De vrede van God omarmen

Voor de meesten van ons geldt dat onze dagen zich kenmerken door de vele problemen die voortdurend ons pad kruisen. Als je er echt over nadenkt, gaat er geen uur voorbij zonder dat we ons ergens zorgen over maken. Er is altijd nóg wel iets dat aandacht vereist of aangepakt moet worden. Als mensen wordt gevraagd wat het diepst gekoesterde doel in hun leven is, dan volgen vaak antwoorden zoals “Als ik nou maar eens gemoedsrust zou kunnen vinden… me niet de hele tijd zorgen hoeven maken… gewoon… vrede vanbinnen.” En vervolgens lezen we in Een cursus in wonderen dat “er geen vrede is dan de vrede van God.” (WdI.200). Jezus maakt ons zelfs duidelijk dat zijn gehele leerplan gaat over het bereiken van blijvende innerlijke vrede: “Kennis is niet de motivering om deze cursus te leren. Vrede is dat.” (T8.I.1). Pas wanneer ik echt de tekst bestudeer en de lessen uit het werkboek probeer toe te passen, begin ik me te beseffen wat het van mij vraagt om werkelijk die “vrede die alle verstand te boven gaat” (Filippenzen 4:7) te omarmen.

De kern van het besef van wat het betekent om werkelijk voor de vrede van God te kiezen, wordt mooi samengevat in werkboek 185, genaamd “Ik verlang de vrede van God”. Direct aan het begin zegt Jezus: “Deze woorden uitspreken is niets. Maar deze woorden menen is alles.” (WdI.185.1). Voor het ego is dat nogal pijnlijk, beledigend zelfs. En toch hoeven we niet heel diep in onze denkgeest te duiken om ons te realiseren hoe waar deze uitspraak is. Kijk maar eens hoe vaak je een moment hebt waarin dit of dat je niet bevalt. Een verwaarloosbare ergernis; een lichte irritatie. Je zult zeggen dat zoiets begrijpelijke dagelijkse emoties zijn die gewoon bij het leven horen. En toch is zelfs de kleinste frustratie uiteindelijk een verklaring dat je de dingen anders wilt. Je wilt dat het gaat zoals jij wilt. Je wilt kortom niet toegeven dat Jezus misschien toch gelijk heeft als hij zegt: “Wil je liever gelijk hebben of gelukkig zijn?” (T29.VII.1). Want beide kan niet. Het duurt even voordat je beseft – en aanvaardt – dat “een lichte krimp van ergernis niets anders is dan een sluier over intense woede.” (WdI.21.2). Het vraagt bescheidenheid om te aanvaarden dat ik het inderdaad niet echt meen wanneer ik mezelf vertel dat ik de vrede van God verlang.

En toch verzekert Jezus ons in werkboekles 200 dat “…Vrede de brug is waarover ieder gaan zal om de wereld achter zich te laten. […] Alleen God is zeker en Hij zal onze voetstappen leiden. Hij zal Zijn Zoon in nood niet in de steek laten, noch hem voor eeuwig laten ronddolen ver van zijn thuis. De Vader roept; de Zoon zal gehoor geven.” (WdI.200.9:4). Maar als ik steeds tegen de muur loop in mijn mislukte pogingen om veroordelende emoties achter me te laten, hoe pak ik dat dan aan? Hoe kom ik van het zeggen dat ik vrede van God wil naar het werkelijk menen dat ik de vrede van God wil? Mezelf martelen met zonde, schuld en angst gaat natuurlijk niet werken. Ook een leven als monnik in een berggrot gaat niet werken. Dus hoe ziet dat ‘pad naar de vrede van God’ er uit?

De eerste stap is om gewoon eerlijk te beseffen dat alle speciale afgoden die ik najaag en plezier aan beleef in mijn leven, uiteindelijk niet werken. Daar vallen ook mijn carrière, mijn hobbies, mijn reizen, bezit, en speciale relaties onder. Ik mag soms momenten van extase ervaren, maar vroeg of laat komt er een vorm van ellende bij kijken. Niets blijft. Korte pleziertjes zijn een belabberde vervanging voor blijvende innerlijke vrede. In deze eerste stap kom ik er langzaam achter dat vrede nooit volgt uit het najagen van dingen buiten mijzelf.  “Zoek niet buiten jezelf. Want dat is tot mislukken gedoemd, en je zult tranen storten elke keer dat een afgod valt.”, zo lezen we in (T29.VII.1). Daar kunnen we het echter niet bij laten, want het besef dat niets in deze wereld van blijvende aard is leidt alleen maar tot diepe depressie, en dat is zéker niet de weg naar vrede. Sterker, juist omdat we ons wel realiseren dat alles uiteindelijk wegvalt, zoeken we ons heil in allerlei afleidingen en verdovingen zoals koffie, alcohol, suiker, drugs en andere zinloze zelf-saboterende bezigheden. Dus er is een volgende stap nodig.

