Leven naar de wetten van de chaos

Ondanks onze goede intenties om vriendelijk en liefdevol te zijn, hebben we allemaal last van negatieve gedachten en ervaringen die we liever niet zouden hebben. Zelfs wanneer we ons ten diepste realiseren dat alle beroering in het leven uiteindelijk voortkomt uit keuzes (interpretaties) van de denkgeest, mag degene die echt nooit meer voor enige vorm van veroordeling kiest de eerste steen werpen. In hoofdstuk 23 van het Tekstboek van Een cursus in wonderen neemt Jezus ons mee in zijn uitleg van “De wetten van de chaos”. In niet mis te verstane bewoordingen beschrijft Jezus hoe deze onzinnige ‘wetten’ het onbewuste deel van onze denkgeest aansporen tot voortdurende afwijzing en veroordeling, en ook waarom wij ons koppig aan deze wetten blijven vastklampen; nogmaals, in weerwil van onze beste bedoelingen om vriendelijk en liefdevol te zijn. Als je “De wetten van de chaos” slechts oppervlakkig leest, is er een goede kans dat je er ronduit depressief van wordt. Om aan deze onzinnige wetten voorbij te kunnen gaan, moeten we ze kalm en aandachtig bekijken (T23.II.1:4). Je kunt je denkgeest immers niet veranderen als je niet weet waartussen je kunt kiezen. Laten we daarom deze wetten, die eigenlijk geen wetten zijn maar slechts overtuigingen, eens nader bekijken.

De eerste chaotische wet is dat de waarheid voor iedereen anders is. (T23.II.2:1). Even afgezien van wiskundige logica, kunnen we stellen dat ‘waarheid’ in deze wereld altijd verbonden is met normen en waarden. Deze wet stelt koppig dat afgescheidenheid en verschillen altijd waar zijn. ‘Waarheid’ betekent daarom voor iedereen wat anders. Jouw waarheid is anders dan mijn waarheid. Dit ontkent het eerste wonderprincipe (T1.I.1:1) dat wonderen geen rangorde naar moeilijkheid kennen omdat alle illusies inhoudelijk hetzelfde zijn. Deze eerste chaotische wet stelt dat de ene illusie waardevoller is dan de andere, en dat elk levend wezen voor zichzelf vaststelt wat ‘waar’ is op basis van wat als waardevol of belangrijk wordt beschouwd. Deze ‘wet’ kwam voort uit het ‘nietig, dwaas idee’ dat wij los van God onze eigen waarheid zouden kunnen bepalen. “Eenheid is onzin — verschillen zijn waar, zoals je zult beamen als je goed om je heenkijkt”, trompettert het ego luidkeels.

De tweede chaotische wet volgt ‘logischerwijs’ uit de eerste. Als jouw waarheid anders is dan de mijne, en jij zit fout, dan verdien jij het om afgewezen en gestraft te worden. Achter de beleefde uitspraak “ik zie dat anders” schuilt uiteindelijk altijd haat. Omdat jouw waarheid anders is dan de mijne, moet jij wel fout zijn. Dit de wortel van alle woede en aanval, die — nogmaals — slechts het oorspronkelijke ‘nietig, dwaas idee’ weerspiegelt dat God fout is en ik goed. God en ik (als ego) verschillen van elkaar en zijn dus voor eeuwig elkaars vijanden. “Angst voor God en voor elkaar lijkt nu zinnig, tot werkelijkheid gemaakt door wat Gods Zoon zowel zichzelf als zijn Schepper heeft aangedaan” (T23.II.5:7). Merk op dat deze chaotische wet uitsluit dat dit alles misschien wel slechts een vergissing is. We zien in alles en iedereen kenmerken die anders zijn dan wij, God incluis, wat onbewust altijd leidt tot angst en haat.

