Het ego verslaan

Ongeveer elf jaar geleden stierf de stichter en voorzitter van een gemeenschappelijke residentiële gemeenschap in Nederland, ten gevolge van terminale kanker. Hij was een zeer getalenteerde en spirituele persoon, die veel mensen hielp bij hun zoektocht naar een zinvolle weg om hun tijd op aarde mee door te brengen. Er wordt gezegd dat zijn laatste woorden waren “Het ego is niet te verslaan…”  Hij refereerde aan zijn eigen levenslange zoektocht om zijn ego achter zich te laten. Dat is een doel dat vele spiritueel ingestelde denkgeesten bezighoudt. Het voert naar evenzovele teleurstellingen, omdat de conclusie steeds opnieuw weer is, dat het ego niet verslagen kan worden.

Je kan beweren dat studenten van een Een cursus in wonderen zichzelf in dit opzicht in een nogal unieke positie bevinden. Tenslotte maakt het Tekstboek het zeer duidelijk waarom een dergelijk doel niet kan werken. Het ego is het idee van aanval en afscheiding. Het ego bevechten voedt alleen maar precies die opvatting. Jezus waarschuwt ons voor deze neiging, bijvoorbeeld in [T-30.I.1:6]: “En als je bemerkt dat je weerstand sterk en je toewijding zwak is, ben je er nog niet klaar voor. Vecht niet tegen jezelf.” Het ego is er dol op aangevallen te worden, aangezien dit waarborgt dat de aandacht van de denkgeest gericht blijft op deze fysieke wereld van lichamen, in plaats van op de observerende keuzemaker in de denkgeest.

Het pad richting innerlijke vrede, of verlossing, is het metafysische besef dat er geen wereld is [W-pI.132.6:2]. De logische conclusie is dat het ego, de maker van deze fysieke wereld, niets is. Het is niet kwaadaardig, het is geen duivelse stem die me gevangen houdt: het is slechts een deel van mijn overtuiging over wat ik ben [zie ook W-pII.12, “Wat is het ego?”, en de Verklaring van termen, VvT-2.2: “Het ego – het Wonder”]. Daar het ego gemaakt werd door de keuze erin te geloven, kunnen we het dus doen verdwijnen door ons geloof eraan te onttrekken. [T-7.VIII.5:2]. Dus kan ik mijn denkgeest inschakelen om mijn geloof wat ik ben, te veranderen; een primair doel in het leerprogramma van mijn leven. Dat is de reden waarom Een cursus in wonderen een trainingsprogramma voor de denkgeest is.

Een cruciale fout die Cursus-studenten vervolgens maken, vaak door Kenneth Wapnick belicht, is de neiging om “het ego te bagatelliseren”. Het idee gaat ongeveer als volgt: “Oh, aangezien ik nu weet dat het ego sowieso een flinterdunne illusie is, hoef ik alleen maar de stem van de Heilige Geest te kiezen, die genegen zal zijn mijn ego voor mij ongedaan te maken.” Dit wordt dan gevolgd door een aanhoudende focus op het negeren van het gebabbel van het ego. Dit kan begeleid worden door affirmaties en visualisaties waarin het duistere ego  uiterst klein gemaakt wordt vergeleken met het stralende licht van Jezus en/of de Heilige Geest. Elke dag wordt zo een dag vol gelukzalig bellenblazen, en iedere ‘terugval’ wordt geduid als een streek van het ego, waaraan geen aandacht besteed moet worden.

