Een koninkrijk om te regeren

Eén van de meer geliefde cantates van Johann Sebastian Bach is Bwv.82 (uit 1727), genaamd “Ich habe genug”, wat zich vertaalt als “I heb genoeg”, in de zin van “Ik ben content.” Het is niet een bombastische, glorieuze hymne die de Hemel prijst; in tegendeel, het is een tamelijk persoonlijke en introspectieve compositie, meer voor bij het haardvuur, terwijl je het leven overdenkt. De zanger besluit “Ik heb genoeg” omdat hij Jezus als zijn verlosser heeft om zijn leven te leiden; meer heeft hij niet nodig. Aan het einde van de cantate concludeert hij zelfs dat de fysieke dood hierdoor niet meer van belang is.

Het onbewuste ego is het hier echter volstrekt niet mee eens. “Wees niet zo dwaas”, horen we dat boze stemmetje blazen, “er is zo’n beetje overal gebrek aan. Want zie: dag in dag uit werk je ontzettend hard, en toch is er maar net genoeg geld voor voedsel en onderdak. Maar los van dergelijke basisbehoeften is het echte gebrek nog veel erger. Geef maar toe dat jij je voortdurend onrustig en onvervuld voelt! Al die zogenaamde vrienden van jou hebben de onschatbare parel gestolen die ons geluk compleet zou maken! Ze hebben onze onschuld en vrijheid gestolen door ons zonder reden aan te vallen, alleen maar omdat ze bang zijn zelf iets te zullen missen! En toen moesten we natuurlijk terugslaan! Liefde klinkt leuk, maar vroeg of laat worden we verraden. Dus hou jezelf niet langer voor de gek dat je genoeg hebt: vrede bereiken betekent je voorbereiden op oorlog. Dat is het lot van iedereen hier. En nu weer aan het werk, jij slaaf!”

Een cursus in wonderen biedt ons een echte uitweg uit dit ‘slagveld’, door ons te onderwijzen hoe we ons bewustzijn boven het slagveld kunnen brengen, en het vervolgens te bezien voor wat het is. Werkboekles 236 vat dit mooi samen in de titel: “Ik regeer mijn denkgeest, die alleen ik regeren moet.” In deze les laat Jezus ons tegen onszelf zeggen: “Ik heb een koninkrijk te regeren. Bij tijd en wijle lijkt het allerminst dat ik daarvan de koning ben. Het lijkt over mij te triomferen en me voor te schrijven wat ik moet denken, wat ik moet voelen en doen.” Jij en ik zullen vast erkennen dat er geen ziel ter wereld is die dit gevoel niet kent. En dan komt Jezus met het goede nieuws: “En toch is het mij geschonken om elk doel te dienen dat ik er maar in zie.” (Wd2.236.1)

Voor elke spirituele leerling is het een openbaring om de kracht van de denkgeest te leren ervaren, en gaandeweg te beseffen dat de kwaliteit van het leven in grote mate afhangt van de keuzes die we met de denkgeest maken. De ultieme verwoording hiervan krijgen we voorgeschoteld door Jezus in werkboekles 253, waarin hij ons het volgende laat overdenken: “Het is onmogelijk dat iets, wat ook, tot mij zou kunnen komen waar ik niet zelf om heb gevraagd. Zelfs in deze wereld ben ik het die mijn lot beheerst. Wat gebeurt, is wat ik verlang. Wat niet plaatsvindt, is wat ik niet wil dat gebeurt. Dit moet ik aanvaarden.” (Wd2.253.1) Als goede cursusstudenten weten we natuurlijk dat Jezus hiermee doelt op inhoud, niet op vorm. Uiteraard zijn jij en ik niet direct verantwoordelijk voor, laten we zeggen, een verwoestende aardbeving op een breuklijn, maar we zijn wel verantwoordelijk voor de mate van innerlijke vrede in onze denkgeest, of het gebrek daaraan. Niets of niemand heeft de macht om onze denkgeest pijn of leed te bezorgen, of geluk of vrede af te dwingen. We moeten elke staat van denken aanvaarden als onze eigen verantwoordelijkheid.

Eén van de unieke kenmerken van Een cursus in wonderen als spiritualiteit is de volstrekte consistente redenatie over waarom gebeurtenissen in de wereld irrelevant zijn voor onze staat van denken: dat is omdat er geen wereld is! (Wd1.132.6:2). Waarneming is niet hetzelfde als waarheid. Het ego probeert ons ervan te overtuigen dat dat nonsens is, want onze zintuigen vertellen ons iets anders. Het is toch waanzin om te ontkennen wat je ogen zien? En als ik mijn teen stoot tegen een rots, moet ik dan koppig volhouden dat de pijn niet echt is? Pas als we aandachtig kijken naar recent wetenschappelijk onderzoek over bijna-dood-ervaringen, waarin overlevenden verbluffende verhalen vertellen over de tijd dat ze klinisch ‘dood’ waren omdat er geen meetbare hersenactiviteit meer was, kunnen we leren openstaan voor de mogelijkheid dat denkgeest en hersenen niet hetzelfde zijn. Een moderne theorie zoals de kwantumfysica stelt zelfs dat tijd en ruimte zelf uiteindelijk onwerkelijk zijn. Maar zoiets voelt te ongemakkelijk om zomaar te aanvaarden.

