Heel letterlijk in jou

Verreweg de meeste mensen, zeker in de westerse wereld, beschouwen God als een antropomorf wezen, bewust of onbewust. Zelfs veel Cursusstudenten vinden het moeilijk om God, de Schepper van alle Leven, niet te zien als een wezen dat hen in tijd en ruimte volgt; een Autoriteit met een Plan; een “Vader” die op z’n best ons oproept om ons weer met Hem te verenigen in de denkgeest. Psychologisch gezien klampen we ons eigenlijk alleen vast aan ons eigen zelfzuchtige leventje om alle kwaad in de wereld aan anderen te kunnen toeschrijven, om zo aan God te ‘bewijzen’ dat wij onschuldig zijn. Maar tegelijkertijd zijn we toch doodsbang dat God ons uiteindelijk zal straffen voor de ‘oerzonde’ die wij begingen door Hem af te wijzen, vlak voor de oerknal.

In hoofdstuk 18 van het tekstboek wijst Jezus ons er op dat “Jij niet eens [kunt] denken aan God zonder een lichaam, of in één of andere vorm die je denkt te herkennen.” (T18.VIII.1:7). Dit komt omdat, zoals Kenneth Wapnick vaak benadrukte, jij en ik eenvoudigweg onszelf niet kunnen voorstellen zonder lichaam. In Een cursus in wonderen treedt Jezus zijn studenten tegemoet op het niveau waar zij zich bevinden. En dus schotelt Jezus ons passages voor waarin we lezen dat God eenzaam is zonder Zijn kinderen, en daar zelfs om huilt, alsof Hij traanbuizen zou hebben waaruit Hij tranen kan storten. Dergelijke beeldspraak is louter metaforisch bedoeld, omdat onze denkgeesten nu eenmaal iets van een vorm nodig hebben om iets mee te kunnen; we zijn tenslotte allemaal “nieuwelingen op het verlossingspad” (T17.V.9).

Ongeveer tien jaar geleden waren er op de grote buitenreclame masten langs de snelweg enorme borden met maar drie woorden: “God is liefde”. In plaats van dit te interpreteren als een oproep om je aandacht terug te brengen naar God als wezen, met als doel je eigen verlossing te bespoedigen, zou het kunnen helpen om het woord “is” te vervangen door een = teken: “God = Liefde”, en dus ook “Liefde = God”. God is tenslotte volledig buiten tijd en ruimte, totaal vormloos. Het kan dus behulpzaam zijn om onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde letterlijk als God te zien. En het ligt in ieders vermogen om ervoor te kiezen die onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde hier in tijd en ruimte te weerspiegelen — middels vergeving, door het kiezen van het wonder, een heilig ogenblik, los van de ongeveer 60.000 ego-gedachten die normaliter op een dag door de denkgeest gaan. Probeer daarom eens om “God” als synoniem te zien voor “Liefde”, net zoals we dat al doen met een begrip als “Eenheid”.

Zo lezen we in werkboekles 41 “God vergezelt me, waar ik ook ga”: “Het is heel goed mogelijk God te bereiken. In feite is het heel makkelijk, omdat dit de allernatuurlijkste zaak ter wereld is. Je zou zelfs kunnen zeggen dat dit het enige natuurlijke ter wereld is. De weg zal zich voor jou openen als je gelooft dat het mogelijk is.” (WdI.41.8:1-4). Hoewel dit onzinnig lijkt als je aan God denkt als een wezen, wordt het heel natuurlijk als je voor het woord “God” het woord “Liefde” leest, als in onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde. Die liefde kan zich weerspiegelen in jouw handelen in de wereld. Uiteraard blijft het ego verleidingen voorschotelen — en dat gebeurt vaak al na een paar seconden oefenen — maar het is iedereen gegeven om onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde in ons leven te weerspiegelen. Daarom wijst Jezus ons er graag op dat “De Heilige Geest [d.w.z., de Stem namens Liefde] is in heel letterlijke zin in jou” (T5.II.3:7). Iedereen heeft het vermogen om te kiezen voor die onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde, ook al doen we dat het leeuwendeel van de tijd niet. Als Liefde heel letterlijk in mij en jou zit, dan is God ook letterlijk in jou en mij (dat wil zeggen, in de denkgeest, niet letterlijk in het lichaam).

