Wat de dood ons kost

In de buurt waar ik woon zag ik jarenlang een ouder echtpaar een paar keer per dag wandelend hun herdershond uitlaten. Hun hond had overduidelijk ook al de pensioengerechtigde leeftijd bereikt: elk jaar liep hij wat trager. Op een gegeven moment begon hij behoorlijk te hinken op zijn achterbenen. Het jaar daarop zag ik het echtpaar wandelen zonder hond. Maar zelf werden zij ook steeds ouder. Nog voordat hun hond overleed raakte zij al gekluisterd aan een rolstoel. Dat duurde een jaar of vier. Uiteindelijk wandelde de man alleen in de buurt, en dit jaar overleed hij zelf ook. Het huis werd verkocht, en de overgebleven bezittingen belandden bij het afvaldepot.

Dit alles deed me weer de nutteloosheid van mijn eigen zorgen doen inzien, de kleine en de ‘grote’. Over zestig jaar loop ik ook niet meer op deze aarde rond. Angsten over mijn lichamelijke gezondheid, over of mensen me wel of niet aardig zullen vinden, over dierbare bezittingen die ik misschien in een brand kwijt zou kunnen raken, verliezen hun belang als je ze in dat licht beziet. Frustraties over mensen die zich kennelijk niets aantrekken van wat dan ook in hum omgeving; dingen die anders lopen dan ik ze had gepland… het is zinloze stress. Als ‘lesruimte’ vormen ze mooie gelegenheden voor vergeving, maar dergelijke lessen herinneren me er ook weer aan hoeveel sporten op de ladder ik nog te gaan heb voordat ik bereik wat Een cursus in wonderen de ‘werkelijke wereld’ noemt.

Als mensheid klampen we ons wanhopig vast aan ons korte bestaan in de tijd. We proberen dingen te construeren die blijven. En toch weten we dat zelfs ‘wereldwonderen’ zoals de Taj Mahal en de piramides bij Giza over een paar duizend jaar waarschijnlijk verdwenen zullen zijn. “All things must pass” (Alle dingen moeten voorbijgaan), zong George Harrison al in 1970, middenin de periode van het optekenen van Een cursus in wonderen door Helen Schucman en Bill Thetford. We weten dat alles en iedereen aftakelt, wegkwijnt en sterft. Omdat we niet beter weten, aanvaarden we verval als een onontkoombare kosmische wet; we proberen het beste te maken van de korte tijd die ons gegeven is. Op z’n best hopen we op een nieuwe kans in een volgend leven.

Het is Jezus’ formidabele taak om zijn studenten ervan te overtuigen dat niet alleen deze hele wereld en het hele universum tragische vergissingen zijn, letterlijk een koortsachtige nachtmerrie, maar ook dat er iets veel, veel beters is dat onze dagelijkse ervaring zou kunnen zijn, als we ervoor zouden kiezen een ander doel in het leven te zien. Hoewel Jezus weet dat deze keuze in werkelijkheid allang is gemaakt, omdat hij buiten de droom van tijd en ruimte staat, geloven alle slapende broeders in de tijd nog steeds dat dit aftakelende lichaam alles is wat ze hebben. Hun ervaring, zoals Jezus het beeldend verwoordt in hoofdstuk 13, is dat “hun groei gepaard [gaat] met lijden, en ze leren wat leed is, afscheiding en dood. Hun denkgeest lijkt opgesloten in hun hersenen, en de krachten daarvan lijken af te nemen wanneer hun lichaam pijn lijdt. Ze lijken lief te hebben, maar ze verlaten en worden zelf verlaten. Wat ze liefhebben, schijnen ze te verliezen, wellicht de meest krankzinnige overtuiging van al. En hun lichamen kwijnen weg, hun adem stopt en ze worden onder de grond gelegd, en zijn niet meer. Niet één van hen die niet gedacht heeft dat God wreed is.” (T13.In.2:6).

Een belangrijke kwaliteit van Een cursus in wonderen is ongetwijfeld dat hij zijn studenten bewust maakt van de alles doordringende kracht van projectie: de dynamiek van het buiten jezelf zien van allerlei vormen van pijn in jezelf, daarmee hopend er zo vanaf te zijn. Deze wereld begon vanuit de ontologische veronderstelling dat we los van onze Schepper zouden kunnen leven, en Hem dus zouden kunnen verlaten. Omdat het schuldgevoel over deze ‘kardinale zonde’ te erg is om onder ogen te zien, projecteren we deze weg, in de magische hoop dat als we die schuld onderdrukken, die ook verdwenen zal zijn (wat natuurlijk allerminst het geval is). Dus door projectie lijkt het nu dat God ons verlaten heeft. Vervolgens vertellen we onszelf ofwel dat God waarschijnlijk niet bestaat, ofwel dat we ontzettend zondig zijn, en smeken we ons Schepper om genade als we sterven, omdat we onszelf ons hele leven zo hebben opgeofferd. Maar wat we ook verkiezen te denken: zolang we nog geloven dat we een lichaam zijn regeert het ego, waarmee we ons pijnlijke voortbestaan in de tijd en de ruimte en in afgescheidenheid zekerstellen.