Waarom voelt dat zo ongemakkelijk? Omdat het een uitweg biedt uit het koppig vasthouden aan het ‘kruis’ van het ego, waar wij ons nog steeds intiem mee identificeren. Het gehele materiële universum is een schijnbare hallucinatie over autonomie en afscheiding van God, de Schepper. Het is de ‘kwantummogelijkheid’ dat de Zoon mijmert over het scenario dat er iets beters is dan Gods Liefde, en dat de Zoon los van God beter af zou zijn. De bijna veertien miljard jaar sinds de Oerknal zijn niets meer of minder dan de film waarin dit droomscenario wordt uitgespeeld. Maar aangezien de trigger voor dit scenario neerkomt op ‘afwijzing, aanval en afscheiding’, is alles in deze droom van tijd en ruimte daarvan doordrenkt. Buiten tijd en ruimte, in de eeuwigheid, heeft helemaal niets de vrede van God en Zijn Scheppingen verstoord (Wd2.234.1). En nu hebben we Een cursus in wonderen, waarin Jezus onze pijn verzacht door uit te leggen dat dit [d.w.z. alle leed] niet zo hoeft te zijn (T4.IV.3). Onze denkgeest is krachtig genoeg om te besluiten deze zotte film te bezien boven het slagveld. Zodra wij ons realiseren dat de droom niets voorstelt en dat we niet in gevaar zijn, kunnen we een betere keuze maken.

Kenneth Wapnick heeft in zijn boeken en workshops vaak benadrukt hoe belangrijk het is dat we ten volste beseffen dat jij en ik een keuzemaker zijn. Telkens als Jezus in de Cursus het ego contrasteert met de boodschap van de Heilige Geest, spreekt hij ons aan als keuzemaker. Hij nodigt ons uit om een betere keuze te maken, net als hij ooit deed: “Er is niets aan mij wat jij niet kunt bereiken. Ik heb niets wat niet van God afkomstig is. Het huidige verschil tussen ons is dat ik niets ánders heb. Daardoor verkeer ik in een toestand die in jou alleen potentieel aanwezig is.” (T1.II.3:10-13). Dit betekent dat ik tot nu toe in de war ben over wat mijn werkelijke wil eigenlijk is. Het ego is de poging om een wil te hebben die los staat van God, maar dat is alleen (schijnbaar!) mogelijk in de koortsachtige droom die we tijd en ruimte noemen. Als ik heel eerlijk naar mezelf toe ben, dan moet ik toegeven dat dit ‘experiment’ helemaal niet werkt. Ondanks mijn koortsachtige wens om autonoom te zijn, blijft mijn wil voor altijd verbonden met Die van mijn Schepper: onvoorwaardelijke Liefde. Dat is mijn wil omdat dat is wat ik ben. In werkelijkheid is het koninkrijk van mijn denkgeest één met het Koninkrijk van de Hemel, omdat er in werkelijkheid niets buiten de Hemel bestaat.

In hoofdstuk 6 bevestigt Jezus dit: “Nergens in het Koninkrijk heerst er enige duisternis, maar jouw rol is slechts ervoor te zorgen dat er geen duisternis in je eigen denkgeest heerst. Deze afstemming op het licht is onbeperkt, want ze is op het licht van de wereld afgestemd. Ieder van ons is het licht van de wereld, en door onze denkgeesten in dit licht met elkaar te verbinden, verkondigen wij tezamen en als uit één mond het Koninkrijk van God.” (T6.II.13:3). Ik heb dus inderdaad een koninkrijk om te regeren. Gelukkig wordt het regeren daarvan gemakkelijk als ik de Heilige Geest aanstel als mijn koninklijke raadsheer. Als de heerser van mijn eigen denkgeest is het mij gegeven om tijd en ruimte boven het slagveld te bezien, zonder veroordeling, om vervolgens alle waargenomen pijn over te dragen aan Jezus (of de Heilige Geest), waarmee ik mijn denkgeest reinig. Wat overblijft is blijvende innerlijke vrede.

Natuurlijk zullen er nog steeds verwoestende aardbevingen zijn. We zullen absoluut mensen tegenkomen die ons in de steek laten. Het fysieke lijf zal onontkoombaar aftakelen en sterven. Dit alles maakt niet meer uit, zodra we aanvaarden dat wij de enige heerser zijn over de staat van de denkgeest. “Als je denkt dat wat jij gemaakt hebt jou kan vertellen wat jij ziet en voelt, en jij geloof stelt in zijn vermogen dit te doen, verloochen jij je Schepper en geloof je dat jij jezelf hebt gemaakt. Want als je denkt dat de wereld die jij gemaakt hebt de macht heeft van jou te maken wat zij wil, dan verwar je de Zoon met de Vader, het gevolg met de Bron.” (T21.II.11:3). Laten we dankbaar zijn dat dit zo is, en onze dagen doorbrengen in het besef dat we de wereld wel ervaren, maar dat we er niet van zijn. Door het advies van de Heilige Geest te volgen, zullen we vergeven waar we voorheen veroordeelden. Dat is de koninklijke weg naar innerlijke vrede! Groet jezelf als de heerser van je eigen denkgeest. Regeer uw koninkrijk met wijsheid, majesteit. Jij en ik hebben inderdaad genoeg, omdat we Jezus en de Heilige Geest hebben om ons te leiden.

— Jan-Willem van Aalst, april 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/04/08/a-kingdom-to-rule/

N.B. Voor een inspirerende uitvoering van Bach’s cantate Bwv82, zie bijvoorbeeld: https://www.youtube.com/watch?v=IeuiUnMNPcI

 

 

Een gedachte over “Een koninkrijk om te regeren”

  1. Wat een heerlijke bevrijdende gedachte. Soms zie je door de bomen het bos niet meer en geef je het liefste op. Zo mooi dat je die cantate van Bach noemt, da.arin kom je tot rust en realiseer ik me dat je in vrede echt genoeg hebt, meer is niet nodig, dank je wel

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s