Dit geldt net zo goed voor het ego, dat wil zeggen de gedachte van aanval, afscheiding en individualiteit. Hoewel er miljarden verschillende strijdende ego’s lijken te bestaan, is het mechanisme in elk van deze schijnbaar afgescheiden ego’s precies hetzelfde: proberen zelf god te zijn (een authentieke autoriteit in tijd en ruimte) in een bedreigende wereld waartegen verdediging voortdurend nodig is. Onze dichter Willem Kloos wordt voornamelijk nog herinnerd dank zij zijn strofe “Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten”. Dit verwoordt de ambitie van ieder schijnbaar afgescheiden ego. Helaas beschouwen velen het ego als één of andere formidabele vijand die op zichzelf denkt en handelt. Talloos zijn de mensen die hun ego bevechten in een nutteloze poging om het ego te overwinnen en uit te schakelen. Het kan moeilijk zijn om je te beseffen dat het ego niet een boosaardig wezen in zichzelf is, maar simpelweg een deel van de gespleten denkgeest waar we ooit voor kozen en nog steeds voor kiezen, omdat die keuze het voortbestaan van onze gekoesterde individualiteit bewerkstelligt. Dus net als in het geval van God zien we Jezus met regelmaat over het ego praten alsof het een los wezen is dat zelf handelt: “Ik heb over het ego gesproken alsof het een losstaand ding was dat zelfstandig opereert. Dit was nodig om jou ervan te overtuigen dat je het niet luchtig weg kunt wuiven…” (T4.VI.1:3).

Onze denkgeest is dus een slagveld. Zowel Liefde als ego bevinden zich heel letterlijk in onze denkgeest. Daarom benadrukt Jezus steeds opnieuw dat Een cursus in wonderen een leerplan is voor het trainen van de denkgeest. Pas wanneer we in staat zijn om de neutrale observator “aan te zetten” boven het slagveld (T23.V.1), kunnen we zien dat het ene deel van die gespleten denkgeest illusoir is, en het andere deel volkomen waar. God (= Liefde) is en blijft letterlijk in ons, hoe lang we ook proberen die liefde op een afstand te houden, terwijl het ego in het niets verdampt zodra we werkelijk voor Liefde kiezen. Het is geen wonder dat veel spiritualiteiten ons aanzetten om onszelf te observeren, om zo langzaamaan gewaar te worden van ons goddelijke of hogere Zelf.

Een cursus in wonderen is als spiritualiteit uniek in de wereld, in de zin dat die ons haarfijn uitlegt waarom we zoveel moeite stoppen in het niet kiezen voor liefde. En ook waar het antwoord dan wél te vinden is. Om het bekende citaat nog maar eens aan te halen: “Probeer […] niet de wereld te veranderen, maar kies ervoor je denken over de wereld te veranderen.” (T21.in.1:7). Zolang je het licht van onvoorwaardelijke, onveranderlijke Liefde buiten jezelf zoekt, hou je jezelf eigenlijk in het donker. Het Licht is heel letterlijk in jou, nu (zie bijv. WpI.188.1). Zo lezen we, wederom in hoofdstuk 18 van de tekst: “De Hemel is geen plaats, en evenmin een toestand. Het is louter een gewaarzijn van volmaakte Eenheid, en het weten dat er niets anders is; niets buiten deze Eenheid, en niets anders daarbinnen.” (T18.VI.1:5-6).

— Jan-Willem van Aalst, januari 2017 (vertaling van https://miraclesormurder.wordpress.com/2017/01/28/literally-within-you/)

Advertenties

Een gedachte over “Heel letterlijk in jou”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s