Help, ik heb een gespleten denkgeest!

Een van de meest pijnlijke gewaarwordingen van veel studenten van Een cursus in wonderen is om de kloof te ervaren tussen ‘het vatten’ van Jezus’ boodschap, het intellectueel accepteren ervan, enerzijds, anderzijds echter in gebreke te blijven die boodschap in het dagelijks leven op te volgen. Dit wordt vaak ervaren als zelf-sabotage, en kan buitengewoon frustrerend zijn. Ik blijf mezelf vertellen dat ik vanzelfsprekend Jezus’ pad van vergeving wil bewandelen, en toch moet ik vaststellen dat ik mezelf boos zie worden, angstig, en/of gedeprimeerd. Zulke teleurstellingen hebben veel serieuze studenten ertoe geleid het boek voor lange tijd terzijde te leggen, of er zelfs helemaal mee op te houden. Alzo, waarom is deze kloof zo volhardend?

Het antwoord op deze vraag wordt duidelijk zodra je in de metafysische onderbouwing van de boodschap van de Cursus duikt. “In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen.” [T-27.VIII.6:2]. De Zoon scheen in slaap te vallen, dromend van afscheiding, van ruimte en tijd; kortom: van dualiteit. Het ego is het idee dat afscheiding van Eenheid, van non-dualiteit, mogelijk is, en dat ik, als individu, beter af zal zijn omdat ik nu god in mijn universum kan zijn. Dit kernpunt in mijn leven, terwijl ik op ego-autopiloot leef, is gefocust op mijn eigen overleving en welzijn. Ik mag dan voor mijn eigen soort en anderen in deze wereld zorgen, maar slechts nadat ik voor mijn eigen individuele benodigdheden zorg gedragen heb.

En dan komt die Jezus-knul voorbij met Een cursus in wonderen, bewerend dat tijd, ruimte, waarneming, bewustzijn, het ego – verdorie, zelfs mijn eigen individualiteit! – niets anders zijn dan broze illusies, die elke mogelijke realiteit ontberen. Hij daagt mijn denkgeest uit met vragen als ”Wil je liever gelijk hebben of gelukkig zijn? Want je kunt niet beide zijn” [T-29.VII.1:9]; “Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de Cursus probeert te onderwijzen” [W-132.6:2-3], en “… aanvaard geen compromis waarin de dood [waarmee alles bedoeld wordt dat niet blijvend is, wat dus voor alles geldt in de dualiteit] een rol speelt.” [H-27.7:1]. Geen wonder dat mijn ego een sterke weerstand ondervindt bij zo’n boodschap! Niemand staat klaar een raadgeving op te volgen, die zeker naar de volledige verdwijning van het universum en zijn eigen wezen zal voeren. Dat ik me realiseer dat ik een gespleten denkgeest bezit, leidt niet automatisch tot de bereidheid de splitsing te helen, door voortaan uitsluitend naar de Heilige Geest te luisteren.

Zelfs in geval we bereid zijn onze ´observerende keuzemaker´ in de denkgeest te trainen, zodat we leren naar onze gedachten te kijken ´van boven het slachtveld´, moeten we ons nog steeds met de onbedwingbare drang bezig houden om Jezus´ waarheid in ons dagelijks leven te introduceren. We zouden kunnen zeggen: “Ja, ik weet dat het lichaam een illusie is, maar als ik mijn dagelijkse affirmaties volhoud, zal ik ziekte op afstand houden”, of “Ja, ik weet dat de wereld een illusie is, maar middels mijn liefdadigheidswerk kan ik wellicht enkele personen meer overtuigen de weg van vrede en vreugde te kiezen.” Zolang als ik nog steeds geloof dat vergeving betekent iemand anders vergeven, en dat relaties bestaan tussen twee overduidelijk gescheiden personen, hoor ik Jezus’ boodschap niet werkelijk. Waar Kenneth Wapnick regelmatig op wijst in zijn “Journey through the workbook van A Course in Miracles”.

Veel Cursus studenten slagen er niet in hun teleurstelling te boven te komen over het falen in het stante pede helen van hun gespleten denkgeest en kiezen de hele tijd de Heilige Geest als hun exclusieve leraar. Ik zou kunnen beseffen dat mijn juiste denkgeest met Een cursus in wonderen wenst te ‘wandelen’, maar mijn onjuiste denkgeest wenst dat die met mij aan de wandel gaat. En als ik me dag in dag uit realiseer, dat, ondanks mijn trouwe studie van de Cursus  en het in de praktijk  brengen van het werkboek, mijn hoogst niet-vergevende denkgeest diepgaand gespleten blijft, ik niet verbaasd moet zijn dat de moed me in de schoenen zinkt en mijn spirituele oefeningen voor lange tijd verwateren.

