Pratyahara!

In Patanjali’s klassieke verhandeling over yoga, die al ruim tweeduizend jaar oud is, beschrijft hij de acht ‘paden’ of thema’s (hij noemt ze ‘ledematen’) die men zou moeten beoefenen om uiteindelijk de hereniging met Eenheid weer te bereiken (Samadhi). De eerste vier paden richten zich op de ‘uiterlijke’ wereld; de laatste vier richten zich meer op het trainen van de denkgeest. Het is bijzonder fascinerend om de overeenkomsten te zien tussen de oude Indiase spirituele leerscholen, vooral de nondualistische Advaita Vedanta, en Een cursus in wonderen. En dat is niet alleen zo vanuit de theorie bekeken, maar zeker ook vanuit praktisch oogpunt. Patanjali’s vijfde pad heet ‘Pratyahara’, wat vrij vertaald neerkomt op het ‘terugtrekken van de zintuigen’. Pratyahara is het proces van het verschuiven van je focus van de uiterlijke wereld naar de innerlijke wereld van de denkgeest. Dit is natuurlijk één van de centrale thema’s in Een cursus in Wonderen. Laten we eens kort kijken naar wat Patanjali zegt over Pratyahara, en hoe zich dit verhoudt tot onze Cursus-beoefening.

Patanjali stelt dat de focus op uiterlijkheden leidt tot verstrooiing van levensenergie (prana). Voordat het ons kan lukken om eenheidsbewustzijn in de denkgeest te ervaren, moet we eerst het stromen van prana leren beheersen en benutten, als randvoorwaarde om de denkgeest te leren beheersen. Dit doe je door de focus van de denkgeest te verschuiven van uiterlijkheden naar innerlijkheden. Aanvankelijk zijn dat de voor de hand liggende fysieke innerlijkheden, zoals de hartslag, de beweging van de adem, of wat de oren registreren. Omdat de zintuigen de ‘natuurlijke’ neiging hebben om tussen binnenkomende stimuli heen en weer te bewegen, zorgt juist het richten op één zintuig ervoor dat de andere zintuigen stiller worden, waardoor het stromen van prana langzaam in balans komt. Een meer energetische vorm van Pratyahara richt zich op de zeven opeenvolgende chakra’s, waarbij de denkgeest zich nog wat meer naar binnen keert. De volgende stap houdt in dat de denkgeest de constante gedachtestroom simpelweg van een afstandje observeert, waarbij elke gedachte als een wolkje voorbij mag drijven, op het ritme van de adem. In al deze gevallen verschuift de denkgeest van uiterlijkheden naar een innerlijke focus. Dit bereidt de denkgeest voor op Dharana (concentratie), Dhyana (meditatie) en uiteindelijk Samadhi (eenheid).

Een veelgehoorde misvatting over Pratyahara is dat het doel ervan zou zijn om de wereld de rug toe te keren, en je niet meer met anderen te bemoeien. Gelukkig benadrukken veel leraren dat dit niet is wat Patanjali bedoelde. Zoals de Bhagavad Gita duidelijk stelt: “Leef een bijzonder actief leven, maar leef het vanuit de kern van je Zelf”. Rolmodellen zoals Mahatma Gandhi, Nelson Mandela en moeder Teresa hebben bewezen dat je een bijzonder actief leven kunt leiden, dat niettemin gestuurd wordt vanuit het innerlijke rijk van juist-gericht denken. De grote waarde van Pratyahara is dat het de denkgeest kan bevrijden uit de slavernij van het meegesleurd worden door externe stimuli. Alles wat je vanuit zo’n geoefende staat van denken manifesteert in de wereld zal onvermijdelijk veel nuttiger meerwaarde hebben. Het doel is eenheid, maar de beoefening blijft in het raamwerk van dualiteit, waar die nodig is.

