De motivatie voor verandering

In Een cursus in wonderen pleit Jezus er vaak voor om anderen niet te veroordelen. Enkele voorbeelden: “Als je wilt weten of je gebeden verhoord zijn, twijfel dan nooit aan een Zoon van God [d.w.z., een willekeurig mens]. Trek hem niet in twijfel en maak hem niet onzeker.” (T9.II.4:1); “Ik vertrouw mijn broeders [d.w.z, iedereen], zij zijn één met mij.” (WdI.181.6:5; WdI.rIV.201.1:1). Maar telkens als we het journaal zien blijkt dat toch moeilijker dan we dachten. Of we ons er nu bewust van zijn of niet, we hebben snel onze mening klaar over oneerlijke politici; over wéér een gruwelijke aanslag op onschuldige mensen door terroristen. Om dat niet meer te veroordelen lijkt een teken van zwakte, dat allerminst zal bijdragen aan een betere wereld. Dus wat bedoelt Jezus?

Jezus vraagt ons om vrede te leren door dat te onderwijzen. In de “Lessen van de liefde” (Hoofdstuk 6) bespreekt Jezus hoe de motivatie om iets te leren in het algemeen werkt. “[…] iedereen vereenzelvigt zichzelf met zijn denksysteem, en ieder denksysteem draait om wat jij denkt dat je bent. […] Alle goede leraren beseffen dat alleen een fundamentele verandering duurzaam zal zijn, maar ze beginnen niet op dat niveau. Het versterken van de motivatie om te veranderen is hun eerste en voornaamste doel. Het is bovendien hun laatste en definitieve. Het enige wat de leraar hoeft te doen om verandering te garanderen is in de leerling de motivatie om [de denkgeest] te veranderen verhogen.” (T6.V.B.1:9,10). Dus hoe motiveert Jezus zijn studenten, in het licht van alle ellende die we om ons heen ervaren?

De sleutel ligt in het antwoord op de fundamentele vraag: “Wat ben ik?” (W-dII.14). Zolang jij en ik nog steeds geloven dat wij een lichaam zijn waarmee wij een wereld ervaren, zullen onze gedachten zich onvermijdelijk richten op lichamen; of, algemener gezegd, op tijd, ruimte, en waarneming. Te geloven dat ik een lichaam ben, is een teken dat ik het ego-denksysteem van zonde, schuld en angst heb verkozen. Deze dynamiek lijkt inderdaad de wereld te beheersen. Het journaal schotelt ons voortdurend een uitermate beangstigende wereld voor, vol van mensen die schuldig zijn aan een heel scala aan zonden, en die eigenlijk voor de rechter zouden moeten worden gebracht. Kortom, zolang we nog mompelen: “Ik ben een lichaam, ik ben een lichaam”, zullen we de lessen van de liefde niet leren, omdat we niet gemotiveerd zijn om Jezus te geloven wanneer hij ons vraagt onze broeders niet meer te veroordelen.

Een aanzienlijk deel van Een cursus in wonderen richt zich er dan ook op om ons te doen realiseren dat het enige juiste antwoord op de vraag “Wat ben ik?” is dat jij en ik louter geest zijn; de ene Zoon van God, die in slaap leek te vallen en nu een droom lijkt te dromen over hoe het zou zijn om afgescheiden te zijn van God. Zie bijvoorbeeld werkboekles 139: “Er is geen conflict dat niet de ene, eenvoudige vraag behelst: ‘Wat ben ik?’ Maar wie anders zou deze vraag kunnen stellen dan iemand die geweigerd heeft zichzelf te herkennen? Alleen de weigering jezelf te accepteren kan de vraag oprecht doen lijken. Het enige wat door ieder levend wezen met zekerheid kan worden gekend, is wat het is. […] Jij bent jezelf. Daar bestaat geen twijfel over. En toch betwijfel je het. […] En juist voor deze ontkenning heb je Verzoening nodig. Je ontkenning heeft geen verandering gebracht in wat jij bent. Maar je hebt je denkgeest opgesplitst in wat de waarheid kent en wat die niet kent.” (WdI.139.4,5). De les van de Verzoening is: “Ik ben zoals God mij geschapen heeft“, dat wil zeggen: een uitbreiding van Liefde, als louter geest met als enige functie om diezelfde Liefde uit te breiden, zowel in de Hemel alsook op deze denkbeeldige aarde. In de wereld is niets blijvend, behalve oprechte liefde. Er is niemand die dit niet op de één of andere manier heeft ervaren, hoe onbestemd misschien ook.

