Steeds weer nòg een foutje

De wet van Murphy is feitelijk een verzameling van principes die duidelijk maken dat perfectie onmogelijk is in deze wereld van ons. Typerend wordt ie geciteerd als: Als iets fout kan gaan, zal dat vroeger of later fout gaan. Of, in het geval dat je iets vervaardigt:  Er is altijd nóg een fout, iets wat ingenieurs en computer programmeurs maar al te goed weten. Geen enkele oplossing voor welk probleem ook, werkt de hele tijd. Het werkt wellicht een uurtje, of zelfs een paar dagen, een paar jaar, enkele tientallen jaren, maar uiteindelijk zullen dingen verkeerd uitpakken, zowel persoonlijk als globaal. Verdraaid, we weten dat uiteindelijk zelfs onze geliefde kleine planeet en de zon zullen verdwijnen. Diep binnenin ons weten we dat alles hier geboren wordt om te mislukken. Ongeacht hoe hard we ons best doen, we zullen nimmer blijvende perfectie in wat dan ook voor elkaar krijgen. Dit geldt voor onze bezittingen, onze relaties, ons persoonlijke alsook het collectieve welzijn. En toch blijven we het maar koppig steeds weer proberen, tegen beter weten in hopend dat we vroeger of later die ene uitzondering op de wet van Murphy zullen vinden. De volgende keer krijgen we het voor elkaar; als we het maar lang genoeg blijven uitproberen, zullen we slagen. En natuurlijk lukt ons dat nooit, tenminste niet voor lang.

Een Cursus in Wonderen legt uit dat perfectie per definitie onmogelijk is binnen dualiteit, omdat perfectie van God is en uitsluitend van God. Aangezien deze wereld gemaakt werd als een aanval op God (W-pII.3.2), hebben we het zo ingericht om bij het begin al te falen. In verscheidene scherpe fragmenten vraagt Jezus ons om eerlijk naar deze wereld te kijken en te overwegen of we überhaupt ooit een vervanging voor de volmaakte Liefde van God hebben weten te vinden die de hele tijd voortduurde (vgl. T-29.VIII:1). Het antwoord is, zoals we allen zullen toegeven, “Nee”. Niets in deze wereld functioneert de hele tijd, wat we telkens weer vaststellen, terwijl we ondertussen plannen blijven beramen voor iets beters dat wel zal werken. We blijven op tragische wijze van het ene idool naar het volgende springen, om enkel iedere keer te huilen als we het zien mislukken. Toch blijven we zoeken, zonder ooit perfectie te vinden. De Cursus hertaalt de wet van Murphy dan ook als: “Zoek maar vind niet” (T-16.V.6).

Het eerste duizelingwekkende spirituele inzicht dat Een Cursus in Wonderen ons biedt, is, dat volmaaktheid niet alleen maar onmogelijk is: wij hebben onze wereld opzettelijk zo ingericht. We hebben deze wereld “gemaakt” als een plek waar God – die volmaakte Liefde is – niet binnen zou kunnen komen (W-pII.3.2). Deze wereld is het kwantumeffect van de slapende Zoon zijn hallucinatie dat het loont een poging te wagen uit te zoeken of wij het zonder de Schepper kunnen stellen. Het is onze wens dat deze wereld onvolkomen is, omdat dat het ultieme bewijs is dat onze afscheiding van God gelukt is: we hebben het voor elkaar gekregen! Maar natuurlijk hallucineert ieder schijnbaar afgescheiden fragment van de slapende Zoon van God dat het zelf god is. Op deze manier zijn alle schijnbaar afgescheiden fragmenten onafgebroken in oorlog met elkaar (fysiek of psychologisch), daarbij de beangstigende dualistische “wetten van de chaos” volgend (T-23.II). Kort samengevat betekent dat: zonde is onherroepelijk de waarheid; schuld is een feit; God is een leugen; wij bezitten uitsluitend wat we te pakken kregen, en het is de een of de ander – doden of gedood worden. Dit is overduidelijk een omstandigheid waarbij niets ooit perfect kan of zal werken.

Het tweede duizelingwekkende inzicht dat Een Cursus in Wonderen ons biedt, is, dat deze wereld, hoe illusoir en gebrekkig ze ook mag zijn, je volle aandacht verdient. Ze kan namelijk gebruikt worden als een geweldige leerschool om Verlossing te leren vinden en te accepteren, en daarbij te ontwaken uit de koortsachtige droom van dualiteit. Jezus stelt kort en bondig dat Verlossing simpelweg het besef is – en de aanvaarding van dat besef – dat deze wereld niet ons thuis is (T-25.VI.6). Voor ons ego is dit pure gruwel, omdat het ego zich van niets anders gewaar is dan deze wereld, die de afscheidingsgedachte van God is.  Al onze koortsachtige activiteit dient slechts om het bestaan van Verlossing buiten onze denkgeesten te houden. Tenzij ik vagelijk de gedachte begin te overwegen dat mijn essentie geen lichaam is, maar zuiver geest (W-pI.97), zal ik nooit accepteren dat deze wereld niet mijn thuis is – in tegendeel, ik zal God laten zien hoe zeer ik tegen Zijn Wil in kan gaan! En zo zal ik steeds maar opnieuw, en weer, en nogmaals tegen Murphy’s wet aan botsen… en dat als een gegeven aanvaarden in deze wereld, hoe deprimerend en pijnlijk dat ook mag zijn.

Onze tolerantie voor pijn mag gelukkig dan hoog zijn, ze is niet grenzeloos (T-2.III). Uiteindelijk zal het me duidelijk worden dat er een betere weg moet zijn dan een alsmaar falende wereld. Door Een Cursus in Wonderen ga ik me realiseren dat, als ik kies voor mijn ego, mijn onjuiste denkgeest, waarbij ik focus op afscheiding, ik god speel in mijn eigen miezerige cocon, wat me niet gelukkig gaat maken. Door het gedachtegoed van Jezus te bestuderen en in de praktijk te brengen, wordt het me duidelijk dat de keuzemaker binnen mijn denkgeest er ook voor kan kiezen juist te denken, heerlijk ontspannen niets anders doen dan plaats te maken voor de Stem van de Heilige Geest, die zo gehoord wordt. En doordat de Heilige Geest de bemiddelaar is tussen werkelijkheid en illusie, de “Stem namens God”, kan Zijn advies niet falen. Door ware vergeving te leren en in de praktijk toe te passen, door “los te laten en te laten gebeuren”, ga ik die blijvende innerlijke vrede, die niet van deze wereld is, ervaren. En het wordt nog beter, want door de werkelijke wereld langzaamaan te vatten in mijn denkgeest, zie ik tenslotte met blijde verbazing, dat ik voor al deze vreugde niets heb moeten opofferen (T-16.VI). of, in de woorden van Monty Python’s klassiek geworden lied “Always look on the bright side of life (Bekijk altijd de zonnige kant van het leven)”: Je kwam uit niets; je gaat terug naar niets. Wat heb je verloren? Niets! – behalve dan dat, in de ogen van ECIW, “niets” gelijk staat aan de nondualistische volmaaktheid van God.

© Jan-Willem van Aalst, juni 2016 (vertaling: Robert J Visser)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s