Veel in deel 2 van het Werkboek van Een cursus in wonderen is erop gericht ons te helpen een andere keuze te maken, zodra we eenmaal de tragische vergissing inzien van het vergeten te lachen om het ‘nietig, dwaas idee’ (T27.VIII.6:2) van het autonoom op onszelf willen zijn. Zoals les 327 ons belooft: “Er wordt mij niet gevraagd om verlossing aan te nemen op grond van een ongefundeerd geloof. Want God heeft beloofd dat Hij mijn roep zal horen en mij Zelf antwoord geven. Laat me slechts op grond van mijn ervaring leren dat dit waar is, en vertrouwen in Hem zal zeker tot me komen. Dit is het vertrouwen dat stand zal houden en me steeds verder en verder zal brengen op de weg die tot Hem leidt.” (Wd2.327.1:1). We moeten echter wel willen roepen en het antwoord willen horen. Om in alle eerlijkheid een dergelijke bereidheid te cultiveren kost tijd, zoals de metaforische passage “de weg die tot Hem leidt” duidelijk benadrukt.

In Een cursus in wonderen onderwijst Jezus ons dat God ons niet heeft verlaten. Het Laatste “Oordeel” van onze Schepper is slechts dit: “Jij bent nog altijd Mijn heilige Zoon, voor immer onschuldig, eeuwig liefdevol en eeuwig geliefd, even onbegrensd als jouw Schepper, totaal onveranderlijk en voor altijd zuiver. Ontwaak daarom en keer terug tot Mij. Ik ben jouw Vader en jij bent Mijn Zoon.” (Wd2.10.5:1-3). Waar Jezus aan toevoegt: “Wijs Liefde niet af. Onthoud dit: wat je ook over jezelf denkt, wat je ook over de wereld denkt, jouw Vader heeft jou nodig en zal je roepen tot jij ten langen leste in vrede tot Hem komt.” (LvG3.IV.10:6-7). Dat is geen oproep uit een soort hoge Hemel, want God  (Liefde) is nu al aanwezig in ieders denkgeest, hoewel diep begraven: “Want dieper nog dan het fundament van het ego, en veel sterker dan dat ooit zal zijn, brandt jouw intense liefde voor God, en die van Hem voor jou.” (T13.III.2:8). Dit is wat het ego voortdurend probeert te onderdrukken.

Een cursus in wonderen is een leerplan voor het trainen van onze gedachten. De Cursus bekommert zich niet om theologische spinsels: “Deze cursus is altijd praktisch.” (H16.4:1). Jezus realiseert zich maar al te goed dat wij echt niet ons denken zullen veranderen enkel en alleen omdat hij ons vraagt hem op zijn blauwe ogen te geloven (als hij die al zou hebben). Veel van zijn curriculum gaat over het elke dag weer eerlijk leren kijken naar alle pijn in de denkgeest, zonder onszelf te veroordelen, om vervolgens de Heilige Geest om hulp te vragen in het maken van een betere keuze, één die tot blijvende innerlijke vrede leidt. De belofte van God is het gevoel van innerlijke vrede dat we ervaren doordat we niet meer veroordelen: “Je hebt geen idee van de geweldige bevrijding en de diepe vrede die ontstaan wanneer jij jezelf en je broeders totaal zonder oordeel tegemoet treedt.” (T3.VI.3:1).

Eigenlijk is de uitnodiging van Jezus aan ons zoiets als: “Kijk eens goed naar jouw keuze om het ego te volgen. Laten we eerlijk zijn: die leidt steeds weer tot teleurstelling. Waarom zou je mijn alternatief niet eens proberen? Doe de test [d.w.z., het oefenen in onvoorwaardelijke vergeving]. Ervaar hoeveel beter je je voelt. Je kunt altijd weer terug naar veroordeling; niemand dwingt je. Maar het kan beslist geen kwaad om mijn weg naar geluk te proberen.” En inderdaad, veel studenten merken dat hoewel de tekst nogal vaag en abstract overkomt, de ervaring van innerlijke die volgt op ware vergeving onmiskenbaar en onweerstaanbaar is. En dat is wat hen doet blijven oefenen met de Cursus. Aangezien de enige vrijheid van de slapende Zoon van God bestaat uit de vrije keuze wanneer hij besluit in vreugde te ontwaken uit de droom, waarom dan niet vroeger dan later? Probeer Jezus’ advies over het stoppen met veroordelen vandaag nog, en ervaar de innerlijke vrede die blijvend is; de overtuigende vrede die het einde aankondigt van alle geloof in zoiets als de dood.

— Jan-Willem van Aalst, september 2017 (vertaling van: https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/09/02/the-price-of-death/)

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s