Iedere aanval is zelf-aanval

In het vorige blog “Een ongemakkelijk leerplan” zagen we dat veel studenten de kern van Jezus’ leerplan van Een cursus in wonderen niet doorgronden, omdat ze de neiging hebben alleen de lieflijke passages te lezen, en de meer huiveringwekkende passages over de aard van het ego en onjuist gericht denken over te slaan. Maar er zijn ook veel studenten die zich ontmoedigd of gedeprimeerd voelen zodra ze zich beseffen hoezeer ze gehecht zijn hun eigen individuele kleine zelf, hoe illusoir dat ook mag zijn. Telkens als ik het contrast ervaar tussen enerzijds mijn wens om iedereen en alles de hele tijd te vergeven, en anderzijds mijn voortdurende afwijzing van van alles om me heen, lijkt het een onmogelijke opgave om ook maar één sport op de ladder van de Verzoening te klimmen, laat staan om voor eens en voor altijd de keuze voor Liefde te maken.

De sleutel in zo’n schijnbaar uitzichtloze denkstaat is om je de metafysica van het nondualisme te herinneren die de kern vormt van Jezus’ leerplan. Telkens als ik denk dat ik mijn ego nooit ongedaan zal kunnen maken, ben ik blijkbaar vergeten dat ik niet een hulpeloos slachtoffer in een wrede wereld ben: ik ben de dromer van de droom van tijd, ruimte, en waarneming. Ik ben blijkbaar weer in de valkuil gestapt van de koppige overtuiging dat ik een afgescheiden lichaam ben; onzeker, eenzaam, en in voortdurende angst dat de dood elk moment kan toeslaan en mij daarmee voorgoed zal uitwissen. Een belangrijk ingrediënt in Jezus’ denkgeest-training komt neer op het zo vaak als mogelijk herinneren van de waarheid van mijn Zelf als de schijnbaar slapende Zoon van God. Er zijn geen anderen daarbuiten, want er is in werkelijkheid geen wereld. Er is geen toekomst om benauwd voor te zijn, want de tijd is al voorbij; we “zien mentaal opnieuw wat is voorbijgegaan” (WdI.158.4). Elk moment “herbeleven we slechts dat ene ogenblik waarop de tijd van verschrikking de plaats van de liefde innam” (dat wil zeggen, de wens om afgescheiden te zijn van eenheid) (T26.V.13:1).

In werkboek lessen 196 t/m 198 wil Jezus juist die troostende boodschap binnen laten komen. De titels zijn: “Ik kan alleen mijzelf maar kruisigen”, “Ik kan alleen maar mijn eigen dankbaarheid oogsten”, en “Alleen mijn veroordeling verwondt me.” Dit alles verwijst duidelijk naar de waanzin van projectie, de grondslag van de materiële wereld van waarneming. “Veroordeel en je wordt tot gevangene gemaakt. Vergeef en je wordt bevrijd. Dat is de wet die de waarneming regeert”, zo lezen we in (WdI.198.2). In de tekst lezen we soortgelijke boodschappen over het terugdraaien van projectie: “Bevrijd je broeders uit de slavernij van hun illusies door hun de illusies te vergeven die jij in hen waarneemt. Zo zul je leren dat jij vergeven bent, want jij bent het die aan hen illusies hebt gegeven.” (T16.VII.9:2). Hoe zou het ook anders kunnen zijn, als er in waarheid niemand buiten mijzelf bestaat, niemand die werkelijk afgescheiden is van mij?

Probeer bij alle beroering en tegenslagen in je leven jezelf eraan te herinneren dat deze materiële droom waarin we lijken te leven, niet de werkelijkheid is. Het is een droom over illusies. We gebruiken die illusies om nieuwe illusies te maken, puur om ons afgescheiden te houden van Eenheid, om het “nietig, dwaas idee” dat nooit plaatsvond in stand te kunnen houden. De enige illusie die alle andere ongedaan kan maken heet vergeving, oftewel het opgeven van veroordeling. “Vergeving vaagt alle andere dromen weg, en hoewel ze zelf een droom is, kweekt ze geen nieuwe. Alle illusies behalve deze ene vermenigvuldigen zich onvermijdelijk duizendmaal. Maar hier eindigen illusies. Vergeving is het eind van dromen, omdat ze een droom over ontwaken is. Ze is niet zelf de waarheid. Maar ze wijst naar waar de waarheid moet zijn en geeft de richting aan met de zekerheid van God Zelf. Ze is een droom waarin de Zoon van God tot zijn Zelf en tot zijn Vader ontwaakt, en weet dat Zij één zijn.” (WdI.198.3). Allemaal leuk en aardig, maar jij en ik besteden desalniettemin 99% van onze tijd aan het opzettelijk vasthouden aan onze eigen zelfzuchtige kleine belangen. We moeten tenslotte eten, werken, slapen, en ons leven hier leiden, toch? Oeps, ik was mijn werkelijkheid als geest weer vergeten. Auw, het is zelfs nog erger: ik koos ervoor mijn werkelijkheid te vergeten. Hoe kom ik ooit voorbij dat conflict?