De Heilige Geest is de Stem namens Liefde die in de denkgeest meekwam toen de Zoon van God in slaap leek te vallen in de ego-droom van tijd en ruimte. Jezus probeert ons te motiveren om steeds vaker te kiezen voor die Stem van de Heilige Geest. Deze stem zal nooit pleiten voor veroordeling. In les 151 lezen we: “Hij zal jou niet zeggen dat je broeder beoordeeld moet worden naar wat jouw ogen in hem zien, de mond van zijn lichaam tot jouw oren spreekt, of de aanraking van jouw vingers over hem vertelt. Hij schenkt geen aandacht aan zulke nietszeggende getuigen die slechts valse getuigenis afleggen over Gods Zoon. Hij merkt alleen op wat God liefheeft, en in het heilig licht van wat Hij ziet, vervliegen alle dromen van het ego over wat jij bent ten overstaan van de pracht die Hij aanschouwt. Laat Hem de Oordelaar zijn van wat jij bent, want Hij heeft zekerheid waarin geen plaats voor twijfel is, omdat ze berust op een Zekerheid zo groot dat twijfel voor Haar aangezicht alle betekenis verliest. Christus kan niet twijfelen aan Zichzelf. De Stem namens God kan Hem alleen maar eer betuigen en zich verheugen in Zijn volmaakte, eeuwigdurende zondeloosheid. Wie Hij geoordeeld heeft kan alleen maar lachen om schuld, en wil niet langer met het speelgoed van de zonde spelen; hij slaat geen acht op de getuigen van het lichaam ten overstaan van de verrukking om Christus’ heilige gelaat. En zo oordeelt Hij jou. Aanvaard Zijn Woord over wat jij bent, want Hij getuigt van de schoonheid van jouw schepping en van de Denkgeest wiens Gedachte jouw werkelijkheid schiep. Wat voor betekenis kan het lichaam hebben voor Hem die de heerlijkheid kent van de Vader en de Zoon? Wat voor fluisteringen van het ego kan Hij horen? Wat zou Hem ervan kunnen overtuigen dat jouw zonden werkelijkheid zijn? Laat Hem eveneens de Oordelaar zijn van alles wat er in deze wereld schijnbaar met jou gebeurt. Zijn lessen zullen maken dat jij de kloof tussen illusies en de waarheid overbruggen kunt.” (WdI.151.7-9).

De volgende keer dat we geneigd zijn om politici en terroristen te veroordelen (of onze echtgenoot, onze buur, onze familie, het maakt niet uit), zouden we ons kunnen realiseren dat we vorm beoordelen. Op dat moment heben we dus de vraag “Wat ben ik?” opnieuw verkeerd beantwoord met “Ik ben een lichaam”. In de wereld van vorm is het zinloos om te ontkennen dat er verschrikkelijke dingen gebeuren, die voor de rechter gebracht zouden moeten worden. Maar gezien vanuit inhoud, zijn onze waarnemingen altijd verkeerd, omdat ze voortkomen uit projectie van zaken in onze denkgeest die we nog weigeren onder ogen te zien. Om innerlijke vrede te vinden, zouden we ons moeten herinneren dat het enige juiste antwoord op de vraag: “Wat ben ik?” is dat jij en ik en iedereen om ons heen dezelfde ene onschuldige Zoon van God is. Zoals we lezen in hoofdstuk 9 over het corrigeren van vergissingen: “Hij is nog altijd juist, omdat hij een Zoon van God is. Zijn ego is altijd mis, wat het ook zegt of doet. Als jij op de fouten van je broeders ego wijst, moet je daar wel met het jouwe naar kijken, want de Heilige Geest neemt zijn vergissingen niet waar.” (T9.III.2).

De werkelijke motivatie voor verandering is het besef dat zolang ik anderen nog veroordeel om wat ik meen dat hun zonden zijn (en zo schuldgevoel versterk), ik mezelf in pijn hou, omdat ik slechts de illusie van mijn eigen waargenomen zonde projecteer. Ik zou daar ook in alle kalmte samen met Jezus (of de Heilige Geest) naar kunnen kijken, en mij realiseren dat er niets is gebeurd — “niet één noot in het lied van de Hemel werd gemist.” (T26.V.5:4). Sterker nog, de Heilige Geest kan van elke waargenomen ‘duisternis’ een les in vergeving maken. Dat is eigenlijk een geweldige leerschool. De volgende keer dat je een politicus domme dingen hoort zeggen, of wanneer je de verwoesting van terrorisme aanschouwt, vraag dan Jezus of de Heilige Geest om hulp bij het beantwoorden van de vraag: “Wat ben ik?”.

Dat wil niet zeggen dat criminelen niet voor de rechter zouden moeten worden gebracht. Maar dat is de illusoire droomwereld van vorm. Vanuit inhoud gezien zijn zij net zo goed een deel van de schijnbaar gespleten denkgeest van de Zoon van God als jij en ik. Alle mensen, inclusief politici, criminelen en terroristen zijn nog altijd holografische uitbreidingen van Gods Liefde, hoewel onze zintuigen dat zo niet waarnemen. Leer dat dergelijke pijnlijke waarneming niet nodig is, en dat we “in plaats hiervan vrede zouden kunnen zien” (WdI.34). “Wil je vrede, onderwijs vrede om vrede te leren” (T6.V.B). Zo motiveert Jezus ons om ons denken te veranderen: zoals ik over mijn broeder oordeel, zo oordeel ik over mezelf. Mensen om ons heen blijven veroordelen is de manier om pijn in onszelf te blijven voeden, en niemand wil in pijn blijven leven. En zo besluit Jezus: “Onderwijs louter liefde, want dat is wat jij bent.” (T6.I.13:1).

— Jan-Willem van Aalst, juli 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/07/15/the-motivation-for-change/)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s