Beter omgaan met boosheid

In deze wereld ontkomt niemand aan boosheid, in elk geval niet altijd en overal. Als jij meent dat jij de boosheid voorbij bent, probeer dan bijvoorbeeld eens een Ayahuasca ritueel of een gerichte psychotherapie, om de boosheid te ervaren die zich onder de waterspiegel bevindt van de ijsberg die je denkgeest is. In de zestiger en zeventiger jaren waren therapieën zoals Janos’ Oerschreeuwtherapie, waarin je je woede zo intens mogelijk naar buiten brengt, erg populair. Dat we daar nu veel minder over horen illustreert het feit dat het uiten van woede niets doet met de onderliggende oorzaak. Niets wordt opgelost, en de woede komt vroeger of later weer naar buiten. Er moet een betere manier zijn om met boosheid om te gaan.

In Een cursus in wonderen is het effectief omgaan met boosheid (of, beter gezegd: de oorzaak van boosheid) een belangrijk thema, zoals we lezen in de “Psychotherapie” aanvulling: “Haar [d.w.z.: Psychotherapie] hele functie is de patiënt te helpen één fundamentele dwaling aan te pakken: de overtuiging dat woede hem iets brengt wat hij werkelijk wil, en dat door een aanval te rechtvaardigen hij zichzelf beschermt.” (P2.In.1:5). Aanval volgt uit woede, wat weer voortkomt uit veroordeling. De Cursus onderwijst ons dat veroordeling gelijkstaat aan ‘niet-vergeving’. “Want psychotherapie, mits juist begrepen, onderwijst vergeving en helpt de patiënt deze te herkennen en aanvaarden.” (P1.In.2:6). Dus Jezus vindt dat het omgaan met boosheid een cruciaal onderdeel is van zijn leerplan voor blijvende innerlijke vrede, en dit leren we door het beoefenen van vergeving.

Maar waar gaat onze boosheid eigenlijk over? Waarom blijven we toch steeds maar veroordelen, terwijl we net zo makkelijk voor innerlijke vrede zouden kunnen kiezen? We blijven met z’n allen bijvoorbeeld maar klagen over het weer, terwijl we heel goed weten wat we daar geen enkele invloed op hebben. Ook blijven veel mensen steeds maar klagen over anderen – hun collega’s, manager, ouders, noem maar op – terwijl ze best weten dat al dat geklaag beslist geen gedragsverandering teweeg gaat brengen in de ander. Dus waarom blijven we dat doen? Zoals wel vaker vermeld in deze blogs, houden we ervan om te kunnen vingerwijzen naar mensen en situaties om ons heen, zodat we kunnen bewijzen dat ‘het kwaad’ zich buiten ons bevindt, en niet in onszelf. We projecteren daarmee ons onbewuste schuldgevoel weg over de ‘slechtheid’ van onze (schijnbare) afscheiding van God. Dankzij dit vingerwijzen zal al het kwaad ‘buiten mij’ gestraft worden, terwijl ik zal worden toegelaten tot de Hemel.

Hoewel dit alles vanuit het oogpunt van Een cursus in wonderen volstrekt illusoir is, omdat tijd en ruimte zelf denkbeeldig zijn, zijn we er niettemin nog steeds rotsvast van overtuigd dat de afscheiding van God werkelijk heeft plaatsgevonden; immers, alles wat onze ogen, oren, neus, tong en aanrakingen bemerken getuigt hiervan. Nogmaals, aangezien wij het schuldgevoel hierover te verschrikkelijk vinden om onder ogen te zien, projecteren we deze ‘kardinale zonde van afscheiding’ weg, zelfs terug naar God zelf: “Je was in vrede tot je om een speciale gunst hebt gevraagd [d.w.z., erkend te worden als autonoom individu; de afscheiding van eenheid]. En God heeft die niet verleend, want het verzoek was Hem wezensvreemd, en je kon zoiets niet vragen van een Vader die Zijn Zoon waarlijk liefheeft. Daarom heb jij van Hem een liefdeloze vader gemaakt, en van Hem geëist wat alleen een dergelijke vader geven kon.” (T13-III.10:2-4).

Met andere woorden, al onze boosheid, of dat nu het weer betreft, onze leidinggevende, of ons eigen aftakelende lichaam, is uiteindelijk slechts een flauwe weerspiegeling van onze boosheid jegens God, Die ‘weigert’ ons te op te merken als belangrijk, speciaal, autonoom individueel wezen. Talloze generaties hebben onophoudelijk tot God gebeden om ze in deze wereld te helpen met van alles en nog wat, en wat zien we: God antwoordt niet, omdat vanuit de Hemel gezien er hier niets te ‘fixen’ valt, omdat er geen wereld is. Onze conclusie: God wijst ons af! Dat we elke dag moeten ondervinden dat onze poging om God als ultieme Schepper van de troon te stoten heeft gefaald (dingen lopen immers altijd anders, en het lichaam takelt af en sterft), maakt onze woede alleen maar groter. We schreeuwen voortdurend: “Zo wil ik het hebben!”, maar we ervaren voortdurend conflicten, omdat iedereen nu eenmaal iets anders wil en wij elkaar door veroordeling en aanval alleen maar schade berokkenen. Jezus licht toe: “Je broeder is je ‘vijand’, omdat jij in hem de rivaal voor jouw vrede ziet, een plunderaar die zijn vreugde van jou rooft en jou met niets anders achterlaat dan een donkere wanhoop, zo bitter en meedogenloos dat er geen hoop overblijft. Nu is wraak het enige wat er nog te wensen valt.” (WdI.195.3:1). Zo rechtvaardigen wij onze boosheid, waarbij ‘boosheid’ alles inhoudt van “een lichte ergernis tot intense woede” (Wd1.21.2:5).