In Een cursus in wonderen nodigt Jezus ons uit om min of meer datzelfde proces te volgen. Een bekend Cursuscitaat is dat “Een ongetrainde denkgeest niets tot stand kan brengen” (WdI.In.1:3). Het doel van de Cursus is “je denkgeest systematisch te trainen in een andere waarneming van alles en iedereen in deze wereld” (WdI.In.4:1). Hiertoe onderwijst Jezus ons dat liefde, vrede, geluk en verlossing niet in uiterlijkheden gevonden kunnen worden (“Zoek niet buiten jezelf. Want dat is tot mislukken gedoemd, en je zult tranen storten elke keer dat een afgod valt.”, T29.VII.1). Maar Jezus moet ons er ook van overtuigen dat wij niet een lichaam zijn, maar puur geest (“Jouw werkelijkheid is louter geest. Daarom ben jij eeuwig in een staat van genade.”, T1.III.5:4).

Echter, hoe spiritueel verheven het ook mag klinken om te lezen dat onze kern uit louter geest bestaat en niet uit sterfelijke materie… we lezen Een cursus in wonderen terwijl wij onszelf in tijd en ruimte ervaren, met mensen en gebeurtenissen die ons lijken te beïnvloeden, en met de dood en belastingen als enige zekerheden in het leven. Het doel van het Werkboek is allereerst om onszelf te ontdoen van het slachtoffer-denken waarmee wij allemaal zijn opgegroeid, om vervolgens consequent juist-gericht te leren denken. Helaas zuchten veel studenten wanhopig dat het ze maar niet lijkt te lukken om de verstrooide denkgeest te bevrijden van de focus op uiterlijkheden. Het denken bevat nog grote weerstand tegen de kern van de boodschap van de Cursus. De denkgeest zoekt allerlei afleidingen, die de materiële wereld van uiterlijkheden uiteraard volop biedt.

Juist bij die uitdaging zou het beoefenen van Pratyahara wel eens goed kunnen helpen. Je wilt je denkgeest ‘temmen’ in die zin dat je denken minder snel wordt afgeleid door externe stimuli. Dit betekent allereerst dat je je ten volste moet beseffen dat het ervoor kiezen om afgeleid te worden een duidelijk doel dient, namelijk het vermijden van de ‘dreiging’ van juist-gericht denken, dat uiteindelijk zal leiden tot het einde van individualiteit. Maar aangezien dat besef alleen meestal niet voldoende is om je afleidings-zelfsabotage te stoppen, kan het behulpzaam zijn om te ‘spelen’ met de energiestromen in je lichaam. Je kunt zo meer orde en structuur brengen in de beschikbaarheid van vitale prana-energie. Dat helpt op zijn beurt de denkgeest weer om zich te kunnen concentreren op de gedachtetraining die Jezus voorstaat. Net zoals het geen zonde is om een aspirientje te nemen om hoofdpijn te verlichten (T2.IV.4:1), is het net zo min ‘zondig’ om innerlijke lichaamsoefeningen te doen om de denkgeest te leren concentreren.

Probeer dus bijvoorbeeld eens om je ogen te sluiten en je aandacht vervolgens te richten op het stromen van de adem van je neus naar je longen, en weer terug. Of probeer je aandacht een poosje louter gericht te houden op hoe je je hartslag in je gehele lijf kunt voelen. Wat mij vooral bevalt is het opeenvolgend ‘aanzetten’ van de lichtjes van de zeven grote chakra’s in het lichaam, beginnend bij het stuitje, omhoog langs het borstbeen, en eindigend bij de fontanel. Je kunt oefenen met het steeds wat verder versterken van die ‘uitstraling’, totdat je hele lichaam zich in puur licht baadt. Hoewel dit soort oefeningen nergens door Jezus in zijn Cursus beschreven worden, kunnen ze wel helpen om je denkgeest minder snel te laten afleiden door externe stimuli. Om met de woorden van Kenneth Wapnick te spreken: het helpt in “het omwisselen van voorgrond en achtergrond“. Waar voorheen de materiële wereld altijd op de voorgrond stond en onze spirituele groei op de achtergrond, kunnen we dit nu omdraaien: we kunnen nu onze spirituele reis gemakkelijker naar de voorgrond brengen, terwijl de drukke materiële wereld wat meer naar de achtergrond verschuift. Kortom, een beetje oude wijsheid die nog steeds van praktische waarde is in onze oververhitte westerse samenleving.

— Jan-Willem van Aalst, mei 2017 (vertaling van: https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/05/20/pratyahara/)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s