Een horrorverhaal

Op een online forum gerelateerd aan Een Cursus in Wonderen, bracht iemand een gesprek in herinnering tussen Cursus-wetenschapper Kenneth Wapnick en één van zijn workshop-deelnemers. Deze man merkte op dat hij graag een exemplaar van Een Cursus in Wonderen aan een paar van zijn vrienden wilde geven, als geschenk. Kenneth reageerde: “Waarom zou je dat willen doen? Vind je hen niet aardig? Het is een horrorverhaal!” Je kunt je de verbazing voorstellen in de ogen van deze betreffende kerel toen hij deze verbluffende visie op ECIW overwoog.

Dus, waarom is Een Cursus in Wonderen een gruwelijk verhaal? Is dit niet de leerstof par excellence die “het doel èn de middelen” levert op weg naar blijvende innerlijke vrede? De fundamentele voortdrijvende kracht welke Een Cursus in Wonderen onderwijst, is ware vergeving, allereerst van je broeder en dan van jezelf (wat natuurlijk in werkelijkheid hetzelfde is). Daarbij komt het besef dat deze nachtmerrieachtige droom van tijd en ruimte in werkelijkheid nooit is gebeurd. En niet alleen dat; we worden op overtuigende wijze door Jezus onderwezen dat God niet kwaad is. In tegendeel, Hij heeft het gehele Zoonschap lief. We hoeven slechts op eerlijke wijze naar de werkwijzen van het ego te kijken, en er opnieuw voor te kiezen de Heilige Geest, de “Stem namens God”, te horen – en te volgen. God is Liefde, en verlossing is gegarandeerd! Dat klinkt nou niet direct als een horrorverhaal, is ’t wel?

Wat weerzinwekkend aan Een Cursus in Wonderen is, is, dat het het einde van het ego aankondigt, waar we zo hopeloos aan vast zitten. Ieder die deze aarde bewandelt, is er stellig van overtuigd dat hij in wezen een lichaam is, geboren met een unieke, bijzondere persoonlijkheid. We beschouwen een “sterk en gezond ego” als een basisvereiste om te overleven. De vaststelling dat we ertoe neigen ziek, gemanipuleerd en gekwetst te worden, en onvermijdelijk sterven, wordt gewoonlijk onder het wateroppervlak van de ijsberg die we onze denkgeest noemen, verdrongen. De meeste mensen leven hun leven op de automatische piloot, met pieken en dalen, want dat is “de aard van het leven”, is het niet?

In Een Cursus in Wonderen lezen we dat alles in tijd en ruimte wat we koesteren (of haten) volslagen illusoir is. En daar komt nog bij, dat zelfs onze dierbare individuele persoonlijkheid slechts een krachteloze bevlieging blijkt te zijn. We zijn als de zonnestraal die denkt de zon te zijn; of als het golfje dat hallucineert de oceaan te zijn (T-18.VI.9.3). Dit symboliseert natuurlijk onze schijnbare afscheiding van onze Schepper – ik heb me tegen God verzet en nu geloof ik dat ik god ben; de ultieme zonde; de bron van al onze schuldgevoelens en al onze angsten. De gruwel voor het ego is dat, als we oprecht binnen in onze denkgeesten zouden rondneuzen, we helemaal geen zonde zouden zien – en bijgevolg geen grondslag voor het bestaan van het ego.

Ai! Voor het ego is ons mogelijke besef dat we het zonder het ego zouden kunnen stellen, en er zelfs veel beter aan toe zouden zijn, pure horror. “Jij vraagt niet te veel van het leven, maar veel te weinig”, spoort Jezus ons aan (W-pI.133.2), ons vriendelijk uitnodigend om van leraar te wisselen voor onze denkgeest. De keuze voor de juiste manier van denken stelt ons in staat aan de kannibalistische wetten van chaos te ontsnappen (T-23.II), die deze wereld van tijd en ruimte van het ego besturen, een wereld die er precies toe dient om de denkgeest voor eeuwig gedachteloos te houden. Op een of andere manier beseffen we diep verborgen in ons dat alles hier tenslotte faalt, verdort en sterft, maar het alternatief (zo verzekert het ego ons) betekent het verlies van onze individualiteit, wat we zworen nimmer op te geven, door zich voor alle tijden op deze wijze tegen de Wil van God te verzetten. (T-24.IV.4).