De oplossing om het conflict te beëindigen tussen enerzijds het willen vergeven en anderzijds het willen blijven haten en afwijzen, hoeft niet moeilijk te zijn. Jezus zegt zelfs herhaaldelijk dat zijn boodschap heel simpel is. Het is het dagelijks toepassen ervan wat moeilijk is. De oplossing is deze: als mijn veroordelingen alleen mijzelf verwonden, dan moet ik leren om gewaar te worden van mijn veroordelingen, van moment tot moment. Ieder moment dat ik dat merk, kan ik ervoor kiezen de observerende keuzemaker in mijn denkgeest aan te zetten. Ik kan er voor kiezen om louter te kijken naar de gedachte die ik zojuist koos. Punt. Dat is in feite de keuze voor de Heilige Geest. Vervolgens kan ik ervoor kiezen om de gedachte los te laten, omdat ik mij — tot mijn opluchting — realiseer dat ik niet een lichaam ben in een materiële wereld. Ik kan mijn veroordelende gedachte loslaten en zo ruimte maken voor de impuls van liefde. Probeer maar eens een poosje te oefenen met het stuur van je gedachten over te geven aan de Heilige Geest. Telkens als het je lukt deze gedachtestappen te volgen voel je je direct een stuk beter. Het is de kern van vergeving.

Het fysieke lijf, hoe denkbeeldig ook, kan ons bij deze oefening uitstekend helpen. Overweeg maar eens de samenstelling van de chemie in je bloedbaan bij verschillende soorten gedachten. Telkens als je totale vrede of blijdschap ervaart, sturen je hersenen grote hoeveelheden serotonine, melatonine en dopamine in je bloedbaan, waarmee je het zelfherstellend vermogen van je lichaam flink stimuleert. Wanneer je echter vooral wrok of woede voelt, sturen je hersenen grote hoeveelheden adrenaline en cortisol in je bloedbaan, wat het goed functioneren van je lichaamscellen juist sterk hindert. De vermoede relatie tussen langdurige zware stress en kankercellen heeft hier hoogstwaarschijnlijk mee te maken. Kortom: zelfs op het fysieke niveau komt aanval (veroordeling) altijd neer op zelf-aanval. De vraag, als altijd, is: wat wil je?

Als je verwacht op deze manier in korte tijd verlicht te raken, staat je een stapel teleurstellingen te wachten gedurende de dag, want zo snel gaat het niet: we zijn nog te gehecht aan het ego. Bedenk dat geduld één van de tien karakteristieken van Gods leraren is. Dit geduld moet gepaard gaan met “een overvloed aan bereidwilligheid” (H17-8) om je denkgeest te blijven trainen in het kiezen voor vergeving, door alle veroordeling achter je te laten. En als je voor de zoveelste keer op de dag merkt dat je weer van alles afwijst, wees dan blij: je begint je in elk geval steeds bewuster te worden van wat je doet. Dat maakt de weg vrij om steeds sneller voor vergeving te kiezen. Je zult je een stuk beter voelen telkens als je je herinnert dat jij dit slechts jezelf aandoet (T27.VIII.10). Het is een “vriendelijke daad jegens jezelf om Zijn Stem te horen en de eenvoudige lessen te leren die Hij onderwijzen wil, in plaats van Zijn woorden te proberen te verwerpen, om die van jou in de plaats te stellen van die van Hem”. (WdI.198-5)

— Jan-Willem van Aalst, februari 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/02/18/attack-is-always-self-attack/)

Advertenties

Een gedachte over “Iedere aanval is zelf-aanval”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s