Natuurlijk wil ik liefde…of niet soms?

Laten we zeggen, ik ben een dag vrij. Buiten is ’t prachtig weer. Ik besluit om een fietstocht te maken naar de bossen om van de prachtige natuur te genieten, om tegelijkertijd wat te ontstressen. En bovendien herinner ik me de werkboekles van vandaag (“Ik dank mijn Vader voor Zijn gaven aan mij”- Les 123, simpel als een 1-2-3-tje) en besluit m’n les in de praktijk te brengen terwijl ik van het bos geniet. Ik spring goedgemutst op de fiets en vertrek. Maar binnen vijf minuten na ik vertrokken ben, word ik bijna door een auto aangereden die van links komt – de bestuurder zag me eenvoudigweg niet door het verblindende zonlicht. Dat was behoorlijk beangstigend. Ik voel mijn hart bonzen en mijn stemming zakken. Nog geen twee minuten later ervaar ik problemen bij het inhalen van een groep tieners op hun fietsen, achteloos de gehele breedte van het fietspad innemend, bij een snelheid waar zelfs een schildpad geen moeite mee zou hebben. Ook reageren ze nou niet bijzonder vriendelijk op mijn verzoek me alsjeblieft te laten passeren. Kortom, tegen de tijd dat ik de bossen bereik, ben ik mijn lust voor de mooie natuur verloren – mijn focus is nu gevestigd op mijn irritatie over al die vervelende mensen om me heen.

Als ik het woongebied achter me laat en de bossen inga, komt mijn trouwe dagelijkse oefening als Een cursus in wonderen student weer naar boven, en begin ik op dat moment naar mijn gedachten te kijken, en naar wat er daarnet nu werkelijk gebeurde. Ik besef bijvoorbeeld dat ik gewoon blanke woede voelde, en dat ik psychologisch zo ongeveer iedereen aangevallen heb die ik tegenkwam sinds ik op de fiets sprong. Ook besef ik, voor de zoveelste keer, hoe moeilijk het kan zijn om op een les gefocust te blijven; ik heb mijn Vader nauwelijks bedankt voor Zijn gaven aan mij (die zijn: Vrede, Liefde, Eenheid, eeuwige Veiligheid, de zekerheid van mijn Identiteit, enzovoorts). Integendeel, ik was deze gaven totaal vergeten. Als ik oprecht eerlijk ben, stel ik vast dat ik zelfs bij de kleinste afleiding in gedachteloze veroordeling verval. Hoe komt het dat ik na al die jaren oefenen nog steeds lastig gevallen word door een dergelijk veroordelende en niet vergevende denkgeest? Ik ben er vast van overtuigd dat de Eenheid en Liefde van God mijn diepste verlangen is. Natuurlijk wil ik liefde… of niet soms?

De unieke bijdrage van Een cursus in wonderen als spiritualiteit is, dat het veel aandacht besteedt aan de gedachtesystemen in ons dagelijks leven. Zeker, er bestaan verheven metafysische begrippen over tijd, ruimte, holografie en onze ware Identiteit als zuivere Geest. Die zijn noodzakelijk om ons te doen inzien dat we meer zijn dan dit kleine hoopje klei wat we ons lichaam noemen. Maar een eenvoudige analyse van hoe en waarom we een gedachte kiezen, is minstens zo belangrijk, in het bijzonder het waarom. En dit waarom is metaforisch gezien “gekmakend”. Als een Cursus student ga je je realiseren dat wij allemaal letterlijk een denkgeest bezitten, die met zichzelf in conflict is: we schakelen continu tussen onjuist denken en juist denken. Ja, we willen liefde, zo lang als die aan de behoefte van ons ego voldoet om onze speciaalheid te versterken. En nee, we willen geen liefde als die ons herinnert aan ons verlangen terug te keren naar de Eenheid van onze Vader, wat elke keer het geval is als we gemeenschappelijke belangen zien in plaats van belangen die gescheiden zijn van elkaar.