Jezus begrijpt de omvang van onze weerstand tegen zijn boodschap totaal. En dat is de reden dat hij verschillende keren in het tekstboek, ons zachtjes eraan herinnert dat we spirituele beginnelingen zijn, die “een nieuweling op het verlossingspad” zijn [T-17.V.9:1]: “Dit is jouw taal. Dat je hem nog niet begrijpt, komt alleen doordat je hele communicatie als die van een baby is” [T-22.I.6:2-3]. “Toch is het  in dit kindje dat jouw visie jou wordt teruggegeven, en het zal de taal spreken die jij begrijpen kunt” [T-22.I.7:3]. Jezus kan zich permitteren vriendelijk te zijn, en geduldig, omdat hij de afloop van de droom van dualiteit met absolute zekerheid kent: deze complete droom zal eindigen zoals hij begon – in helemaal niets – en in waarheid zijn we al veilig thuis. “.. we zien mentaal opnieuw wat is voorbijgegaan.”[W-158-4:5]

De betekenis van Jezus’ hardnekkig advies aan ons te kijken naar (wat er in de denkgeest gaande is), moet erg letterlijk genomen worden. Een gespleten denkgeest genezen vereist dat ik naar de tweedeling kijk, zo vaak als ik daartoe bereid ben, van boven het slachtveld. En dat betekent: iedere niet-vergevende gedachte van me gadeslaan zonder mezelf te veroordelen. Dat laatste is cruciaal. In plaats van mezelf op m’n kop te slaan omdat ik weer faalde Jezus’ advies op te volgen, zou ik alleen maar eerlijk  moeten concluderen, dat, wanneer puntje bij paaltje komt, ik nog steeds het ego kies, de onjuist denkende denkgeest. Beoefen dit in het bijzonder met het oog op schijnbaar ‘onbetekenende’ voorkeuren. Bijvoorbeeld, elke keer dat ik merk dat ik een bepaald aspect van iemand of een situatie als onprettig  ervaar, kan ik beseffen dat ik niet met God wens te lopen; Ik wil god zijn. En elke keer dat ik mezelf betrap op hopen van dit of dat, kan ik me bewust worden dat ik eigenlijk wens dat Jezus me steunt om gelukkiger te leven in deze dualistische droom.

Het antwoord op de vraag hoe de gespleten denkgeest geheeld kan worden, vind je niet door spiritueel overijverig te worden, of roekeloos te worden door jezelf te oorvijgen bij iedere niet-vergevende gedachte. De truc is om de metafysische waarheid van Jezus’ boodschap onafgebroken in je achterhoofd te houden, zelfs hoewel je het nog niet echt helemaal gelooft, en “… vertrouw onvoorwaardelijk op je bereidwilligheid [vergeving te blijven praktiseren], wat zich verder ook mag aandienen” [T-18.IV.2:2]. Je keuzemaker trainen om van boven het slachtveld te observeren, blijft de meest productieve oefening. Zoals Jezus ons troost: “Hoe kun jij die zo heilig bent lijden? Heel je verleden is verdwenen op zijn schoonheid na, en niets blijft er over dan een zegen. Ik heb al je vriendelijkheden en elke liefdevolle gedachte die jij ooit had, bewaard. Ik heb ze [je gedachten] gezuiverd van de vergissingen die hun licht verborgen hielden, en ze voor jou in hun eigen volmaakte straling behouden. […] Ze waren afkomstig van de Heilige Geest in jou, en we weten dat wat God schept eeuwig is.”[T-5.IV.8:1-4,6]. Dus sta ik volledig in mijn recht mezelf vriendelijk te vergeven van mijn gehechtheid aan de onjuist denkende denkgeest. Het helen van de gespleten denkgeest is simpel een kwestie van tijd, en Een cursus in wonderen is een perfecte gids me tijd te helpen besparen.

© Jan-Willem van Aalst, 25 september 2016 (vertaling: Robert J Visser)

-o-o-o-o-

Advertenties

Een gedachte over “Help, ik heb een gespleten denkgeest!”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s