De enorme populariteit van geweld

Wie leest er vandaag de dag nog wel eens een boek? Wel, één ding staat vast: het genre van misdaad en horror verkoopt als nooit tevoren. En met films is het niet anders. Filmmakers perfectioneren de ‘kunst’ van het ons zo bloedig mogelijk voorschotelen van de meest gruwelijke scenes — en we verzwelgen er in. In de gaming industrie gaan jaarlijks letterlijk miljarden om aan zeer gewelddadige spellen zoals Call of duty, Thrill kill, Doom, Mortal combat, enzovoorts. Waarom zijn we zo verslaafd aan geweld, moord en aanval, terwijl we tegelijkertijd vinden dat we vriendelijk zouden moeten proberen te zijn? Wat is de bron van onze eindeloze dorst naar geweld, terwijl we eigenlijk graag herinnerd zouden willen worden als een goed mens?

Een cursus in wonderen verschaft ons een kristalhelder antwoord op deze schijnbare paradox, of conflict in de denkgeest. Het gaat uiteindelijk allemaal terug naar het ontologische ogenblik (buiten tijd en ruimte, de metafysische grondslag van Een cursus in wonderen), waarin het nietig, dwaas idee (T-27.VIII.6:2) van het kunnen afscheiden van God serieus leek te worden overwogen in de denkgeest van de Zoon van God. In werkelijkheid is dit nooit gebeurd (H.2.2:8), omdat er in werkelijkheid niet zoiets als tijd bestaat. Maar alleen al de schijnbare overweging van dit ‘ego-idee’, leek de nachtmerrie in gang te zetten van de Oerknal, het universum, en de wereld, waarin tijd en ruimte zich ogenschijnlijk lineair oneindig uitstrekken. In deze dualistische droom wordt de schijnbaar slapende Zoon van God zich bewust van iets buiten hemzelf. Wauw, de afscheiding van God is kennelijk gelukt. Ik heb eenheid aangevallen en ik heb gewonnen. Ik ben op mezelf! Ik besta! Hoera!

De conclusie van dit lachwekkende verzinsel, dat desalniettemin de basis vormt van alles wat wij als ‘echt’ beschouwen in onze droomwereld van tijd en ruimte, is dat dankzij mijn afwijzing, dat wil zeggen mijn aanval op de Eenheid die God is, ik besta. Mijn aanval op de Hemel is hoe ik, als god in mijn eigen persoonlijke koninkrijkje, mijn bestaansrecht vond. Derhalve zal ik steeds afwijzing, aanval en moord moeten ervaren om mijn bestaan te blijven ‘bewijzen’. Waarom moet ik dat steeds weer bevestigen? Omdat ik diep vanbinnen besef dat het niet waar is. Hoe zou ik ooit God hebben kunnen verslaan, de almachtige Schepper? Zeker, ik ervaar dat ik besta, maar God zal mij ongetwijfeld vinden en zwaar bestraffen voor mijn oerzonde van mijn afscheiding. Onbewust projecteer ik mijn schuld over mijn aanval op God. Ik overtuig mezelf ervan dat God (dat wil zeggen, de ego-versie van God) erop uit is mij aan te vallen en te vermoorden, een conclusie die heel begrijpelijk en gerechtvaardigd klinkt. En dus roepen we het ego te hulp. Help!

“Kalm maar,” sust het ego ons. “Kijk naar de wereld om je heen. Veroorzaakte jij alle ellende die je ziet? Natuurlijk niet. Anderen zijn verantwoordelijk voor alle aanval en moord. God zal ongetwijfeld jouw ‘gelaat van onschuld’ herkennen en alleen de slechten in deze wereld straffen. Doe je gewoon voor als vriendelijk en liefdevol, en je zult veilig zijn (nou ja, in elk geval voor de komende tijd, haha).” Dus hoe relateert dit aan onze hang naar geweld in boeken, films en spellen? Deze media bieden mij een uitstekende gelegenheid om te kunnen vingerwijzen. Aanval en moord zitten niet in mij; ze zijn daar! Ik ben onschuldig, want geweld bevindt zich duidelijk buiten mijzelf. Dus, samenvattend: we zijn verslaafd aan geweld (1) omdat dit onmiskenbaar de echtheid van de afscheiding van God bevestigt, wat bewijst dat ik los van God besta; en (2) omdat dit aantoont dat het geweld dat de afscheiding kenmerkt, in anderen zit, en niet in mij. Stel je eens voor wat er in de wereld zou kunnen veranderen als staatshoofden deze onbewuste redenatie zouden inzien!

