Verkeerswoede als les

Wat is gewoonlijk jouw reactie als je wordt afgesneden op de snelweg? voor velen komt het neer op een combinatie van aanvankelijke schrik (want ja, het verkeer staat hoog op de lijst van doodsoorzaken) en vervolgens woede. Misschien merk je bij jezelf gedachten in de trant van: “Hoe durf je anderen zo in gevaar te brengen? Je eigen leven op het spel zetten is één ding, maar je hebt geen recht om het mijne in gevaar te brengen! Hork! Is een beetje fatsoen op de weg teveel gevraagd? Toon wat respect!” Kortom, de tirade richt zich in het algemeen volledig op de ‘dader’, totdat het adrenalineniveau weer een beetje wil zakken.

Weinigen realiseren zich dat je met dergelijke reacties, hoe begrijpelijk ook, eerst en vooral jezelf aanvalt, terwijl er bij de ‘dader’ helemaal niets verandert. Op fysiek niveau zou je er van staan te kijken hoeveel ‘giftige’ stoffen je hersenen je bloedbaan insturen door de schrik en woede. ‘Goed voor je lichaam zorgen’ gaat niet goed samen met regelmatig hoge niveaus van adrenaline en cortisol. Als je je volledig zou realiseren dat schrik en woede feitelijk een chemische aanval op je eigen lichaam zijn, zou je je misschien wel twee keer bedenken om steeds zo boos te worden. Misschien zeg je dat de cortisol in je bloedbaan veroorzaakt werd door de bestuurder die jou afsneed, en dat het niet jouw eigen keuze was. Maar is dat zo?

Een cursus in wonderen onderwijst ons dat er geen wereld is (WdI.132.3.2:1), en dat woede nooit gerechtvaardigd is, maar de Cursus zou niet erg behulpzaam zijn als die het daarbij zou laten. In Een cursus in wonderen spoort Jezus ons aan om onze gevoelens niet te ontkennen of te onderdrukken, maar om de denkgeest te trainen om te leren kijken naar onze interpretatie van de situatie — van een afstandje, zonder oordeel. Om ons vervolgens dit citaat weer te herinneren: “Projectie maakt waarneming“. (T13.V.3:5; T21.In.1). Dit biedt ons een geheel ander referentiekader om onze woede over het afgesneden te worden opnieuw te bekijken. Je ‘eis’ om opgemerkt en met respect behandeld te worden, komt blijkbaar voort uit de projectie van iets anders. Als goede Cursusstudenten weten we natuurlijk wat dat ‘iets anders’ is we eisen opgemerkt en met respect behandeld te worden door God, wat Hij steeds maar niet doet. “Je was in vrede tot je om een speciale gunst hebt gevraagd. En God heeft die niet verleend, want het verzoek was Hem wezensvreemd, en je kon zoiets niet vragen van een Vader die Zijn Zoon waarlijk liefheeft. Daarom heb jij van Hem een liefdeloze vader gemaakt, en van Hem geëist wat alleen een dergelijke vader geven kon.” (T13.III.10:2-4). En dus vinden we iedereen die ons niet opmerkt en met respect behandelt, liefdeloos en schuldig.

Vaak komt er nog een extra projectie bij als het om autoriteitsfiguren gaat, gewoonlijk onze ouders. Mensen die in hun vroege kindertijd weinig aandacht van hun ouders kregen, hebben de neiging sneller van streek te raken als familie, vrienden of collega’s ze niet steeds respect en aandacht geven. Ook deze projectie gaat terug naar het ontologische ogenblik dat wij (als de slapende Zoon van God) ogenschijnlijk het idee van autonomie serieus leken te nemen, en van God eisten dat Hij ons bestaan erkende, wat Hij natuurlijk niet doet. De realiteit van de waarheid is onveranderlijk, zonder concepten, zonder enig onderscheid, zonder iets dat zich gewaar kan zijn van iets anders. De Zoon van God kan dromen dat hij iets wenst dat niet in lijn is met de Wil van zijn Schepper, maar hij kan dat niet tot werkelijkheid maken. “De denkgeest kan denken dat hij slaapt, maar dat is alles. Hij kan niet veranderen wat zijn waaktoestand is.” (WdI.167.6:1)

We blijven ons koppig vastklampen aan deze nachtmerrie van schijnbare autonomie, totdat de pijn ons teveel wordt. Herinner je de troostende woorden uit hoofdstuk 2: “Je mag dan veel pijn kunnen verdragen, maar daaraan is een grens. Uiteindelijk begint iedereen in te zien, hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn. Wanneer dit inzicht vastere grond krijgt, wordt het een keerpunt. Dit laat geestelijke visie uiteindelijk opnieuw ontwaken en tegelijk de investering in de fysieke blik afnemen.” (T2.III.3:1). Velen hebben dit keerpunt ervaren, gewoonlijk na een intens pijnlijke ervaring, hetzij fysiek, mentaal, financieel, sociaal, of emotioneel. Als Een cursus in wonderen zich op hun levenspad aandient, beginnen ze zich te realiseren dat vergeving het betere pad is. Maar ze gaan zich ook realiseren dat vergeving, zoals Jezus dat onderwijst, iets heel anders is dan hoe zij er tot dan toe over dachten.