We hebben onszelf verbannen naar een woestijn, “waar hongerende en dorstende schepsels komen sterven” (W-pII.13.5). Een woestijn kan niet bevochten worden. Wat gedaan moet worden, is de woestijn verlaten, wat Jezus Helen ooit persoonlijk vertelde (zie: Een leven lang geen geluk, pagina 259). Nochtans, zo lang we ons niet volledig bewust zijn van een veel beter alternatief, zullen we het simpelweg gewoon niet doen. Als voorbeeld, jij en ik vinden het buitengewoon moeilijk om slechte gewoontes die zelf-saboterend zijn, op te geven, omdat de pijn die we daarbij ondervinden nu juist ons speciale individuele zelf bepaalt. Verstandelijk gezien proberen we het, maar in onze onderbuik zijn we te bang om de verandering van denken die Jezus ons uitnodigt te bewerkstelligen, werkelijk uit te voeren, omdat we daarbij uitsluitend het alternatief van ongedaan maken waarnemen dat ons ego ons voorhoudt. Wie zouden we zijn zonder onze problemen (d.w.z. zonder ons ego)? Dit is precies het punt waarom het zo belangrijk is de combinatie van het Tekstboek en het Werkboek te doorgronden. Het Tekstboek levert een samenhangende en overtuigende verhandeling over wat we werkelijk zijn, wat het ego bekokstooft, waarom het alternatief veel beter is, en hoe daar mee om te gaan. Het Werkboek levert de middelen hoe dit intellectuele begrip in ervaring om te zetten is. Het is juist deze persoonlijke ervaring van innerlijke vrede die ons, blij verrast, in staat stelt tegen onze vrienden te zeggen, dat Een Cursus in Wonderen werkelijk werkt.

Het is begrijpelijk dat iedere student die op overtuigende wijze deze beloofde innerlijke vrede ervaren heeft, hoe kort ook, de drang voelt om de boodschap van Een Cursus in Wonderen vrienden, familie en andere geliefden, “op te dringen”. Het is verleidelijk jezelf als een gelukkige leerling te beschouwen, een Leraar van God, en brenger van de verlossingsboodschap van de Heilige Geest. Helaas is dit geenszins wat Jezus in Een Cursus in Wonderen bepleit. In tegendeel – als je deze verleiding van dichtbij bekijkt, zal je beseffen dat het ego subtiel via de achterdeur weer naar binnen gekropen is. Als ECIW student vraagt Jezus me slechts de Verzoening voor mijzelf te aanvaarden. Elke keer dat ik waarlijk vergeef, doe ik dat voor het gehele Zoonschap, daar denkgeesten verbonden zijn,. Wanneer anderen er voor kiezen deze vorm van vergeven te accepteren, is niet aan ons om te beslissen. Dat bepaalt de Heilige Geest, die weet dat tijd sowieso illusoir is.

We zullen mensen altijd met respect moeten accepteren, waar die zich op dat ogenblik ook bevinden, een beroemd coaching axioma parafraserend. Leven als een Leraar van God betekent dat je je ego ontslagen hebt als jouw Leraar, en dat je nu bereid bent de Heilige Geest al je dagelijkse bezigheden zachtmoedig te laten leiden. Alleen op deze manier zullen de (quasi afgescheiden) personen je pad kruisen van wie het de bedoeling is dat ze jou tegenkomen, en omgekeerd. Alleen de Heilige Geest weet hoe tijd perfect te gebruiken om haar tenslotte ongedaan te maken. Een gelukkige leerling evangeliseert Een Cursus in Wonderen niet, maar laat simpelweg de Heilige Geest alle gedachten en bezigheden op zachtaardige wijze leiden. Je kunt of je kunt niet geroepen worden uitdrukkelijk over Een Cursus in Wonderen te onderwijzen, maar in beide gevallen blijft je eigen ware vergeving, geboren uit een houding van loslaten, op je af laten komen, de sleutel.

© Jan-Willem van Aalst, juni 2016, (vertaling: Robert J Visser)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s