De tweede stap is wat Een cursus in wonderen tot een waarlijk unieke eigentijdse spiritualiteit maakt: de notie dat hoewel wij ons ervaren als deel van de wereld, wij uiteindelijk niet van deze wereld zijn. Zolang we nog geloven dat wij afgescheiden lichamen zijn die in een onvoorspelbare wereld van tijd en ruimte leven, zullen we onvermijdelijk onze veiligheid buiten onszelf zoeken. De werkelijk verbijsterende boodschap van Jezus in de Cursus is de kwantumfysische notie dat tijd en ruimte uiteindelijk volledig denkbeeldig zijn. Alles wat onze zintuigen ons vertellen nemen we voor waar aan juist omdat we het waarnemen. Maar dit alles is louter een geprojecteerde angstige wens die we als ‘waarheid’ hebben aangemerkt – “Projectie maakt waarneming” (T21.in.1). Alle moeite die we ons dus getroosten om de wereld een beetje beter te maken leidt uiteindelijk tot niets: “Het heeft geen zin te proberen de wereld te veranderen. Ze is niet te veranderen, omdat ze slechts een gevolg is.” (WdI.23.2). Maar, voegt Jezus er gelijk aan toe: “Maar het heeft zeker zin je gedachten over de wereld te veranderen. Hiermee verander jij de oorzaak. Het gevolg zal dan vanzelf veranderen.”

Jezus vervolgt: “Je ziet de wereld die jij gemaakt hebt, maar je ziet jezelf niet als de maker van het beeld. Je kunt niet van de wereld worden verlost, maar je kunt wel aan haar oorzaak ontsnappen. Dit is de betekenis van verlossing, want waar blijft de wereld die jij ziet als haar oorzaak is verdwenen?” (WDI.23.4). Dit ‘veranderen van gedachten’ zoals hier bedoeld heet, je raadt het al: vergeving. Door in alle eerlijkheid al het ‘kwaad’ dat ik buiten mijzelf waarneem te vergeven, begin ik me te beseffen dat ik uiteindelijk slechts mezelf vergeef voor het maken van al die malle illusies die ik zo graag wilde zien, om mezelf ervan te overtuigen dat ik inderdaad los kan zijn van Eenheid, van mijn Bron, van mijn Schepper. Dus, samenvattend: het werkelijk aanvaarden van de vrede van God vraagt allereerst van mij dat ik aanvaard dat vrede niet buiten mijzelf gevonden kan worden; en ten tweede, dat ik aanvaard dat ik de dromer van de waakdroom ben. In deze dromer is vrede al aanwezig. Ik heb alleen nog de keuze te maken om te ontwaken. Dit lukt alleen met de hulp van de Heilige Geest, de Stem namens Liefde. In deze droom kan ik ervoor kiezen om mijn waarneming te laten leiden door de Heilige Geest. Vanuit deze nieuwe waarneming, die volgt uit mijn keuze voor het wonder, leidt de Heilige Geest mij omhoog op de ladder van de Verzoening naar de werkelijke wereld, de poort naar mijn Thuis, de onveranderlijke vrede van God.

Klinkt prachtig, nietwaar? Toch weten jij en ik echt wel dat we heus niet de volgende ochtend wakker worden en zeggen: “Ik wil de vrede van God en dit keer meen ik het echt!” Natuurlijk menen we het nog niet echt. Om zijn studenten te helpen dit eerlijke niveau van zelf-vergeving dagelijks toe te passen, gaf Jezus ons de aanvulling “Het lied van het Gebed”. Lees het (nog) eens. Niet alleen helpt dit pareltje je om je niet mislukt te voelen omdat je maar geen voortgang lijkt te boeken; het legt je ook uit, stap voor stap, hoe je die ladder van Verzoening bestijgt. Dankzij het trouw in de praktijk brengen van de inzichten in deze aanvulling begin ik me te beseffen dat gebed niets te maken heeft met het vragen om specifieke gunsten. Gebed gaat over het steeds meer vanzelf laten stromen van de natuurlijke communicatie tussen mijn denkgeest en God, door steeds vaker de Heilige Geest (de Stem namens Liefde) te aanvaarden als de gids van mijn gedachten. De wereld, hoe denkbeeldig ook, wordt een lesruimte waarin ik mijzelf mag laten leiden om een gelukkige leerling te worden op weg naar de werkelijke wereld, die vrij is van onjuiste waarneming.

De Oerknal was niet het begin van het leven; het was het begin van een zotte droom, die in werkelijkheid nooit is gebeurd. En hoewel wetenschappers nog niet weten hoe het universum zal eindigen, verzekert Jezus ons dat het zal eindigen in gelach (H14.5). Iedereen komt gegarandeerd Thuis, allen als één. Goed, misschien nog niet in dit (denkbeeldige) leven, maar gegarandeerd in een volgend (denkbeeldig) leven. Welke garantie dan deze zou meer troost kunnen bieden?

— Jan-Willem van Aalst, februari 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/02/25/accepting-the-peace-of-god/)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s