Dit leidt automatisch tot de derde absurde chaotische wet dat God Zijn Zoon wel moet haten. Aangezien God en wij van elkaar verschillen en dus vijanden zijn, is God om hulp vragen volstrekt zinloos. “nu is conflict tot iets onvermijdelijks gemaakt, buiten het bereik van Gods hulp. Want nu moet verlossing wel onmogelijk blijven, omdat de Verlosser de vijand geworden is. Er is geen bevrijding en geen ontsnapping mogelijk. Verzoening wordt zo een mythe, en wraak, en niet vergeving, is de Wil van God” (T23.II.7:5). Dit verwijst natuurlijk naar het beeld dat het ego van God heeft gemaakt. En aangezien waarneming voortkomt uit projectie (T-13.V.3:5), zullen we de wereld ervaren zoals we God ervaren.

Op dit punt aangekomen geloven we rotsvast dat we in een gevaarlijke en uiterst bedreigende wereld leven, waarmee we de vierde chaotisch wet omarmen, namelijk de overtuiging dat je slechts bezit wat je genomen hebt. Wat ik van jou neem heb jij niet meer, en vice versa. Zoals Jezus uitlegt: “Alle andere wetten moeten hiertoe leiden. Want vijanden geven elkaar niet vrijwillig, en streven er evenmin naar de dingen waaraan ze waarde hechten met elkaar te delen. En wat jouw vijanden je willen onthouden moet wel begerenswaard zijn, want ze houden het voor jou verborgen” (T23.II.9:5-7). Als je niet aanvalt, zal alles wat je hebt van je worden afgenomen, wordt het mantra van onjuist-gericht denken: aanval is de beste verdediging. Ik voel me daarom gedwongen om zowel aan te vallen als te verdedigen, opdat ik alles wat ik heb niet zal verliezen.

Wat deze wet zo venijnig maakt is dat we heimelijk al ons ‘verlies’ toedichten aan een zondige aanval op ons door onze vijanden. En wat hebben we verloren? Onze innerlijke vrede; uiteindelijk onze onschuld als een kind van God. Mijn vijanden hebben dat door hun wrede aanval van mij ontnomen. Dit moet ik terug zien te krijgen, en daartoe ben ik volstrekt gerechtvaardigd. Dit leidt tot de vijfde en finale chaotische wet: verlossing kan slechts gevonden worden door de mij ontnomen onschuld weer terug te graaien uit andere lichamen. Dit resulteert in ofwel een speciale haatrelatie (waarin ik jou botweg aanval, om jou “in een naamloze afgrond te storten”, T24.V.4:3), ofwel in een speciale liefdesrelatie, waarin ik jou en je lichaam hartstochtelijk bemin zolang jij me geeft wat ik denk dat ik nodig heb voor vervulling.

Jezus concludeert: “Nooit wordt je bezit compleet. En nooit zal je broeder zijn aanval op jou staken voor wat jij gestolen hebt. En evenmin zal God Zijn wraak tegen jullie beiden beëindigen, want in Zijn waanzin wil Hij beslist dit substituut voor liefde hebben en jullie beiden doden” (T23.II.13:1-3). Aangezien elk lichaam onvermijdelijk sterft, worden we er door het ego voortdurend aan herinnerd dat deze wetten van de chaos de waarheid zijn, en niet ontkend kunnen worden. Door deze ‘wetten’ af te pellen heeft Jezus onze onbewuste onjuist-gerichte denkwijze naar het bewuste gebracht: “Jij die gelooft dat je innerlijk gezond, met beide voeten op vaste grond door een wereld gaat waarin betekenis kan worden gevonden, overweeg dit eens: dit zijn de wetten waarop je ‘innerlijke gezondheid’ lijkt te berusten. Dit zijn de principes die jou vaste grond onder je voeten lijken te geven. En juist hier zoek jij naar betekenis” (T23.II.13:4-6). Op dit punt wordt het ego benauwd voor zijn eigen ontmaskering, en stelt daarop met veel omhaal dat wij deze onzinnige wetten natuurlijk niet geloven, er evenmin naar handelen. Waarop Jezus kalm antwoordt: “Broeder, je gelooft ze. Want hoe zou je anders de vorm die ze aannemen kunnen waarnemen, met een dergelijke inhoud?” (T23.II.18:3).

