Beeldschone façades

Anna Freud, de dochter van de beroemde pionier op het gebied van psychotherapie, Sigmund Freud, herinnerde zich een gesprek met haar vader tijdens een wandeling door een district vol grote herenhuizen in het centrum van Wenen. “Zie je die prachtige huizen met hun heerlijke gevels?” merkte hij op. “Achter die gevels zijn dingen niet perse zo lieflijk. En zo is het ook bij mensen”. Freud verwees naar de uitzonderlijk dunne laag beschaving die onze giftige zelfzuchtige drang bedekt, om over vrijwel alles buiten ons te oordelen, het af te wijzen, het aan te vallen, zo niet te vermoorden en seksueel leeg te ruimen. Naar buiten toe en in de openbare ruimte doen we ons best om vriendelijk, bedachtzaam, behulpzaam te zijn, en aan ieders voornaamste belangen bij te dragen. Achter de voordeur daarentegen, in het bijzonder wanneer niet aan alle door Maslow beschreven basislevensbehoeftes voorzien is, is het beest daarbinnen geneigd zijn kop op te steken zodra onze egoïstische belangen in gevaar dreigen te zijn. Wij zijn allemaal bekend met verhalen vol pijn en gruwel achter de voordeuren van sommige gezinnen in onze buurt. En hoewel we onszelf bewust vertellen dat wij zo iets beslist nooit zouden doen, weten we ergens diep van binnen dat datzelfde beest in ons allen op de loer ligt.

In Een Cursus in Wonderen bevestigt Jezus de opvatting dat het ego 100% haat en aanval is. We mogen dan ons gezicht vol onschuld opzetten, en al de veroordelende neigingen, die we weigeren in onszelf waar te nemen, naar buiten toe projecteren, zodat alle kwaad nu buiten ons waargenomen wordt; maar, zolang we alsmaar de onjuiste denkgeest kiezen, zullen onze gedachten onontkoombaar de afscheiding versterken, en in haar kielzog veroordeling en aanval, wat de vorm ook mag zijn. Lichtjes ineenkrimpen door irritatie is niets anders dan een sluier die intense woede bedekt. Maar terwijl Freud pessimistisch bleef over het vooruitzicht van de mensheid, omdat hij geen uitweg voor het ego kon ontdekken, verzekert Jezus ons in ECIW blijmoedig dat het ego zelf niets anders is dan een flinterdunne sluier, simpelweg op te heffen, zodra we ervoor kiezen om, met Jezus aan onze zijde, te kijken naar al z’n donkere onnozelheid, wat betekent, vanuit een positie ‘boven het slagveld’, kalm, en zonder oordeel. Freud was hier niet toe in staat omdat hij ‘in z’n lichaam gevangen’ bleef – hij kon zich onze essentie als pure geest buiten tijd en ruimte niet voorstellen, laat staan het begrip van dualiteit – kortom, alles wat wij waarnemen – als de illusoire droom van een slapende Zoon van God.

Opnieuw zien we het belang van het snappen van het metafysische fundament waar Jezus over uitweidt in Een Cursus in Wonderen. We geven onze volledige identificatie met het ego slechts dan pas op, als we er door en door van overtuigd zijn dat er een veel beter alternatief bestaat. Jezus zal niet veel studenten overtuigen door alleen maar te beweren dat we ons beduidend beter zullen voelen wanneer we onze individualiteit laten varen en Huiswaarts keren als pure geest in het hart van God, daarbij tijd en ruimte en alle concepten voor altijd achter ons latend. We kunnen niet bevatten hoe dat zou zijn, dus gaan we dat niet doen. We hebben de ervaring van de werkelijke wereld nodig, de weerklank van Gods Liefde hier op aarde, in onze dagelijkse bezigheden in ons leven hier op deze planeet, hoe illusoir die ook mag zijn. Om te ontwaken uit de droom is een langzaam zich ontvouwend leerprogramma van denkgeesttraining nodig (M-9.1), waarin we leren om onszelf toe te staan de geloofsovertuigingen van ons ego stap voor stap ongedaan te maken. Elke keer dat we erin slagen het oordelen tegen te houden, en in plaats daarvan het advies van de Heilige Geest, waargenomen als wat we ‘ware intuïtie’ noemen, op te volgen, versterkt het daaruit ontstane gevoel van innerlijke vrede onze vastberadenheid vaker te wisselen in onze denkgeest. We glimlachen vaker als we beetje bij beetje leren de illusoire aard te doorzien van alles wat onze zintuigen oppikken.

