We lijken met velen, maar we zijn één

Als je ooit naar een grote zwerm vogels in de lucht hebt gekeken, zullen de wonderbaarlijke patronen die ze als één groep in de lucht maken, je niet ontgaan zijn. Een groeiende groep wetenschappers ziet dit als aanwijzingen voor het bestaan van iets dat ‘collectief bewustzijn’ heet. Want niet één van deze vogels heeft ooit op een school geleerd hoe je gezamenlijk in perfecte wiskundige patronen kunt vliegen. Geen van deze vogels heeft ooit enig examen afgelegd. En toch weten ze precies wat ze moeten doen. Je zou kunnen beargumenteren dat dit instinctmatig gedrag is dat gedurende duizenden jaren uiteindelijk geconditioneerd is geraakt, maar dan nog — de groepsbewegingen als geheel illustreren overduidelijk de werking van een soort collectief mechanisme. Het is alsof ze een collectieve denkgeest met elkaar delen.

In Een cursus in wonderen onderwijst Jezus ons dat dit een universeel principe is van al het leven: denkgeesten zijn verbonden. Laten we eens kijken naar de dualistische wereld van tijd en ruimte die wij nog steeds als onze dagelijkse realiteit beschouwen. Onze zintuigen vertellen ons dat er miljarden ego’s lijken te zijn die deze planeet bevolken. We vergeten daarbij echter dat onze perceptie niets meer is dan de vervulling van een geprojecteerde wens (om afgescheiden te lijken). “Projectie maakt waarneming” (T21-In.1). Omdat de materiële wereld in werkelijkheid helemaal niet bestaat (WdI.132.6), is alles wat ik waarneem een weerspiegeling van iets in mij dat ik naar buiten wil projecteren omdat ik het niet onder ogen wil zien. Bijgevolg delen wij met z’n allen niet alleen dezelfde collectieve Identiteit als de Zoon van God (buiten de droom), maar delen we ook exact hetzelfde ego (in de droom). En net als bij de zwerm vogels resoneert elke ego-gedachte door elke schijnbaar afgescheiden denkgeest, ook al nemen we dat zo niet direct waar.

Dit ene ego, dat zich vermomt als miljarden individuele fragmentjes, is honderd procent haat. Niet dat we elk moment van de dag haten, maar zodra we voor onjuist gericht denken kiezen, komt dit neer op haat, hoewel vaak versluierd. Dit kan niet anders, omdat het ego het idee van afscheiding van perfecte Eenheid is. Afscheiding betekent aanval. En het eerste concept dat leek te ontstaan in de dualiteit van het ego is bewustzijn: een denkgeest die zichzelf als iets afzonderlijks van iets anders lijkt te beschouwen. En zo gaat het al sinds de Oerknal. Aanval gaat echter onvermijdelijk gepaard met schuld. En als die schuld over de oerzonde van afscheiding van de Schepper gaat, wordt dat schuldgevoel ondraaglijk. Bovendien gaat die schuld gepaard met angst voor de vergelding door God Zelf, die uiteraard volstrekt in z’n recht staat om ons zwaar te bestraffen voor deze zonde. In een poging om aan Gods toorn te ontkomen, versplintert het ego zichzelf in vrijwel ontelbare fragmentjes, om als het ware ‘ongrijpbaar’ te worden. Het ‘geniale’ van de Oerknal, waarmee tijd en ruimte leken te ontstaan, is dat de eenheid die er ooit was voorgoed verloren leek te zijn. Bovendien kan elk afgescheiden fragmentje van bewustzijn al het ‘kwaad’ nu in andere fragmentjes zien, en niet in zichzelf. Voor het ego is dat een dubbele traktatie, en een ingenieuze strategie!

Helaas werkt deze strategie van projecteren niet, omdat (a) het collectieve karakter van het ego niet verdwenen is, maar slechts uit het gewaarzijn is verdrongen, en (b) projecties altijd naar degene die projecteert terugkeren, omdat “verdedigingen juist doen waartegen ze verdedigen” (T17.IV.7). In Hoofdstuk 24 van het tekstboek beschrijft Jezus in beeldend taalgebruik hoe wij het kwaad altijd in anderen zien. Iedereen wil “de ander naar een afgrijselijke afgrond voeren en hem daarin storten” (T24.V.4). We denken onszelf te moeten verweren tegen een bedreigende wereld. Maar onbewust is de situatie veel erger. Zoals elke goede psycholoog ons kan vertellen: alles waar we anderen van beschuldigen vrezen we heimelijk in onszelf. Zoals Jezus benadrukt in Hoofdstuk 7: “De overtuiging dat je [schuld] uit je innerlijk hebt geweerd door het buiten jou te zien is een totale vervorming van de macht van uitbreiding. Om die reden zijn zij die projecteren waakzaam voor hun eigen veiligheid. Ze zijn bang dat hun projecties zullen terugkeren en hen pijn doen. Door te geloven dat ze hun projecties uit hun denkgeest hebben gewist, geloven ze ook dat hun projecties weer proberen naarbinnen te sluipen. Aangezien de projecties hun denkgeest niet hebben verlaten, zijn ze gedwongen zich voortdurend in allerlei activiteiten te storten om dit niet onder ogen te hoeven zien.” (T7.VIII.3).