We hoeven slechts aandachtig de interpersoonlijke wisselwerking tussen mensen op een feestje te observeren om in te zien hoe onwrikbaar deze wetten opereren, achter alle beleefdheden en vertier. Heimelijk vergelijkt iedereen zijn of haar ‘staat van geluk’ met die van alle anderen: fysiek, geestelijk, emotioneel, sociaal, financieel, noem maar op. Hoeveel heb ik ten opzichte van anderen hier? Zelfs wanneer ik iemand feliciteer met een bepaald behaald succesresultaat, voel ik heimelijk een steek van pijn (of haat), omdat ik eigenlijk vind dat succes mij toebehoort, omdat ik gelijk heb in wat waardevol en waar is. En zo houden we voortdurend het mechanisme van afwijzing en aanval in stand, waarmee we natuurlijk uiteindelijk het afgescheiden ego in stand blijven houden. En hoewel het leven uiteindelijk eindigt in de dood, bewijs ik wel dat ik als uniek individu in elk geval besta.

Zoals altijd bij Een cursus in wonderen is de uitweg uit deze hel gelegen in vergeving. Omdat al deze wetten uitgaan van de aanname dat er een rangorde in illusies is, ligt het ongedaan maken van deze ‘wetten’ (oftewel overtuigingen) in onze aanvaarding van het simpele feit dat alle illusies inhoudelijk hetzelfde zijn, inclusief de illusie dat wij ons hebben afgescheiden van God. Waarheid verandert niet van moment op moment, en het is beslist niet aan ons om vast te stellen wat waarheid is. Waarheid is van God. Als de collectieve ene Zoon van God, zijn wij in essentie louter een uitbreiding van de Liefde die God is. In werkelijkheid kunnen wij ‘slechts’ deze zelfde Liefde uitbreiden; al het andere is illusoir. Zelfs in deze ‘waakdroom’ in tijd en ruimte is dit waar: een idee dat je deelt, versterk je. Hoe meer liefde je geeft, hoe meer liefde je zult ontvangen (hoewel misschien niet direct, en langs een onverwachte weg). Dit draait de vierde en vijfde wetten van de chaos om: ik bezit de liefde die ik met anderen heb gedeeld.

Dit betekent niet dat ik al mijn aardse bezittingen zou moeten weggeven, in de verwachting dat er ik er veel meer voor terugkrijg. Gods wetten werken op het nondualistische niveau I. Op niveau II, de dualistische droom in tijd en ruimte waarin we lichamen, verschillen en afscheiding ervaren, heeft “zelfs een gevorderde therapeut enige aardse noden terwijl hij hier is” (P3.III.3). Hierin zal automatisch voorzien worden zolang we ervoor kiezen om niveau II als een lesruimte te zien; een proces waarin we geleidelijk leren om onze Goddelijke essentie (als Christus) te zien in alles en iedereen die we waarnemen, en ons door Liefde te laten leiden. Aangezien alles wat we waarnemen voortkomt uit projectie (of uitbreiding), is dit ook de manier om ons ware Zelf weer te herinneren. Dat stelt ons uiteindelijk in staat om onszelf te vergeven voor ons geloof in het ‘nietig, dwaas idee’ van afscheiding, wat in werkelijkheid nooit heeft plaatsgevonden.

We bevechten de wetten van de chaos niet; we kijken er slechts in kalmte aan voorbij. Zoals Jezus zegt: “Vergeving is stil en doet in alle rust niets. […] Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet” (Wd2.1.4:1;3). Probeer je dus elke dag gewaar te worden van hoe deze chaotische wetten in de wereld lijken te werken, en vergeef jezelf dan voor die waarneming, in het besef dat “God anders denkt” (T23.I.2:7). Aangezien de wetten van de chaos al zo’n veertien miljard jaar feilloos lijken te werken, is het niet zo vreemd als je niet morgen ineens volstrekt verlicht bent — het is een traag leerproces. Maar telkens als het je lukt om je te laten leiden door het liefdevolle advies van de Heilige Geest, bespaar je jezelf misschien wel duizend jaar aan reïncarnaties (WdI.97.3). En wie zou dat niet willen?

— Jan-Willem van Aalst, mei 2017 (vertaling van: https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/05/27/living-by-the-laws-of-chaos/)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s