Als jij op de snelweg merkt dat je wordt afgesneden, en je hebt jezelf aangeleerd om direct iets te denken zoals: “Ja, je hebt me afgesneden, hufter, maar ik ga je vergeven omdat ik spiritueel verder ben dan jij, en ik ga mezelf niet aanvallen om wat jij mij hebt aangedaan”, dan hou je jezelf voor de gek. Zoals Jezus uitlegt in de “Psychotherapie” aanvulling (vanaf de derde editie in het boek opgenomen), komt dit neer op “vergeving-ter-vernietiging” (P.II.2). Door mijn eigen waardigheid boven die van jou te stellen, zeg ik eigenlijk dat ik Gods liefde waardig ben, en jij niet. Bovendien stel ik dat ik in staat ben om te oordelen wie waardig is en wie niet. En nog erger: ik ben er nog steeds rotsvast van overtuigd dat anderen fundamenteel verschillen van mijn eigen glorieuze zelf. Dat is natuurlijk niet het ideale uitgangspunt om ware vergeving mee te oefenen.

“Er moet vooral worden opgemerkt dat God slechts één Zoon heeft. Als al Zijn scheppingen Zijn Zonen zijn, moet elk een integraal deel van het gehele Zoonschap uitmaken. Het Zoonschap in zijn Eenheid overstijgt de som van zijn delen.” (T2.VII.6:1-3). Ware vergeving is alleen mogelijk als ik me realiseer dat iedereen dezelfde Zoon van God is, ongeacht het gedrag wat ik waarneem. Als ik mijn denkgeest kan trainen om elk gedrag vanuit dergelijke spirituele visie te bezien, dan kan ik de betekenis van wat ik waarneem veranderen in ware perceptie: “Hij is op dat moment misschien niet verstandig, en het staat vast dat hij niet verstandig zal zijn zolang hij vanuit het ego spreekt [of handelt]. Maar het is nog altijd jouw taak hem te zeggen dat hij juist is. Je zegt hem dat niet met zoveel woorden als hij onzin praat. De correctie die hij nodig heeft, ligt op een ander vlak, omdat zijn vergissing op een ander vlak ligt. Hij is nog altijd juist, omdat hij een Zoon van God is. Zijn ego is altijd mis, wat het ook zegt of doet. Als jij op de fouten van je broeders ego wijst, moet je daar wel met het jouwe naar kijken, want de Heilige Geest neemt zijn vergissingen niet waar.” (T9.III.2:5-3:1).

Het is niet Jezus’ bedoeling om ons schuldig te laten voelen, telkens als we schrik of woede ervaren als we worden afgesneden op de snelweg, omdat we nu eenmaal nog vasthouden aan ons geloof in een afgescheiden bestaan. Het mooie aan Een cursus in wonderen als spiritualiteit is dat die niet van ons vraagt onze ervaringen in de dualiteit te ontkennen of te onderdrukken. De Cursus biedt ons een zeer doeltreffende manier om onze denkgeest te trainen voor vrede te kiezen waar we voorheen voor pijn kozen, door alles wat ons overkomt te herinterpreteren als een nuttige les in het lokaal dat we ‘dualiteit’ noemen. Dus de volgende keer dat ik word afgesneden op de snelweg, neem ik mij voor om mezelf niet schuldig te voelen over mijn schrik of boosheid, maar zal ik proberen iets sneller het punt te bereiken waarop ik mijn emoties zonder oordeel kan gadeslaan, en concluderen: “Ah, daar ga ik weer. Laat ik mij weer eens beseffen hoe gehecht ik nog steeds ben aan mijn individualiteit en persoonlijkheid. Dat is oké voor nu. Ik heb zojuist een vergevingsles aangeboden gekregen in de lesruimte van mijn leven.” In die lesruimte hebben we een bijzonder behulpzame gids, genaamd de Heilige Geest (je mag ook Jezus kiezen, als manifestatie van de Heilige Geest). Nodig hem uit door tegen jezelf te zeggen: “Beste Heilige Geest (of Jezus), help me alsjeblieft dit anders te bezien. Ongeacht welk gedrag ook, deelt iedere schijnbaar afgescheiden Zoon van God nog steeds dezelfde Bron, dezelfde Identiteit. Help me om voor vrede te kiezen in plaats van voor pijn. Help me alsjeblieft deze les werkelijk te leren.”

De keuze om veroordeling los te laten is de keuze voor de Heilige Geest. Probeer het eens zodra je weer de weg opgaat. Kies ervoor een gelukkige leerling van Jezus’ leerplan te zijn. Ervaar de innerlijke vrede, telkens als het je lukt om de les toe te passen. Een dergelijke verandering van gedachten weerspiegelt zich beslist in je lichaam, omdat de kwaliteit van de chemische samenstelling van je bloed veel beter zal zijn. En mocht het je vandaag toch niet lukken, dan kun je in elk geval je voornemen versterken om het de volgende keer nog eens te proberen, omdat je nu beseft dat de pijn van veroordeling nergens meer toe dient. Dit is een leerplan dat iedereen uiteindelijk gegarandeerd onder de knie zal krijgen. Het is aan jou hoe lang je erover doet om het leerplan af te ronden. “Het is slechts een kwestie van tijd tot iedereen de Verzoening heeft aanvaard. Door de onvermijdelijkheid van de uiteindelijke beslissing kan dit in tegenspraak lijken met de vrije wil, maar dat is niet het geval. Je kunt tijd rekken en je bent tot immens uitstel in staat, […] Maar de uitkomst is zo zeker als God.” (T2.III.3:1). Dus waar wachten we nog op?

— Jan-Willem van Aalst, april 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/04/22/road-rage-as-a-classroom/)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s