeven aan de Heilige Geest, in plaats van er in weg te glijden of ons er schuldig over te voelen, wat bij veel Cursusstudenten voorkomt. Schuldgevoel houdt het ego in stand, en daarmee onze angst voor een vreselijk einde van ons fragiele leven. Het einde van schuld betekent het einde van angst en uiteindelijk het einde van de droom.

Kies ervoor een baken van vrede te zijn. Zet je niet af tegen welke wereldse mening over dit virus dan ook. Weet dat een droom een droom blijft, en laat je reacties binnen de droom leiden door de Heilige Geest, de Stem namens Liefde, door in je ratio een stapje terug te doen en je liefdevolle intuïtie te volgen. Dat betekent allerminst dat je onverschillig wordt jegens de samenleving – integendeel, je kunt dagelijks zeer betrokken zijn bij het helpen van mensen. Wat de vorm ook moge zijn, je biedt iedereen die je tegenkomt het mooiste cadeau dat er is: aanvaarding van de ander (en dus van jezelf) als de schuldeloze Zoon van God die voor eeuwig veilig is. En zo is alle angst te zien als een les in liefde.

— Jan-Willem van Aalst, september 2020

Lees ook Willems gedicht over onze dagelijkse focus in tijden van corona.

Een gedachte over “Angst as les”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s