Wat deze ontmaskering van onze waarneming zo moeilijk maakt zijn de lieflijke vormen die het vaak schijnt aan te nemen. Wie wordt nou niet ademloos bij het zien van magnifieke berglandschappen, prachtige bloemenvelden, indrukwekkende architectuur en idyllische eilanden? Zo bezien, is het heel moeilijk om Jezus te horen zeggen in ECIW dat deze wereld gemaakt werd als een aanval op God (W-pII.3.2). Zeker, we weten dat  het allemaal voorbijgaand is – alles vervaagt en sterft uiteindelijk, maar er is iets onweerlegbaar glorieus aan alle leven dat we ervaren, dat onverwoestbaar is, toch? Nee, zegt Jezus, alles wat we hier als leven beschouwen is een illusie van leven, omdat er geen leven bestaat buiten God, die geen weet heeft van dualiteit. Op soortgelijke wijze verzekert Jezus ons dat ware Liefde niet gevonden kan worden in tijd en ruimte. Welnu, ik kan toch zeggen: “ illustreert het feit dat mensen zorg dragen voor elkaar, niet de werkelijkheid van liefde hier op aarde, in de droom”? Op dit punt wordt de leiding van Jezus subtieler, maar nog steeds consistent. Nee, we zijn geen miserabele zondaars die onszelf voor de gek houden wat liefde betreft, we zijn eenvoudig in de war door een denkgeest die ogenschijnlijk in conflict is (T-6.V.B.3-8). Een van de kerngedachten in Een Cursus in Wonderen is dat we zowel een onjuiste denkgeest als een juiste denkgeest hebben, plus een keuzemaker die onophoudelijk tussen die twee kiest. Een Cursus in Wonderen is in wezen een leerplan om die keuzemaker te trainen vaker de juist denkende denkgeest te kiezen.

Dat is de reden dat Jezus benadrukt dat de wereld die we waarnemen niet intrinsiek slecht is, zoals Freud concludeerde; ze is per definitie niets (W-pI.132.4). De enige te vragen vraag bij alles wat we waarnemen, luidt: “Waar dient het toe?” (T-4.V.6). Bedoeling is alles, zoals we allemaal zullen toegeven. Zie ik mijn relatie met jou, met mijn bezittingen, met de plaatsen die ik bezoek, als middelen om mijn eigen bijzonderheid te onderstrepen (het standpunt van het ego), of zie ik zulke relaties als lessen van liefde, me vriendelijk aangeboden door de Heilige Geest, omdat ik ze tot nu toe niet had weten te leren? Alle tegenspoed en beproevingen in ons leven zijn niets anders dan gelegenheden een liefdesles te leren die je tot nu toe weigerde te leren (T-31.VIII.3). Zodra we de innerlijke vrede ervaren die uiteindelijk voortvloeit uit het achterhouden van oordelen, en uit het opvolgen van het advies van de Heilige Geest (d.w.z. het wonder kiezen middels vergeving), bemerken we dat onze ego waarnemingen voorschoven zijn naar ware waarnemingen. Nog steeds nemen we illusies waar in tijd en ruimte, maar ware waarneming broedt geen nieuwe illusies uit. We zijn gelukkig op onze weg naar de werkelijke wereld, die zich eveneens nog steeds in de waarneembare wereld van de dualiteit bevindt, maar daarentegen zo dicht bij de Hemel, dat de brug makkelijk overgestoken wordt. Tot het zover is, is onvoorwaardelijke vergeving alles wat we moeten doen om de weg te bewandelen naar blijvende vrede, die Freud niet waarnam.

© Jan-Willem van Aalst, juli 2016 (vertaling: Robert J Visser)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s