Helaas hebben zulke studenten nog niet begrepen dat Een cursus in wonderen niet een cursus over Liefde is; het is een cursus om te leren eerlijk te kijken naar verwoesting. De Heilige Geest kijkt niet naar liefde; hij slaat slechts de verwoesting in de denkgeest gade, en herinnert die denkgeest eraan dat wat hij denkt, onwaar is [W-pII.13.1:3]. Verlossing is de aanvaarding van het feit dat “ik dit mezelf aandoe” [T-27.VIII.10:1]. Dit werkt echter uitsluitend als je volledig beseft waar “dit” naar verwijst. Cursus studenten hebben de neiging de meer gruwelijke Cursusteksten die handelen over hoe wij aangetrokken worden tot schuld en dood, over te slaan, zoals in de Wetten van de Chaos in [T-23.II], of de vergelijking van deze wereld met “een droge en stoffige wereld, waar hongerende en dorstende schepsels komen sterven” [W-pII.13.5:1], terwijl dergelijke tekstgedeeltes bijzonder nauwgezette aandacht verdienen. Bij het bestuderen ervan moet de metafysica van de Cursus niet te ver weg gehouden worden, want anders kan je ernstig gedeprimeerd raken: als je leest dat er geen hoop op liefde of vrede in deze wereld is, helpt dat alleen als je realiseert en aanvaardt dat er iets bestaat dat veel, veel beter is om naar te streven: de werkelijke wereld in je denkgeest.

Dus als je in Een cursus in wonderen leest dat het ego letterlijk niets is [“Er bestaat geen definitie voor een leugen die dient om haar waarheid te verlenen”, VvT-2.3:1], moet ik heel wantrouwig zijn aangaande mijn neiging het ego te bagatelliseren. Een gezonde dosis respect voor de macht van het ego (dat, opnieuw, slechts een deel is van wat ik geloof over wat ik ben), is beduidend meer behulpzaam. Niet om mezelf te verheerlijken, maar te beseffen dat ik nog steeds mijn eigen individuele zelf dermate aanbid, dat het me heel wat gaat kosten om waarlijk “opnieuw te kiezen” [T-31.VIII], en dat oprecht te menen. Ik zou zelfs niet willens zijn die keuze speciaal in dit leven te maken, iets waar ik me niet schuldig over hoef te voelen. Nogmaals, denk aan de metafysica: tijd is een illusie. Ik “bezie mentaal opnieuw wat is voorbijgegaan”[W-pI.158.4:5]. Ik ben reeds veilig Thuis in het hart van mijn Vader, en samen met Jezus hebben we de lamp die het ego weg schijnt. “Het Koninkrijk is volmaakt vereend en volmaakt beschermd, en het ego zal er niet over zegevieren” [T-4.III.1:12].

Het ego wordt alleen verslagen door (a) je zijn illusoire aard volledig te beseffen (het metafysische deel), en (b) door jouw bereidheid het luisteren naar de Heilige Geest, die een veel betere Leraar is, in de praktijk te brengen (het praktijk gedeelte). Een andere niet zo subtiele valkuil voor Cursus studenten is dat ze mogelijkerwijs verwachten in staat te zijn het ego alzo in één jaar ongedaan te maken, door ijverig het Werkboek “te doen”. Oeps! Vergeet niet dat het hoofddoel van het Werkboek is je te laten beseffen, door erop te wijzen dat je het Werkboek juist niet perfect ‘doet’, hoe zeer jij nog steeds met je ego, jouw ‘individuele kleine zelf’, verbonden bent. Dat is de reden waarom de Cursus “een begin is, niet een einde” [W-Ep.1:1]. De grote geruststelling is dat Jezus garandeert dat zodra jouw Reis begonnen is, het eindresultaat (Thuis komen) vaststaat; net zo zeker als God.

Hieruit kan ik dus moed putten. Ik kan mijn eigen dwaze ego-geknuffel voorlopig accepteren, en doorgaan met het praktiseren van vergeving, terwijl ik, zo vaak ik kan, kies voor de niet-oordelende Stem van de Heilige Geest in mijn denkgeest. En vergeet ook niet dat in werkelijkheid het ego al reeds verslagen is, want tijd is holografisch, en uiteindelijk irreëel. Binnenin de droom is de zaak van het ego “waterdicht, maar zeker niet Goddicht“ [T-5.VI.10:6]. En daarom kan abstracte metafysica, in zekere zin, de grootste troost in je leven zijn, en je behoeden voor het abusievelijk bevechten van je ego.

© Jan-Willem van Aalst, september 2016 (vertaling: Robert J Visser)

-o-o-o-o-

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s