We nemen waar wat we wensen

Wij zijn allemaal grootgebracht met het idee dat degenen die op deze planeet de beste kansen hebben om te overleven, degenen zijn die zich het beste aanpassen aan de omgeving waarin ze leven. Ons is geleerd om de mensen, plaatsen en situaties om ons heen goed te beoordelen, en er dan zó op te reageren dat dit ons welzijn en onze effectiviteit in dit leven helpt. We kijken om ons heen; we geven betekenis aan wat onze zintuigen waarnemen, en reageren daar vervolgens op. Deze wereld is duidelijk een stimulus-respons omgeving waar wij ons zo goed mogelijk aan proberen aan te passen.

Hoe ontstellend is het dan om in Een cursus in wonderen te lezen dat dat een volstrekt omgekeerde uitleg van de werkelijkheid is! De nondualistische metafysica van Een cursus in wonderen, waar overigens veel elementen uit de kwantumfysica in zitten, vertelt ons dat wij geen effect zijn van de wereld waarin we lijken te leven: wij hebben die gemaakt, de gehele notie van tijd en ruimte incluis. Het is duizelingwekkend om te lezen dat de collectieve denkgeest die we allemaal delen (een beetje zoals de collectieve beweging van een zwerm vogels), de hele kosmos in tijd en ruimte heeft bedacht, waarin die zich versplintert in miljarden stukjes materie en “leven”, zonder herinnering aan de oorzaak ervan, alleen maar om zich te kunnen verstoppen voor de wraakzuchtige Schepper die boos op Zijn Zoon is vanwege de ongehoorde afscheiding van Eenheid. Maar dat is precies wat Jezus ons probeert duidelijk te maken in zijn Cursus: onze zintuigen tonen ons niet de werkelijkheid; wij hebben zintuigen gemaakt om de werkelijkheid van de Eenheid buiten tijd en ruimte uit ons geheugen te bannen, om in een dualistische droom onszelf als autonoom individu te kunnen ervaren.

In het werkboek vertelt Jezus ons: “Het doel van al het zien is jou te tonen wat jij wenst te zien. Al het horen brengt jouw denkgeest slechts de geluiden die hij horen wil. Zo werden specifieke vormen gemaakt.” (WdI.161.2:5-3:1). En uit het tekstboek: “Je ziet wat je verwacht, en je verwacht wat je uitnodigt. Je waarneming is het resultaat van je uitnodiging, en komt naar je toe zoals je haar hebt besteld.” (T12.VII.5:1-2). Vandaar Jezus’ algemene stelregel, die we op allerlei plekken in de Cursus teruglezen: projectie maakt perceptie (T13.V.3:5; T-21.in.1:1). De schijnbaar slapende ene Zoon van God projecteerde zijn schuldgevoel over de schijnbare zonde van afscheiding weg; de schuld wordt nu gezien in de miljarden fragmentjes, met het overgebleven waargenomen zelf als onschuldig slachtoffer in een onberekenbare wereld. Toch blijven zowel schuld als onschuld in alle denkgeesten, want ideeën verlaten niet hun bron (T26.VII.4:7). We hebben lichamen in allerlei vormen buiten onszelf verzonnen zodat we alle schuld buiten onszelf kunnen zien. En we zijn voortdurend op onze hoede, angstig dat die vormen ons vroeg of laat zullen aanvallen en vermoorden.

Daarom, zo legt Jezus uit, is alles en iedereen die we waarnemen, onszelf incluis, slechts een vorm van niet-vergeving: “Het is zeker zo dat alle ellende er niet slechts als niet-vergeven uitziet. Maar dat is de inhoud achter de vorm.” (WdI.193.4:1-2). Omdat we rotsvast geloven dat wat onze ogen en oren zien en horen klopt, vragen we ons nooit af of onze waarneming misschien wel een foutieve interpretatie zou kunnen zijn: “Van één ding was je zeker: van al de vele oorzaken die jij zag als brengers van pijn en lijden voor jou, was jouw schuld er niet een van. En evenmin heb jij er op enige wijze voor jezelf om verzocht. Zo ontstonden alle illusies. Degene die ze maakt ziet zichzelf niet als hun maker, en hun realiteit berust niet op hem. Welke oorzaak ze ook hebben staat volkomen los van hem, en wat hij ziet is gescheiden van zijn denkgeest. Hij kan de werkelijkheid van zijn dromen niet in twijfel trekken, omdat hij niet ziet welk aandeel hij erin heeft ze te produceren en een schijn van werkelijkheid te verlenen.” (T-27.VII.7:4-9)

Samenvattend tot zover: Een cursus in wonderen, een strikt non-dualistisch spiritueel leerplan, onderwijst ons dat wij niet eerst waarnemen en dan reageren: we kiezen eerst wat we (onbewust) wensen, en vervolgens nemen we dat waar. Onze oorspronkelijke wens was om los van God (Eenheid) te bestaan, en om de schuld daarover die we niet onder ogen willen zien kwijt te raken, verzonnen we een hele verzameling (levens)vormen waar we alle schuld in zien, buiten onszelf. Dat is de inhoud achter alle vorm. Onze zintuigen nemen die vormen waar en bevestigen dat alle zonde en schuld zich inderdaad buiten onszelf bevindt. Dit proces van voortdurend waarnemen leidt de denkgeest zo af dat we ons nooit afvragen of onze waarneming en interpretatie eigenlijk wel zijn te vertrouwen. En zo strompelen we voort in deze wereld als bannelingen in een vreemd oord, “onzeker, eenzaam, en in voortdurende angst” (T31.VIII.7:1).

