Het spijt me dat ik besta

In een onlangs gehouden therapiesessie met familie-opstelling, waarin ik één van de representanten was, vatte de dame in kwestie dat wat ze in de kern over zichzelf voelde, samen als “Het spijt me dat ik besta”. Direct nadat ze dit zei, kon je letterlijk de pijn en de herkenning voelen die door de hele groep heen trok. Ze gaf weliswaar toe dat er ook nog een ander klein stemmetje was dat zei “Het is zo fijn dat ik besta”, maar die stem kon de depressieve kernovertuiging dat haar komst in deze wereld een zonde was, nooit helemaal uitwissen.

Als ze met Een Cursus in Wonderen vertrouwd geweest was, zou ze ogenblikkelijk geweten hebben wat er aan de hand was. Het raakt de kern van de existentiële schuld die wij allemaal ervaren over het feit dat we God, onze Schepper, klaarblijkelijk afgewezen hebben. Jij en ik projecteren deze schuld effectief naar buiten, op deze wereld, zodat we haar uit de gewaarwording kunnen wissen, en ons voor God kunnen verstoppen, én voor onze denkgeest. Op het ontologische moment waarin de Zoon van God het concept van afscheiding (‘het kleine dwaze idee’) overwoog, en hallucineerde dat het warempel gelukt was, overstroomde ondraaglijke schuld de denkgeest. Wij, de slapende Zoon van God, ontstaken naar ‘t schijnt de Oerknal, daarmee een droom van tijd en ruimte in gang zettend, om op die manier ons als het ware te kunnen verstoppen voor de vermeende wraakzuchtige vergelding door God, en daarmee alle andere opgesplitste delen blijvend te demonstreren dat voortdurende afscheiding in tijd en ruimte bewijst dat jij en ik bestaan.

De meeste goedbedoelende professionele psychotherapeuten zullen waarschijnlijk proberen het zelfbeeld van hun patiënten te verbeteren. Ze zullen hun patiënten uitnodigen hun eigenwaarde nogmaals te heroverwegen en hun bijzondere talenten te onderzoeken. Ze zullen pogen de denkgeest van hun patiënt te ‘herstellen’ door het tellen van hun speciale zegeningen in het leven, in plaats van op depressieve gedachten te blijven hangen. De patiënt ondersteunt dit maar al te graag, omdat zij/hij dringend een meer welwillend concept van zichzelf nodig heeft, zonder de vermeende identiteit van zichzelf te moeten opgeven. In Een Cursus in Wonderen legt Jezus uit, in het bijzonder in het pamflet “Psychotherapie”, dat dergelijke therapeuten de fout begaan te geloven dat zij de leiding hebben in het therapeutische proces en daarom verantwoordelijk zijn voor het eindresultaat. (P-2.VII.4:4). Dit gaat niet lukken, omdat de vergissingen van de patiënt nu de mislukkingen van de therapeut worden. Jezus merkt op dat de aardse psychotherapie methode weinig tot niets onderricht over de werkelijke principes van genezing – in tegendeel, ze onderwijst je hoe je genezing onmogelijk maakt. Waarom is dat zo?

Als iemand de noodzaak voelt een ander te genezen (of door die ander genezen te worden), trappen beiden steeds weer in de ego-val van afscheiding. Genezing gebeurt zodra òf de therapeut òf de patiënt in begint te zien dat het enige probleem ‘niet-vergeven’ is. Genezing is niets anders dan het onderkennen van gezamenlijke belangen, en het vergeven van alle gedachten die iets anders rondbazuinen. Genezing begint zodra tenminste één van hen onze gedeelde Identiteit als zuivere geest begint te onderkennen. Zoals Jezus zegt in (P-2.VII.1): “Wie is nu de therapeut, en wie de patiënt? Uiteindelijk is iedereen beide. Hij die genezing behoeft, dient anderen te genezen. Geneesheer, genees uzelf. Wie anders valt er te genezen? En wie anders heeft genezing nodig? Elke patiënt die bij een therapeut komt biedt hem de gelegenheid zichzelf te genezen. […] God heeft geen weet van afscheiding. Het enige wat Hij weet is dat Hij één Zoon heeft. Zijn kennis wordt weerspiegeld in de ideale patiënt-therapeutrelatie.”

Dus, wat moet een psychotherapeut nu dan doen? De patiënt alleen maar voorhouden dat “Welnu, als ik eerlijk ben, bestaan jij en ik eigenlijk helemaal niet, en liefde kan in deze wereld niet gevonden worden”, gaat geen grote hulp zijn, hoezeer het de waarheid ook mag zijn. In tegendeel; waarschijnlijk gaat het alleen maar het gevoel van depressie versterken in de patiënt, wellicht leidend naar gedachten over zelfdoding. Maar lees werkboekles 129, “Voorbij deze wereld is een wereld die ik verlang”. We zullen alleen dan gemotiveerd worden een betere keuze te maken als we een beter alternatief zien! Lessen als deze illustreren het belang de metafysische grondslag van Een Cursus in Wonderen tot op zekere hoogte te vatten. In deze les verwijst Jezus naar de werkelijke wereld, wat natuurlijk geen andere fysieke wereld betekent, maar slechts een verandering in de waarneming van onze wereld van tijd en ruimte waarin wij geloven als een individu te bestaan. Door de werkelijke wereld, of juist gericht denken te kiezen wordt het einde van alle andere illusies ingeluid, en daarmee van alle ziekte (P-2.VI.5).

Vanuit een juist denkende gemoedstoestand, ontstaan uit onvoorwaardelijke vergeving, neem ik mijzelf in de werkelijke wereld nog steeds waar als een individu, maar tevens vereend met al mijn broeders omdat dat de wil van God is, én de waarheid. Al mijn handelen in de tijd-illusie dient er alleen maar toe de behoefte aan meer tijd overbodig te maken. Nu het me gelukt is me te realiseren dat mijn wezen geen lichaam maar zuivere geest is, mag ik waarachtig dankbaar zijn me te realiseren dat ik überhaupt niet werkelijk besta, als een individu. Iedere verstoring weerspiegelt mijn angst dat ik niet één ben met mijn Schepper. Iedere keer dat ik erin slaag waarachtig te vergeven wat me van streek schijnt te maken, wordt me de vanzelfsprekendheid van gedeelde Identiteit nog duidelijker, precies als de ervaring van innerlijke vrede dat doet. En het is de ervaring die motivatie aanvuurt. Wij ervaren de weerschijn van de Hemel op momenten dat we oefenen stil te luisteren: “Wees stil en weet dat Ik God ben”(T-4.In.2).

Dus, hoe kan het therapeutische proces effectiever opgezet worden? De therapeut begint met naar zijn eigen zelfoordeel te kijken, en nodigt de patiënt uit hetzelfde te doen. Beiden worden uitgenodigd te leren kijken en te luisteren. Beiden kunnen zo leren in de ander waar te nemen wat zij bij zichzelf nog niet vergeven hebben (P-2.VI.6). Door het (zelf)oordeel los te laten, wordt de Heilige Geest binnen genodigd. Hij zal het therapeutische proces op de best mogelijke manier richting geven, zodra we ons toestaan Hem te horen. Een wonder is binnen getreden waar daarvoor oordeel en afscheiding heersten. En het zachtaardig vergeven van het kleine zelf maakte dit mogelijk.

© Jan-Willem van Aalst, juli 2016 (vertaling: Robert J Visser)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s