Ik realiseer me plotseling dat die kinderen op hun fietsen niet mijn irritatie veroorzaakten, en evenmin deed de bestuurder in de auto dat. Ik heb deze gedachten actief gekozen, die vrijwel onmiddellijk naar de daarmee samenhangende biochemie (emoties) in mijn lichaam voerden. Ik heb deze gedachten actief gekozen zodat ik het kwaad in iets buiten me kon zien, en niet in mezelf. Aha, juist, Jezus onderwijst ons dat we heimelijk (dat wil zeggen, onbewust) geloven dat wij het thuis zijn van het kwaad, de duisternis, en de zonde, en dat wanneer iemand deze waarheid over ons zou kunnen zien, hij terug zou deinzen als bij het zien van een giftige slang. We geloven dat als deze waarheid ons geopenbaard zou worden, we met zo’n intense afschuw vervuld zouden worden dat we halsoverkop de hand aan onszelf zouden slaan, omdat het ons onmogelijk zou zijn nog verder te leven na dit te hebben gezien. (W-pI.93). Om er voor te zorgen dat we dat niet hoeven te zien, projecteren we dat beeld naar buiten op alles buiten ons met de bedoeling verschillen te onderstrepen en aanval te rechtvaardigen. De schuld voor zonde moet altijd in iets anders zijn! Mijn gedachten,  beter gezegd mijn waarneming, speurt onophoudelijk naar aanwijzingen buiten me om me zelfs het geringste flintertje schuld te melden. En die waarneming van me sleept dat schreeuwend voor mijn meester (mijn onjuiste denkgeest), om te worden verslonden. (T.19-IV.A.12). Nu ben ik geheel gerechtvaardigd die miserabele, zondige wereld buiten me aan te vallen. Het punt is dat dit bewijst dat ik me waarachtig afgescheiden heb van mijn Schepper, maar, ho eens, ik daar niet verantwoordelijk voor gehouden kan worden. Ik ben een onschuldig slachtoffer in een kwaadaardige wereld. Dus, alsjeblieft, lieve God, het is nu overduidelijk dat op het moment jij de zondaren veroordeelt naar de eeuwige hel, ik daar niet bij hoor. Mijn onschuld is evident, terwijl mijn individuele uitzonderlijkheid verzekerd blijft. Lang leve mijn ego!

Ongelukkigerwijze richten vele spirituele tradities zich hoofdzakelijk op wat Kenneth Wapnick gelukssukkeligheid noemt. Het overkoepelende idee hierbij is dat, wanneer je je denkgeest traint om op Liefde en Eenheid te focussen, je het oordelende deel van je denkgeest conditioneert om langzaam te verdwijnen, precies als een laaiend vuur gereduceerd wordt tot nagloeiende as zodra je ophoudt het te voeden. Samengevat beweren dergelijke spirituele leersystemen dat het ego overwonnen (of ongedaan gemaakt) kan worden door het helemaal geen aandacht te schenken. Dit is precies het tegenovergestelde van wat Jezus ons leert in Een cursus in wonderen. Zoals Jezus uitlegt: door niet naar illusies (onze onjuiste denkgeest) te kijken is dé manier ze te beschermen (T-10.IV.1). Elke dag gelukzalig liefdevolle affirmaties herhalen creëert een sluier van vredige liefde in de denkgeest, maar de “vlekken en roest” (W-pI.133.8) van de onbewuste veroordelende ijsberg onder het wateroppervlak in jouw denkgeest zal niet erg lang onopgemerkt blijven. Een gevoel van leegte blijft knagen aan de uiteinden van die denkgeesten vol van gelukssukkeligheid. Dat is de reden dat Jezus ons waarschuwt: “Vertrouw niet op je goede voornemens. Die zijn niet genoeg.” (T.18-IV.2)

Om waarlijk Gods gaven van Vrede, Liefde, Eenheid, Veiligheid, zekerheid van Identiteit als eeuwige zuivere Geest, te ontvangen, moet ik eerst leren waarom ik deze gaven niet al aanvaard. Ik zal naar mijn gedachten moeten kijken. Dat is de betekenis van het wonder: Het slaat slechts verwoesting gade, en doet in alle rust niets. (W-pII.13.1). Het herinnert me er slechts aan dat ik de dromer van de droom ben, en dat deze droom niet de waarheid is. Houd dat woord alsjeblieft in je denkgeest vast: verwoesting. Het wonder kijkt niet naar liefde; het kijkt naar verwoesting, dat wil zeggen, naar al die aandrang in mijn niet-vergevende denkgeest om aan te vallen. Die neigingen vormen mijn ego-aandrang om rechtvaardiging te vinden voor dat aanvallen, wat mijn individualiteit versterkt en mijn veronderstelde onschuld. Een cursus in wonderen toont ons daarom niet alleen waarom we veroordeling blijven kiezen in plaats van vergeving, maar het biedt tevens een uitweg uit deze boosaardige cirkel van vergeetachtigheid: de dagelijkse praktijk van het inschakelen van de waarnemer “boven het slachtveld” van de denkgeest, en dan simpelweg te kijken. Niet oordelend. Vanuit die denkstaat, zijn we in staat onze aandacht te richten op stilheid, en plaats te maken voor de stem van de Heilige Geest, die meestal geen stem is, maar een vredige of gelukkige impuls. Het is dit simpele kijken en rustige vragen om leiding dat de slapende Zoon van God uiteindelijk een weg biedt uit deze helse droom die schijnbaar zo’n veertien miljard jaar aan de gang is. Dus waarom op de Hemel wachten? De vrede van God straalt nu in mij.(W-pI.188).

Juli 2016, Jan-Willem van Aalst (vertaling: Robert J. Visser)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s