In Een cursus in wonderen onderwijst Jezus ons dat het “…wellicht nuttig is te onthouden dat niemand kwaad kan worden op een feit.” (H17.4:1). Woede ontstaat altijd door mijn interpretatie van een situatie of persoon. Derhalve concludeert Jezus: “Als woede voortkomt uit een interpretatie en niet uit een feit, is die nooit gerechtvaardigd. Zodra dit begrepen wordt – al is het maar vaag –, dan staat de weg open. Nu is het mogelijk de volgende stap te zetten. Eindelijk kan de interpretatie gewijzigd worden.” (H17.8:6-9). Ah, dus daarom instrueert Jezus mij om mijn denkgeest te trainen om zich steeds iets sneller te realiseren dat “Ik nooit onvrede voel om de reden die ik denk” (Wd1.5). Ik dacht altijd dat ik boos werd op wat mijn zintuigen mij voorschotelen, en wat ik beslist als de waarheid beschouw; maar nu kan ik zien dat ik boos word vanwege mijn interpretatie van iemand of iets, wat sowieso niets met de werkelijkheid van doen heeft. “Er is geen wereld!” (Wd1.132.6:2) Mijn boosheid gaat dus uiteindelijk over mijn onbewuste projectie van mijn schuld op God (Die hier helemaal niets van weet, buiten tijd en ruimte). Daarom is het zo belangrijk dat ik leer mezelf te vergeven voor de duisternis in mijn eigen denkgeest.

Dat gezegd hebbende, zouden jij en ik niet moeten denken dat we hoger op de ‘ladder van vergeving’ zijn dan waar we feitelijk staan. Dit principe van vergeving intellectueel vatten betekent beslist niet dat we nooit meer boos zullen worden. Integendeel, dit inzicht zorgt er juist voor dat onze ‘heksenketel’ van onderdrukte woede alleen maar duidelijker in beeld komt. De Heilige Geest gebruikt onze dagelijkse situaties als lesruimte om ons gelegenheden te bieden deze duisternis stukje bij beetje ongedaan te laten maken. Maar het helpt niet om onszelf te vertellen dat onze woede niets voorstelt “omdat er in werkelijkheid geen wereld is”. Dat maakt de woede niet ongedaan. Het is veel beter om de woede volledig in het gewaarzijn toe te laten, maar dan als observator (of keuzemaker) boven het slagveld (T23.IV). Als je als observator de woede heel goed in je lijf kunt voelen, maar het niet uit te leven, en in plaats daarvan te vragen: “Gaat dit mij helpen? Wat als ik hier anders mee zou omgaan?”, dan zul je merken dat de golf van woede langzaam wegebt. De keuzemaker heeft voor de Heilige Geest gekozen, Die met vreugde Zijn licht doet schijnen op je duisternis, en die duisternis daarmee vervangt met de vrede van God.

Een laatste wenk over dit bedrieglijk eenvoudige proces: het werkt pas echt goed als je zonder boosheid het metafysische principe kunt aanvaarden dat de Zoon van God (d.w.z. al het leven) één is, en dat individualiteit nooit tot blijvende innerlijke vrede zal leiden – niet nu, en nooit niet. Zeker in het begin van mijn oefeningen ben ik best bereid om naar de Stem van de Heilige Geest te luisteren, maar alleen op voorwaarde dat ik mijn eigen kleine zelfje mag behouden. Dat is de reden dat de meeste psychotherapieën uiteindelijk niet werken, zoals we in de Psychotherapie-aanvulling lezen: “Hun [d.w.z., de patiënten] oogmerk is hun zelfbeeld precies zo te kunnen handhaven als het is, maar zonder het lijden dat dit met zich meebrengt. Hun hele evenwicht berust op de krankzinnige overtuiging dat dit mogelijk is.” (P2.In.2:3-4). Dat is de reden dat Jezus ons onderwijst dat gedurende dit proces van het onder de knie krijgen van totale vergeving, wij door een “donkere nacht van de ziel” zullen gaan, waarin wij ons realiseren dat verlossing is gelegen in het inzicht dat autonome individualiteit een aanval op de Hemel is. Verlossing vraagt van ons dat wij loslaten wat wij als onze individuele kern beschouwen. Maar zelfs dat gezegd hebbende, is het altijd voldoende om ons vertrouwen te stellen in Jezus / de Heilige Geest, die ons naar blijvende innerlijke vrede zullen leiden, naar de werkelijke wereld, in het tempo dat wij bereid zijn te aanvaarden. Voel je dus beslist niet schuldig zodra je merkt dat je weer boos wordt, maar probeer wel om dit als keuzemaker zo snel als mogelijk over te geven aan je Innerlijke Leraar.

— Jan-Willem van Aalst, november 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/11/18/angry-deal-with-it/)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s