Probeer je gedurende de dag bewust te zijn alles dat je als “slecht” bestempelt buiten jezelf. Het zou je buur kunnen zijn, je manager, je collega’s, hangjongeren, de president, de politie, religieuze extremisten, het weer, noem maar op. Zoals Kenneth Wapnick vaak toelichtte in zijn workshops, is het enorm behulpzaam om je gewaar te worden van alle angstige gedachten over slechtheid buiten jezelf, je vervolgens te realiseren dat dergelijke percepties eigenlijk projecties zijn van slechtheid die je heimelijk in jezelf vreest… en daar dan simpelweg naar te kijkenNiets meer dan dat. Zodra je immers anders dan met volstrekt oordeelloze observatie reageert op dergelijke percepties, heb je jezelf alweer verloren in het ego. Als het je echter lukt om de oordeelloze observator ‘boven het slagveld’ aan te zetten, plaats je jezelf in de positie om het wonder toe te laten waar deze Cursus zijn titel aan ontleent, namelijk: de angst in je denkgeest mild ongedaan laten maken door de Heilige Geest, door Hem toe te laten in je denkgeest, door je te realiseren dat “God daar anders over denkt” (T23.I.2), omdat er immers geen wereld bestaat. Wees er overigens zeker van dat je niet je gevoelens ontkent of onderdrukt, maar oefen ermee om jezelf er niet in te verliezen.

Terug naar ons thema van collectief bewustzijn. We kunnen nu zien waarom Jezus ons vertelt dat “alle macht op aarde en in de Hemel jou is gegeven. Er is niets wat jij niet kunt doen. Je speelt het spel van de dood, speelt dat je hulpeloos bent, jammerlijk verklonken aan ontbinding en verval in een wereld die jou geen genade betoont. Maar als jij haar genade verleent, zal haar genade op jou stralen.” (WdI.191.9). Dat is fantastisch nieuws! Telkens als ik waarlijk vergeef, straalt vergeving door het geheel van schijnbaar versplinterd leven in het gehele universum, in minder dan een mum van tijd! Dat is de actieve werking van het wonder, dat wij geenszins hoeven te begrijpen — we hoeven slechts het wonder voor onszelf te aanvaarden. Het klopt dat het in de praktijk zo helemaal niet lijkt te werken. Als ik bijvoorbeeld mijn buurman steeds blijf vergeven voor het feit dat hij zijn auto precies voor mijn raam parkeert, zal er waarschijnlijk niets veranderen. Je hoort mensen daarop als volgt klagen: “Dat vergeven, dat heb ik geprobeerd, maar het werkt niet. Ik heb het op Jan geoefend, maar hij blijft gewoon een vreselijk persoon!”. Door zo te redeneren vergeten we dat Jan louter een geprojecteerd deel van het ego is dat we niet in onszelf willen zien. Door mijn afkeuring over Jan in stand te houden, hou ik feitelijk mijn afkeur over mijzelf in stand, en is er helemaal niets vergeven.

In Een cursus in wonderen lezen we dat het wonder, dat voortkomt uit vergeving, allerlei helende effecten kan hebben op onverwachte plekken in de wereld waar wij zelf nog nooit geweest zijn, zelfs in tijden die allang voorbij zijn of die nog moeten komen. Er wordt van ons, nogmaals, niet verlangd dat wij dit begrijpen. We worden slechts gevraagd het wonder voor onszelf te aanvaarden en Jezus’ lessen in de praktijk te brengen. “Dat het wonder op jouw broeders een uitwerking kan hebben die zich aan jouw waarneming onttrekt, is niet jouw zorg. Het wonder zal altijd jou zegenen” (T1.III.8). Dit is ook waarom het antwoord op de vraag hoeveel Leraren van God er nodig zijn om de wereld te redden, één is. Dit is zo omdat er maar één Zoon van God is, waar we allemaal een holografisch deel van zijn. Vergeet het idee van de ‘honderdste aap’ dat stelt dat vrede pas kan komen als genoeg mensen er voor kiezen. Zoek niet buiten jezelf. Vergeef jezelf nu, en het ‘kwaad’ zal verdwijnen, hoewel dat niet altijd à la minute lijkt te gebeuren. Jij en ik hebben “alle macht op aarde en in de Hemel”, dankzij het wonder. We ervaren universele vrede louter door er in onze collectieve denkgeest voor te kiezen (wat trouwens ook de ware betekenis van gebed is: communie).

Het collectieve bewustzijn dat we in de zwerm vogels zien is kortom universeel. We lijken met velen te zijn, maar we zijn één. Jij en ik en de president en de meest verachtelijke terrorist zijn verbonden, omdat er slechts één Zoon is. Een vredige, vergevingsgezinde denkgeest is het mooiste geschenk dat jij en ik kunnen bieden aan alle schijnbaar afgescheiden ego’s om je heen. Oefen in vrede!

— Jan-Willem van Aalst, maart 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/03/11/the-seemingly-many-are-one/)

Advertenties

2 gedachten over “We lijken met velen, maar we zijn één”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s