Je zou hier tegenover kunnen stellen dat dit alles misschien klopt vanuit de metafysica gezien, maar dat dat voor ons leven hier weinig praktische waarde heeft. Zolang wij onszelf nog ervaren in de tijd en de ruimte, hoe kan dit inzicht nu allen helpen die “…nog steeds de uren tellen aan de hand waarvan ze opstaan, werken en gaan slapen?” (WdI.169.10:4) Welk praktisch nut heeft abstracte nondualiteit eigenlijk zolang we ons nog steeds moeten bekommeren om het betalen van de rekeningen en de belastingen, en een klein beetje orde en structuur te houden in de uren, dagen en jaren van ons leven? Dit brengt ons bij de kern van Jezus’ boodschap in Een cursus in wonderen: ‘Misschien geloof je nog niet ten diepste dat de wereld in werkelijkheid niet bestaat, maar je kunt wel inzien dat je een gespleten denkgeest hebt die op elk moment kiest tussen veroordeling (de stem van het ego) en vrede (de stem van de Heilige Geest, ofwel ware intuïtie).’

“Wiens manifestaties wil je zien? Van wiens tegenwoordigheid wil je overtuigd worden? Want je zult geloven in wat je manifesteert, en zoals je naar buiten kijkt zo zul je naar binnen zien. […] Het ego vindt wat het zoekt, en niets meer dan dat. Het vindt geen liefde, want dat is niet wat het zoekt. Maar zoeken en vinden zijn hetzelfde, en als je twee doelen zoekt, zul je die vinden, maar geen van beide herkennen. Bedenk steeds dat jij ziet wat je zoekt, want wat je zoekt, zul je vinden.” (T12.VII.5:3-6:3). Met andere woorden: hoewel we gewoonlijk vooral zonde en schuld om ons heen waarnemen, omdat we de wereld daarvoor hebben gemaakt, heeft de keuzemaker in onze denkgeest de mogelijkheid om een andere Gids voor het denken te kiezen: de Heilige Geest, de Stem namens Liefde. Dit is een cruciale keuze, willen we ooit onze ellende achter ons kunnen laten: waar we voorheen naar afscheiding en autonomie zochten, kiezen we er nu voor om gelijkheid en eenheid waar te nemen. Niet qua vorm, maar qua inhoud. En Jezus legt ons geduldig uit dat de eerste manier van kijken louter leidt tot lijden, terwijl de tweede manier altijd tot innerlijke vrede leidt.

“Wie vergezelt mij?’ Deze vraag moet duizend keer per dag worden gesteld, tot zekerheid een eind aan twijfel heeft gemaakt en vrede tot stand heeft gebracht.” (WdI.156.8:1-2). Jezus bedoelt dit tamelijk letterlijk. Omdat we onszelf zó geconditioneerd hebben in het zien van ellende en (potentiële) boosdoeners buiten ons, zelfs als we dat ontkennen in een roze wolk van ‘gelukssulligheid’, zouden we steeds alert moeten zijn op welke gids de keuzemaker in onze denkgeest van moment tot moment kiest: we luisteren ofwel naar de stem van het ego, of die van de Heilige Geest. Deze keuze maken we letterlijk duizenden keren per dag. Het loont dus om ons vaak af te vragen voor welke stem we eigenlijk kiezen.

Ik besluit met een inspirerende passage uit dezelfde werkboekles 156, die ons eraan doet herinneren dat verlossing niet is gelegen in hoe wij de wereld interpreteren, maar in hoe de Heilige Geest deze wereld interpreteert, namelijk als lesruimte om onvoorwaardelijke vergeving onder de knie te krijgen, waarmee alle duisternis in de denkgeest mild ongedaan wordt gemaakt, wat tot blijvende innerlijke vrede leidt (WdI.156.6): “Als jij een stap terugdoet, treedt het licht in jou naar voren en omspant de wereld. Het kondigt niet het eind van zonde aan in straf en dood. Zonde verdwijnt in lichtheid en gelach, omdat haar grillige absurditeit wordt doorzien. Het is een dwaze gedachte, een onnozele droom, niet beangstigend, lachwekkend misschien, maar wie wil ook maar een moment verspillen aan zo’n zinloze gril terwijl hij God Zelf benadert? Toch heb jij aan precies deze dwaze gedachte vele, vele jaren verspild. Het verleden met al zijn fantasieën is voorbij. Ze houden je niet langer gebonden. De nadering tot God is nabij. En in de kleine tussenpoos van twijfel die nog rest, verlies jij misschien je Metgezel uit het oog en verwar je Hem met de zinloze, oeroude droom die nu voorbij is. […] Laat vandaag twijfel eindigen. God spreekt voor jou en geeft met deze woorden antwoord op jouw vraag:

Ik ga met God in volmaakte heiligheid. Ik verlicht de wereld, ik verlicht mijn denkgeest en alle denkgeesten die God als één met mij geschapen heeft.”

— Jan-Willem van Aalst, november 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/11/11/we-wish-and-then-perceive/)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s