In Een cursus in wonderen toont Jezus ons op milde wijze de uitweg uit dit drama. Het mooie is dat deze weg niet kan falen, omdat we de liefdevolle aanwezigheid van de Heilige Geest (de stem namens Liefde/eenheid/God) nooit volledig uit ons bewustzijn kunnen wissen, hoewel we die wel steeds proberen te onderdrukken. Aangezien alle aanval die ik waarneem (fysiek of psychisch) mij onbewust doet herinneren aan mijn eigen ‘zondige aanval’, zal de pijn van de door mij ervaren schuld op een gegeven moment dermate ondraaglijk worden dat ik zal uitroepen dat er wel een andere manier moet zijn. Jezus beantwoordt deze roep met de uitnodiging om mijn denkgeest boven het slagveld te verheffen (T23.IV), en aldaar zonder oordeel te bezien wat er nu eigenlijk gaande is. Vanuit dat perspectief, dat wil zeggen, objectief kijkend naar de ‘film’ van de gespleten denkgeest, zonder mezelf er in te verliezen, kom ik er achter dat alles waar ik vroeger zo van overtuigd was simpelweg niet waar is! Het opgeblazen, razende ego blijkt helemaal niets te zijn – een leugen om de illusie in stand te kunnen houden dat de afscheiding van eenheid daadwerkelijk is gelukt. Door samen met Jezus naar deze droom te kijken, ga ik me realiseren dat de vrede in de Hemel nooit verstoord is geweest, dat God helemaal niets van enige afscheiding weet, en dat Hij Zijn Zoon eeuwig liefheeft. Ik ben nog steeds veilig Thuis bij mijn Schepper.

Deze realisatie, hoe mooi en waar ook, is echter niet voldoende om de ego-nachtmerrie ‘als met een vingerknip’ achter je te laten. Ik koos voor het ego, en doe dat blijkbaar het leeuwendeel van de tijd nog steeds. Waarom? Zoals we al in eerdere blogs zagen, is de consequentie van het aanvaarden van de waarheid van Jezus’ boodschap dat ik mijn gekoesterde individuele persoonlijkheid zal kwijtraken. Hoe illusoir dat kleine afgescheiden zelfje ook mag zijn, ik geloof nog steeds dat het alles is wat ik heb. We besteden heel wat aandacht aan het lichaam, de belichaming van het ego. Het duurt even (waarschijnlijk meerdere levens) om het ego-denken ongedaan te maken, en met vreugde te aanvaarden dat het opgeven van individualiteit mij, als holografisch deel van de Zoon van God, eeuwige vrede en onveranderlijke Liefde zal schenken. Daarom is de studie en de beoefening van Een cursus in wonderen een langzaam proces, dat vertrouwen en geduld vergt. Dus hoe doen we dat dan? Je raadt het: vergeving. Dat wil zeggen, niet vergeving in de zin dat ik spiritueel verder gevorderd ben dan al die andere miserabele zielen, maar de erkenning dat iedereen Gods Liefde waardig is, en dat wij allemaal uiteindelijk het liefst weer één met elkaar willen worden in  onze reis-zonder-afstand terug naar God. Het is de verschuiving in de denkgeest van “de één of de ander” van het ego naar “samen, of in het geheel niet” van de Heilige Geest (T19.IV-D.12:8).

Vergeving betekent het kiezen voor de interpretatie van de Heilige Geest van wat wij om ons heen lijken te ervaren. Het betekent onze aandacht richten op het nu, in plaats van voortdurend op het zondige verleden en de angstwekkende toekomst. Als ik ervoor kies een vergeven wereld te zien (omdat ik de zottigheid van de ego-illusie doorzie; er is in werkelijkheid niets gebeurd!) dan sta ik mijn denkgeest toe genezen te worden door de correctie van de Heilige Geest, de Stem namens Liefde. Wat betekent dit voor mijn bewustzijn? “Er is niets om je heen dat geen deel van jou is. Kijk er vol liefde naar en zie er het licht van de Hemel in. Zo zul je gaan inzien wat jou allemaal gegeven is. In zachtmoedige vergeving zal de wereld sprankelen en stralen, en alles wat jij eens zondig achtte, krijgt nu een nieuwe interpretatie als deel van de Hemel. Hoe schitterend is het om zuiver, verlost en gelukkig door een wereld te gaan die zo deerlijk de verlossing nodig heeft die jouw onschuld haar verleent!” (T23.in.6:1-5).

Een laatste punt: de eerstvolgende keer dat je jouw echtgenoot of kinderen ‘betrapt’ op het kijken naar gewelddadige films of het spelen van gruwelijke spellen, terwijl je je nu ten volste beseft wat hier gaande is, probeer ze dan niet te bekeren. Telkens wanneer je die drang voelt, realiseer je dan dat je in de valkuil stapt van het proberen te corrigeren van een illusie, en dat jij verantwoordelijk bent voor de correctie daarvan. Dat is wat Kenneth Wapnick bedoelt met “de vergissing tot realiteit maken.” Mensen proberen te veranderen betekent eigenlijk hen afwijzen en aanvallen, wat de Stem van de Heilige Geest in jouw eigen denkgeest doet verstommen. Jouw enige functie is het aanvaarden van de Verzoening voor jezelf (T2.V.5:1; T5.V.7:8; M7.3:2). Probeer gewoon mild en liefdevol voor ze te zijn. Dat is de beste manier om ze te doen herinneren aan de mildheid en vriendelijkheid in hun eigen denkgeest. Laat het oplossen van het conflict in hun denkgeest over aan de Heilige Geest. Wanneer zij daar aan toe zijn is niet aan jou, en tijd bestaat feitelijk toch niet in werkelijkheid. Blijf gewoon oefenen met onvoorwaardelijke vergeving, dat wil zeggen: blijf onvoorwaardelijk liefde uiten. Dat brengt de vrede van God waar jij en ik werkelijk naar hunkeren.

— Jan-Willem van Aalst, juli 2017 (vertaling van: https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/07/01/the-immense-popularity-of-violence/)

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s